Winter in Leufeld! Feuilleton: Het verhaal gaat verder

Welkom bij het spannende vervolg op de Leufeld-serie! Speciaal voor trouwe lezers die "Het Geheim van Leufeld" en "Terug naar Leufeld" hebben verslonden. Duik dagelijks mee in de voortdurende mysteriƫn en avonturen die wachten in de bergen.

Het derde deel van de Leufeld-serie

Dit is het langverwachte derde deel uit de geliefde Leufeld-serie! Speciaal geschreven als dankbetuiging aan onze toegewijde lezers die "Het Geheim van Leufeld" en "Terug naar Leufeld" al met veel plezier hebben gelezen. Bereid je voor op een dagelijks vervolgverhaal vol spanning en onverwachte wendingen, exclusief hier te lezen.

De spanning in Leufeld neemt weer extreem toe

Waarom zou je nu beginnen met "Winter in Leufeld! Feuilleton"? Omdat de spanning in Leufeld weer extreem toeneemt! Nieuwe geheimen en onverwachte gebeurtenissen staan klaar om de gemoederen te beroeren. Mis geen enkel moment van deze intensivering van het verhaal dat je al kent en liefhebt.

Drama en bijzondere gebeurtenissen in de bergen

Lezers kunnen een sfeer vol drama en bijzondere gebeurtenissen verwachten. Er vindt weer een drama plaats en er gebeuren opnieuw onverklaarbare dingen in de prachtige, maar soms gevaarlijke bergen rondom Leufeld. Bereid je voor op een emotionele achtbaan die je tot de laatste letter zal boeien.

                                                                                                                                                WINTER IN LEUFELD                                                                                     09-06-2026
Proloog

Hannah loopt vanuit haar kamer bij de hotelschool naar haar auto. Vandaag rijdt ze  heel vroeg terug naar Leufeld. Morgen hebben Anton en zij, en de vriendengroep weer afgesproken een stevige bergwandeling te maken. Daar genieten ze altijd zo ontzettend van, oh, na al die ellende die haar moeder ooit veroorzaakt heeft. Of, nee eigenlijk haar opa. Immers, na de verkrachting van zijn dochter, is haar zus, de hatelijke Klara geboren. Die Cato tot zelfmoord heeft gepest.
Terwijl ze de auto start, dwingt ze zichzelf deze gedachtes los te laten.  Een uurtje later rijdt ze de grens over, Oostenrijk in.
Plotseling, vlakbij huis, ziet ze de man rennen waarmee haar haar neef, Noah, ooit een relatie heeft gehad, toen hij nog in München bij zijn moeder woonde. De zus van haar oma.
Oh, schiet het door haar hoofd. Ook zijn moeder was ooit verkracht door haar opa. Dus ook zijn vader, net als hij de vader van haar moeder was.
Als ze de auto de oprit oprijdt, draait de vent zich om en kijkt haar aan. Ze weet dat hij haar nog wel zal kennen. 
Ze stapt uit en wil naar binnen lopen.  Opeens voelt ze een hand over haar mond gelegd worden. En een arm om haar heen geslagen.
‘Waar is mijn vriend?’ fluistert de vent in haar oor. Ze schiet in paniek. Immers, Noah heeft allang een andere vriend. De broer van Wendy.
Dan wordt er geschreeuwd. ‘Laat mijn dochter los.’
De vent, die haar vasthoudt, duwt haar tegen de auto en rent keihard weg.
Matthias die net de straat doorloopt, vangt Hannah op.
Ze kijkt hem aan met tranen stromend over haar wangen.
Matthias slaat een arm om haar schouders terwijl haar knieën dreigden weg te zakken.
‘Hannah, kijk me aan,’ zei hij rustig. ‘Ben je gewond, schatje?’
Ze schudt haar hoofd, maar de tranen blijven komen. Haar ademhaling gaat schokkerig en snel.
‘Ik... ik dacht...’ Haar stem breekt. ‘Hij greep me zomaar vast.’
Achter hen komt Henri aanrennen. Zijn gezicht is bleek van schrik en woede tegelijk.
‘Wat gebeurde daar nou, wat deed die vent?’ vraagt hij.
Matthias knikte. ‘Hij rende richting het bospad.’
Henri kijkt de straat af, alsof hij de man alsnog wilde achtervolgen.  

                                                                                                                  Wijnreis bedenken in het Boshuis

 De sfeer is als altijd opperbest. Karin geniet met volle teugen. Zo meteen is ze weer alleen, maar dat kan ze goed aan. Ze is nooit bang, ook al woont ze alleen aan de rand van het bos. Ze weet zeker dat Paco helemaal los zal gaan als iemand ongewenst probeert binnen te komen. Hij bewaakt haar leven, liggend onder aan de trap naar de slaapkamers. 
Het is fijn om haar wijnmaatjes hier te hebben, het is heerlijk als haar kinderen bij haar komen, maar ze is al zo lang alleen geweest, dat ze gewend is geraakt aan het geluid van de stilte in het bos. Sterker nog, ze is er enorm op gesteld. Ja, er is genoeg ellende in haar wijngaard gebeurd.
Maar dat is nu verleden tijd. Gelukkig is Bert er nu wel heel vaak. Haar fijne latrelatie.
Ze hebben deze avond stevige plannen gemaakt. Morgen zal zij hun volgende wijnreis, dit keer naar Californië verder uitwerken en rondsturen.
Ze hebben allemaal ontzettend veel zin in het Amerikaanse avontuur. Vliegen naar Los Angeles en dan met een auto naar de bijzondere wijngaarden van Californië. Het wordt de zoveelste gezamenlijke wijnreis die ze op touw gaan zetten. Maar Europa uit op wijnreis hebben ze slechts een keer eerder gedaan. Naar Zuid-Afrika.
Nadat de laatste glazen leeg zijn en het gelach langzaam wegebt, blijft de warmte van de avond nog even in de kamer hangen. Karin staat op, verzamelt de wijnglazen in één hand en glimlacht om het gemak waarmee ze dat nog altijd kan. De houten vloer kraakt zacht, alsof het Boshuis tevreden zucht na een avond vol stemmen.
Liefdevol omarmen ze elkaar en zwaait Karin tot de auto’s van de afrit af de bosweg op draaien, waarbij ze dan direct uit zicht te zijn. Terwijl ze binnen de boel aan kant maakt, het kristal afwast en de wasmachine inruimt, scharrelt Paco, haar geliefde zwarte herder, buiten in de grote tuin. Hij laat zichzelf altijd uit voor de nacht valt. Nooit zal hij weglopen, hij blijft altijd in haar buurt. Even later laat ze hem naar binnen. Hij gaat op zijn grote kussen voor de open haard liggen.
Heft zijn kop even, kijkt haar aan met halfgesloten ogen en legt dan zijn mooie kop terug op zijn poten. Alles is veilig. Alles is zoals het moet zijn.
Karin loopt naar het keukenraam en kijkt de inktzwarte nacht buiten in. In de verte, achter de bomen, ziet ze plotseling een rode gloed in de lucht. Ergens uit het dorp, denkt ze. Even later hoort ze de sirene van een brandweer. Ze trekt de gordijnen dicht en draait zich om. Paco kijkt op. Zijn oren staan gespannen, zijn borst beweegt snel. Karin blijft staan.
In haar borst rolt een oude herinnering omhoog, eentje waarvan ze dacht dat ze die allang had opgeborgen, diep onder de wortels van het bos. De brand van Haus Gröfeld in Leufeld.
Ze komt nog altijd met regelmaat in dat prachtige plaatsje aan de Leusee. Met Bert, met de kinderen. Met Greet en Bas. De volgende dag zal ze horen dat er aan de andere kant van het dorp in een van de huizen daar onverwacht een ontploffing heeft plaats gevonden.

(Morgen komt het vervolg!)

                                                                                                                                                                                                                                                                                           10-06-2026
Ze mijmert nog wat over de wijnreis, gezeten op de bank bij de open haard met de kaart van Californië wijd uitgespreid op haar schoot.    
Het vuur in de haard knettert zacht, alsof het haar gedachten wil nabootsen. Warmte trekt langzaam vanuit haar voeten omhoog.
Californië. Zonnige heuvels, eindeloze rijen wijnstokken, geur van druiven. Ze strijkt met haar vinger langs de kronkelende weg die ze al op de kaart heeft gekleurd.
Leufeld. Ze heeft het plaatsje nooit meer helemaal los kunnen laten sinds die dramatische avond. De ontluistering van het geheim, de brand op de zolder van Haus Gröfeld.
Paco slobbert in de keuken in zijn waterbak. Het geeft een zacht gerammel van het ijzeren bakje op de tegels. Alles is normaal.  Even later loopt ze naar boven naar haar slaapkamer.
De volgende ochtend is ze vroeg uit bed. De vogels zingen in de bomen, Caesar, de haan heeft net zijn eerste kraaitjes gegeven als ze met Paco de tuin in loopt. Vlot voeren ze hun ochtendritueel uit. Eerst de kippetjes voeren, Black Pearl hooi geven en dan het bos in. Ze speurt ondertussen de bosrand af of ze schade aan het hek ziet; of anderzijds iets eigenaardigs. Maar alles ziet er goed uit. Geen kapotte afrastering, geen spoor van vernieling. Dit is een dagelijkse controle routine geworden na de vernieling van haar wijngaard en het kippenhok.
Rond tien uur belt ze Greet, haar allerbeste vriendin. Ze babbelen even kort.
Dan moet Greet ophangen.  ‘Okay, ik kom straks uit mijn werk wel even langs, dan praten we verder. Ik heb zo een cliënt.’
‘Top, ik ben dan ergens in de wijngaard of in de tuin. Ciao’
Na het telefoontje bergt ze haar mobiel op in de zak van haar spijkerbroek en loopt naar de wijngaard.
Ze pakt de emmer met snoeischaar en binddraad en loopt richting de eerste rij van de druivenstokken. De zon staat inmiddels hoger en werpt lange schaduwen over de wijngaard. Het is stil, op het gezoem van insecten na. Terwijl ze een afgebroken rank verwijdert, dwalen haar gedachten toch weer af naar die nacht van de vernieling. Het blijft knagen. Alsof de rust hier sindsdien brozer is geworden.
Een zachte ritseling bij de bosrand doet haar even verstijven. Ze kijkt op, tuurt tussen de struiken door, maar ziet niets. Waarschijnlijk een konijn, houdt ze zichzelf voor. Toch voelt haar nek even warm worden.
Het werk in de grote tuin gaat altijd maar door. Nu geeft ze de aalbessen die in het voorjaar in de grond zijn gezet water. Ze is dolblij dat haar zonen zich om beurten melden om het grasmaaien voor hun rekening nemen, maar verder vindt ze het gerommel in de tuin hartstikke leuk.  Ze kijkt naar de wolken die alweer een donkere laag vormen, net als de dag ervoor. De zomer wordt langzaam ingehaald door de herfst. ’s Avonds buiten eten, zit er steeds minder vaak in, terwijl ze dat juist zo jofel vindt. Het regent veelvuldig,  toch is de grond van de bessentuin, verstopt onder de bomen, niet echt nat.
Hoe anders is het in de wijngaard, waar pal op de zon, met ongeveer twee meter afstand tussen de rijen, pinot blanc en auxerrois wijnstokken staan. Allemaal voor de hobby. Puur voor eigen plezier. De twee rassen hebben dezelfde onderstok: de Kober 125AA. Karin weet niet zeker of dat de goede zijn, maar Bert heeft het bedacht en hij heeft haar overtuigd dat het zeker zou moeten lukken. Ze hebben de bodem weer volgestopt met kalk, zodat de zuurgraad komend voorjaar optimaal zal zijn.
Voorlopig heeft ze niets te klagen. Het is ook heerlijk dat haar lieve Bert steeds helpt in de wijngaard. Zo ontzettend fijn na die vreselijke gebeurtenis in de wijngaard, met de dood van die hasj maker, ze denkt er met een flits aan terug:

"Ze zien Paco aan de overkant op het terras woest grommend, met haren overeind stil staan. Als ze de wijngaard zien, blijven ze abrupt stilstaan. Het is een chaos van verwoesting: wijnstokken liggen dwars door elkaar, aarde is omgespit, rook kringelt op, er springen vlammen doorheen.
Op de lage muur langs het terras boven de wijngaard staat een man. Lang donker haar valt over zijn gezicht, zwarte vegen tekenen zijn wangen. Zijn ogen glanzen wild, de snoeischaar in zijn handen glimt in het zwakke licht. Naast hem staat de grote schep uit de schuur. Paco gromt en zet zich schrap, zijn rug stijf, spieren gespannen als een veer.
‘Oh,’ gilt Karin, het is Tygo de Jong weer!’
Tygo probeert weg te rennen, maar struikelt over de schep. Zijn lichaam raakt de muur, hij rolt er schreeuwend van af en stort tussen de brandende wijnstokken neer. Het geluid van metaal tegen brons weerklinkt kort, hij is op het bronzen torenbeeld gevallen dat ooit door Carl als ornament in de wijngaard was geplaatst. De snoeischaar steekt in zijn zij."  ( "Drama in de woonboerderij")

Aan het eind van de middag klinkt een vrolijke toet op de oprit en parkeert Greet haar cabrio voor de garage, naast de paardenstal waar vroeger Niño huisde. Niño, de vurige zwarte ruin die zo ongelukkig ten val is gekomen. Nu is het al een paar jaar de stal van de lieve Black Pearl. En soms van zijn vriendin Girly. Het paard van Hans en Peter Molinga. Haar gasten uit Welsum, die met regelmaat komen logeren.
‘Kom, we gaan even bij ons kindje kijken,’ lacht Greet.
Karin kijkt haar lachend aan. Het “kindje” is de opnieuw aangelegde wijngaard, met hulp van Bert.
Karin steekt haar arm door die van Greet en met Paco achter zich aan lopen ze achter het huis, de schuine helling af, waar precies onder de keuken ter hoogte van haar werkkamer het perceel wijnstokken staat.  
‘Wat staan ze er goed bij hè,' zegt Greet, met een trotse blik in haar ogen.  
Karin kijkt haar lief aan en rent aan de andere kant van het kleine perceel snel naar boven. Paco blijft bij Greet rondlopen.
‘Wacht even,’ roept ze terwijl ze in de bijkeuken verdwijnt. Greet loopt tussen de stokken door en bestudeert de takken. De bloei is nog aanwezig. Het geurt. De stokken staan hier nu nieuw, dus de hoop is gevestigd op eindelijk een druivenopbrengst. Ze kan nu al genieten van de gloeiende verbazing, de afgunst wellicht als men hoort van hun excentrieke experiment!
Karin komt terug uit de bijkeuken met glazen wijn en een klein bordje met kaasballetjes. Samen gaan ze op het muurtje naast de wijngaard zitten.
‘Hoe gaat het met het uitwerken van onze reis naar Napa Valley en Sonoma County?’ vraagt Greet vol interesse.
‘Nou, ik ben al aardig aan het opschieten, ik stuur je morgen even mijn ideeën over de trip die we gaan maken.’
‘Perfect meid, dan kunnen we dat volgende week misschien met meiden doornemen. En kijken wanneer precies we gaan. Bert zal wel hier komen dan toch?’
Karin knikt bevestigend. ‘Oh, ja, maar hij zal het wel jammer vinden dat ik zover wegga.’
‘Ja, dat snap ik. Hij heeft natuurlijk liever zelf met jou deze reis gemaakt.’ 
Als Greet weggaat, pakt Karin haar fiets. Ze trapt snel even naar Ouwe Wip, van de boerderij aan de andere kant van het dorp, voor verse melk en kaas. Later op de avond verwacht ze gasten en de koelkast in de kelderwoning moet nog worden gevuld. Melk, roomboter, kaas, broodjes en wijn van Nederlandse bodem is de standaard waar de Bos&Bed woning onder het huis om bekend staat. Dit keer heeft ze gekozen voor de Pinot Blanc uit Zeeland. 
(Morgen komt het vervolg!)  Nora Bauers terug naar haar ouders.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                      11-06-2026

                                                                                                                          Nora Bauers terug naar haar ouders.

De begraafplaats ligt er stil bij. Alleen het zachte knarsen van grind onder hun schoenen verraadt dat er mensen zijn. Henri staat naast het graf van Nora’s ouders, zijn handen diep in de zakken van zijn jas. Naast hem staat Hannah, zijn dochter. Ze kijkt naar de plek waar zo meteen de as van haar moeder zal worden bijgezet.
Een maand geleden waren ze hier ook al. Bij de crematie. Alleen zij drieën: Henri, Hannah en Noah, Nora’s neef uit München. Tenminste, zo kent iedereen hem. Dat hij in werkelijkheid `Nora’s halfbroer is, weet niemand. Niemand behalve Hannah. Haar moeder heeft het haar vlak na de dood van tante Jana verteld, omdat ze deze waarheid toch graag wilde delen, met haar eigen dochter.
Verder is er niemand. Niemand uit Möbach, niemand uit Broland, niemand uit Leufeld. Mensen die Nora jarenlang hebben gehaat. Houden zich afwezig.
De grafdelver knikt kort naar Henri. Het moment is daar. De asbus wordt langzaam neergelaten, naast het graf van haar ouders. Nora keert terug naar waar ze ooit vandaan kwam.
Hannah voelt hoe haar keel samentrekt. Dit is dus het einde, denkt ze. Of misschien juist een nieuw begin voor haar vader en voor haarzelf.
Als de asbus op zijn plek staat, staan ze doodstil. Zelfs de wind lijkt even de adem te hebben ingehouden.
Henri verbreekt de stilte. ‘Het is goed zo,’ zegt hij zacht, meer tegen zichzelf dan tegen Hannah. Zijn stem trilt. Hannah knikt, maar zegt niets. Haar blik blijft op het graf gericht, alsof ze verwacht dat er nog iets zal gebeuren.  
Aan de rand van de begraafplaats staat een man. Hij is haar eerst niet opgevallen. Lange jas, donkere sjaal, te netjes voor iemand die zomaar langsloopt. Zijn ogen zijn op haar gericht. Niet op haar vader. Niet op het graf. Op háár. Een koude rilling glijdt langs haar rug.
‘Papa,’ fluistert ze, ‘kennen wij die man?’
Henri draait zich om. Zijn gezicht verstrakt. ‘Nee,’ zegt hij snel. ‘Kom. We gaan.’
Terwijl ze weglopen, voelt Hannah de blik van de onbekende nog steeds in haar rug prikken. Haar geheim, het geheim over Noah en zijn moeder Jana, brandt ineens zwaarder dan ooit. Later die avond trilt haar telefoon. Een onbekend nummer. Een appje:
“Ik weet wie je moeder was. En wat gezegd werd over haar zwangerschap van dochter Klara.”
Hannah laat het toestel bijna uit haar handen glijden. In het appje wordt verder gezegd dat ze verwacht wordt in het café even verderop in hun straat.
De doden rusten misschien, denkt ze, maar het verleden nooit.  Hannahs hart bonst in haar keel. Ze twijfelt. Haar vader wil ze niets over het appje zeggen, het voelt verkeerd.
En gaan voelt gevaarlijk. Toch trekt ze haar jas aan en zegt haar vader dat ze even een afspraakje heeft bij het café op de hoek. Hier is het rustig. De man, het is de man die ze op de begraafplaats heeft gezien,  zit aan een tafeltje bij het raam.
Hij kijkt haar liefdevol aan en zegt: ‘Mooi, dat je gekomen bent, Hannah.’
 Ze verstijft. ‘U kent mijn naam.’
Hij knikt langzaam. ‘Ik kende je moeder al voordat je zus geboren werd.’  Hij schuift een vergeelde foto over tafel. Drie mensen staan erop: een jonge Nora, haar vader en de man zelf.  Veel jonger, maar onmiskenbaar dezelfde.
‘Wie bent u?’ vraagt Hannah schor.
‘Mijn naam is Matthias Gruber,’ zegt hij. ’Van mij werd gezegd dat ik de vader zou zijn van je zus Klara.’  De woorden slaan in als een mokerslag.
‘Maar dat was toch mijn…’ Hannah kan haar zin niet afmaken.
‘Ja,’ knikt Matthias bevestigend. ‘De man wiens daad jouw oma haar hele leven heeft verzwegen.’
Hannahs hoofd tolt. ‘Wat wilt u dan, waarom bent u hier?’
Matthias’ kaken spannen zich. Hij aarzelt. ‘Eh …omdat Nora dood is. Je moeder en ik hebben ons hele leven contact gehouden. Je vader weet dat niet. Maar Nora en ik zijn altijd van elkaar blijven houden.’ De lucht in het café lijkt zwaar te worden.
‘Ik weet dat je moeder heel veel ernstige zaken heeft aangericht. Ze heeft mij altijd van alles op de hoogte gehouden. Ook dat ze haar ouders haar hele leven heeft gehaat na het misbruik door haar vader.’
Hannah voelt hoe de waarheid, als ijswater, door haar heen spoelt.
‘Er waren natuurlijk velen die niet wilde dat Nora ooit had bestaan,’ zegt Matthias. ‘Maar ik heb mijn hele leven van haar gehouden. Ja, we hadden dus contact zonder dat jouw vader dat wist. Daarom heb ik jou een berichtje gestuurd. Niet je vader.’
‘Dus u weet van de brand van de koeienstal op de Weisstannebühl en die vreselijke brand in Haus Gröfeld.’
‘Ja, ik heb altijd alles geweten. Dat je moeder Henri in München ontmoet heeft, de branden die ze heeft aangestoken, het gepest en getreiter van je zus of moet ik zeggen, de dochter van je opa, waardoor een meisje in de Leusee is verdronken.’
Hannah slaat haar handen voor haar gezicht. De waarheid dendert meedogenloos door haar heen. Haar ademhaling schokt.
Opeens voelt ze een hand op haar schouder.  ‘Schatje... wat is er? Wat doe je hier?’
Anton staat naast haar. Zijn blik glijdt van Hannah naar Matthias. Wantrouwen flikkert in zijn ogen.
Hannah laat haar handen zakken. Haar gezicht is bleek. ‘Anton… dit is Matthias Gruber.’
‘Aangenaam,’ zegt Anton. ‘Ik ben de partner van Hannah.’
Hannah sluit even haar ogen.  ‘Anton,’ fluistert ze. ‘Hij vertelt net dat hij als de vader van Klara beschuldigd werd.’ Het is alsof de tijd even stilvalt.
Anton lacht kort, schamper. ‘Wat een gemene tijd is dat dan geweest.’
‘Nou,’ zegt Hannah hees. ‘Mam… heeft alles gedaan om dit verborgen te houden.’ Ze vertelt Anton snel wat Matthias haar net verteld heeft.
Anton, die toevallig bij zijn vriendin op bezoek ging, om haar te troosten na de begrafenis van de as van haar moeder, hoorde van Henri dat ze even naar dit cafeetje was gegaan.
‘Hoe wist u dan, mijnheer Gruber, dat Nora Bauer overleden was en vandaag haar as bij haar ouders zou worden geplaatst?’
Anton kijkt Matthias strak aan. De rits van zijn coltrui schuift hoorbaar een stukje omlaag, alsof hij lucht nodig heeft.
Matthias vouwt zijn handen om het kopje voor hem, alsof hij zich eraan moet vasthouden. Zijn knokkels zijn wit.
‘Ik heb het overlijdensbericht gelezen,’ zegt hij. ‘Ik had een afspraak met je moeder, ze kwam niet opdagen, heel vreemd. Maar toen las ik over haar dood in de krant.’ Tranen springen in zijn ogen.
Hannah slikt. De woorden blijven even in de ruimte hangen, zwaar, onuitgesproken. Buiten rijdt een bus voorbij. Het leven raast door.
‘Waarom bent u hier?’ vraagt ze zacht. ‘Waarom wilde u mij spreken?”
Matthias kijkt haar eindelijk echt aan. In zijn ogen ligt iets dat ze niet meteen thuis kan brengen. Spijt, angst, een geheim?
‘Omdat ik even in contact met het dichtstbijzijnde familielid van mijn vriendin wilde komen.
 Ik heb mezelf veel beschuldigd. Dat ik tijdens haar zwangerschap ben weggegaan. Dat ik me heb laten wegsturen.’
Hannah voelt een koude rilling langs haar rug trekken. ‘Weggestuurd… door wie?’
Zijn blik glijdt langs haar heen, naar het raam.  ‘Door Nora, je moeder. ’
Het woord valt zacht, maar het trilt.
‘Ze zei dat dat beter zou zijn voor mij. En toen ontmoette ze iemand anders. Iemand die zekerheid bood. Eh… Henri.’ Hij kijkt weer terug. ‘Die nooit geweten heeft dat jouw opa, de vader van het kind in Nora’s buik was.'
Anton balt zijn hand tot een vuist onder de tafel. ‘Klara.’
Matthias schudt langzaam zijn hoofd. ‘Ik wist zeker dat ze niet van mij was. Ze heeft het ook altijd ontkend. Immers Nora en ik hebben in die tijd nog geen seksueel contact gehad. Maar haar ouders beweerden dat het wel van mij zou zijn.’
Hannahs stem breekt. ‘Maar later wel dus.’
Matthias knikt. Een stilte valt.
Dan zegt Anton: ‘En nu staat u hier. Na haar dood. Waarom?’
Matthias ademt diep in.
‘Omdat leugens geen graf krijgen. Daarom wilde ik dit aan mijn … eh de dochter van mijn vriendin vertellen.’
Hannah voelt haar knieën week worden. Trekt haar wenkbrauwen verrast omhoog.
‘Klara is ook allang geleden overleden, bij de brand omgekomen,’ fluistert ze.
Matthias knikt. ‘Ook dat weet ik. Immers je moeder vertelde mij altijd alles.’
Anton kijkt van Matthias naar Hannah. Zijn blik verzacht een fractie. Er dringt een vergelijk tot hem door.
‘Goed, dan nemen we nu afscheid van u. Gecondoleerd met het verlies van uw vriendin.’
Hij staat op. ‘Kom schatje, ik breng je naar huis.’
Matthias staart Hannah aan. Tranen in zijn ogen.
Buiten is het donker. De straatlantaarns werpen doffe kringen op het natte asfalt. Hannah loopt zwijgend naast Anton, haar handen diep in haar jaszakken. Elk woord dat Matthias zojuist heeft uitgesproken echoot door haar hoofd.
‘Je hoeft er nu niks over te zeggen,’ zegt Anton zacht. ‘Maar als je wilt praten…’
Bij de voordeur blijft Hannah staan. Ze draait zich om.
‘Waarom zou hij nu toch gekomen zijn?’
Anton aarzelt even.
‘Misschien omdat deze dood wél dingen losmaakt die een leven lang zijn weggestopt.’
Ze zeggen elkaar knuffelend gedag.
Binnen laat Hannah haar jas van zich afglijden en zakt op de rand van de trap. Haar ademhaling trilt. Voor haar ogen schuift het beeld van haar moeder naar voren, haar lach, haar stiltes, haar starre blik wanneer Hannah naar het dagboekje van Klara had gevraagd.
‘Hij zei dat zij hem altijd alles vertelde,’ fluistert Hannah. ‘Maar ik wist bijna niks.’

(Morgen komt het vervolg!)  Wijnreis Californië voorbereiden

                                                                                                                                                                                                                                                                                                         12-06-2026
                                                                                                                                  Wijnreis Californië voorbereiden
Karin zit beneden in haar werkkamer aan de reis naar Amerika te werken. Ze zullen naar Los Angeles vliegen en daar een auto huren. Dat zal Janneke wel op zich nemen. Morgenavond komen haar vriendinnen om met elkaar de reis door te nemen, dus ze moet het nu vast goed voorbereiden.
Vanuit Los Angeles zullen ze in de richting van San Francisco rijden. En als ze daar kunnen overnachten zullen ze verder rijden naar Napa Valley. Hier kent Karin een grote wijngaard waar ze heel lang geleden eens met Carl geweest is. 
Diep in het hart van Napa Valley is deze wijngaard ooit aangericht door sir H.W. Crabb in de jaren 1860.  Het was zo rijk aan leven en overvloed dat Crabb de wijn die uit de wijngaard kwam nobel de Griekse naam "To Kalon" gaf, wat "hoogste schoonheid" betekent. Het werd de thuisbasis van Robert Mondavi in het hart van Napa Valley. In 2004 werd dit overgenomen door Constellation Brands.
Als ze die kant op rijden, trekken ze dwars door het wijngebied, waar de wijngaarden zich uitstrekken over de vlakte en tegen de glooiende heuvels opklimmen. Daarna gaan ze richting Santa Rosa. Karin denkt dat het heerlijk zou zijn om daar een paar dagen een knus B&B-huisje te huren. Van daaruit kunnen ze op hun gemak door Sonoma County rondtoeren, een streek met meer dan vijfhonderd wijnhuizen. De perfecte plek om even op adem te komen, te genieten van het landschap en het zachte klimaat.
Terwijl ze het hardop zegt, schiet haar ineens iets te binnen. Op de heuvels tussen Sonoma en Napa Valley zijn enorme bosbranden geweest. Ze voelt weer die beklemming van toen ze het nieuws zag. Net als de branden in Australië. Branden, pf!
Naast het grote verlies van mensenlevens, natuur en wijngaarden was er daar ook een sterke impact van de hevige rookontwikkeling over het land.  Hier ontstond het risico op asbakwijnen door de rookontwikkeling en de aantasting van de wijnvoorraad door de rookontwikkeling.
Ze werkt door en zoekt een aantal wijnhuizen die ze zeker moeten bezoeken.  Oei, ze komt zoveel tegen waar ze heen moet. Als ze dat allemaal uitgewerkt heeft, zijn ze minstens twee weken, misschien nog langer, op reis. Maar zolang wil Bert niet alleen blijven, denkt ze.
Ze komt veel wijnen tegen en de verschillende druiven die belangrijk zijn in Amerika. Zoals de “durif druif”.
Deze druif heeft een bijzondere geschiedenis. Aan het einde van de 19e eeuw, rond 1880, kruiste de Franse botanicus François Durif de syrah- en peloursin-druiven, mogelijk zelfs per ongeluk, maar zo ontstond de druif durif. Ondanks zijn Franse oorsprong is de druif daar nooit echt populair geworden. Tegenwoordig komt hij er vrijwel niet meer voor. In Californië daarentegen geniet de druif grote populariteit en heeft hij een trouwe schare fans. Dus daar gaan ze hem ook opzoeken.
O ja, en ze moet te zijner tijd ook nog een rondleiding boeken bij Bernardus Winery in de Carmel Valley. Ze is heel druk met deze reisvoorbereiding. Voor haar vriendinnen is het een groot voordeel dat Karin hier al eens eerder geweest is en bovendien jarenlang, toen Carl nog leefde, wijncursussen gaf. Cursussen die alle wijnlanden van de wereld omvatten. Dus ook Californië.
Ze vergelijkt routes, leest recensies, zoomt in op wijngaarden op Google Map alsof ze er zo al tussendoor kan wandelen. Af en toe maakt ze een aantekening in haar notitieboekje, met haar nette, ronde handschrift.
Bernardus staat al omcirkeld. ‘Die móét,’ mompelt ze zacht. Carmel Valley roept herinneringen op die ze niet helemaal durft toe te laten. Zonlicht door de heuvels, stoffige wegen, een terras in de schaduw. En Carl, altijd met dat rustige enthousiasme als hij over wijn sprak, alsof elke fles een verhaal was dat verteld moest worden.
Ze schuift de herinnering voorzichtig opzij en klikt weer verder. Paso Robles, Napa, Sonoma de namen rollen bijna vanzelf door haar gedachten. Deze reis wordt ook weer superleuk.  
Ze maakt vast een samenvatting van alles wat ze kunnen doen, zodat ze die morgen goed met haar vriendinnen kan bespreken.

                                                                                                                      Maria de vrouw van Tygo de Jong

Paco kijkt plotseling op. Zijn oren spitsen zich. Buiten, op de oprit, klinkt duidelijk een geluid. Zonder een seconde te aarzelen schiet hij overeind en rent de trap op. Karin verstijft.
‘Wat hoor je?’ roept ze en gaat hem achterna naar boven.
Nog voordat hij blaffend kan antwoorden, klinkt er opnieuw iets: het kraken van grind onder voetstappen. Niet snel, eerder bedachtzaam. Iemand die niet wil opvallen, maar zich ook niet echt probeert zich te verbergen.
Paco’s geblaf echoot boven door het huis. Niet uitbundig, maar laag en onheilspellend.
Hij gromt. Dus het is niet iemand die hij herkent.
‘Wie zou dat kunnen zijn?’ vraagt ze zacht.
Het geblaf van Paco wordt feller, agressiever. Zijn nagels tikken nerveus over de stenen tegels in de hal.  Karin loopt naar de voordeur. Ze houdt haar adem in terwijl het geluid buiten opnieuw klinkt, stappen, dichterbij nu. Iemand stopt voor de deur.
Deze opent Karin dan rustig. Hierachter in de hoek staat een golfstok die ze daar tegenwoordig voor de veiligheid heeft staan.
Ze staart recht in het gezicht van de vrouw van Tygo de Jong. Maria. Paco gaat tussen hen in staan en gromt hard. Karin zelf is geschrokken en verbaasd.
‘Dag Maria de Jong, wat kom jij hier doen?’ De vrouw kijkt haar woedend aan.
‘Jij, vals wijf, je hebt mijn man verraden. Hem de dood in gestort. Daarom kom ik nu je schuld verrekenen.’
‘Ben je gek geworden? Weet je niet wat je man hier allemaal heeft uitgespookt?’ In een flits gaat het drama van de avond door haar hoofd. De avond dat Karin met Bert, de kinderen, Greet en haar vaste gasten Hans en Peter Molinga uit eten was geweest en toen ze terugkwamen:

“Na een heerlijke maaltijd en een avond vol gelach en verhalen wandelen ze met z’n achten terug naar het Boshuis. Ruud van Westen krijgt uitvoerig dank voor het heerlijke diner en de warme sfeer van zijn restaurant. Het is een rustige, bijna vredige avond; de lucht ruikt naar herfst en nat gras, de donkerheid valt zacht over het weiland. Paco loopt lekker mee.
Op de oprijlaan klikt Greet haar autosleutel en de verlichting van haar voertuig flikkert even op. Hans en Peter krijgen een afscheidskus.  Ze stapt op Lucas af, maar dan… dan vliegt Paco plotseling woedend blaffend naar het terras achter het huis.
Keihard geschreeuw snijdt door de stilte, ijzingwekkend en wanhopig. Het komt van achter het huis, waar het wijnperceel zich uitstrekt tot aan Karins werkkamer. Het geluid bevriest iedereen. Voor een moment staan ze als versteend, slechts het zachte kraken van voetstappen op takken onderbreekt de spanning. Ze rennen naar achteren waar het geluid vandaan komt. Ze zien Paco aan de overkant op het terras woest grommend, met haren overeind stil staan. Als ze de wijngaard zien, blijven ze abrupt stilstaan. Het is een chaos van verwoesting: wijnstokken liggen dwars door elkaar, aarde is omgespit, rook kringelt op, er springen vlammen doorheen.
Op de lage muur langs het terras boven de wijngaard staat een man. Lang donker haar valt over zijn gezicht, zwarte vegen tekenen zijn wangen. Zijn ogen glanzen wild, de snoeischaar in zijn handen glimt in het zwakke licht. Naast hem staat de grote schep uit de schuur. Paco gromt en zet zich schrap, zijn rug stijf, spieren gespannen als elastiek.
‘Oh,’ gilt Karin, het is Tygo weer!’
Tygo probeert weg te rennen, maar struikelt over de schep. Zijn lichaam raakt de muur, hij rolt er schreeuwend van af en stort tussen de door hemzelf in brand gestoken  wijnstokken neer. Het geluid van metaal tegen brons weerklinkt kort, hij is op het bronzen torenbeeld gevallen dat ooit door Carl als ornament in de wijngaard was geplaatst. De snoeischaar steekt in zijn zij. 
Bram en Lucas, die het eerst bij hem zijn, voelen hun maag omslaan. Beide schreeuwen het uit. Dit doorbreekt de plotselinge stilte, naast het geknetter van de brand en gegrom van Paco.
Tygo beweegt niet. Zijn blik is leeg, het leven is verdwenen. De chaos van de wijngaard weerspiegelt de verbijstering en de angst die over de groep heen spoelt.
Iedereen staat verstijfd, de realiteit dringt langzaam door: dit ongeluk is gruwelijk.  Het is een drama dat hun avond van vrede totaal heeft verscheurd.
Bert belt direct het noodnummer. Even later razen een ambulance, een brandweerwagen en een politieauto met loeiende sirenes door het bos, op weg naar Karins Boshuis. De jongens staan versteend bij het lichaam dat half op de grond ligt. Bert voegt zich bij hen, terwijl Sara haar moeder en Greet stevig vasthoudt.
Hans en Peter praten met de agenten en vertellen wie daar ligt. De politie kijkt hen ongelovig aan: “hier ligt de man waar heel Nederland naar op zoek is”.
Hans geeft het telefoonnummer van Tygo’s vrouw aan een van de agenten, die het haastig noteert.
Het lichaam van Tygo wordt zorgvuldig op een brancard gelegd en afgevoerd naar een mortuarium. Ondertussen weet de brandweer de vlammen in de compleet verwoeste wijngaard onder controle te krijgen. Gelukkig zijn ze op tijd: het vuur is niet naar het Boshuis of het kippenhok overgeslagen.
Bert loopt naar de vrouwen toe.
‘Greet, durf jij nu wel alleen naar huis, of wil je dat ik je even wegbreng?’ vraagt hij zacht.
Karin kijkt hem met warme dankbaarheid aan.
‘Dat is ontzettend lief van je,’ antwoordt Greet, ‘maar het lukt me wel. Dank je, lieverd.’
Samen met Karin en Sara loopt Greet naar haar auto. Bert keert terug naar Hans en Peter.
Wanneer de hulpdiensten vertrokken zijn en de stilte langzaam terugkeert, gaan ze met z’n allen naar binnen, de woonkeuken van Karin in.
‘Hoe heeft dit vreselijke drama toch kunnen ontstaan? Wat een afschuwelijk einde voor die man.’ ***

Maria rommelt onrustig in de tas die ze vast heeft en haalt er plots een klein pistool uit. Karin schrikt zich kapot en slaat een hand voor haar mond. Maar Paco reageert meteen. Met een krachtige sprong werpt hij zich tegen Maria aan. Het wapen vliegt uit haar hand en schuift meters verder over de stoep.
Op hetzelfde moment rijdt er een auto de oprijlaan achterom. Het zijn gasten van het Boshuis: Hans en Peter Molinga. Ze komen in de B&B overnachten omdat vrienden van hen, die verderop in de buurt wonen, hen hebben uitgenodigd om morgen, zaterdag, samen te gaan golfen.
De auto komt piepend tot stilstand als Hans ziet wat er gaande is.
‘Wat is hier in godsnaam aan de hand?’ roept Peter terwijl hij het portier openslaat.
Paco houdt Maria grommend tegen de grond gedrukt. Ze spartelt nog even tegen, maar haar kracht is weg. Karin raapt inmiddels met trillende handen het pistool van de grond en houdt het zo ver mogelijk van zich vandaan.
‘Ze wilde schieten,’ zegt Karin met een brekende stem. ‘Op mij.’
Hans en Peter kijken elkaar geschrokken aan. Peter pakt direct zijn telefoon.
‘Ik bel de politie,’ zegt hij kort.
Maria begint ineens te lachen. Geen vrolijke lach, maar een rauwe, bijna wanhopige schater.
‘Jullie begrijpen er niets van,’ hijgt ze. ‘Dit was nog maar het begin.’
Die woorden bezorgen iedereen een koude rilling. Paco kijkt haar strak aan.
‘Wat bedoel je daarmee?’  Maar Maria zwijgt weer.
In de verte klinkt al het eerste geluid van een sirene. Even later rijdt een politiewagen het erf op. Karin levert direct het pistool in. Hans vertelt wat ze hebben gezien: dat Karin Barneveld door haar grote hond van de dood is gered.
Paco springt van Maria af. De agenten trekken haar overeind en besluiten haar direct aan te houden. Ze nemen haar mee naar het politiebureau om een proces-verbaal op te maken en een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Wat de straf zal zijn, daar kunnen ze zich nu nog niet over uitlaten. ‘Heeft u hulp nodig, mevrouw Barneveld?’ vraagt een van de agenten.
Peter antwoordt voordat Karin iets kan zeggen. ‘Wij blijven wel bij haar.’
De politiewagen verdwijnt met gierende banden van het erf.
Even blijft het stil, alsof niemand goed durft te ademen. Alleen zacht gejank van Paco doorbreekt de stilte.
Karin zakt langzaam door haar knieën en trekt hem tegen zich aan.
‘Het is voorbij,’ zegt Peter, al klinkt hij zelf allesbehalve zeker.
Hans wrijft met trillende handen over zijn gezicht.
‘Ze zei dat dit nog maar het begin was… Dat krijg ik niet meer uit mijn hoofd.’
‘Kom Hans, we gaan even relaxen in de sauna.  Kun je het aan Karin: alleen blijven?’
Ze knikt de mannen glimlachend toe. ‘Ik ga Bert nu bellen, om  te vertellen wat er gebeurd is.  En de kinderen. Voordat ze het op een andere manier horen.'
Bram en Lucas zijn met vrienden een paar dagen naar Madrid gegaan. Ze schrikken zich kapot als hun moeder het verhaal vertelt. Ze overtuigt ze dat ze niet terug hoeven komen, dat Hans en Peter Molinga er nu zijn en dat Bert morgen komt. Sara heeft nachtdienst deze week, dus zij zal nu nog slapen. Karin wil haar dochter niet wakker bellen en stuurt haar een appje met daarin de vraag of ze haar wil bellen als ze wakker is en tijd heeft.
Als ze aan tafel haar avondeten, een salade met tonijn, zit te eten, gaat haar telefoon. Een geschrokken Sara belt. Die heeft van Lucas al een berichtje gekregen over wat er vanmiddag bij hun moeder is gebeurd. Sara’s stem trilt aan de andere kant van de lijn.
‘Mam… wat is er gebeurd? Lucas stuurde iets over politie en een aanval. Ik schrok me dood.’
Karin schuift haar bord iets van zich af en slikt. Het is ineens moeilijker om het verhaal hardop te herhalen dan ze had gedacht.
‘Het viel mee, lieverd,’ zegt ze, al weet ze zelf hoe slecht dat klinkt. ‘Echt waar. Ik ben alleen flink geschrokken. Maria de Jong, de vrouw van die Tygo stond plotseling voor de voordeur. Paco heeft haar besprongen, ze had een pistool in haar hand. Hans en Peter kwamen toevallig op hetzelfde moment de oprit op. De politie is geweest. Het is nu rustig hoor, morgen komt Bert.’
‘Maar ben je gewond?’ vraagt Sara direct.  Karin schudt haar hoofd, ook al kan haar dochter dat niet zien.
‘Nee, schat en Paco ook niet.’ Aan de andere kant blijft het even stil. Karin hoort ademhaling, snel en onregelmatig.
Karin voelt hoe haar keel opnieuw dichtknijpt.
‘Ik wil niet dat jij je zorgen maakt midden in je nachtdiensten. Dat is alles.’
‘Dat is te laat,’ antwoordt Sara. ‘Ik maak me al zorgen. Is Bert al onderweg?’
‘Hij komt morgen. Hij moest vanavond eerst nog iets regelen.’
Sara zucht hoorbaar.
‘Mam, ik wil eigenlijk meteen komen.’
‘Dat hoeft echt niet,’ zegt Karin snel. ‘Het is veilig. Hans en Peter zijn in de B&B. Ik ben dus niet alleen.’  Dat stelt haar dochter zichtbaar een beetje gerust.
‘Beloof je me dat je meteen belt als er ook maar iets gebeurt?’
‘Dat beloof ik.’
Ze praten nog even over onbelangrijke dingen. Maar wanneer ze ophangen, voelt Karin juist hoe leeg de kamer plotseling wordt. Ze loopt naar het raam en kijkt het donkere erf op. Alles ligt er vredig bij. Black Pearl rustig in zijn mooie stal. Paco continu naast haar. Haar telefoon trilt opnieuw in haar hand. Een bericht van Bert:
“Ga lekker rustig slapen schatje, ik kom morgen zo snel mogelijk. Hou van je XXX”
Karin sluit even haar ogen. Voor het eerst sinds die middag voelt ze iets wat op opluchting lijkt. Ze pakt weer haar telefoon en belt Greet even om de geschiedenis van die middag te vertellen. Ook Greet is dodelijk geschrokken en vraagt of ze moet komen.
Karin zegt dat dat echt niet hoeft, dat de Molinga ‘s in de B&B logeren, dus dat ze niet alleen is.
***(Drama in de woonboerderij, = boek dat nog uitgegeven moet worden :) )    (Morgen komt het vervolg!)

                                                                                                            In het studenten huis van Madeleine

Karins achternichtje is de dochter van haar neef Gert. De zoon van tante Corrie, de zus van haar moeder. Beide oude vrouwen zijn inmiddels overleden.
Madeleine studeert samen met haar vriendin Rosa in Amsterdam, waar ze ook wonen. Hun studentenhuis staat naast het huis dat ooit toebehoorde aan de hennepkweker Tygo de Jong. Hij had het pand verhuurd aan een buitenlander. Die daar voor hem, om daar te mogen wonen, een hennepplantage op de begane grond moest bewerken. Enkele maanden geleden is dat huis afgebrand. Bij die brand raakte Rosa vreselijk gewond. Omdat de vlammen overgeslagen waren naar het studentenhuis. Madeleine was die dag bij haar ouders in Friesland. Inmiddels gaat het gelukkig met Rosa weer goed, en ook hun studentenhuis is volledig hersteld.
Die middag komt Madeleine aangefietst. Ze heeft drie colleges gevolgd op de universiteit en is moe, maar voldaan. Wanneer ze van haar fiets afstapt en richting de schuur achter hun huis loopt, ziet ze plots een man staan voor het afgebrande pand. Een buitenlandse man. Hij steekt zijn hand op.
Even aarzelt ze, maar dan zwaait ze terug. Ze kent hem niet.
De man komt voorzichtig op haar af en spreekt haar in het Engels aan.
‘Good afternoon, young lady. Do you know where the owner of this burned house lives?’
Madeleine kijkt hem verbaasd aan. De man slikt even en vervolgt met zichtbare moeite:
‘My brother lived here… He died in the fire.’
Een koude rilling loopt over haar rug. Ze voelt hoe verdriet in haar borst knijpt.
‘Het spijt me ontzettend,’ zegt ze, zoekend naar woorden. ‘Die brand heeft ook een vriendin van mij zwaar getroffen.’
Dan vertelt ze hem dat de eigenaar van het huis inmiddels ook is overleden, maar ze weet dat zijn vrouw nog wel in hun oude woning woont. Ze legt hem uit waar hij haar kan vinden.
De man knikt dankbaar, maar zijn ogen staren koud naar het afgebrande huis.
Wanneer de man zich omdraait om weg te lopen, blijft Madeleine hem nog even nakijken. Iets aan zijn houding,  spanning in zijn schouders, de manier waarop hij steeds om zich heen kijkt, laat haar niet los. Ze voelt een onbestemd gevoel in haar buik.
‘Wacht,’ roept ze impulsief. 
Hij stopt, kijkt haar aan.  Draait zich om en loopt weg, zonder nog iets toe te zeggen.
Die avond vertelt Madeleine over de ontmoeting met die man aan Rosa. Buiten waait de wind langs het opgeknapte studentenhuis. Rosa kijkt haar verrast aan.
‘Huh, waarom zou die broer willen weten waar die vrouw van die Tygo de Jong woont?’
Madeleine kijkt haar peinzend aan. ‘Geen idee. Misschien denkt hij dat er nog spullen van zijn broer in dat huis bij die vrouw zullen liggen.’
Toevallig komt de vader van Rosa, Joop van Vliet, die avond langs, nadat hij in Amsterdam naar een groot evenement is geweest. Even langs zijn dochter om haar gedag te zeggen, voordat hij terugrijdt naar huis in zijn woonplaats Nietsum.
Vol verbazing hoort hij het verhaal wat Madeleine die middag heeft meegemaakt.
‘Wat verdrietig voor die man, dat zijn broer overleden is, maar ja, het is alweer een tijd geleden. Waarom zou hij dan nu naar Nederland gekomen zijn?’
‘Wanneer was die ontmoeting precies?’ vraagt hij.
‘Vanmiddag dus,’ antwoordt Madeleine. ‘
Er valt een korte stilte. Zelfs de waterkoker lijkt zijn borrelende geluid in te houden.
Joop richt zich langzaam op. ‘Dat is niet zomaar iemand die toevallig iets vraagt,’ zegt hij bedachtzaam. ‘Want wat heeft hij nu precies gevraagd?’ zegt Joop scherp.
‘Nou, of ik dus wist waar de vrouw van Tygo de Jong woont.’
Rosa slikt hoorbaar. ‘Dat klinkt niet als iemand die alleen maar wat persoonlijke spullen terug wil.’
Buiten zwelt de wind opnieuw aan, alsof hij hun woorden wil wegblazen. Rosa’s vader staat op en loopt naar het raam, tuurt even de donkere straat in. Hij pakt zijn jas op.
‘Schatje, ik ga weg. Hou mij op de hoogte als jullie nog meer van dit soort dingen horen.’
Rosa schiet in de lach, een tikje zenuwachtig.
‘Kom op pap, dat klinkt alsof we in een misdaadserie zitten.’
Maar Madeleine lacht niet mee. Die blik van die man, die had ze niet kunnen plaatsen. En dat was misschien wel het engste van alles.
                                                                                                                                                         ****
Verderop in Amsterdam loopt de man voorzichtig langs de gracht op weg naar de straat waar de vrouw van de overleden verhuurder van zijn broer zou wonen.
Even later staat hij daar voor de deur van het huis op de begane grond en belt aan. Maria die binnen zit, hoort de bel en loopt de gang in. Ze kijkt door het kijkgat en ziet een onbekende man staan. Voorzichtig opent ze de deur, maar laat nog wel de ketting erop zitten.
Goedenavond, wat kan ik voor u doen?
De man kijkt haar rustig aan. Dan zegt hij in het Engels wie hij is en dat hij wat drugs komt ophalen, die Tygo hier aan hem zou leveren. Maria aarzelt, denkt na over de voorraad in huis.
Besluit hem dan toch maar binnen te laten.
Eenmaal binnen gaat het mis. De man grijpt haar beet en steekt een naald in de ader in haar elleboog. Overdosis heroïne.
Maria’s knieën knikken meteen weg. Ze grijpt naar de deurpost, maar haar vingers glijden erlangs. De kamer kantelt; geluiden worden dof en hol, alsof iemand piepschuim tegen haar oren drukt. De man laat haar voorzichtig zakken, bijna teder, en werpt een snelle blik door de woonkamer. Zijn gezicht blijft onbewogen. Routine.
‘Sorry,’ mompelt hij, meer tegen zichzelf dan tegen haar. ‘Dit was voor mij de makkelijkste manier. Om voor mijn broer terug te slaan.’
Maria probeert iets te zeggen, een protest, een vraag, maar haar tong is te zwaar. Haar zicht vervaagt. Toch ziet ze nog net hoe hij haar lades opent, haar tassen, de berging. Hij weet precies waar hij moet zoeken. Het duurt maar een paar minuten.
Dan zegt hij in het Engels: “Jouw man vermoordde mijn broer. In dat walgelijke huis van hem, waar mijn broer volledig is opgegaan in het vuur.”
Hij zucht, tilt haar op en zoekt de slaapkamer. Daar legt hij haar op bed neer. Ze is al weggezakt in bewusteloosheid.
In de woonkamer vindt hij een pen en papier. Hij buigt zich erover en schrijft voorzichtig haar zogenaamde zelfmoordbriefje. In het Engels.
Plotseling hoort hij een stem. ‘Maria? Alles goed?’
Een buurvrouw. Hij verstijft. Hij schuift de drugs die hij heeft gevonden in zijn jas en kijkt nog één keer om. De dood heeft haar bereikt.
De buurvrouw klopt opnieuw, harder nu.
‘Maria?  Wat is er gebeurd? Ik hoorde iets vallen!’
Hij opent de achterdeur, werpt een blik op de donkere binnentuin en verdwijnt in de nacht, precies op het moment dat de voordeurbel opnieuw door het huis schalt.
De buurvrouw drukt haar oor tegen de deur.
‘Maria?’ Haar stem trilt licht. Ze aarzelt, maar pakt toch haar telefoon.
Twee minuten later klinken voetstappen in het trappenhuis. De huismeester verschijnt, met een sleutelbos die rinkelend tussen zijn duim en wijsvinger hangt.
‘Wat is er aan de hand?’
‘Ik hoorde iets vallen. Ik hoorde Maria een gil geven. En… ik weet het niet, het voelt gewoon niet goed.’
De huismeester draait de sleutel om. De deur klemt even, dan zwaait ze open.
De woonkamer is stil. Te stil.  ‘Maria!’ roept hij.
Geen antwoord. Hij loopt naar binnen. De buurvrouw blijft in de deuropening staan en voelt een knoop in haar maag. De huismeester verdwijnt in de gang, en het duurt slechts een paar tellen voordat hij haar roept. ‘Bel 112. Meteen.’
Ze rent naar hem toe en ziet Maria op bed liggen, haar lichaam slap, haar huid grauw. Op het nachtkastje ligt een briefje. De huismeester kijkt ernaar, fronst, schudt zijn hoofd.
 De buurvrouw pakt het briefje op. De woorden… Het papier trilt in haar hand.
‘Maria zou dit nooit…’  Haar zin sterft weg. Buiten klinkt een sirene, de politie nadert in de verte.
De buurvrouw ademt diep in.
‘Er is iemand hier geweest,’ zegt ze zacht. ‘En hij of zij wil dat wij geloven dat ze dit zelf heeft gedaan.’
Rechercheur Samir Drost arriveert als eerste. Hij is een collega van zijn Teisze rechercheur de Ruiter, waar Karin morgen nog moet gaan praten over het incident bij haar huis.
Het politielint wordt gespannen terwijl hij onder de afzetting door stapt. De trap ruikt naar stof, oude verf en iets onbestemds dat hem meteen alert maakt: drugs.
Boven staat de buurvrouw, bleek, armen om zichzelf heen geslagen. De huismeester naast haar, starend alsof hij het nog steeds niet helemaal begrijpt.
‘Waar is ze?’ vraagt Samir.
De huismeester wijst naar de slaapkamer. Ik heb niets aangeraakt. Behalve… het briefje. Sorry.’
Samir knikt en trekt latex handschoenen aan. ‘Laat maar zien.’
Hij stopt in de deuropening. Het tafereel treft hem op een manier die hij goed weet te verbergen: een jonge vrouw, in de dertig? Op bed, volledig futloos. De lakens zijn dubbelgevouwen alsof iemand moeite heeft gedaan haar netjes neer te leggen.
Op het nachtkastje: een briefje. Beetje krom handschrift. Keurig geformuleerd. Maar wel verdacht en vreemd dat Maria dit in het Engels geschreven zou hebben.
Samir buigt zich over Maria’s arm. ‘Prikspoor,’ mompelt hij. ‘Recent.’
Hij werpt een blik op de rug van haar hand: geen tekenen van gebruik. Geen sporen van iemand die zelf injecties zet. Geen littekens, geen oude puncties. Helemaal niets.
‘Ze gebruikte niet,’ concludeert hij. De forensisch arts, net binnen, kijkt mee en knikt langzaam. ‘Dit voelt… opgezet.’
‘En dat briefje?’ vraagt Samir.
De arts kijkt ernaar alsof hij een slang taxeert.
‘Misschien. Maar wie schrijft een afscheidsbrief in een buitenlandse taal?’
Samir loopt terug de woonkamer in.
Hij scant de ruimte langzaam, van links naar rechts. Kastdeuren op een kier. Een lade die niet helemaal dicht zit. Een jas die aan een haak hangt, maar net scheef alsof iemand hem vluchtig heeft aangeraakt. En dan: de achterdeur die gewoon openstaat.
‘Is die deur altijd open?’ vraagt hij aan de buurvrouw.
‘Nee,’ zegt ze zonder aarzeling. ‘Maria was bang, nadat haar man overleden is,  om die te gebruiken. Ze zei altijd dat ze de binnentuin te donker vond.’
Samir knielt neer. Daar, naast de mat, een afdruk. Geen duidelijke schoenafdruk, maar genoeg modder om te zien dat iemand naar buiten is gegaan. Recent. De modder is nog nat.
Hij staat op, kijkt vertwijfeld om zich heen.
Wat, in hemelsnaam zal hier toch gebeurd zijn.
(Morgen komt het vervolg!)    Maria terug naar Tygo

                                                                                                                                                                                                                                                                                                      14-06-2026

                                                                                                                          Maria terug naar Tygo

De volgende dag horen ze dat Maria de vorige avond is overleden. Thuis, waar ze na haar verhoor over haar optreden bij het Boshuis, over het afgebrande huis en het drama in de Friese woonboerderij, naartoe was gestuurd in afwachting van de rechtszaak, is ze gevonden, met naast haar arm een injectienaald. Er blijkt een enorme hoeveelheid heroïne ingespoten te zijn. Het nieuws slaat in als een bom. De rechercheur die haar gisterenavond bezocht heeft, nadat de huismeester de politie gewaarschuwd had, heeft Maria binnen, levenloos op haar bed, gevonden.
Op het nachtkastje lag een papiertje. In wankele letters stond hier in het Engels geschreven: Back to Tygo. My beloved husband. Yes, he and I have both made big mistakes, but I can't live without him.”
'Dood?’ herhaalt Karin zacht, terwijl ze Peter aankijkt. ‘Huh, omdat… ze voor de rechter moest komen?’
De mannen zitten boven bij Karin aan de koffie, na een uitgebreid ontbijt. Over een uur gaan ze naar hun vrienden om te golfen. Peter is door de politie met de “Doodmededeling” gebeld.
Peter knikt langzaam. ‘Zelfmoord. Zo noemden ze het tenminste.’
Hans zegt niets. Hij staart in zijn koffiekopje alsof hij daar het antwoord in hoopt te vinden.
‘Zo noemden ze het tenminste,’ herhaalt hij langzaam. ‘Dat klinkt niet alsof jij het gelooft, schat.’
Peter haalt zijn schouders op. ‘Ik weet het niet. Het is vreemd.’
Karin voelt een koude rilling langs haar rug trekken. ‘En die brief dan? Dat klinkt toch als afscheid? Maar waarom in het Engels? Ze is toch een Nederlandse?’
Het is even stil. Buiten kraait de haan in het kippenhok. Het gewone leven gaat door, onwetend van de dood die hier tussen hen in hangt.
Niemand zegt iets. Alleen het zachte gezoem van de oven waarin Karin een cake aan het bakken is, vult de woonkeuken. De dreiging die nog in de lucht hing na Maria’s arrestatie lijkt nu verdwenen.
‘En haar woorden dan?’ fluistert Karin. ‘Dat dit nog maar het begin was… Wat bedoelde ze daarmee?’
Peter staat op en loopt onrustig heen en weer. ‘Misschien probeerde ze ons gewoon bang te maken. Ik denk dat ze om Tygo’s dood, jou wilde vermoorden en dan zelf ook maar dood wilde gaan. Daarom was dit nog maar “het begin”, zoals ze dat zei.’
Als de mannen even later wegrijden, komt Bert net aangereden. Karin valt huilend in zijn armen. Paco drukt zich ook tegen hen aan.
‘Schat, wat is dit nu weer een vreselijke geschiedenis.’ Hij trekt Karin nog dichter tegen hem aan.
Ze lopen tegen elkaar aan, met Paco naast zich naar binnen en drinken samen koffie. Even later wordt Karin door het politiebureau gebeld of ze even langs wil komen. Ze stemt in.
Als ze naar de auto lopen, brengt ze voor ze weggaan eerst even Black Pearl naar de wei.
Daarna rijden ze naar het bureau.  Karin en Bert nemen tegenover de rechercheur plaats.
Het is nu de dag na Maria’s dood.
‘Mevrouw Barneveld,’ zegt rechercheur De Ruiter rustig, ‘kunt u nog eens precies vertellen wat er gebeurde bij uw voordeur?’
Karin haalt diep adem en doet haar verhaal. Over het pistool. Over het gelach. Over die ene zin die steeds door haar hoofd blijft spoken.  “Dit was nog maar het begin.”
De Ruiter schrijft zwijgend mee en kijkt af en toe op.
‘Heeft Maria ooit eerder iets gezegd wat daarop leek te wijzen? Dat ze niet alleen handelt bijvoorbeeld?’
Bert valt in. ‘Nee, we hebben deze vrouw nooit gezien. Of, nou ja, jij hebt haar een keer ontmoet,’ zegt hij kijkend naar Karin, ‘toen ze met haar man de B&B hadden gehuurd.’
‘Ze deed heel geheimzinnig. Alsof er meer zou gaan gebeuren. Maar wij denken dat ze bedoelde dat nadat ze mij vermoord zou hebben, haar eigen leven ook op zou houden.’
Bert slaat zijn arm om haar heen. ‘Als u meer wilt weten, kunt u onze advocaten wel bellen.’
De Ruiter knikt langzaam. Hij bestudeert Karin een fractie langer dan nodig is.
‘U zegt: wij denken. Wie is wij?’
Karin wil antwoorden, maar Bert is haar voor. ‘Wij en de twee gasten, de advocaten uit Nietsum, die in de B&B logeren.  Zijn stem breekt bijna bij die laatste woorden.
Karin slikt. Haar handen trillen opnieuw. ‘Sinds gisteren hoor ik haar het nog steeds zeggen.’  Bert trekt haar steviger tegen zich aan. ‘Dit is paniek, inspecteur. Mijn vrouw heeft een trauma. U moet daar niet meer achter zoeken dan er is.’
Samen rijden ze terug naar huis. Daar wacht Paco vol liefde op hen. Black Pearl hinnikt als hij ze uit ziet stappen.
(Morgen komt het vervolg!)   

                                                                                                                                  Matthias Gruber in Leufeld

De man die bij het graf van Nora Bauer had gestaan, logeert al een paar dagen in Hotel Golf am See.
‘Ha mijnheer Gruber, goedemorgen.’ Wendy hoort Minke dit zeggen en kijkt op. Ze wil net naar de kelder gaan om daar de droogtrommel te legen en de handdoeken op te vouwen.
“Matthias Gruber” denkt ze. Ze kijkt de man aan en herkent hem dan. Als jonge vent had hij bij haar broers in de winkel een fiets gehuurd. Dat was in de tijd dat Nora Bauer zwanger was geworden. Ze herinnerde hem als een leuke vriendelijke jongeman. Hij kwam uit een klein dorpje ietsjes verder op in de bergen, vlak bij de grote stad gelegen.
Vol nieuwsgierigheid loopt ze naar hem toe. Hij ziet er goed en vriendelijk uit.
‘Mijnheer Gruber, Matthias, ha, dat is lang geleden dat ik je gezien heb.’ 
Matthias kijkt haar verbaasd met een vleugje herkenning aan. ‘Eh…waar ken ik jou ook alweer van?’ Matthias fronst, dan klaart zijn gezicht op. ‘Wacht… jij bent Wendy toch? Van de fietsenwinkel! Met die twee broers die altijd ruzie maakten over kettingen en banden?’
Wendy lacht zacht. ‘Precies die ja. En jij was die beleefde jongen die altijd te laat was met inleveren, maar het zo aardig wist te brengen dat niemand boos op je kon blijven.’
Hij grinnikt. ‘Schuldig.’
Er valt een korte stilte. Wendy merkt dat hij haar onderzoekend aankijkt. Alsof hij wil inschatten wat zij wél weet en wat niet. Ze voelt hoe haar nieuwsgierigheid sterker wordt.
‘Logeer je hier een paar dagen,’ zegt ze achteloos. ‘Of werk in de buurt?’
Matthias knikt langzaam. ‘Zoiets. Ik had een zaak uit het verleden af te handelen.’
Zijn woorden blijven even tussen hen hangen. Wendy denkt meteen aan het kerkhof, aan het graf van Nora Bauer. Aan de bloemen die er in een stenen vaas neergezet waren, terwijl niemand wist wie dat had gedaan. Op een kaartje erbij stond een groot hart getekend met de initialen MG.
Zij was met Markus, Karel en Joke bij het graf gaan kijken, toen Henri en Hannah daar weg waren.
Wendy wil net een vervolgvraag stellen als Minke haar keel schraapt achter de balie. ‘Wendy, de droogtrommel zit nog steeds op je te wachten, hoor.’
‘Ja, ja,’ zucht Wendy, maar ze blijft nog even staan. ‘Leuk je weer eens gezien te hebben, Matthias. Fietsen kun je nog altijd huren bij mijn broers in de winkel.’
‘Dat is wederzijds,’ zegt hij zacht. ‘Misschien praten we nog wel eens verder.’
Ze knikt, maar terwijl ze richting de kelder loopt, voelt ze zijn blik in haar rug. Hij loopt door naar het restaurant waar het ontbijt klaar staat. Voor het eerst sinds lange tijd bekruipt haar het gevoel dat het verleden zich niet langer laat begraven. Ze herinnert zich de woede van Frau Holzer, de moeder van Nora Bauer. Die Matthias beschuldigde dat hij haar dochter zwanger had gemaakt. Terwijl iedereen nu weet dat Jakob Holzer, de vader van Nora daar de dader van is geweest.
Beneden in de kelder trekt ze rustig de droogtrommels open en vouwt de handdoeken op.
Minke en zij lopen even later langs de kamers van de blijvers, die ze iedere dag opknappen.
‘Ken jij deze Gruber?’ vraagt Minke aan Wendy.
‘Ja, lang geleden inmiddels alweer, in de tijd dat Nora Bauer zwanger was van haar dochter of zuster,’ grijnst ze zacht. ‘Deze man, toen nog een jongeman, werd beschuldigd van seksueel misbruik door haar moeder.’ Minke kijkt haar verbaasd aan.
‘Hij was hier in de buurt op vakantie en scharrelde een beetje met Nora. Maar geen seks hoor. Bij mijn broers in de winkel huurde hij toen een fiets, om lekker door de bergen te crossen.’
Minke fronst haar wenkbrauwen terwijl ze een sleutel omdraait in het slot van een kamer. ‘Beschuldigd dus… maar nooit veroordeeld?’ Ze legt schone handdoeken in de badkamer.
Wendy haalt haar schouders op en klopt een kussen uit. ‘Hij verdween en kwam niet meer terug. Nora’s moeder stond bekend als labiel. Veel drank. Veel ruzie. Dat soort dingen.’
Ze legt het kussen keurig recht. ‘Maar ja… zulke verhalen blijven hangen, hè.’
Ze lopen zwijgend verder.  In een open raam klappert een gordijn in de tocht.
‘En Nora?’ vraagt Minke voorzichtig. ‘Wat vond zij ervan?’
Wendy aarzelt even. ‘Die zei nooit veel. Ze was jong, verliefd misschien. Of gewoon naïef. Kort daarna is ze vertrokken naar München. Daar heeft ze toen Henri ontmoet. En is Klara geboren.’
Minke blijft even staan in de deuropening. ‘Wel bijzonder dat Matthias nu weer hier is.’
Wendy knikt, haar blik strak op het nachtkastje gericht terwijl ze het afstoft.
‘Sommige mensen komen altijd terug. Of ze nu welkom zijn of niet.’
Verderop in de gang slaat een deur dicht. Hard. Te hard voor de stilte die er net nog was. De vrouwen kijken elkaar aan.
‘Er is iemand laat wakker,’ fluistert Wendy.
Minke knikt langzaam. ‘Iemand die nu nog moet ontbijten dus. Hoop dat René dat wel weet.’
Wendy aarzelt even.
‘Oh, trouwens… ik heb ze later, na de geboorte van Klara, nog eens samen gezien. Een keer in het bos, onderaan de Brolandpiste. Ik fietste toevallig langs, om een fiets van mijn broers uit te testen. Zij liepen daar samen.’
Ze slikt. ‘Nee… ze liepen niet trouwens. Ze stonden stil. Te vrijen.’
Minke kijkt Wendy aan. ‘Wie bedoel je nu? Henri en Nora of deze Matthias en Nora?’
‘Ja, Matthias.’
Minkes gezicht verstijft. De handdoeken uit de badkamer vallen van verbazing uit haar hand.
‘Matthias…,’ herhaalt ze zacht. ‘Dus hij kwam hier weer terug?’
Wendy knikt. ‘Precies. En Nora ging dus ondanks dat ze met Henri getrouwd was, nog steeds met hem om. Dat is wat me sindsdien nooit losgelaten heeft.’
In de gang klinkt opnieuw een geluid: voetstappen deze keer. Langzaam, behoedzaam. Alsof iemand luistert of hij gehoord wordt.
‘Markus weet hier niets van, hè?’ fluistert Minke.
Wendy schudt haar hoofd. ‘Als hij het weet, heeft hij mij dat in ieder geval nooit verteld.’
De voetstappen stoppen bij de lift. Gasten die gaan ontbijten waarschijnlijk.  
Plotseling klinkt een stem op de gang: ‘Wendy?’ klinkt het zacht, bijna voorzichtig. ‘Ben jij dat? ‘ Wendy’s schouders verstijven. Ze zegt niets. Alsof spreken hem dichterbij zou trekken. ‘Ik weet dat je me gehoord hebt,’ vervolgt hij. ‘Ik wil alleen maar praten.’ Minke stapt nu de kamer uit, de gang in. Haar stem is ijzig kalm wanneer ze antwoordt:
‘Beste mijnheer Gruber, wij zijn nu aan het werk.’  Even blijft het stil. Te stil. Dan draait Matthias Gruber zich om en loopt terug naar zijn kamer in het hotel.
Minke en Wendy pakken beide hun werk weer op. Minke kan maar niet geloven dat er hier rond de Leusee zoveel gebeurt en is gebeurd. Als ze  later, na het ontbijt van de gasten, met haar man in hun privéwoning even samen aan de koffie zitten, vertelt ze het verhaal wat ze van Wendy heeft gehoord.
‘Tjonge, jonge wat zijn we toch in een bizarre streek terecht gekomen,’ grijnst René. ‘Bizar, maar ook fantastisch heerlijk om hier te wonen.’
Minke knikt. Ze zucht en kijkt haar man liefdevol aan. Staat op en gaat op zijn schoot zitten. Legt haar hoofd op zijn schouder.
‘Ah, meisje toch, laat het los. Wij hebben toch nooit met iets te maken gehad.’ Plotseling springt Bob uit zijn mand en wordt er op de deur geklopt.
‘Binnen,’ roept Minke en stapt van haar mans schoot af.
‘Hee, Berend. Wat gezellig. Kom binnen. Kopje koffie?’
‘Ja, lekker, daar heb ik wel zin in.’ Minke schenkt hem koffie in en pakt uit de kast een grote trommel waar plakjes cake in liggen.
Berend schuift aan de keukentafel en wrijft zijn handen tegen elkaar alsof hij de kou van buiten nog van zich af wil slaan. Buiten staat de lucht laag en grijs boven het meer.
‘Zo,’ zegt hij terwijl hij een hap van de cake neemt,  Berend grijnst. ‘Ach, bijzonder… ik stond toevallig hier  buiten. En daar zag ik die oude vriend van Nora Bauer,  Matthias Gruber.’
Rene's blik wordt serieuzer. ‘Hè, kende jij die ook dan vroeger toen Nora Bauer nog met hem omging?’
Berend leunt iets naar voren. ‘Zeker, het was een aardige jongeman. Ik heb ze weleens in de Weinstube ontmoet. Ze scharrelden romantisch met elkaar.’
Minke voelt een rilling langs haar rug trekken. Onwillekeurig kijkt ze naar het raam, waar het water van de Leusee donker glinstert. ‘Alsof hier nog niet genoeg geheimen rondwaren,’ mompelt ze.
René legt zijn hand geruststellend op de hare. ‘De laatste keer dat we hier op vakantie waren, we zagen dat dit hotel te koop stond, toen hadden we niet al die geheimen en drama’s verwacht. Maar meer dat we in een prachtig winter- en zomersport dorpje gingen wonen.’
Berend lacht kort. ‘Maar jullie hebben wel een grote vriendenkring opgebouwd.’. Beide kijken hem blij glimlachend aan.
‘In het café gisteravond, waar Anna en ik even wat dronken, werd veel gepraat. Over de val van Nora Bauer. Daar zag ik Matthias ook zitten, bij de broers van Wendy.’
‘Oh, zou hij hier toevallig zijn?’ vraagt Minke zacht.
Berend aarzelt even. Dan haalt hij zijn schouders op. ‘Ach… nee, misschien. Maar ik denk dat hij hier voor de begrafenis van Nora is gekomen. Hij zal haar overlijdensbericht misschien in de krant gelezen hebben.’  Het is even stil aan tafel.  Dan staat Minke op en dwingt een glimlach op haar gezicht. ‘Nog koffie, iemand?’
‘Nee schat, ik ga verder met het opruimen van het ontbijt.’
‘Oh, nee ik ook niet. Lief, dank je, maar ik heb een afspraak met Markus in de skischool.’
Ze staan alle drie op. Bob ook. De mannen lopen de woning uit, Minke trekt haar jas aan en doet Bob zijn halsband met riem om. Even later lopen ze naar buiten.
Toevallig komt buurvrouw Heidi ook net de tuin uit met haar jonge Sint Bernhard pup. Zowel haar pup als die van Jane en Bernhard Zauner zijn inmiddels al een beetje getraind.
‘Hee buurtje, gezellig, zullen we samen even naar het bos gaan? Ik heb daar met Jane afgesproken. Of wilde jij nu juist naar het water?’
Heidi knikt vrolijk. ‘Ja, gezellig, laten we naar het bos gaan. Jouw Bob en onze Joris zijn goede vrienden met de hond van Jane, de kleine Siera.’
Even verderop in het bos staat Jane al te wachten met haar lieve Sint Bernhard pup. Ze begroet haar vriendinnen én de honden vol enthousiasme. Bob snuffelt liefdevol aan zijn nog kleine soortgenootje, dat ooit net zo kolossaal zal worden als hijzelf.
‘Jane, heb jij ook weer geoefend met je kleine vriendinnetje?’ vraagt Heidi.
Jane knikt enthousiast. ‘Ja! We doen iedere ochtend een oefening waar Siera steeds beter in wordt.’
‘Ja, dat is leuk hè,’ zegt Heidi. ‘Joris doet het ook steeds beter. Wij zijn zo blij met hem.’
Minke lacht terwijl ze toekijkt hoe Bob voorzichtig met Siera speelt.
‘Het is heerlijk dat we nu alle drie zulke lieve honden hebben, die kleintjes zullen later zulke reuzen worden, net als Bob.’
Jane glimlacht trots. ‘Consequent oefenen, liefde geven en vooral veel geduld.’
De honden rennen inmiddels al speels tussen de bomen heen en weer. Joris probeert Bob bij te houden, Bob houdt bewust zijn tempo laag. Af en toe kijkt hij even achterom alsof hij wil controleren of iedereen nog meedoet.
‘Hij is zo lief met de kleintjes,’ merkt Heidi ontroerd op.
‘Ja,’ zegt Minke zacht. ‘Hij weet zoveel, behalve dat hij groot en sterk is, is hij ook heel slim.’
Ze wandelen verder het bos in, het zonlicht valt gefilterd door de bladeren. De geur van dennen en vochtige aarde hangt in de lucht. Even is het stil, op het vrolijke geblaf na.
‘Zullen we zo bij de open plek een stukje trainen?’ stelt Jane voor. ‘Dan kunnen we alles wat ze al kunnen even herhalen.’
‘Goed idee,’ zegt Heidi enthousiast. ‘Joris vindt dat geweldig.’
Minke knikt. ‘En Bob zal met liefde helpen. Hij neemt zijn voorbeeldrol heel serieus.’
De drie vrouwen genieten van de wandeling, terwijl de honden vooruitsnellen, klaar voor een nieuwe oefensessie, maar vooral voor nog meer plezier samen.
‘Hé, kijk, wie fietst daar nou? Dat lijkt Matthias Gruber wel,’ zegt Minke, terwijl ze naar een fietser op het bospad verderop wijst.  Jane kijkt haar verbluft aan. ‘Matthias Gruber? Ken jij die dan? Oef… wat doet hij hier in Leufeld?’
Ook bij Heidi valt een kwartje.
‘O, die man die door haar ouders werd beschuldigd van het zwanger maken van Nora Bauer.’
Minke zucht. ‘Tja, dat is natuurlijk van ver vóór de tijd dat wij hier kwamen wonen, maar inderdaad: dat is Matthias Gruber. Hij logeert bij ons in het hotel.’
Matthias ziet de vrouwen wandelen met de drie prachtige honden. Hij stopt, stapt van zijn fiets en zwaait naar Minke. Bob loopt naar hem toe met zijn kleine vriendjes. Matthias is naast zijn fiets gaan staan en omhelst Bob, die hij herkent uit het hotel van Minke.
Matthias knikt liefdevol naar de honden en gaat door zijn knieën om de ze beter te bekijken. Wanneer de vrouwen erbij komen, kijkt hij hen rustig aan. ‘Wat een mooie honden hebben jullie. Ik zie dat ze al aardig opgevoed zijn.’
Zij kijken hem vriendelijk aan.
‘Ze luisteren echt uitstekend. Jullie doen het goed.’
Minke glimlacht beleefd. ‘Dank je. Bob is de oudste, die twee kleintjes zijn nog volop in training.’
‘Oh, wat toevallig. Ik ben hondentrainer.’
Jane wisselt een korte blik met Heidi. Er hangt iets ongemakkelijks in de lucht, iets wat niets met de honden te maken heeft.
‘Dus… jij bent hondentrainer.’ herhaalt Jane voorzichtig.
‘Ja,’ antwoordt Matthias terwijl hij rechtop komt. ‘Ik heb deze week vrij, lekker fietsen hier,  om weer wat rust te vinden.’ 
Heidi fronst. ‘Na alles wat er ooit gebeurd is?’
Matthias’ glimlach vervaagt een fractie. Hij aarzelt even, maar zucht dan zacht. ‘Ja, dat weten jullie wel,  na alles wat jaren geleden over mij is verteld, ja.’
Er valt een korte stilte. Alleen het hijgen van de honden en het ruisen van de bomen vullen de ruimte.
‘Nora…’ begint Minke aarzelend, maar ze breekt haar zin af. Ze weet niet goed hoe ze verder moet.
Matthias kijkt haar recht aan. ‘Ik weet wat jullie denken. Wat iedereen denkt. Maar ik ben niet de man die haar dat heeft aangedaan. ‘Althans …’ hij aarzelt even, ‘niet wat die Klara betreft.’
Jane voelt een rilling over haar rug lopen. Zijn stem klinkt rustig, maar hij zegt nu toch iets wat haar aan het denken zet.
Minke schraapt haar keel. ‘Je weet dat praatjes hier snel rondgaan.’
‘Dat weet ik,’ zegt hij. ‘Maar ik ben niet van plan om daarvoor hier weer te verdwijnen.’
Bob gaat plots tussen hen in staan en begint enthousiast te kwispelen, alsof hij de spanning wil breken. Matthias lacht zwak en aait hem over zijn kop.
‘Zie je? Hij vertrouwt me al.’
Jane kan een glimlach niet onderdrukken. ‘Honden hebben daar zo hun eigen kompas voor.’
Matthias kijkt haar even onderzoekend aan. ‘Misschien wel. Daarom werk ik ook liever met hen dan met mensen.’
Heidi zucht. ‘Dat kunnen we je niet kwalijk nemen.’
Er valt opnieuw een stilte, maar deze keer voelt die minder zwaar.
‘Misschien kan ik jullie eens mee laten doen bij een training in mijn hondenschool,’ zegt Matthias uiteindelijk. ‘De kleintjes willen binnenkort natuurlijk met speuren beginnen.’
Minke en Heidi kijken elkaar aan.  Matthias ogen lichten voor het eerst echt op.
‘Dat… dat zou ik graag doen.’ Hij rommelt in zijn jaszak en overhandigt hun allebei een visitekaartje van zijn werkplaats.
Dan pakt hij zijn fiets weer vast. ‘Ik zie jullie vast snel terug. Ik ben in jouw hotel,’ zegt hij met een knik hij naar Minke, ‘dus we kunnen later wel overleggen.’
Terwijl hij wegfietst, blijven de drie vrouwen achter op het bospad. Jane kijkt hem na.
‘Ik weet niet wat ik van hem moet denken,’ zegt ze zacht.
Heidi knikt. ‘Ik ook niet. Maar één ding weet ik wel… dit verhaal is nog lang niet voorbij. Laten we maar eens een afspraak maken in Ranitz.’
Ze leest de naam van het dorpje op van het visitekaartje.
‘Goed plan, hoor, dan gaan wij, Bob en ik, ook mee.’
Ze lopen door naar de plek waar ze de honden vast wat training geven.

(Morgen komt het vervolg!)   Hannah naar München

                                                                                                                             Hannah naar München

Hannah trekt haar sjaal iets hoger tegen de frisse voorjaarswind terwijl ze langs de etalages in de winkelstraat van München loopt. De lucht ruikt naar versgebakken pretzels en de eerste terrasseizoendrukte gonst door de stad. Wanneer ze de grote winkel eindelijk vindt, loopt ze naar binnen, overweldigd door het licht en het zachte gezoem van mensen die langs rekken schuifelen.
Ze houdt verschillende bikini’s omhoog, inschattend hoe ze zouden staan.
Niets voelt helemaal goed. Misschien ligt het aan haar stemming, denkt ze. Ze is al de hele dag met haar gedachten bij Noah en hoe ze het verhaal over zijn vader moet vertellen.
Na een tijdje kiest ze toch twee modellen om te passen. In het pashokje kijkt ze naar zichzelf in de spiegel. Een jaar geleden zou ze nooit hebben gedacht dat ze hier nu zou zijn. Op haar nieuwe school, in een nieuw land, met een man die onverwacht een dichter familielid blijkt te zijn.  Tegernsee voelt inmiddels een beetje als thuiskomen, al geeft ze dat niet graag toe. Anton komt hier met regelmaat naartoe. En in het weekeinde zijn ze meestal samen.
Ze besluit nu één bikini te nemen. Bij de kassa stuurt ze Noah een berichtje: “Ben iets later. Vijf minuten?”
Hij reageert bijna meteen: “Zit al binnen. Doe maar rustig aan.”
Als ze even later het kleine café binnenloopt, ziet ze Noah bij het raam zitten, een glas bier voor zich op tafel. Hij glimlacht breed wanneer hij haar ziet, en even smelt een deel van de spanning die ze met zich meedraagt.
‘Ha nichtje,’ zegt hij, half opstaand, half verlegen.
‘Hallo, gezellig,’ antwoordt ze, terwijl ze haar tas neerzet. ‘Zit je allang te wachten?’
‘Nee hoor,’ zegt hij. ‘Was trouwens aan het nadenken over mijn nieuwe baan bij jullie in de winkel van je ouders.’
Hannah voelt haar maag licht samentrekken. Nadenken. Zij ook. Ze kijkt naar zijn gezicht, vertrouwd, vriendelijk, maar met net genoeg afstand om haar eraan te herinneren dat hij geen idee heeft van wat zij weet.
En dan komt het moment waarop ze moet kiezen. Ze kan lachen, praten over school, over München, over de zomer. Of ze kan hem vertellen wat haar de hele week al bezighoudt.
Ze neemt een slok van haar drinken, zet het glas langzaam neer en kijkt hem recht aan.
‘Noah… er is iets dat ik je moet vertellen.’
Hij kijkt haar verbaasd vragend aan. ‘Wat kijk je bezorgd?’
Hannah denkt terug aan de middag dat haar moeder de vreselijke geschiedenis van tante Jana met haar opa, Nora’s vader dus, aan haar vertelde.
Haar moeder was toen nog heel jong. Te jong om iets over zwangerschap te kunnen begrijpen. Tante Jana vertelde haar dat ze vaak bij opa, oma en haar moeder op de boerderij kwam logeren in de zomer.
Heel vaak kwam ik bij jullie,’ mompelt tante Jana zuchtend. ‘Je moeder zei altijd dat ik gezellig kon komen logeren, maar er was iemand anders die het nog fijner vond. Jakob.’ 
Ze sluit even haar ogen, ademt moeizaam uit. Nora pakt haar hand steviger vast. Langzaam komt een vage gedachte in haar hoofd op. “Oh hemel, dat zal toch niet waar zijn. Noah haar halfbroer?”
‘Wat dan, tante? Wat is er daar gebeurd?’
‘Je moeder heeft het snel ontdekt. Iets wat ik had gedaan, of beter gezegd, me had laten overkomen. Je vader heeft niet alleen jou seksueel misbruikt, maar ook Noah is zijn zoon.
Nora slikt. ‘Maar waarom vertel je mij dit nu?’
Jana glimlacht flauwtjes. ‘Omdat jij het kunt dragen. Jij weet nu dat wat jou overkomen is, mij ook overkomen is. Noah weet dit niet, maar het zou heel fijn zijn als jij hem dit ooit wilt vertellen. Als jij Noah de waarheid wil vertellen. Hij heeft recht om te weten van wie hij werkelijk is.’
Wat een vreselijke opa heeft ze toch gehad, flitst door haar hoofd, voordat ze de bekentenis start. Ze zet haar ellebogen op tafel en legt haar hoofd op haar in elkaar verstrengelde handen.
‘Hannah, meisje toch, wat moet jij mij vertellen?’
Ze tilt haar hoofd op en kijkt hem aan. ‘Eh, jij bent niet mijn achterneef, maar officieel ben jij mijn oom.’
Hij kijkt haar met grote ogen geschokt aan. ‘Hoe bedoel je dat in hemelsnaam?’
Hannah ademt diep in, alsof ze woorden moet opgraven uit een donkere put.
Je moeder heeft mijn moeder in het ziekenhuis voor ze overleden is, een bekentenis gedaan. Je weet dat mijn opa, zijn dochter, dus mijn moeder seksueel misbruikt heeft, waardoor Klara is geboren.’ Hannah zucht, ze durft eigenlijk niet verder te gaan.
Noah kijkt haar onderzoekend aan. ‘Ja, dat weet ik. Dat heeft mijn moeder me weleens verteld.’
‘Tja, wel, toen ze nog op de boerderij woonden, mijn moeder nog een klein meisje was, toen logeerde jouw moeder vaak in de zomer bij hen. En …,’ ze slikt.
‘Mijn opa dus, heeft jouw moeder ook seksueel misbruikt. Daardoor ben jij geboren. Hij was je vader.’
‘Nee, oh nee, wat is dit voor afschuwelijks. Dus jouw moeder was dus mijn halfzus. Ah, wat een …’ Noah slaat zijn handen voor zijn gezicht. ‘Die vieze ouwe vent is dus mijn vader geweest.’ Hij zucht en kijkt Hannah weer aan.
‘Waarom heeft mijn moeder mij dat nooit verteld?’
Hannah slikt. Ze had geweten dat dit gesprek pijnlijk zou worden, maar de rauwheid in Noah zijn stem snijdt dieper dan ze had verwacht.
‘Ze… ze heeft het je niet willen aandoen,’ zegt ze zacht. ‘Ze dacht dat het beter was als jij gewoon kon opgroeien zonder die last. Zonder dat beeld van hem.’
Noah laat zijn handen zakken en staart voor zich uit, alsof hij probeert te begrijpen wat er jarenlang voor zijn ogen is verborgen.
‘Maar ik had het recht om het te weten,’ fluistert hij. ‘Al was ik nog maar een kind… ik had het recht.’
Hannah knikt. ‘Je hebt gelijk. Maar voor haar voelde het anders. Ze was bang dat het je kapot zou maken. Dat het je vertrouwen in haar zou breken.’
Hij balt zijn vuisten, maar zijn stem trilt wanneer hij weer spreekt.
‘Het breekt mijn vertrouwen nu pas,’ zegt hij. ‘Omdat ik het moet horen van jou.’
Hannah reikt naar hem, twijfelend. ‘Het spijt me, Noah. Maar je moest het weten. En ik kon het niet langer voor me houden.’
Noah haalt diep adem, alsof hij zich vastklampt aan de lucht om niet weg te zinken.
‘Ik weet het. Maar… geef me even tijd. Dit is toch onwijs onbegrijpelijk.’
Hannah ziet hoe Noah ’s blik dof wordt, alsof de werkelijkheid langzaam van hem wegschuift. Hij ademt oppervlakkig, maar zijn schouders staan gespannen, alsof hij elk moment kan breken.
‘Noah…’ begint ze, maar hij steekt zijn hand op, niet boos, eerder wanhopig.
‘Wacht.’ Zijn stem klinkt schor. ‘Ik probeer… ik probeer het bij elkaar te houden.’
Hij staat op, loopt een paar stappen weg en draait zich dan weer naar haar om, alsof hij niet weet of hij wil vluchten of blijven. Zijn ogen zijn vochtig, maar hij dwingt zichzelf om kalm te lijken.
‘Mijn hele leven,’ zegt hij langzaam, ‘heb ik me afgevraagd waarom ze zo afstandelijk was over vroeger. Waarom ze altijd stilviel als ik vroeg naar mijn vader. Ik dacht dat ík iets verkeerd deed. Dat het aan mij lag.’
Hannah voelt haar keel dichtknijpen. Ze had dit gehoord, tussen de regels door, maar nooit zo direct.
‘Het lag nooit aan jou,’ fluistert ze. ‘Ze schaamde zich. Voor wat er is gebeurd. Voor hem. Niet voor jou. Met jou was ze vreselijk gelukkig.’
Noah lacht kort, bitter. Het klinkt alsof iets in hem kraakt.
‘Schaamte,’ herhaalt hij. ‘Dat voel ik nu ook. Terwijl ik er niet eens iets mee te maken had. En toch… het voelt alsof er iets vies aan mij kleeft.’
‘Nee.’ Hannah staat op en loopt naar hem toe. Ze blijft een halve meter van hem vandaan staan, dichtbij genoeg om hem te steunen, ver genoeg om hem niet te overweldigen. 'Kom we gaan nog even zitten, of heb je geen tijd meer?'
'Jawel, maar  ik ben op zoek bij makelaars naar een huisje het liefst in Leufeld. Zodat ik daar voortaan kan gaan wonen.  Het huis hier staat inmiddels al te koop. Je weet dat het uit is met Jonas toch?' Hannah knikt bevestigend. 
Noah ademt trillend uit. Zijn blik wordt zachter, maar ook kwetsbaarder, alsof iemand eindelijk door zijn pantser heen kijkt.
‘Weet je wat het ergste is?’ zegt hij. ‘Ik dacht altijd dat mijn moeder me alles vertelde. Dat we… dat we een team waren. Nu voelt het alsof ik haar helemaal niet gekend heb.’
‘Misschien kende zij zichzelf niet eens,’ antwoordt Hannah. ‘Niet echt. Voor haar is het natuurlijk ook heel zwaar geweest.’
Noah sluit zijn ogen, en wanneer hij ze weer opent, staat er iets nieuws in: een diep, ruw verdriet dat hem ouder doet lijken.
‘Ik moet haar begrijpen,’ fluistert hij. ‘Maar ik weet niet of ik dat kan.’
Hannah durft zijn hand aan te raken. Eerst heel voorzichtig, alsof ze bang is dat hij terugdeinst. Maar hij doet het niet. Zijn vingers trillen onder de hare.
Voor het eerst die middag breekt er iets in Noah ’s uitdrukking, een barst waardoor de pijn naar buiten sijpelt, maar ook iets zachts.
‘Dank je,’ zegt hij, bijna onhoorbaar. ‘Ik weet niet wat ik ermee moet. Maar… dank je, dat je het me toch verteld hebt. Ik zal je even terugbrengen naar je school, dan ga ik daarna naar huis en morgen vertrek ik dan naar Möbach. Ik wil ons huis hier in München verkopen, ga  dus op zoek naar een leuke woning ergens rond de Leusee.
Heb met je vader afgesproken dat ik nu even bij jullie in huis kan blijven.'

(Morgen komt het vervolg!) In het Boshuis

                                                                                                                             In het Boshuis

Bert loopt buiten naar de wei om Black Pearl op stal te zetten. Karin is in de keuken bezig met de voorbereiding van het diner. Vanavond komen Greet en Bas gezellig eten.
Als Bert met BP bij de stal aankomt, ziet hij plotseling een man achterom lopen. Hij vraagt zich af wie dat is, zou dat een vriend van Karin zijn?
De man spreekt hem in het Engels aan. ‘Mijnheer, woont mevrouw Barneveld hier?’
Bert knikt. Sluit de staldeur bij Black Pearl en terwijl hij wat hooi uit de schuur pakt, vraagt hij de man wat hij hier komt doen?
De buitenlander heeft ooit van zijn broer gehoord, dat Tygo de Jong, de drugsexpert en eigenaar waar zijn broer overleden is, hem verteld had, dat hij hier druivenstruiken had meegenomen om de hennepplantage in Makkum te verschuilen.
Hij wil nu weten wat deze vrouw voor relatie had met drugsexpert. Hij wist niet dat de man hier in de wijngaard was overleden.
Bert kijkt de man met gefronste wenkbrauwen aan.
‘Druivenstruiken meegenomen? Wat bedoelt u precies?’ vraagt hij terwijl hij het hooi in de voerbak gooit.
De man wrijft nerveus over zijn handen. ‘Mijn broer werkte voor Tygo de Jong. Hij zei dat deze… mevrouw Barneveld hier iets mee te maken had. Ik moet weten hoe het zit. Het gaat om de dood van mijn broer.’
Bert voelt een koude rilling langs zijn rug glijden. Hij recht zijn rug en zet een stap naar achteren, tussen de man en de deur van de stal in.
‘Luister,’ zegt hij langzaam. ‘Als u antwoorden zoekt, zit u hier aan het verkeerde adres. Mevrouw Barneveld heeft niets met die praktijken te maken.’
De man schudt zijn hoofd. ‘Maar waarom vertelde Tygo de Jong, mijn broer, dat zij hem hielp. Dat hij hier kwam om… om wijnstokken te halen.’
Berts adem stokt even. Tygo had hier inderdaad rondgelopen een keer toen hij hier met zijn inmiddels overleden vrouw, logeerde in de B&B.  In de ochtend toen Karin niet thuis was, heeft hij twee druivenstokken achter uit de wijngaard uitgegraven en meegenomen naar de hennepplantage in Makkum. In de verbouwde varkensschuur van Sjoerd Bogert.
‘Tygo is dood,’ zegt Bert uiteindelijk. ‘Hier, in de wijngaard overleden. Dat wist u niet, begrijp ik? En zijn vrouw is gisteren overleden.’  Plotseling verstijft hij. Wacht eens, deze vent die het over zijn broer heeft, spreekt Engels. De afscheidsbrief van die Maria was ook in het Engels.
De man kijkt Bert koud aan.
Er valt een stilte waarin alleen het zachte knabbelen van Black Pearl hoorbaar is.
Vanuit het huis gaat plotseling de achterdeur open. Karin roept naar buiten:
‘Bert? Kom je nog even helpen? Greet en Bas zijn er bijna!’
Ze ziet voor Bert een man met gebalde vuisten staan.
Bert kijkt naar de man. ‘Mijn vriendin heeft niets met hennepplantages te maken. Ze is getroffen door die de Jong, die haar hele wijngaard verwoest heeft, voordat hij zelf verwoest werd.’
Paco rent nu naar buiten,  hij gromt en springt naar Bert toe, duidelijk om hem te beschermen.  De buitenlander deinst een stap achteruit, nog altijd zichtbaar geschokt door wat Bert hem zojuist heeft verteld.
Bert tilt automatisch zijn hand op om Paco te stoppen, maar de hond luistert niet. Zijn haren staan overeind, zijn blik gefixeerd op de vreemdeling. Hij blijft grommen.
‘Rustig schatje,’ mompelt Bert, maar zijn stem trilt meer dan hij wil toegeven.
De man houdt zijn handen nu half omhoog, alsof hij zich op elke seconde voorbereidt om zich te verdedigen.
‘Ik… ik wist dit niet,’ zegt hij schor. Zijn accent snijdt door de kou heen. ‘Tygo de Jong heeft mijn jongere broer om laten komen bij de brand in Amsterdam.’
‘Ja …,’ onderbreekt Bert. Harder dan bedoeld. ‘En hij heeft mensen in gevaar gebracht. Ook mijn partner Karin. Zij is door zijn vrouw met een pistool bedreigd.’
Vanuit de deuropening komt Karin langzaam dichterbij. Haar blik gaat afwisselend tussen de twee mannen heen en weer, en dan naar Paco die nog altijd gromt.
‘Wat is hier aan de hand?’ vraagt ze zacht. Ze hoort dat beide mannen Engels spreken.
De man haalt diep adem, alsof hij iets moet doorslikken dat te groot is. ‘Ik kwam hier om mijn broer te vergelden. Niet om problemen te maken. Ik had begrepen dat jij die vreselijke huurbaas van hem ook mee had geholpen, maar begrijp nu dat het tegenovergestelde waar is.’
Berts kaken spannen zich. Hij voelt Paco’s warme flank tegen zijn been, de hond staat tegen hem aan.
‘Op dit moment,’ zegt hij, 'onderzoekt de politie de dood van de vrouw van Tygo de Jong, zij is hier geweest en heeft mijn partner met een pistool bedreigd.’
Karin knikt en kijk geschrokken naar de man die voor Bert staat. Wat moet die vent hier, denkt ze.
Even lijkt de man iets te willen zeggen, maar dan ziet hij de blik in Berts ogen. Berustend laat hij zijn schouders zakken.  Maar Bert weet dat dit moment onvermijdelijk is. De waarheid heeft zich nu aan zijn voeten gelegd, rauw en onafwendbaar.  Zou deze man Maria omgebracht hebben? Karin kijkt hem aan, snapt wat hij denkt en draait zich om. Ze pakt haar telefoon, gaat de stal van Black Pearl in en belt de politie.
Karin sluit de staldeur achter zich, maar het hout dempt nauwelijks het gegrom van Paco. Ze draait zich half om, houdt haar stem laag terwijl de verbinding tot stand komt.
‘Ja, met Karin Barneveld. Ik sta hier bij de paardenstal…’ Ze aarzelt een fractie van een seconde, kijkt door het kleine raampje in de stal naar buiten. Bert en de man staan roerloos tegenover elkaar. ‘Mijn man wordt bedreigd door een buitenlander. Kom helpen.’ Ze hijgt en snikt. Ze hoort zeggen dat ze er weer direct aankomen.
‘Ik ga,’ zegt de man tegen Bert. Zijn Engels klinkt nu doffer, vermoeider. ‘Ik wilde er alleen voor zorgen dat mijn broer gerechtigheid kreeg.’
Karin hoort het in zijn stem: weer dreiging. ‘De politie is onderweg,’ zegt ze zacht in het Nederlands tegen Bert.
‘Blijf staan,’ zegt Bert. Zijn stem trilt niet, maar hij voelt het wel in zijn knieën. Paco zet een stap naar voren, tanden ontbloot. Één woord van Karin zou genoeg zijn.
De man haalt zijn handen langzaam uit zijn zakken en balt zijn vuisten.
De man knikt. ‘Ik heb niemand hier kwaad willen doen.’ Zijn blik glijdt naar de hond. ‘Ik begrijp dat ik niet welkom ben.’
In de verte klinkt een sirene, eerst vaag, dan duidelijker. De politieauto rijdt het bospad op. Bert ademt pas weer uit als hij merkt dat hij zijn adem al die tijd heeft ingehouden. Paco blijft grommen, maar zijn staart zakt iets.
De man die ook de sirene hoort, draait zich om en rent over de oprit de tuin uit. Schiet links het bos in, maar op hetzelfde moment draait de politie de oprit op.
Paco die al die tijd woedend is geweest, vliegt nu achter de man aan die het bos in rent.
Hij verdwijnt tussen de bomen, takken knappen, bladeren spatten op. Karin rent er achteraan.  De politieauto komt schokkend tot stilstand. Twee agenten stappen uit, handen al bij hun wapens.  ‘Waar is hij heen?’ vraagt een van de twee.
‘Het bos in,’ zegt Bert. Zijn keel is droog. ‘Onze hond en zijn baasje zijn achter hem aan.’
Ze rennen het pad op. Het bos slokt hen meteen op, het licht wordt dunner, het geluid doffer. Verderop klinkt een schreeuw,  gevolgd door een woest geblaf.
Bert versnelt, zijn hart bonkt in zijn oren. Als ze door een dicht struikgewas breken, zien ze Paco en Karin daarachter staan. De hond heeft de man klemgezet tegen een omgevallen boom. Zijn tanden zijn ontbloot, zijn lijf gespannen als een veer. De man zit half op de grond, handen beschermend voor zijn gezicht, bloedend uit een kras op zijn arm.
De man verstijfd. Paco gromt nog één keer, diep en dreigend, maar wijkt geen centimeter. Pas wanneer Karin hem roept, draait hij zich om en rent naar haar toe. 
De agenten nemen het van Paco over, klikken de boeien om zijn armen en trekken hem omhoog. De man zegt niets meer. Zijn schouders hangen, zijn blik leeg.
Bert knielt naast Paco en legt een hand op zijn nek. De vacht is warm, nat van inspanning.
‘Goed gedaan,’ fluistert hij.
In het bos keert de stilte terug, alsof er niets is gebeurd. Alleen de sirene, nu gedempt en ver weg, herinnert eraan hoe dicht alles langs de rand is gegaan.
‘Halleluja, wat een toestand weer.’ Karin kruipt tegen haar partner aan, die zijn armen om haar heen slaat. Samen met Paco naast zich, lopen ze rustig terug en naar binnen.
Even later rijdt er weer een auto achterom. Dit keer Bas en Greet die gezellig komen borrelen en eten. Bas en Greet stappen uit, een tas onder haar arm, een fles wijn in zijn hand. Hun stemmen zijn opgewekt, maar verstommen zodra ze de gezichten zien.
‘Eh… we komen toch niet ongelegen?’ vraagt Bas voorzichtig.
Bert schudt zijn hoofd. ‘Nee hoor. Perfect op tijd eigenlijk.’
Karin probeert te glimlachen. ‘Je had ons vijf minuten eerder moeten zien.  Paco schudt zich uit, alsof hij de spanning van zich af wil gooien, en loopt op Greet af. Zij zakt meteen door haar knieën en laat haar hand door zijn vacht glijden.
‘Heb jij gewerkt vandaag?’ zegt ze zacht.
Binnen is het warm. Jassen verdwijnen aan de kapstok, de wijn wordt ontkurkt. De routine van glazen pakken, hapjes op tafel zetten, brengt langzaam rust. De adrenaline zakt, maakt plaats voor vermoeidheid.
Dan vertellen Karin en Bert wat er net gebeurd is. Greet kijkt haar vriendin geschokt aan.
‘Jemig mina, weer een drama. Drama’s sinds we in Limburg geweest zijn, houden nooit op lijkt het wel.’
‘Ze hebben hem meegenomen,’ zegt Bert uiteindelijk. ‘Zonder gedoe, dankzij deze held.’ Hij knikt naar Paco, die languit voor de open haard ligt, ogen half dicht.
Ook Bas is weer geschokt. ‘Oh, Karin, wat een ellende toch dat die Tygo de Jong met zijn vrouw ooit hier bij jou de B&B gehuurd heeft, waardoor jij bij al die drama’s betrokken bent geraakt.'
Greet heft haar glas. ‘Op een veilig verder leven,’ zegt ze. ‘En op elkaar.’
Glazen tikken zacht tegen elkaar. Paco zucht tevreden en legt zijn kop op zijn poten. De avond kan beginnen. Ze genieten met elkaar van een heerlijke avond.

(Morgen komt het vervolg!) Matthias en Noah

                                                                                                                                  Matthias en Noah

Het is Noah gelukt zijn huis te verkopen, of beter gezegd, het oude huis van zijn moeder.
In Leufeld heeft hij een klein appartement gevonden dat hij kon kopen en waar hij nu woont. Van daaruit is het voor hem makkelijk om naar de sportwinkel van Henri in Möbach te gaan, waar hij inmiddels werkt. In feite het werk van  Nora overgenomen.
Het werk van zijn overleden zus Nora,” denkt hij elke dag wanneer hij hier begint.
Zijn gedachten dwalen onvermijdelijk af naar Hannahs opa, de vader van Nora, en dus blijkbaar ook zijn eigen vader. Een man die gerommeld heeft met zijn moeder Jana, de zus van Nora’s moeder.
Noah schudt de gedachte van zich af terwijl hij de deur van de winkel opent. De bel klingelt zacht, een vertrouwd geluid dat hem inmiddels meer rust geeft dan hij zou willen toegeven. Henri is al bezig achterin op kantoor, alsof er niets veranderd is.  Hij weet niets van het feit dat Noah dus eigenlijk een broer van Nora is. Of, moet je zeggen: een halfbroer.
Hij hangt zijn jas op en knikt kort ter begroeting. ‘Goedemorgen Henri,’ zegt hij, en zijn stem klinkt steviger dan hij zich voelt.
Het werk helpt. De routine van schappen vullen, klanten helpen, afrekenen, een praatje maken over het weer of over niets. Het houdt zijn hoofd bezig, maar nooit lang genoeg. Tussen twee klanten door ziet hij Nora voor zich, zoals ze hier stond, haar haar slordig opgestoken, haar lach scherp maar warm. Ze wist altijd hoe ze Henri moest plagen. Mijn hemel, wat heeft die halfzus van hem toch ook een dramatisch leven geleid.   
Jouw werk, jij had dit moeten blijven doen, denkt hij dan. Niet ik.”
Maar ja Nora is nou eenmaal van de Kletterrampe afgestort, net als haar en zijn vader.   En nu heeft hij dit werk over kunnen nemen.  Met vragen die niemand hardop stelt. Met een afkomst die voelt als een fout die nooit hersteld kan worden. Dat zijn vader niet degene is die hij altijd dacht dat hij was, de opa van Hannah en Klara. Of …, ja ook de vader van Klara.
Dat Nora hem dit nooit verteld heeft. Haar stilzwijgen weegt zwaarder dan welke bekentenis ook.
Wanneer Hannah later die dag even binnenloopt, stokt zijn adem bijna ongemerkt. Ze lijkt op Nora, niet in haar gezicht, maar in de manier waarop ze de ruimte inneemt. Zelfverzekerd, alsof ze haar plek kent. Ze glimlacht naar hem.  ‘Ha Noah, druk?’ vraagt ze.
Hun blikken kruisen elkaar een fractie van een seconde te lang. Beide praten ze niet over wat ze van elkaar weten.
Ze heeft dit weekeinde geen school en daarom gezellig thuis. Ze is naar de winkel gekomen om even haar vader en oom gedag te zeggen en te vragen of zij het eten moet koken voor vanavond.
Of dat Henri andere plannen heeft. Uit eten gaan met zijn dochter en Noah misschien.
De deurbel rinkelt weer en er stapt een man binnen.
Oh, Hannah staart hem aan, zichtbaar geschokt. Matthias Gruber, wat moet hij nu hier?
Matthias zegt beide gedag en loopt naar de plek waar de huurfietsen staan. Noah staart hem aan. “Wat gek, dit is geen familie van ons, maar ja, Hannah lijkt echt een beetje op deze man.”
‘Hannah, is dit een neef of zo? Jij lijkt wel een beetje op hem in je gezicht.’
Noah voelt hoe zijn valse opmerking in de ruimte blijft hangen. Want wat hij in dit geval denkt, weet zijn nichtje niet. Hannah kijkt hem verbaasd aan, ze haalt haar schouders op. ‘Ach,’ zegt ze luchtig, te luchtig misschien. ‘Mensen lijken wel vaker op elkaar.’
Maar haar blik volgt Matthias tot achter in de winkel, waar hij met zijn rug naar hen toe staat en aandachtig een van de fietsen inspecteert. Zijn houding is ontspannen, alsof hij hier thuishoort. Alsof hij dit moment heeft verwacht.
Henri komt vanuit het magazijn naar voren, veegt zijn handen af aan een doek en bevriest een tel wanneer hij Matthias ziet. Hun ogen ontmoeten elkaar. Er flitst iets door Henri’s gezicht, herkenning, irritatie, misschien zelfs angst, voordat hij zich herstelt.
‘Gruber,’ zegt hij kort. ‘Lang geleden.’
Matthias draait zich om en glimlacht. Het is geen warme glimlach. ‘Dag Henri. Ik kom een fiets huren.’
Henri draait zich om. “Dit was Nora’s vroegere vriend, toen ze van Klara in verwachting was.” weet hij terwijl hij terugloopt naar zijn kantoor.
De spanning is nu tastbaar. Hannah staat onbeweeglijk naast Noah. Haar handen beide tot vuisten samengetrokken. 
‘Kan ik je helpen?’ vraagt Noah strak.
‘Misschien,’ antwoordt Matthias. ‘Ik zoek een fiets. Voor het weekend. Ik logeer een weekje in Hotel Golf am See.  En…’ Zijn blik glijdt even naar Hannah, blijft een fractie van een seconde te lang hangen. ‘Ik was hier in de buurt en zag dat jullie ook fietsen verhuren.’
Hannah slikt en roept: ‘Papa, ik ga wel vast naar huis. Dan begin ik met het voorbereiden van ons avondeten. Wat ik straks zal koken. Eet jij bij ons vanavond Noah?’
Noah knikt, zonder haar echt aan te kijken. ‘Graag, daar heb ik zin in.’
Wanneer Hannah langs Matthias loopt, kruisen hun blikken elkaar opnieuw. Dit keer wijkt zij als eerste uit. De bel klingelt als ze de deur achter zich sluit.
Noah voelt dat er iets fundamenteels is verschoven, al begrijpt hij nog niet wat. Hij kijkt van Henri naar Matthias. Henri loopt terug naar zijn kantoor.
‘Dus,’ zegt Matthias terwijl hij naar een fiets kijkt, ‘jij moet Noah zijn.’
Noah fronst. ‘Ken jij mij?’  Matthias’ glimlach verdiept zich, maar bereikt zijn ogen niet.
‘Laten we zeggen… ik weet meer dan jij denkt.’
Noah kijkt hem vragend met gefronste wenkbrauwen aan.
‘Ik kom hier niet vandaan, maar woon in de bergen. In Ranitz. Ken je dat prachtige gebied. Heerlijk om er te lopen en te fietsen. Jij woont in München toch? Dat is wel ver op en neer rijden elke dag als je hier aan het werk bent.
Noah knikt langzaam. ‘München, ja. Daar kom ik vandaan, maar heb nu een appartement in Leufeld gekocht, in de wijk achter de golfbaan.’
Matthias laat zijn hand over het zadel van de fiets glijden, alsof hij het leer beoordeelt.
‘Ah, je woonde toch bij je moeder thuis?’
Noah voelt een lichte druk achter zijn slapen, alsof de ruimte kleiner wordt.
‘Huh, hoe weet jij dat toch allemaal. Mijn moeder is overleden. Dat huis heb ik verkocht en woon dus nu hier in Oostenrijk.’
Matthias kijkt langs hem heen, naar de deur waar Hannah zojuist is verdwenen. De bel hangt nog na in de lucht.
‘Kom maar eens bij me langs. Hier, dit is het adres waar ik woon.’
Matthias geeft Noah een visitekaartje, waar het adres, telefoonnummer en de naam van zijn hondenbedrijf op staat.
Noah slikt. ‘Ik heb geen idee waar je het over hebt. Maar goed, ik kom weleens naar je toe. Wat een leuk bedrijf. Met honden bezig dus?’
‘Ja,’ zegt Matthias, en dit keer ligt er iets zachts in zijn stem. ‘Het zal gezellig zijn als je langskomt.’  Zonder fiets en zonder nog één keer om te kijken, loopt hij naar buiten. De deur slaat dicht, de bel klingelt weer.
Noah blijft staan. Hij bestudeert het kaartje nog eens en stopt het in zijn broekzak. Van plan om op kort termijn een afspraak te maken.
Na sluitingstijd lopen Henri en Noah samen naar het huis waar Hannah in de keuken bezig is met de maaltijd. Ze heeft Anton net geappt of hij mee wil eten, maar die appt terug dat dat niet gaat lukken, maar wel dat hij wat later op de avond langs zal komen.
Hannah kijkt op als ze hen hoort binnenkomen. ‘Jullie zijn perfect op tijd,’ zegt ze, terwijl ze een pan van het vuur haalt. ‘Het eten is bijna klaar.’
‘Fijn lieve schat,’ zegt Henri luchtig. Hij hangt zijn jas aan de kapstok en loopt alvast naar de woonkamer. ‘Ik ga even zitten, wil jij ook een biertje, Noah?’
Die knikt en loopt de keuken in om er twee uit de koelkast te pakken. Hij blijft nog even in de keuken staan. Leunt tegen het aanrecht en voelt het kaartje branden in zijn broekzak.
‘Alles goed?’ vraagt Hannah, zonder hem aan te kijken.
‘Ja. Gewoon… een prima dag als altijd,’ zegt hij. Zijn stem klinkt vlakker dan hij bedoelt.
Even later schuiven ze aan tafel en eten met z’n drieën. Het gesprek blijft oppervlakkig: over het weer en over een klant die had geklaagd, over een fiets waar het licht het niet goed van deed. Hannah luistert half. In haar hoofd ziet ze steeds Matthias weer voor zich, de manier waarop hij had gekeken, dat zachte in zijn stem bij het afscheid.
Als Henri na het eten de tafel afruimt en Hannah de vaatwasser inruimt, gaat Noah terug naar zijn huis in Leufeld.  De avondlucht is koel. Hij haalt het kaartje tevoorschijn en draait het tussen zijn vingers. Het adres zegt hem niets, maar hij besluit er toch eens heen te rijden.
Hannahs telefoon trilt. Een bericht van Anton:
“Ik ben er over tien minuten.”
Wanneer hij even later binnenkomt, vult zijn aanwezigheid het huis meteen. Hij praat vol liefde tegen zijn vriendin en kust haar vluchtig. Geeft Henri een korte klop op de schouder.
Met z’n drieën zitten ze in de woonkamer, bij de televisie aan de koffie. Ze kijken naar een grappige quiz.
‘Oh, stom.’ Henri schiet overeind. ‘Ik heb mijn telefoon in de winkel laten liggen. Ga hem even halen.’  Hij loopt de gang in, pakt zijn jas en stapt de voordeur uit.
‘Schatje, weet je wie mijn moeder vanochtend in het bos achter ons huis heeft gezien? Ze liep daar met Minke, Heidi en de honden.’
Zijn vriendin kijkt hem vragend aan. ‘Nou, wie dan?’
‘Die Matthias Gruber. Hij schijnt een hondenbedrijf te hebben in Ranitz. Waar hij honden traint en opvoedt.’
Hannah zucht. ‘Niet te geloven. Hij was vanmiddag ook bij ons in de winkel.’
Ze schudt haar hoofd. ‘Ik was er even om te vragen wat ze vanavond wilden eten en of Noah ook bij ons zou blijven eten.  Opeens komt die Matthias de winkel in. Ik ben meteen weggegaan, dus wat hij kwam doen is voor mij een raadsel. Zou hij mijn vader willen lastigvallen. Misschien niet gedurfd omdat Noah er ook was.’
Een kwartier later gaat de voordeur weer open. Henri komt binnen, hij legt de telefoon binnen aan de kabel om zijn telefoon op te laden.
Hannah schenkt nog een kopje koffie voor haar vader in. Met z’n drieën blijven ze nog even gezellig bij elkaar zitten.
Anton die weliswaar in de grote stad verderop medicijnen studeert, woont nog altijd bij zijn ouders in Haus Gröfeld. Hij gaat even voor elf uur weer naar huis. De volgende dag zullen ze samen met hun grote vriendengroep, de bergen in trekken. Op weg naar de Eberhütte. Een enorme klim, maar wel heel gezellig dat ze dat zo regelmatig met z’n allen doen.

(Morgen komt het vervolg!) Wandelen naar de Eberhütte

                                                                                                                             Wandelen naar de Eberhütte

De volgende dag verzamelt de vriendengroep zich bij Joke in de Berghut. Joke vindt het heel gezellig om die grote groep te ontvangen en van koffie of chocolademelk te kunnen voorzien.
Vanuit hier zullen ze in de richting van de Eberhütte gaan lopen.
Bjorn, die normaal in de keuken staat, wordt vandaag voor een keer vervangen door Minke. Hij heeft een vrije dag aangevraagd en René en Minke zijn tot het besluit gekomen, dat Wendy vandaag alleen de kamer- schoonmaak wel af kan maken, zodat Minke de keuken van de Berghut zou kunnen opvullen. Ze is vroeg opgestaan, zodat ze na het ontbijt van de hotelgasten eerst Wendy heeft kunnen helpen. Even na elf uur rijdt ze naar de Berghut, waar Joke inmiddels al een tijdje bezig is.
Joke kijkt op als Minke binnenkomt en begroet haar met een brede glimlach. Twee Hollandse vrouwen, met een leven in Oostenrijk. 
Chris en Toni komen gelijk met haar binnen. Chris loopt even snel naar zijn moeder en geeft haar een kusje.
De Berghut ruikt inmiddels naar verse koffie en warme chocolademelk, en de eerste stemmen van de vriendengroep galmen gezellig door de ruimte. Hannah, Anton, Chris en Toni zitten gezellig aan de grote ronde tafel.
Minke hangt haar jas op, stroopt haar mouwen op en neemt zonder aarzelen even plaats achter de bar. Het voelt vertrouwd, al moet ze naar een andere keuken dan die ze gewend is.
Langzaam druppelen er nog vier vrienden binnen, de twee kinderen van Minke met hun partners. Sofie en David, Max en Rosalie, hun wangen al rood van de frisse berglucht.
Er wordt gelachen, plannen worden besproken en rugzakken onder hun stoelen geschoven.
Terwijl Joke de kopjes koffie en chocolademelk uitserveert, praat Toni enthousiast over de route richting de Eberhütte. Het belooft een mooie wandeling te worden. Redelijk zwaar, met genoeg hoogteverschil om het gevoel te geven hoog in de bergen in te zijn.
Minke komt de keuken uit met een schaal versgebakken appeltaart. Deze heeft ze uit het hotel al meegenomen. Sepp, de chef-kok had hem vanochtend al voor haar klaargezet.
‘Oh, lekker mam!’
‘Ja, lekker Minke,’ roepen ze allemaal. Joke en Minke kijken elkaar lachend aan. Bij de deur staan nieuwe gasten. Een groepje oude dames dat rustig op de Weisstannebühl wandelt.
De oude dames schuifelen naar binnen, hun stokken tikken zacht op de houten vloer. Een van hen blijft even staan en kijkt de groep onderzoekend aan, alsof ze iets wil zeggen, maar haar mond blijft gesloten.  
De vrouw schudt langzaam haar hoofd. ‘Wat leuk zo’n groepje jongelui,’ zegt ze tegen Joke. 
Die knikt glimlachend en vraagt waar de dames zin in hebben. Thee, koffie, chocolademelk?
Ze kiezen verschillend en zijn blij als Minke langskomt om te vragen of ze wellicht een lekkere appeltaart willen.  Joke noteert de bestellingen op een  notitieblokje  en verdwijnt richting de bar. De oude dames zitten gezellig aan het raam, hun jassen zorgvuldig over de leuningen gehangen. Een van hen wrijft haar handen warm en zucht tevreden.
‘Hier is het altijd zo gezellig,’ zegt ze, terwijl ze naar buiten kijkt waar de bladeren langzaam over het plein worden geblazen. Minke komt terug met een bord appeltaart, de slagroom royaal opgespoten. De dames glimmen alsof het een feestmaal betreft.
‘Dat is lang geleden,’ mompelt de vrouw die bij binnenkomst had stilgestaan. Ze kijkt naar het vriendengroepje, haar blik gericht op Hannah, ze neemt een hap en sluit even haar ogen.
Max leunt achterover en strekt zijn benen uit.
‘Dit is precies wat ik bedoelde,’ zegt hij zachter nu. ‘Toen papa en mama besloten om ons Oostenrijkse hotel te kopen. Dat het leven hier… rustiger is.’
Sofie lacht zacht en fluistert tegen haar broer: “dit werk mogen wij later ook doen als onze ouders oud zijn en rond gaan wandelen.” Max schiet in de lach.
‘Ja, wat heerlijk is het toch dat wij vanuit Nederland hier naartoe verhuisd zijn.’ Rosalie die hem het hoort zeggen, kruipt dicht tegen hem aan. Op het bankje waar ze op zitten.
Ze staan op om op weg te gaan naar de Eberhütte, als ze allemaal het appeltaartje op en  hun kopje leeg hebben.
‘Goed op elkaar passen hoor, lieverds,’ roept Joke.  Samen met Minke zwaait ze het vriendengroepje uit.
Als de groep uit zicht is, komt er net weer een nieuwe wandelaar binnen. Het is Matthias die vandaag op zoek is naar een plek waar hij hier langs de Leufeldsee  ook hondentrainingen kan verzorgen.
‘Hallo, wat kan ik voor u doen, kopje koffie?’
‘Eh…, nee ik heb zin in warme chocolademelk met wat slagroom. Kan dat?’
‘Ja zeker.’ Joke draait zich om en gaat aan de gang.
Plotseling hoort ze een oude vrouw iets roepen. Ze kijkt om. De vrouw staat op en loopt leunend op haar wandelstok naar de bar waar Matthias zit.
‘Dag Matthias, net zag ik je dochter hier nog.’
Matthias schrikt zich rot. Hij kijkt de vrouw aan en herkent haar van jaren geleden. De verloskundige van Nora, uit de tijd dat Hannah geboren is.
‘Nee, zeg, dat kan toch niet waar zijn. Wat een toeval dat ik u hier tegenkom. Werkt u nog altijd in de babyzorg’
De vrouw kijkt hem aan. ‘Nee, zeker niet. Ik ben nu sinds een paar jaar met pensioen en wandel veel met mijn vriendinnen.’
‘Dat zie ik,’ zegt Matthias, terwijl hij zijn handen om de mok warme chocolademelk sluit, die Joke net bij hem neergezet heeft.
‘Ik ben hier tegenwoordig ook wel buiten te vinden. Met honden vooral. Zoek nu een nieuw plekje waar ik ze kan trainen.’
De vrouw knikt begrijpend. ‘Dat past bij je. Je was altijd al zo rustig. Dat viel meteen op, zelfs toen alles zo spannend was rondom de geboorte van Hannah.’
Matthias glimlacht flauwtjes. ‘Ja… dat was geen makkelijke tijd.’
Hij zwijgt even, alsof hij twijfelt of hij verder zal praten. Joke die bij hen in de buurt achter de bar staat, bezig is met glazen poleren, hoort stomverbaasd het gesprek aan. De vrouw zet haar wandelstok naast zich neer en gaat iets dichter bij hem zitten. ‘Hoe gaat het nu met haar?’
‘Goed,’ zegt hij na een korte aarzeling. ‘Ze is haar eigen weg aan het zoeken. Net als haar moeder vroeger en vader Henri.’
Joke poetst een glas, met haar aandacht duidelijk bij het gesprek. Ze voelt dat er iets onuitgesproken in de lucht hangt.
De vrouw kijkt hem grijnzend aan. ‘ Vader Henri, ja ja. Nu Nora overleden is, weet Hannah nu wie haar bio vader is?’ vraagt ze voorzichtig.
Matthias kijkt naar buiten, waar de helling er rustig bij ligt. ‘Nee, en alstublieft, wilt u hier niets over zeggen.’ zegt hij zacht.
‘Maar sommige dingen raak je nooit helemaal kwijt, maar ik wil Henri Bauer niet kwetsen. Die man heeft al zoveel ellende meegemaakt.’
De vrouw knikt langzaam. ‘Nee,’ zegt ze. ‘Dat klopt. Sommige verhalen blijven met je meelopen, net als oude paden.’
Even is het stil, alleen het zachte gerinkel van kopjes en het tikken van regen tegen het raam is hoorbaar. Dan staat de vrouw op, pakt haar wandelstok en kijkt Matthias nog eenmaal aan.
‘Het doet me goed u toch weer eens te zien,’ zegt ze. ‘Zorg goed voor uzelf.’
Matthias knikt. ‘Dat zal ik doen. En bedankt… voor toen.’
Ze loopt terug naar haar tafel, terwijl Matthias nog even blijft zitten, met zijn gedachten ergens veel jaren terug. In Möbach.

 

De geboorte van Hannah

Nora en Matthias wandelen samen door het weiland voor Matthias’ huis, waar hij altijd de hondentrainingen geeft. Het bedrijf dat hij sinds zijn achttiende heeft opgebouwd. Het weiland hoorde vroeger bij de boerderij van zijn opa, maar na diens overlijden,  heeft Matthias van zijn vader toestemming gekregen, om het voortaan voor de hondentrainingen te gebruiken.
Sindsdien woont hij er, vooraan op het terrein, in een klein chalet.  
En sinds hij Nora ooit, lang geleden en nog vóór haar zwangerschap van Klara, heeft ontmoet, hebben ze nog altijd een relatie. Ook al is ze met Henri getrouwd, die het vaderschap van Klara op zich heeft genomen. Klara, het kind waar Nora’s vader haar mee belast heeft.
In de tijd dat ze verkering kreeg met Matthias, had ze hem leren kennen toen hij als vakantieganger door het gebergte rond de Leusee fietste.
Het pad door het weiland is smal en uitgesleten door jaren van voetstappen en hondenpoten. Matthias loopt met zijn handen in de zakken van zijn jas, zijn blik op de grond gericht, alsof hij precies wil weten waar hij zijn voeten moet neerzetten zonder te struikelen. Nora , hoogzwanger, volgt hem op een halve pas afstand. Ze kent deze plek inmiddels bijna net zo goed als hij, maar toch voelt ze zich hier altijd te gast.
De lucht ruikt naar nat gras en aarde. In de verte blaft een hond, het is een jonge herder die ongeduldig wacht op de volgende oefening. Deze hond is van Matthias zelf. Hij blijft even staan en draait zich naar Nora om. Zijn gezicht is ouder geworden sinds die eerste zomer bij de Leusee, maar zijn ogen hebben nog steeds dezelfde rustige aandacht
‘Is het hier eigenlijk veranderd, sinds je opa er niet meer is?’ vraagt Nora zacht.
Matthias schudt nee. Hij wijst naar de rand van het weiland, waar een oude appelboom scheef staat. ‘Die stond er al toen mijn opa nog leefde. Daar leerde hij me hoe ik een hond moest laten volgen zonder te trekken.’
Nora glimlacht. Ze denkt aan haar eigen jeugd, aan de last die haar vader haar had opgelegd en aan hoe weinig ruimte ze had gehad om “ga weg” te zeggen. Klara was gekomen zonder dat haar ouders hadden bekend dat het haar vaders daad was geweest en niet die van Matthias, die zwangerschap niet. Henri had haar in München opgevangen, haar een uitweg geboden die tegelijk een nieuw keurslijf was geworden.
‘Henri denkt dat ik bij een vriendin ben,’ zegt ze plotseling. Ze slaat haar armen om haar buik heen. Hij is zelf nu twee weken met zijn vrienden de Dolomieten skiën.  En Klara logeert nu bij mijn ouders. Hij gaat er wel vanuit dat hij voor de geboorte van ons kind, terug zal zijn.’
Ons kind. Beide kijken elkaar vol liefde aan. ‘Dat laten we hem nooit weten hè?’
Matthias reageert meteen en trekt Nora tegen zich aan.  Hij kijkt over haar heen, naar zijn chalet dat half verscholen ligt achter een rij struiken.  
Ze lopen gearmd verder, tot ze weer bij het chalet aankomen. De deur staat nog op een kier. Binnen brandt licht, warm en uitnodigend. Nora blijft op de drempel staan. Elke keer voelt dit als een grens: één stap verder en alles wordt verdrietig dat ze hier niet kan wonen.
Plotseling trekt er een enorme kramp door haar buik heen. Ze buigt naar voren, strompelt naar binnen en zakt op de bank.  Matthias grote honden lopen naar haar toe. Een legt zijn kop op haar knie.
‘Schat, wat is er?’
‘Oh, de weeën beginnen opeens.’
Ze kijkt haar vriend aan. Matthias peinst. ‘Zal ik je naar huis brengen en die verloskundige bellen?’
De pijn wordt steeds heftiger en ze houdt met haar handen haar buik vast. Zuchtend kijkt ze hem aan. ‘Ja, bel haar maar. Hier is mijn telefoon. Daar staat haar nummer in.’
Even later heeft hij de verloskundige aan de telefoon. Zij zegt hem zo snel mogelijk naar het huis van Nora in Möbach te rijden, dan zal zij daar ook naar toe gaan.
Matthias knikt en hangt op. Hij knielt voor haar neer, legt zijn handen om de hare.  
‘Kijk me aan,’ zegt hij zacht. ‘Adem met me mee.’
Nora knikt, haar gezicht bleek maar vastberaden. Ze ademt diep in wanneer de pijn weer aanzwelt, voelt hoe haar lichaam iets groots en onvermijdelijks doet. De honden blijven dicht bij haar, warm en stil, alsof ze begrijpen dat dit moment bescherming nodig heeft.
Wanneer de wee zakt, helpt Matthias haar overeind. Hij slaat een deken om haar schouders, kust even haar slaap. Het is geen groots gebaar, maar precies genoeg.
De rit naar Möbach is stil. Nora’s hand ligt in de zijne, haar vingers klemmen zich vast bij elke nieuwe golf. Matthias zegt weinig, maar zijn aanwezigheid vult de auto: zijn blik op de weg, zijn hand die haar niet loslaat, het ritme van samen ademen.
Bij het huis aangekomen helpt hij haar naar binnen. De bekende geur, haar eigen spullen, het voelt vreemd geruststellend en pijnlijk tegelijk. Ze zakt weer neer, dit keer op haar eigen bed. Matthias knielt opnieuw bij haar, strijkt een lok haar uit haar gezicht.
‘Je doet het zo goed,’ fluistert hij.
Nora sluit even haar ogen. Tussen twee weeën in leunt ze naar hem toe, haar voorhoofd tegen zijn borst. Ze hoort zijn hart, snel maar standvastig. Voor een moment is er alleen dit: hun adem, hun warmte, het stille weten dat hun levens voorgoed aan het verschuiven zijn.
Hij knijpt zacht in haar hand.
‘Het is zo vreemd,’ zegt ze zacht, wanneer de pijn even wegebt. ‘Dat dit… dat híj…’
Ze maakt haar zin niet af, maar Matthias weet wat ze bedoelt.
Dit kindje is niet van Henri. Net als het vorige geheim over de vader van Klara dat ze Henri niet verteld had, is ook dit er een dat nooit hardop uitgesproken mag worden buiten deze kamer. Ze hebben het al lang geleden besloten: Henri zou het nooit weten. Het was bijna absurd geweest, hoe duidelijk het antwoord zich had aangediend. In die ene maand dat Henri met zijn vrienden in de Dolomieten zat, twee vrouwenperiodes die elkaar net niet raakten, waren Nora en Matthias vaak samen geweest. Te vaak om toeval te kunnen zijn. En toen, een maand later, die test. Positief. Onontkoombaar.
Matthias legt zijn hand op haar buik, voorzichtig, eerbiedig. ‘Het is van ons,’ zegt hij. Geen uitleg nodig. Geen schuld, alleen verantwoordelijkheid.
Dan gaat de bel.  Hij rent naar beneden en Nora kijkt hem vol liefde aan als hij met de verloskundige binnenkomt. Matthias knijpt zacht in haar hand.
‘Ik blijf even hier,’ zegt hij.
De verloskundige beweegt zich rustig door de kamer, alsof ze de stilte niet wil verstoren. Haar stem is laag, vertrouwd. Ze stelt een paar vragen, legt haar tas neer, controleert met geoefende handen hoe het ervoor staat. Nora antwoordt zo goed ze kan, soms met woorden, soms alleen met een knik.
‘Je bent al mooi op weg,’ zegt ze bemoedigend. ‘We hebben de tijd.’
Tijd. Het woord voelt vreemd, alsof het hier een andere betekenis heeft gekregen.
De weeën komen nu regelmatiger, dieper. Nora grijpt het laken vast, haar adem stokt. Matthias staat meteen naast haar, zijn arm om haar schouders, zijn mond bij haar oor.
‘Kijk naar mij,’ zegt hij zacht. ‘Adem met mij mee.’
Ze doet wat hij zegt. In, uit. Zijn ritme wordt het hare.  Tussen twee weeën door dwaalt haar blik door de kamer. De kast, het nachtkastje, de foto aan de muur van een ander leven. Van Henri. Het snijdt even, scherp en onverwacht. Maar dan voelt ze Matthias’ hand weer in de hare, warm en onmiskenbaar echt, en het heden trekt haar terug.
‘Het spijt me,’ fluistert ze ineens, zonder precies te weten waarom.
Matthias schudt zijn hoofd. ‘Nee,’ zegt hij. ‘Dit is geen spijt. Dit is hoe het is gelopen.’
Een nieuwe wee onderbreekt haar antwoord. Ze kreunt, dit keer harder, haar hand klemt zich om het laken. De verloskundige komt dichterbij, haar stem rustig en vast. Ze legt uit wat er gebeurt, moedigt Nora aan om met haar lichaam mee te bewegen in plaats van ertegenin te vechten. Na opnieuw een controle kijkt de verloskundige op. Een kleine glimlach verschijnt op haar gezicht.
‘Nora, ik denk dat je mag gaan mee persen.’
Nora’s ogen zoeken die van Matthias. In één flits schieten angst, kracht en liefde door haar heen. Ze knikt. En duwt. En dan is ze daar. Een prachtig, klein meisje.
Matthias en Nora staren haar ademloos aan, alsof de wereld even stil is blijven staan. Hun dochter. Hun kindje. De verloskundige verzorgt het baby’tje zorgvuldig en legt haar dan in Nora’s armen. Het warme gewicht, het zachte geluid van haar adem, alles voelt onwerkelijk en tegelijk overweldigend echt.
‘Oh,’ zegt de verloskundige zacht, ‘wat zal Henri verrast zijn als hij thuiskomt en zijn kindje is geboren.’
Nora en Matthias kijken elkaar aan. Matthias buigt zich iets naar haar toe.
‘Zeggen we het haar?’ fluistert hij.
Even blijft het stil. Dan knikt Nora, langzaam maar beslist. Ze haalt diep adem en kijkt de verloskundige aan.
‘Ja, mevrouw… we kunnen u in het volste vertrouwen iets meedelen,’ zegt ze zacht. ‘Ons dochtertje… dit is de vader.’ Ze wijst naar Matthias.
De glimlach van de verloskundige bevriest. Haar blik gaat van Nora naar Matthias en weer terug.
‘Henri weet dat niet,’ vervolgt Nora. ‘En wij willen niet dat hij het te weten komt.’
Er valt een stilte die zwaarder voelt dan de weeën daarvoor. De verloskundige zet het instrument dat ze in haar hand heeft neer en vouwt haar handen voor zich.
‘Dat is… belangrijke informatie,’ zegt ze zorgvuldig. ‘En ook gevoelige.’
Ze kijkt Nora strak maar niet onvriendelijk aan. ‘Wat ik hier hoor, blijft hier. Medisch gezien is het voor mij relevant, persoonlijk niet. Maar ik wil wel dat jullie begrijpen wat dit betekent. Geheimen hebben de neiging om zwaar te worden.’
Nora slikt, drukt haar dochtertje iets dichter tegen zich aan. Matthias legt een hand op haar schouder, beschermend, bijna bezitterig.
‘We weten het,’ zegt hij. ‘Maar dit is de enige manier.’
De verloskundige knikt langzaam. ‘Goed. Dan concentreren we ons nu op wat telt.’ Ze buigt zich weer naar het kind. ‘Ze is sterk. Gezond. En ze heeft longen waar ze later vast goed gebruik van gaat maken.’
Voor het eerst glimlacht Nora weer, een kleine, breekbare glimlach. Ze kust het zachte hoofdje van haar dochter.
Buiten deze kamer, weet ze, wacht een wereld vol vragen. En Henri...oh.
                                                                         ****
Maar hier, nu, bestaat alleen dit moment.
En dit geheim.
Hij weet nog hoe Nora hem vertelde toen Henri snel terug naar huis kwam, dat hij zijn dochter Hannah wilde noemen. Henri en Hannah.
Matthias zakt met zijn hoofd in zijn handen. Het verdriet om de dood van zijn geliefde minnares schuift weer zijn hart in.
Joke kijkt hem vol verbazing aan. Nog een geheim van die Nora trut denkt ze. Maar die man aan haar bar, komt wel als een hele aardige vent over.
Minke die even de keuken uitkomt, ziet Matthias, haar hotelgast aan de bar zitten. Ze loopt naar hem toe.
Minke blijft even staan, alsof ze twijfelt of ze hem mag storen. Dan legt ze voorzichtig een hand op zijn schouder.
‘Gaat het?’ vraagt ze zacht.
Matthias schrikt op, veegt snel met zijn hand over zijn gezicht en forceert een glimlach die niet blijft hangen.
‘Ja… ja hoor. Even iets in mijn oog.’
Minke knikt, maar gelooft hem niet. Ze heeft genoeg mensen in haar hotellerie leven gezien om verdriet te herkennen.
‘Wil je nog iets drinken? Van het huis.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Ja graag, lekker nog een warme chocolademelk.’
Joke snuift hoorbaar terwijl ze glazen staat te spoelen.  Ze draait zich om en maakt nog een chocolademelk met slagroom voor Matthias. Ze vraagt zich echt af, wat die oude dame nu bedoeld heeft, met haar vraag of Hannah wel weet wie haar vader is.
Matthias neemt een slok, starend naar de oude dames, die nu opstaan om verder te gaan wandelen.

(Morgen komt het vervolg!) De geboorte van Hannah

                                                                                                                          De geboorte van Hannah

Nora en Matthias wandelen samen door het weiland voor Matthias’ huis, waar hij altijd de hondentrainingen geeft. Het bedrijf dat hij sinds zijn achttiende heeft opgebouwd. Het weiland hoorde vroeger bij de boerderij van zijn opa, maar na diens overlijden,  heeft Matthias van zijn vader toestemming gekregen, om het voortaan voor de hondentrainingen te gebruiken.
Sindsdien woont hij er, vooraan op het terrein, in een klein chalet.  
En sinds hij Nora ooit, lang geleden en nog vóór haar zwangerschap van Klara, heeft ontmoet, hebben ze nog altijd een relatie. Ook al is ze met Henri getrouwd, die het vaderschap van Klara op zich heeft genomen. Klara, het kind waar Nora’s vader haar mee belast heeft.
In de tijd dat ze verkering kreeg met Matthias, had ze hem leren kennen toen hij als vakantieganger door het gebergte rond de Leusee fietste.
Het pad door het weiland is smal en uitgesleten door jaren van voetstappen en hondenpoten. Matthias loopt met zijn handen in de zakken van zijn jas, zijn blik op de grond gericht, alsof hij precies wil weten waar hij zijn voeten moet neerzetten zonder te struikelen. Nora , hoogzwanger, volgt hem op een halve pas afstand. Ze kent deze plek inmiddels bijna net zo goed als hij, maar toch voelt ze zich hier altijd te gast.
De lucht ruikt naar nat gras en aarde. In de verte blaft een hond, het is een jonge herder die ongeduldig wacht op de volgende oefening. Deze hond is van Matthias zelf. Hij blijft even staan en draait zich naar Nora om. Zijn gezicht is ouder geworden sinds die eerste zomer bij de Leusee, maar zijn ogen hebben nog steeds dezelfde rustige aandacht
‘Is het hier eigenlijk veranderd, sinds je opa er niet meer is?’ vraagt Nora zacht.
Matthias schudt nee. Hij wijst naar de rand van het weiland, waar een oude appelboom scheef staat. ‘Die stond er al toen mijn opa nog leefde. Daar leerde hij me hoe ik een hond moest laten volgen zonder te trekken.’
Nora glimlacht. Ze denkt aan haar eigen jeugd, aan de last die haar vader haar had opgelegd en aan hoe weinig ruimte ze had gehad om “ga weg” te zeggen. Klara was gekomen zonder dat haar ouders hadden bekend dat het haar vaders daad was geweest en niet die van Matthias, die zwangerschap niet. Henri had haar in München opgevangen, haar een uitweg geboden die tegelijk een nieuw keurslijf was geworden.
‘Henri denkt dat ik bij een vriendin ben,’ zegt ze plotseling. Ze slaat haar armen om haar buik heen. Hij is zelf nu twee weken met zijn vrienden de Dolomieten skiën.  En Klara logeert nu bij mijn ouders. Hij gaat er wel vanuit dat hij voor de geboorte van ons kind, terug zal zijn.’
Ons kind. Beide kijken elkaar vol liefde aan. ‘Dat laten we hem nooit weten hè?’
Matthias reageert meteen en trekt Nora tegen zich aan.  Hij kijkt over haar heen, naar zijn chalet dat half verscholen ligt achter een rij struiken.  
Ze lopen gearmd verder, tot ze weer bij het chalet aankomen. De deur staat nog op een kier. Binnen brandt licht, warm en uitnodigend. Nora blijft op de drempel staan. Elke keer voelt dit als een grens: één stap verder en alles wordt verdrietig dat ze hier niet kan wonen.
Plotseling trekt er een enorme kramp door haar buik heen. Ze buigt naar voren, strompelt naar binnen en zakt op de bank.  Matthias grote honden lopen naar haar toe. Een legt zijn kop op haar knie.
‘Schat, wat is er?’
‘Oh, de weeën beginnen opeens.’
Ze kijkt haar vriend aan. Matthias peinst. ‘Zal ik je naar huis brengen en die verloskundige bellen?’
De pijn wordt steeds heftiger en ze houdt met haar handen haar buik vast. Zuchtend kijkt ze hem aan. ‘Ja, bel haar maar. Hier is mijn telefoon. Daar staat haar nummer in.’
Even later heeft hij de verloskundige aan de telefoon. Zij zegt hem zo snel mogelijk naar het huis van Nora in Möbach te rijden, dan zal zij daar ook naar toe gaan.
Matthias knikt en hangt op. Hij knielt voor haar neer, legt zijn handen om de hare.  
‘Kijk me aan,’ zegt hij zacht. ‘Adem met me mee.’
Nora knikt, haar gezicht bleek maar vastberaden. Ze ademt diep in wanneer de pijn weer aanzwelt, voelt hoe haar lichaam iets groots en onvermijdelijks doet. De honden blijven dicht bij haar, warm en stil, alsof ze begrijpen dat dit moment bescherming nodig heeft.
Wanneer de wee zakt, helpt Matthias haar overeind. Hij slaat een deken om haar schouders, kust even haar slaap. Het is geen groots gebaar, maar precies genoeg.
De rit naar Möbach is stil. Nora’s hand ligt in de zijne, haar vingers klemmen zich vast bij elke nieuwe golf. Matthias zegt weinig, maar zijn aanwezigheid vult de auto: zijn blik op de weg, zijn hand die haar niet loslaat, het ritme van samen ademen.
Bij het huis aangekomen helpt hij haar naar binnen. De bekende geur, haar eigen spullen, het voelt vreemd geruststellend en pijnlijk tegelijk. Ze zakt weer neer, dit keer op haar eigen bed. Matthias knielt opnieuw bij haar, strijkt een lok haar uit haar gezicht.
‘Je doet het zo goed,’ fluistert hij.
Nora sluit even haar ogen. Tussen twee weeën in leunt ze naar hem toe, haar voorhoofd tegen zijn borst. Ze hoort zijn hart, snel maar standvastig. Voor een moment is er alleen dit: hun adem, hun warmte, het stille weten dat hun levens voorgoed aan het verschuiven zijn.
Hij knijpt zacht in haar hand.
‘Het is zo vreemd,’ zegt ze zacht, wanneer de pijn even wegebt. ‘Dat dit… dat híj…’
Ze maakt haar zin niet af, maar Matthias weet wat ze bedoelt.
Dit kindje is niet van Henri. Net als het vorige geheim over de vader van Klara dat ze Henri niet verteld had, is ook dit er een dat nooit hardop uitgesproken mag worden buiten deze kamer. Ze hebben het al lang geleden besloten: Henri zou het nooit weten. Het was bijna absurd geweest, hoe duidelijk het antwoord zich had aangediend. In die ene maand dat Henri met zijn vrienden in de Dolomieten zat, twee vrouwenperiodes die elkaar net niet raakten, waren Nora en Matthias vaak samen geweest. Te vaak om toeval te kunnen zijn. En toen, een maand later, die test. Positief. Onontkoombaar.
Matthias legt zijn hand op haar buik, voorzichtig, eerbiedig. ‘Het is van ons,’ zegt hij. Geen uitleg nodig. Geen schuld, alleen verantwoordelijkheid.
Dan gaat de bel.  Hij rent naar beneden en Nora kijkt hem vol liefde aan als hij met de verloskundige binnenkomt. Matthias knijpt zacht in haar hand.
‘Ik blijf even hier,’ zegt hij.
De verloskundige beweegt zich rustig door de kamer, alsof ze de stilte niet wil verstoren. Haar stem is laag, vertrouwd. Ze stelt een paar vragen, legt haar tas neer, controleert met geoefende handen hoe het ervoor staat. Nora antwoordt zo goed ze kan, soms met woorden, soms alleen met een knik.
‘Je bent al mooi op weg,’ zegt ze bemoedigend. ‘We hebben de tijd.’
Tijd. Het woord voelt vreemd, alsof het hier een andere betekenis heeft gekregen.
De weeën komen nu regelmatiger, dieper. Nora grijpt het laken vast, haar adem stokt. Matthias staat meteen naast haar, zijn arm om haar schouders, zijn mond bij haar oor.
‘Kijk naar mij,’ zegt hij zacht. ‘Adem met mij mee.’
Ze doet wat hij zegt. In, uit. Zijn ritme wordt het hare.  Tussen twee weeën door dwaalt haar blik door de kamer. De kast, het nachtkastje, de foto aan de muur van een ander leven. Van Henri. Het snijdt even, scherp en onverwacht. Maar dan voelt ze Matthias’ hand weer in de hare, warm en onmiskenbaar echt, en het heden trekt haar terug.
‘Het spijt me,’ fluistert ze ineens, zonder precies te weten waarom.
Matthias schudt zijn hoofd. ‘Nee,’ zegt hij. ‘Dit is geen spijt. Dit is hoe het is gelopen.’
Een nieuwe wee onderbreekt haar antwoord. Ze kreunt, dit keer harder, haar hand klemt zich om het laken. De verloskundige komt dichterbij, haar stem rustig en vast. Ze legt uit wat er gebeurt, moedigt Nora aan om met haar lichaam mee te bewegen in plaats van ertegenin te vechten. Na opnieuw een controle kijkt de verloskundige op. Een kleine glimlach verschijnt op haar gezicht.
‘Nora, ik denk dat je mag gaan mee persen.’
Nora’s ogen zoeken die van Matthias. In één flits schieten angst, kracht en liefde door haar heen. Ze knikt. En duwt. En dan is ze daar. Een prachtig, klein meisje.
Matthias en Nora staren haar ademloos aan, alsof de wereld even stil is blijven staan. Hun dochter. Hun kindje. De verloskundige verzorgt het baby’tje zorgvuldig en legt haar dan in Nora’s armen. Het warme gewicht, het zachte geluid van haar adem, alles voelt onwerkelijk en tegelijk overweldigend echt.
‘Oh,’ zegt de verloskundige zacht, ‘wat zal Henri verrast zijn als hij thuiskomt en zijn kindje is geboren.’
Nora en Matthias kijken elkaar aan. Matthias buigt zich iets naar haar toe.
‘Zeggen we het haar?’ fluistert hij.
Even blijft het stil. Dan knikt Nora, langzaam maar beslist. Ze haalt diep adem en kijkt de verloskundige aan.
‘Ja, mevrouw… we kunnen u in het volste vertrouwen iets meedelen,’ zegt ze zacht. ‘Ons dochtertje… dit is de vader.’ Ze wijst naar Matthias.
De glimlach van de verloskundige bevriest. Haar blik gaat van Nora naar Matthias en weer terug.
‘Henri weet dat niet,’ vervolgt Nora. ‘En wij willen niet dat hij het te weten komt.’
Er valt een stilte die zwaarder voelt dan de weeën daarvoor. De verloskundige zet het instrument dat ze in haar hand heeft neer en vouwt haar handen voor zich.
‘Dat is… belangrijke informatie,’ zegt ze zorgvuldig. ‘En ook gevoelige.’
Ze kijkt Nora strak maar niet onvriendelijk aan. ‘Wat ik hier hoor, blijft hier. Medisch gezien is het voor mij relevant, persoonlijk niet. Maar ik wil wel dat jullie begrijpen wat dit betekent. Geheimen hebben de neiging om zwaar te worden.’
Nora slikt, drukt haar dochtertje iets dichter tegen zich aan. Matthias legt een hand op haar schouder, beschermend, bijna bezitterig.
‘We weten het,’ zegt hij. ‘Maar dit is de enige manier.’
De verloskundige knikt langzaam. ‘Goed. Dan concentreren we ons nu op wat telt.’ Ze buigt zich weer naar het kind. ‘Ze is sterk. Gezond. En ze heeft longen waar ze later vast goed gebruik van gaat maken.’
Voor het eerst glimlacht Nora weer, een kleine, breekbare glimlach. Ze kust het zachte hoofdje van haar dochter.
Buiten deze kamer, weet ze, wacht een wereld vol vragen. En Henri...oh.
                                                                         ****
Maar hier, nu, bestaat alleen dit moment.  En dit geheim.
Hij weet nog hoe Nora hem vertelde toen Henri snel terug naar huis kwam, dat hij zijn dochter Hannah wilde noemen. Henri en Hannah.
Matthias zakt met zijn hoofd in zijn handen. Het verdriet om de dood van zijn geliefde minnares schuift weer zijn hart in.
Joke kijkt hem vol verbazing aan. Nog een geheim van die Nora trut denkt ze. Maar die man aan haar bar, komt wel als een hele aardige vent over.
Minke die even de keuken uitkomt, ziet Matthias, haar hotelgast aan de bar zitten. Ze loopt naar hem toe.
Minke blijft even staan, alsof ze twijfelt of ze hem mag storen. Dan legt ze voorzichtig een hand op zijn schouder.
‘Gaat het?’ vraagt ze zacht.
Matthias schrikt op, veegt snel met zijn hand over zijn gezicht en forceert een glimlach die niet blijft hangen.
‘Ja… ja hoor. Even iets in mijn oog.’
Minke knikt, maar gelooft hem niet. Ze heeft genoeg mensen in haar hotellerie leven gezien om verdriet te herkennen.
‘Wil je nog iets drinken? Van het huis.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Ja graag, lekker nog een warme chocolademelk.’
Joke snuift hoorbaar terwijl ze glazen staat te spoelen.  Ze draait zich om en maakt nog een chocolademelk met slagroom voor Matthias. Ze vraagt zich echt af, wat die oude dame nu bedoeld heeft, met haar vraag of Hannah wel weet wie haar vader is.
Matthias neemt een slok, starend naar de oude dames, die nu opstaan om verder te gaan wandelen.

(Morgen komt het vervolg!) De wijnreis van de maatjes

                                                                                                                            De wijnreis van de maatjes

De wijnreis van de maatjes naar Californië is eindelijk aangebroken. Bert blijft een weekje in het Boshuis en brengt Karin, Greet  en de andere maatjes ’s morgens vroeg naar Schiphol. Na alle drama’s van de afgelopen maanden voelt het heerlijk om even zo ver weg te zijn.
Toch vindt Karin het jammer dat Bert niet mee kan. Maar ja, zo is het nu eenmaal: de wijnreizen met de maatjes doen ze al jaren.
Op het vliegveld neemt Bert uitgebreid afscheid van iedereen. Wanneer de maatjes richting de vertrekhal lopen, blijven Bert en Karin nog even staan. Ze omhelzen elkaar eindeloos, alsof ze de tijd willen tegenhouden. Paco is thuisgebleven, van hem heeft Karin in het Boshuis al uitvoerig afscheid genomen.
‘Veel plezier schat, ik zal goed voor de beestjes thuis zorgen, en … ja, je wel erg missen.’
Karin kijkt hem aan met een verdrietige glimlach. ‘Nou, ik heb wel veel zin in deze reis, maar ga jou ook heel erg missen.’
Ze zoenen en dan draait Karin zich om. Op een holletje naar de meiden die al verderop lopen. De maatjes verdwijnen uiteindelijk achter de schuifdeuren van de vertrekhal. Bert blijft nog even staan, kijkt hoe Karin nog één keer omdraait en zwaait. Pas wanneer ze uit zicht is, draait hij zich om en loopt langzaam richting de uitgang. Schiphol bruist zoals altijd, maar voor Bert voelt het plots leeg.
Terug in het Boshuis is het stil. Te stil. Paco komt hem kwispelend tegemoet, blij hem te zien, maar zelfs dat vertrouwde enthousiasme kan het gemis niet helemaal vullen. Bert zet koffie, gaat aan de keukentafel zitten en kijkt even naar zijn telefoon. Geen berichtjes nog, logisch, ze zitten vast al in het vliegtuig.
Hij besluit een wandeling te maken met Paco. Het pad voor het huis slingert zich tussen de bomen door, vertrouwd en geruststellend. Terwijl Paco vooruit rent, denkt Bert aan Californië: zonovergoten wijngaarden, glazen wijn, gelach van de maatjes. Hij hoopt dat Karin daar echt kan ontspannen, loskomt van alles wat hen de laatste tijd zo heeft beziggehouden. Terwijl hij heerlijk door het bos loopt, denkt hij aan hun volgende reis. Ze gaan samen, met de kinderen van Karin en Greet en Bas en zonen, naar Leufeld. Wauw, daar heeft hij heel veel zin in. De komende wintersportreis. Ja, hij glimlacht naar Paco. Ja, ja, jij gaat ook mee, denkt hij. Karin heeft al drie appartementjes in Haus Gröfeld geboekt.
                                                                                                                                             ****
De vriendinnen zijn aangekomen in Los Angeles. Ze zijn onderweg naar de auto die Janneke daar heeft gehuurd. Voor de komende week ligt er een uitgebreide planning klaar. Naast het bezoeken van wijngaarden en wijnhuizen willen ze ook verschillende culturele bezienswaardigheden gaan zien.
Zo staat onder andere een dag bezoek aan San Francisco op het programma. Daar hebben ze een wandeling gepland over de Golden Gate Bridge, gevolgd door een bezoek aan Chinatown. Deze wijk is een enclave die haar eigen gebruiken, talen, gebedshuizen, sociale clubs en identiteit heeft weten te behouden. Chinatown in San Francisco is bovendien een belangrijke toeristische trekpleister en trekt jaarlijks zelfs meer bezoekers dan de Golden Gate Bridge. Dat hebben ze gelezen. Janneke heeft dit allemaal zorgvuldig uitgezocht.
Ook de  “Lombard Street” ontbreekt niet op de planning: “de meest bochtige straat ter wereld, met acht haarspeldbochten”. De straat is prachtig aangelegd met bloemen en biedt bovendien een schilderachtig uitzicht over San Francisco.
Morgen zullen ze hiernaartoe rijden. Voor vandaag hebben ze een hotel geboekt in Los Angeles, waar ze eerst even tot rust kunnen komen na de vlucht.
Na het inchecken in het hotel laten ze hun koffers op bed vallen. De lange vlucht begint nu pas echt voelbaar te worden. Toch is de opwinding groter dan de vermoeidheid. Vanuit het raam kijken ze uit over de stad, waar de zon langzaam zakt en de lucht een warme gloed krijgt.
Na een korte opfrisbeurt besluiten ze nog even naar buiten te gaan. Ze wandelen door de straten van Los Angeles, langs palmbomen en verlichte winkels. Op een terras bestellen ze hun eerste Amerikaanse diner: grote borden, smakelijke wijnen en veel gelach. Ze halen herinneringen op, nemen de planning weer door en voegen ter plekke nieuwe ideeën toe.
Terug in het hotel pakken ze alvast wat spullen voor de volgende dag. De route naar San Francisco is uitgestippeld, de auto staat klaar en de verwachtingen zijn hoog. Terwijl de stad langzaam stiller wordt, kruipen ze één voor één onder de lakens. Met beelden van bruggen, bochtige straten en verre uitzichten in hun hoofd vallen ze in slaap, klaar voor het avontuur dat morgen echt zal beginnen.
De volgende dag vertrekken ze vroeg, na een lekker ontbijt, op weg naar San Francisco. Ook daar overnachten ze in een hotel en genieten hier van de prachtige stad met al haar mooie bezoekplekjes.
De dag daarna reizen ze naar een B&B huisje dat ze gehuurd hebben in Santa Rosa. Liggend in het beroemde wijngebied van Sonoma County waar bijna vijfhonderd wijngaarden verspreid liggen.
In Santa Rosa  waar ze doorheen wandelen, vinden ze veel restaurants, cafés en parken . 
‘Wat is dit toch een bijzondere reis.’
‘Ja, Greet, dat wordt nog een zware opdracht om voor volgend jaar nog zo’n mooie reis te vinden,’ lacht Mirte.
‘Ja, het is echt genieten hoor. En wat ook nog bijzonder wordt is ons bezoek aan Carmel Valley.’
Carmel Valley is een warme, op wijn gerichte bestemming in Monterey County, vlakbij Carmel-bij-the-Sea. Het gebied staat bekend om zijn wijngaarden, resorts zoals Carmel Valley Ranch en het indrukwekkende landschap van de Santa Lucia Mountains. Dat onderscheidt het duidelijk van Santa Rosa, een stad in Sonoma County, verder naar het noorden, beroemd om zijn eigen wijnregio's. Carmel Valley biedt wijnproeverijen, buitenactiviteiten en een charmante dorpssfeer, dat zich onderscheidt van Santa Rosa.
Eenmaal daar aangekomen gaan ze naar de Bernardus Winery. Karin heeft thuis het adres al opgezocht. Op de Carmel Valley Road. Het wijnhuis werd ooit opgericht door hun landgenoot Bernardus Pon. Hier zullen ze in de “Bernardus Tasting Room” wijnen gaan proeven, maar ook het wijndiner gaan nuttigen.
Karin kijkt vol enthousiasme als wijndeskundige uit naar het bezoek aan dit wijnhuis. Het bezoek aan dit gerenommeerde wijnhuis is voor haar een absoluut hoogtepunt van de reis.
De zon zakt langzaam achter de glooiende heuvels wanneer ze de oprijlaan van Bernardus Winery oprijden. Het warme licht kleurt de wijngaarden goud en geeft het geheel bijna iets schilderachtigs. Mirte laat haar blik over het landschap glijden.
‘Dit is toch wel een plek waar je meteen tot rust komt,’ zegt ze zacht.
Binnen in de Bernardus Tasting Room worden ze hartelijk ontvangen.  
Bij de eerste slok sluit Karin even haar ogen. ‘Mooi in balans,’ zegt ze glimlachend. ‘Rijpe tonen, maar met frisse zuren. Dit is vakmanschap.’
Greet knikt instemmend, terwijl Mirte lachend opmerkt dat ze vooral geniet van het moment zelf, de smaken, het gezelschap en de bijzondere plek.
Tijdens het wijndiner wordt gelachen, herinneringen opgehaald aan eerdere reizen en voorzichtig gefantaseerd over nieuwe bestemmingen. Buiten wordt het donker, maar binnen blijft de sfeer warm en levendig.
Ze genieten enorm. Vinden het een beetje jammer dat ze over twee dagen weer naar huis vliegen. Maar Karin verlangt natuurlijk enorm naar Bert.

(Morgen komt het vervolg!) Op de Eberhütte

                                                                                                                      Op de Eberhütte

Met z’n achten lopen ze door het dorp. Caren en Bjorn komen vanaf de andere kant. Ze zijn iets later dan de anderen, omdat Caren haar moeder Jane nog heeft geholpen met het schoonmaken van twee appartementjes. Bjorn weet dat en heeft haar thuis bij zijn vader in de bakkerij opgewacht. Caren loopt langs en haalt hem op. Samen lopen ze door het dorp, helemaal naar de andere kant, in de richting van de Eberhütte. Onder aan deze grote berg sluiten Caren en Bjorn zich bij hun vrienden aan.
Vanaf de rand van het dorp begint het pad te stijgen. De huizen verdwijnen langzaam achter hen terwijl het smalle pad zich tussen de bomen omhoog slingert. Hun stemmen klinken luider in de stille berglucht. Af en toe blijft iemand even staan om op adem te komen of om achterom te kijken naar het dal.  Hoe hoger ze komen, hoe koeler de lucht aanvoelt. De geur van dennen en vochtige aarde hangt om hen heen, en ver boven hen tekent de Eberhütte zich af tegen de lucht, nog verscholen maar al voelbaar dichtbij. Met lichte benen en zwaar pratend trekken ze verder de berg op, samen, stap voor stap.
Het pad wordt steiler en smaller naarmate ze hoger komen. Zand schuift onder hun schoenen weg en iemand vloekt zacht wanneer hij bijna uitglijdt. Dan klinkt er ineens een scherp geluid, alsof een steen losschiet. Iedereen blijft staan.
Boven hen rolt een steen naar beneden, stuitert langs het pad en verdwijnt met een doffe klap in het struikgewas. Hun harten slaan sneller. Anton kijkt omhoog, speurend tussen de rotsen, terwijl Hannah haar adem inhoudt.
‘Oh weg hier , niet blijven staan,’ zegt Toni gejaagd. Ze zetten zich weer in beweging, nog dichter bij elkaar nu. De wind trekt aan en brengt een kille tocht mee. Nog een paar meter verder klinkt opnieuw dat verraderlijke schuiven van stenen, dichter bij deze keer.
Zonder woorden versnellen ze hun pas, de Eberhütte nu ergens boven hen, onzichtbaar maar dringend nabij.
Net wanneer ze denken het gevaarlijke stuk achter zich te hebben, wordt het pad dat ze nu uitgekozen hebben, nog gladder en steiler.  Dit keer gaat het mis. Caren struikelt, grijpt nog naar een uitstekende wortel, maar mist. Met een kreet valt ze van het pad af.
Bjorn schrikt zich dood als hij zijn vriendin ziet wegglijden langs de helling. Stenen rollen mee naar beneden terwijl haar handen wanhopig zoeken naar houvast. ‘Caren!’ roept hij,  voorzichtig naar beneden stappend.  De hele vriendengroep staat verstijfd van schrik.
Dan, abrupt, komt ze tot stilstand op een lagere richel. Haar lichaam blijft roerloos liggen. Het is even doodstil, op het hijgen van hun geschokte ademhaling na.
Bjorn knielt bij haar neer, zijn handen trillen wanneer hij haar schouder vastpakt.
‘Caren, kijk me aan,’ zegt hij, te hard, te snel. Haar ogen bewegen langzaam, ze ademt, maar een pijnlijke kreun ontsnapt haar keel.
‘Oh, God zij dank, ze leeft nog, ‘ zegt Sofie achter hem, met een stem die breekt. Maar niemand durft te zeggen wat er mis is, of hoe ze hier weer veilig boven komen.
Voorzichtig helpt Bjorn haar overeind. Caren bijt op haar lip wanneer ze haar enkel belast, maar ze blijft staan.
‘Het gaat wel hoor,  zegt ze snel, al verraadt haar bleke gezicht iets anders. Op haar handen zitten schaafwonden,  haar broek is gescheurd bij de knie. Waar een grote wond op te zien is. Langzaam lopen ze, half kruipend terug naar de plek waar de vrienden staan.
Sofie reikt haar een flesje water aan. Caren spoelt het bloed van haar handpalm terwijl ze diep ademhaalt. De schrik zindert nog na. Samen met Sofie en Bjorn loopt ze het laatste stukje terug wat ze naar beneden gegleden is. Haar vrienden kijken haar allemaal geschrokken en bezorgd aan.
‘We lopen rustiger verder,’ zegt Chris dan vastberaden. Bjorn blijft dicht naast haar, zijn arm beschermend om haar heen. Elke stap is bedachtzaam, maar Caren zet door. Boven hen ligt de Eberhütte, nu niet langer alleen een doel, maar een veilige plek waar ze zo snel mogelijk willen aankomen.
Ze hervatten de tocht, stiller dan voorheen, met het besef hoe snel een onschuldige wandeling kan omslaan en hoe dicht ze bij elkaar moeten blijven om veilig boven te komen.
Na nog zo’n vijfhonderd meter, met wel vier bochtjes in de route, zien ze de Eberhütte liggen. Ze zijn hier al zo vaak geweest, skiënd, maar ook wandelend. Vandaag hebben ze echter voor het eerst een heel ander pad gevolgd, dwars over de zwarte afdaling.
Ze steken het terras over en gaan binnen gezellig aan een grote tafel zitten. De eigenaar komt meteen naar hen toe. Hij kent ze allemaal.
‘Hé, wat leuk dat jullie er zijn. Met de stoeltjeslift gekomen of naar boven gewandeld?’
Dan valt zijn blik op Carens kapotte knie. ‘Caren, meisje, ben jij gevallen?’
Ze knikt, met een pijnlijke uitdrukking op haar gezicht.
‘Ach kind toch, wacht maar, ik ga even de EHBO-doos pakken.’
Even later wordt haar knie schoongemaakt met een washandje dat in lauwwarm water is gedompeld. Daarna wordt de huid voorzichtig droog gedept en ontsmet met een speciale wondspray. Ook haar handen worden verzorgd. De vrouw van de eigenaar, Mila Tomper, behandelt de wondjes met rustige, zorgvuldige bewegingen.
Ze knikt tevreden wanneer ze klaar is en plakt er voorzichtig een paar pleisters op.
‘Zo, dat moet weer even kunnen,’ zegt ze zacht. ‘Maar je moet het vandaag wel rustig aan doen, hoor.’
Caren probeert te lachen. ‘Tja, misschien ga ik straks maar met de stoeltjeslift naar beneden,’ antwoordt ze, terwijl ze haar been iets optilt om te voelen of het niet te strak zit.
De eigenaar zet ondertussen dampende mokken thee op tafel, met een schaaltje suiker en een paar citroenschijfjes erbij. ‘Van het huis,’ zegt hij. ‘Dat helpt altijd, na zo’n schrik.’
Langzaam keert de warmte terug in hun handen en gezichten. De stilte van de schrik maakt plaats voor zachte stemmen en opgeluchte zuchten. Door de ramen zien ze hoe buiten de bergen onverstoorbaar blijven liggen, alsof er niets is gebeurd. De zwarte afdaling glinstert in de verte, steil en ongenaakbaar.
‘Bizar eigenlijk,’ zegt Rosalie. ‘Je denkt dat je hier alles kent … en dan loop je ineens een heel ander verhaal in.’
Caren kijkt naar haar knie en laat haar blik daarna over de rest van de groep glijden.
‘Ik ben vooral blij dat we bij elkaar zijn gebleven,’ zegt ze zacht. ‘Het had ook heel anders kunnen aflopen.’
De anderen knikken instemmend. Ze besluiten hier te blijven, iets te bestellen om lekker te eten en later via de bekende route terug te lopen. Ondanks Carens val hebben ze allemaal genoten van de klim. Terwijl ze hun thee opdrinken en de spanning langzaam van zich af laten glijden, voelt de Eberhütte als een veilige haven, een plek waar hun spannende tocht tot rust komt.
‘Hoe gaat het nu met je, Caren?’ vraagt Sofie bezorgd. ‘Hopelijk is alles genezen voordat het wintersportseizoen begint en we weer starten met onze skilessen geven.’
Caren bekijkt de schaafplekken op haar handen en trekt een gezicht.
‘Ja, laten we dat hopen. Als deze handen niet op tijd genezen, kan ik straks mijn skistokken niet eens vasthouden.’ Toni mengt zich in het gesprek en legt geruststellend zijn hand op de hare . 'Ach lieverd, dat komt vast allemaal goed.’
Caren kijkt hem dankbaar aan. ‘Ja, anders zou je vader zich vast zorgen maken dat hij een skileraresje moet missen.’ 
Sofie zucht. ‘En ik dan? Zonder mijn vriendin en  collega?’  Max slaat lachend met zijn hand op tafel.
‘Schatjes, nu stoppen hoor. Die wonden zien er nu vervelend uit, maar in december zijn ze echt allang genezen.’
Er klinkt gelach aan tafel en de sfeer wordt merkbaar lichter. De serveerster komt langs en neemt hun bestelling op. Soep en broodjes. Buiten waait de wind langs de houten wanden van de hut, maar binnen is het warm en behaaglijk. Caren leunt achterover en voelt haar lichaam langzaam ontspannen. De pijn in haar knie is er nog, dof en zeurend, maar niet verontrustend. Ze luistert half naar het gesprek om haar heen, naar de plannen voor de rest van de middag en herinneringen aan eerdere tochten.
‘We hadden ook koppig door kunnen lopen,’ zegt Chris.  ‘Maar deze lunch is de juiste keuze.’
‘Zeker,’ beaamt Sofie. ‘Soms is omkeren geen zwakte, maar gewoon gezond verstand.’
Caren glimlacht. Ze is dankbaar voor haar vriendengroep, voor de vanzelfsprekende zorg en het samenzijn. Niet iedereen heeft zulke mensen om zich heen, beseft ze. Als de soep wordt gebracht, stijgt de damp op en vult de kruidige geur de ruimte. Caren wrijft haar handen voorzichtig langs haar mok. De schaafplekken trekken, maar de warmte doet goed.
‘We lopen straks rustig terug,’ zegt Bjorn zacht tegen haar. ‘Ik blijf bij je.’
Ze knikt. ‘Dank je, schat.’ Wanneer ze  later hun jassen weer aantrekken, voelt de wereld buiten minder dreigend dan daarvoor op het moment van de val. De spanning is verdwenen, vervangen door vertrouwen. De bergen liggen er nog steeds imposant bij, maar ze weten, samen komen ze hier altijd door heen.
Als ze de deur van de Eberhütte achter zich sluiten, neemt Caren zich voor deze dag niet te herinneren als de dag van de val, maar als de dag waarop ze beseft hoe veilig ze zich bij hen voelt.  Ze besluit om toch niet met de lift naar beneden te gaan, maar met haar vriendengroep te lopen. Toni had haar aangeboden om gratis naar beneden te gaan met de lift. Ook deze is immers van zijn vader. Maar nee, heel lief, maar toch gaat ze lopend mee.

(Morgen komt het vervolg!) In de Weinstube

                                                                                                                                    In de Weinstube

Matthias loopt voor de laatste keer een rondje door het centrum van Leufeld. Morgen gaat hij terug naar Ranitz. Hij heeft met de dames die hier een Sint Bernhard pup hebben, al een afspraak gemaakt voor training in zijn hondenschool. Ze zullen volgende week komen.
Bij de Weinstube loopt hij naar binnen, om een lekker glas Grüner Veltliner te drinken. Dat vond Nora ook altijd zo’n lekkere wijn. Als ze bij hem kwam, keek ze altijd in de koelkast of haar lievelingswijn er was.
Hij neemt plaats aan een klein tafeltje bij het raam en bestelt een eenvoudig plankje met bergkaas en wat spek. Buiten glijdt het leven van Leufeld langzaam voorbij. Matthias staart naar buiten, maar ziet weinig. In gedachten is hij bij Nora, zijn grote, bijzondere vriendin, met wie hij vanaf zijn eerste vakantie hier tot aan haar overlijden een warme, diepe relatie heeft gehad. Iets wat niemand, behalve zijn eigen ouders, die er niet meer zijn, geweten heeft.
Matthias neemt een slok van de wijn. Fris, licht kruidig, precies zoals hij zich herinnert. Even sluit hij zijn ogen.
In gedachten ziet hij Nora tegenover zich zitten, haar jas over de stoel gehangen, haar handen om het glas gevouwen.  Het snackplankje blijft even onaangeroerd terwijl de herinneringen zich aaneenrijgen. De wandelingen langs de rand van zijn dorp, haar lach wanneer een hond onverwacht nat tegen haar opsprong, de manier waarop ze altijd zei dat het bij hem zo anders was dan thuis. Gezelliger, niet zo ellendig als daar.
Buiten trekt een stel toeristen voorbij, luid pratend, onbekommerd. Matthias volgt hen met zijn blik tot ze de hoek omslaan. Hij beseft dat dit afscheid anders is dan alle vorige keren. Dan wist hij dat hij weer terug zou komen, dat Leufeld en Nora op hem wachtten. Ongezien stapte ze dan bij hem in de auto om naar Ranitz te gaan. Nu blijft deze plek alleen gevuld met herinneringen.
Plotseling ziet hij de halfbroer van Nora, Noah binnenkomen. Hij steekt zijn hand op ter begroeting. Noah ziet hem, loopt naar hem toe en gaat tegenover hem aan het tafeltje zitten.
‘Zo, heb je lekker gefietst?’
Matthias knikt heel tevreden. ‘Ja zeker, heb door de bossen gescheurd. Nu kan het nog, maar als straks de winter zich aanmeldt, is het weer voor een paar maanden voorbij.’
‘Ja, ja, maar dan begint ons heerlijke wintersportseizoen. Wordt er bij jou in Ranitz ook geskied?’
‘Nou, vooral veel gelanglauft. Er zijn prachtige paden voor, die elk jaar weer goed worden onderhouden. Veel daarvan lopen langs mijn huis, waar ik ook het hondenbedrijf heb.
Mensen die meerdere dagen willen langlaufen brengen hun hond dan soms bij mij.’
Noah leunt achterover en vouwt zijn handen achter zijn hoofd. ‘Dat klinkt als een ideaal bestaan. Rust, natuur, honden. Bijna jaloersmakend.’
Matthias glimlacht flauwtjes. ‘Rust, ja. Al is het soms ook gewoon stilte. Dat merk je pas als je er middenin zit.’
Noah knikt begrijpend. ‘Kwam Nora wel eens bij jou daar in Ranitz?’
Matthias voelt hoe zijn maag zich samenknijpt. ‘Ze…eh, ja zeker. We hebben onze relatie nooit opgezegd. Maar…, dit zeg ik in vertrouwen. Henri weet hier niets van,’ zegt hij zacht. ‘Ook Hannah heeft dit nooit geweten, dat is wel heel bijzonder.’
Er valt een korte pauze. Buiten rinkelt een fietsbel, iemand lacht te luid. Het leven gaat onverstoorbaar door.
‘Blijf je nog lang hier?’ vraagt Noah dan.
‘Nee,’ antwoordt Matthias. ‘Morgen rijd ik terug. Vroeg.’ Hij kijkt naar zijn handen op tafel. ‘Dit was… nodig. Mijn afscheid bij het graf. Het doet mij zoveel pijn.’ Tranen in zijn ogen.
Noah knijpt zijn lippen op elkaar. ‘Eh, ja wat een leven heeft mijn zus geleefd.’ zegt hij, bijna verontschuldigend.
‘Ja, ik weet dat het niet je nicht, maar je zus was,’ zegt Matthias. Hij kijkt op. ‘Nora heeft me altijd van alles, werkelijk alles op de hoogte gehouden.’
Noah schuift zijn stoel iets dichterbij. ‘Dit lag in mijn moeders slaapkamer, in haar bureautje. Ik vond het toen ik het huis verkocht en alles moest opruimen.’ Hij haalt een klein envelopje uit zijn jaszak en legt die tussen hen in op tafel.
Matthias staart ernaar alsof het een val is. ‘Ze wist dat ik wel eens hier zou zijn?’
‘Ze wist dat je steeds terugkwam,’ zegt Noah. ‘En…gezien dit briefje wist ze nog veel meer.’
Voorzichtig pakt Matthias de envelop op. Zijn naam staat erop, in het bekende, handschrift van zijn overleden vriendin. Even overweegt hij hem ongeopend te laten, maar zijn duim schuift al onder de rand.
‘Ik ga er vandoor, kom snel een keer bij jou in Ranitz langs,’ zegt Noah terwijl hij opstaat, ‘dat lijkt me erg leuk.’ Hij legt kort een hand op Matthias’ schouder en loopt richting deur.
Matthias blijft nog even zitten. Buiten schuifelen opnieuw toeristen langs de ramen, stemmen vermengen zich met het straatgeluid. De envelop ligt onaangeroerd voor hem. Hij laat hem gesloten.
Wanneer de snackplank leeg is, staat hij op en loopt naar de bar om te betalen. Terwijl hij op zijn wisselgeld wacht, gaat de deur open. Even later voelt hij een tik op zijn schouder. Hij draait zich om. Zijn hart slaat een slag over.
Hannah. Zijn dochter. Met haar vriend.
‘Dag meisje, dag jongen,’ zegt hij, iets te snel. ‘Alles goed met jullie?’
Dan valt zijn blik op het meisje achter Hannah. Zijn wenkbrauwen trekken samen. ‘Hé… wat is er met jou gebeurd? Ben je gevallen?’
Bjorn, die naast haar staat, knikt en vertelt in korte zinnen wat er die middag is gebeurd. Over de schrik, de pijn, en dat ze nu hier zijn voor een laatste drankje met vrienden.
Hannah, Caren en Anton nemen plaats aan de ronde tafel in het midden van de zaak. Terwijl Bjorn praat, gaat de deur opnieuw open. De rest van de groep komt binnen, luidruchtig en vol energie. Sofie loopt meteen op Caren af. ‘Hoe gaat het Ca, met je handen? Doet het nog veel pijn? Denk je dat het genezen is tegen de tijd dat we weer les moeten geven?’
Caren glimlacht en knikt. ‘Dat duurt toch nog even. Dan zijn die wondjes allang dicht.’
Hannah kijkt intussen naar Matthias. Er is iets aan hem dat haar intrigeert. Iets vertrouwds, zonder dat ze weet waarom. Ze zou hem graag beter leren kennen.
Matthias merkt haar blik op en glimlacht zacht terug. Zijn lieve dochter. Het laatste geheim van Nora en hem.
Zijn gedachten razen. Zeg ik het nu? Of vernietig ik alles door te zwijgen?
Hij ademt diep in, maar de moed blijft uit. Met een zwaai naar de vriendengroep draait hij zich om en loopt naar buiten, terug naar het hotel. Morgen vertrekt hij. Weg van dit toeval. Weg van zijn dochter, die hij toch een keer gaat uitnodigen om bij hem in de hondenstudio te komen kijken.
In de hotelkamer is het stil. Té stil. Matthias legt zijn jas over de stoel en blijft midden in de kamer staan, alsof hij niet weet waar hij naartoe moet. De envelop brandt in zijn jaszak. Uiteindelijk haalt hij hem tevoorschijn en legt hem op het bed.  Hij gaat zitten. Staart voor zich uit. Minuten verstrijken.
Voorzichtig schuift hij een vinger onder de rand van de envelop en opent haar. Binnen in zit een oude foto.
Nora. Lachend. Een baby op haar arm.
Hij draait de foto om. Haar handschrift, licht vervaagd maar onmiskenbaar:
Kleine Hannah, dochter van Matthias en mij.
Zijn keel knijpt dicht.
Er zit nog iets in de envelop: een klein briefje, gericht aan haar tante. Nora had er kort in beschreven dat ze nog altijd contact had met haar vriend, de man die beschuldigd werd van de geboorte van Klara. En dat de waarheid was dat dit lieve kindje van hém was.
Dus Noah weet dit waarschijnlijk ook, schiet het door hem heen.
Ongevraagd hoort hij Hannahs stem weer. Ziet haar blik. Open. Vertrouwend.
Ze heeft geen idee dat haar leven op losse schroeven kan komen te staan door één enkele zin van hem.  Zijn telefoon trilt.
Hannah:
Hé… dit is misschien raar, maar ik vond het jammer dat je zo snel weg was.
Zin om morgen nog iets te drinken voordat je vertrekt?”

Matthias sluit zijn ogen. Zijn duim blijft boven het scherm hangen.  Dit is het moment. Zwijgen of eindelijk kiezen voor de waarheid.
Langzaam typt hij:
“Nee, meisje. Maar kom jij maar eens met je vriendje bij mij in Ranitz.
Dit is het adres.”

Hij drukt op verzenden. En voelt hoe iets onomkeerbaars in beweging komt.
Hannah staart naar het bericht. Kijkt naar Bjorn. Ranitz. Dat is niet om de hoek. Dan reageert ze.
“Hannah:
Eh… oké? Is alles goed?”
Matthias legt zijn telefoon weg zonder te antwoorden. Hij loopt naar het raam en staart de donkere tuin in. De appelboom, kaal nu. Net als hij zich voelt. Uitgekleed tot de waarheid.
Hij en Nora hadden dit jaren geleden moeten doen. Niet wachten tot het leven er nu voor hem alleen voorstaat.
De volgende ochtend vroeg rijdt hij terug naar huis.
Zijn huis ziet er geweldig uit. De buurman, die verderop woont heeft een grote zoon, en met z’n tweeën hebben ze tijdens Matthias afwezigheid voor zijn honden gezorgd.
De twee labradors juichen van plezier en springen enthousiast en vol liefde tegen hun baasje aan. 
Hij loopt meteen met ze door de grote wei richting het bos, langs de rand van de heuvel tegenover zijn huis. Ze genieten en rennen vol plezier tussen de bomen door.
Wanneer ze terug zijn, pakt Matthias een kop koffie en gaat in zijn kleine kantoortje achter zijn computer zitten.
Er zijn veel aanvragen binnengekomen. Dat is altijd fijn: veel jonge pups die getraind moeten worden. Hij verwerkt alle gegevens en plant het werk voor de komende weken.
Dan ziet hij opeens een e-mail binnenkomen van Hotel Golf am See.  
Matthias leunt iets naar voren en opent de e-mail. Minke schrijft vriendelijk, bijna enthousiast. Zij en haar twee vriendinnen weten inmiddels van zijn manier van werken. Ze vragen of hij tijd heeft dat ze langs te komen om te kijken naar hun honden, en eventueel een trainingsafspraak in te plannen.
Hij glimlacht. Hij pakt zijn agenda erbij en ziet dat hij over drie dagen ruimte heeft in de ochtend. Rustige uren, ideaal om deze nieuwe honden goed te leren kennen.
Matthias typt een antwoord terug. Hij stelt voor om elkaar woensdagochtend te ontmoeten, bij zijn bedrijf, zodat hij rustig kennis kan maken met de honden. Hun eigenaren heeft hij een paar dagen geleden in Leufeld ontmoet. Na de kennismaking hier kan hij bepalen welke training het beste past. Hij drukt op verzenden en neemt een slok van zijn inmiddels lauwe koffie. Nog geen tien minuten later verschijnt er alweer een reactie. Minke gaat graag akkoord. Ze schrijft dat zij en haar vriendinnen, Heidi en Jane, aanwezig zullen zijn. Bob, de oudere hond, zal meegaan als rustige tegenhanger voor de pups. Dat stelt Matthias gerust. Immers oudere honden brengen vaak balans in een groep. Hij noteert de afspraak zorgvuldig in zijn agenda en sluit zijn e-mail af. De dag verloopt verder rustig. In de middag werkt hij met twee jonge herders uit het dorp en tegen de avond maakt hij opnieuw een lange wandeling met zijn labradors door het bos. Terwijl de zon langzaam achter de heuvel verdwijnt, denkt Matthias kort aan de afspraak bij het hotel. Nieuwe honden, nieuwe verhalen. Precies dat wat zijn werk zo bijzonder maakt. Het schuift Hannah even zijn gedachten uit.

(Morgen komt het vervolg!)Terug naar Nederland

                                                                                                                             Terug naar Nederland

Vroeg in de ochtend. Bert, die thuis net samen met Paco, Black Pearl naar de wei heeft gebracht, kijkt op zijn telefoon om te zien waar zijn vriendin in Amerika is. Beide hebben dat op hun IPhone ingeschakeld, dankzij een tip van de jongens. Zo heeft hij de reis van Karin in Amerika best goed kunnen volgen. Natuurlijk heeft ze hem ook heel veel foto’s gestuurd. Maar gelukkig, vandaag vliegen ze terug naar Nederland. Hij heeft haar gemist. Is blij om weer even samen te kunnen zijn, voordat hij weer teruggaat naar Nietsum.
Terwijl Bert zijn telefoon weer in zijn zak stopt, blijft hij nog even bij het hek staan. Black Pearl graast onverstoorbaar verder, alsof de wereld niet groter is dan deze wei. Bert haalt diep adem. Het is een vreemde rust, zo zonder Karin, maar ook een vertrouwde.
Als zijn telefoon trilt, kijkt hij direct. Een bericht van Karin: “Bijna aan boord. Tot straks ā¤ļø” Hij leest het twee keer en voelt hoe zijn schouders ontspannen. Het is genoeg.
Straks zal ze weer verhalen hebben over lange wegen, andere luchten en plekken waar hij alleen van heeft meegekregen via een scherm. Hij glimlacht bij die gedachte. Vanavond misschien samen aan tafel, foto’s bekijken, gezellig genieten en gewoon weer even samen zijn.
Morgen vertrekt hij weer naar Nietsum. Terug naar het ritme van werken en alleen zijn. Maar deze paar momenten samen voelen als een anker, genoeg om weer  vooruit te kunnen. Heel soms, als de kinderen van Karin tijd hebben om op BP te passen, komt zij ook weleens een paar dagen met Paco naar Nietsum.
De middag kruipt langzaam voorbij. Bert doet wat kleine klusjes rond het huis, maar zijn gedachten dwalen steeds af naar de aankomsthal, naar het moment dat hij haar weer ziet. Hij vraagt zich af of ze moe zal zijn van de lange vlucht, of juist vol energie van alles wat ze heeft meegemaakt.
Tegen de avond staat hij klaar om te vertrekken. Een jas over de arm, sleutels in de hand. Black Pearl hinnikt zacht wanneer Bert naar de wei loopt om het mooie paard vast op de stal te zetten. ‘Ik ben zo weer terug,’ zegt hij hardop, alsof het dier hem begrijpt. Ondertussen springt Paco vast in de auto.
Op de weg naar het vliegveld denkt hij aan Nietsum, aan de stilte daar, aan de dagen die weer zullen volgen. Maar eerst dit: even samen zijn. Soms is dat precies genoeg.
De aankomsthal is drukker dan hij had verwacht. Rolkoffers ratelen over de vloer, stemmen mengen zich tot een zacht geroezemoes. Bert staat bij het hek en kijkt telkens naar de schuifdeuren. Elke keer dat ze opengaan, spant hij zich even aan. Paco zit gespannen naast hem, alsof hij aanvoelt dat zijn lieve baasje eraan gaat komen. Opeens ziet hij Paco kwispelend opkijken en voelt een hand op zijn schouder. ‘Hee, Bas, hoi wat gezellig!”
Dan zien ze de vriendinnen. Het gezicht van zijn partner, vermoeid, maar met die vertrouwde glimlach. Even lijkt alles om hem heen stil te vallen. Karin kijkt zoekend rond en wanneer hun blikken elkaar vinden, licht haar gezicht op. Paco springt op en vliegt op haar af.
Zij stopt en omhelst hem vol liefde. De andere meiden lachen als ze zien hoe Paco zijn vrouwtje bespringt voordat Bert haar kan omhelzen. Greet en Bas vallen elkaar in de armen.
Dan geven de vriendinnen de twee mannen ook een welkomstkus. Paco pikt meteen zijn plekje bij zijn vrouwtje in. ‘Ik heb je gemist,’ zegt ze zacht tegen haar grote hond.
Ze lacht om Paco’s onstuimigheid en aait hem geruststellend over zijn kop. Zijn staart zwiept enthousiast heen en weer, alsof hij haar gemis wil inhalen. Bert kijkt toe, een zachte glimlach rond zijn mond. Het is goed zo. Ze zijn weer compleet.
‘Gaat het?’ vraagt hij uiteindelijk, zijn stem laag, bijna voorzichtig.
Karin knikt, maar haar ogen verraden hoe moe ze is. ‘Druk. Maar nu… nu is het goed.’
Ze lopen met z’n zessen naar de auto’s. Greet en Bas hand in hand. Bert voelt Karin naast zich, haar hand in de zijne. Paco loopt trouw aan haar zijde, alert en tevreden. Af en toe kijkt hij op, alsof hij wil controleren of ze er nog is. Karin merkt het en glimlacht. ‘Ik blijf nu echt bij jou,’ fluistert ze tegen hem
Bert knijpt zacht in haar hand. De reis is voorbij. Het thuiskomen begint nu pas. Bas en Greet nemen Mirte mee.
Met Janneke rijden Bert en Karin terug. Voordat ze bij het Boshuis zijn, stopt Bert bij het huis van deze vriendin. Waar ook een heerlijke thuiskomst is en haar echtgenoot Bert enorm bedankt voor het ophalen van zijn vrouw.   ‘Blijven jullie wat drinken?’
‘Een andere keer, graag,’ zegt hij. ‘Nu willen we gewoon naar huis.’
Er wordt gelachen, geknuffeld en nog één keer uitgebreid gezwaaid. Dan rijden ze verder. De weg wordt stiller, donkerder ook, en tussen de bomen door verschijnt het Boshuis. Het buitenlicht bij de veranda brandt al. Karin voelt iets in haar borst ontspannen, alsof haar lichaam dit beeld herkent en zegt: ja, heerlijk weer thuis te zijn.  Paco springt meteen uit de auto en snuift diep, zijn staart maakt grote, rustige slagen. Dit is zijn veilig terrein. Karin blijft even staan, neemt haar prachtige huis in zich op, de geur van bos en hout, het zachte geritsel van bladeren. Bert slaat een arm om haar heen. Ze loopt even naar de stal om haar geweldige paard te omhelzen. Hij hinnikt vol blijdschap als hij haar aanhoort komen.
Binnen is het heerlijk warm. Karins koffer verdwijnt in de slaapkamer, schoenen worden uitgeschopt en haar pantoffels trekt ze aan. Ze aait Paco over zijn kop; hij zucht tevreden en gaat languit bij de openhaard liggen, precies zo dat hij haar kan blijven zien.
Bert schenkt twee glazen witte wijn in, zonder iets te zeggen, alsof woorden overbodig zijn. Als ze samen op de bank zitten, beseffen ze het allebei: de reis was geweldig, maar dit moment is daardoor nog fijner.
Buiten is de lucht koel en helder. De avond draait langzaam door, de wereld lijkt zachter in het donkere licht.  
‘Hij is heel trouw geweest,’ zegt Bert met een knik naar de hond.
‘Dat geloof ik meteen,’ antwoordt ze glimlachend. ‘Maar jij ook.’
Karin schuift dichter naar hem toe. Paco kijkt op en ploft naast hen op de bank met zijn kop op haar benen.
‘Ik wist niet hoe moe ik zou worden, de terugreis was toch wel heel vermoeiend,’ zegt ze.
‘Nou, nu kun je heerlijk slapen zo direct. Samen in het grote bed,’ zegt hij simpel.
Ze drinken in stilte hun glas leeg.  
Voordat ze naar bed gaan, doet Karin nog snel Paco even naar buiten, om zichzelf even uit te laten.
De volgende ochtend kruipt ze voorzichtig uit Bert zijn armen en loopt naar de keuken om een heerlijk ontbijtje te maken. Paco springt tevreden tegen haar aan. Als ze met het ontbijtplateau naar de slaapkamer loopt, gaat hij met haar mee. Zo liggen ze even later met z’n drieën in het grote bed.
‘Heerlijk weer thuis te zijn, schat. Maar…wel jammer, maar logisch hoor, dat jij zo weg moet gaan.’
Bert kijkt haar liefdevol aan. ‘Schat, ik moet echt in Nietsum aan het werk, maar we zien elkaar absoluut snel weer. Oh…ik verheug me zo op onze wintersportreis straks.’
Ze genieten samen in bed van het ontbijt, met hun hondenvriendje aan hun voeten.
Later op de ochtend nemen ze afscheid. Beide bedenken ze in stilte dat hun latrelatie misschien toch wel ooit een vaste samenleving moet worden.

(Morgen komt het vervolg!) Freddie en Sander gaan springen

                                                                                                                Freddie en Sander gaan springen

In de skischool van Markus zijn Berend, Markus en Toni het hele jaar door druk bezig. In de herfst ligt er natuurlijk nog geen sneeuw, maar het kindergroepje waar Freddie en Sander bij horen, krijgt dan al training voor de wintersprongen die ze later verder zullen oefenen.
Ervaren instructeurs als Markus, Berend en Karel bieden het hele jaar door professionele lessen aan het groepje van Sander en Freddie. Daarbij krijgen de jongens in de skischool ook videolessen te zien, onder andere over achteruit skiën en springen.
Wanneer straks de sneeuw weer valt, trainen ze verder op de helling Weisstannebühl, naast het Eetcafé van Minke en René. Dan beginnen ze met het oefenen van achteruit skiën. Daarbij is het natuurlijk belangrijk dat ze, wanneer ze kleine bochtjes leren maken, hun gewicht op de dalski houden en goed over hun schouder kijken.
De training is erg belangrijk. De jongens leren ook om voorovergebogen te staan wanneer ze straks echt gaan springen. Eén voor één worden ze nu, zonder ski’s aan, opgetild vanaf een opgestelde brug in de trainingszaal. De mannen houden de jongens stevig bij de heupen vast, terwijl zij hun benen wijd en gestrekt naar achteren houden.
Voel de spanning in je lichaam,’ zegt Markus. ‘Zo blijf je stabiel in de lucht.’
Freddie lacht nerveus wanneer hij aan de beurt is, maar zodra hij wordt opgetild, begrijpt hij wat Markus bedoelt. Sander kijkt geconcentreerd toe en probeert de houding alvast te onthouden. De jongens moedigen elkaar aan en worden met elke oefening zekerder.
Aan het einde van de training staan ze hijgend maar tevreden naast elkaar. Ze weten dat het nog hard werken wordt, maar ook dat ze samen grote stappen maken. En wanneer straks de echte sprongen op de sneeuw volgen, zullen ze klaar zijn om de lucht in te gaan.
                                                                                                                                                 ****
De dagen worden korter en kouder en op de helling Weisstannebühl ligt er inmiddels een dikke laag verse sneeuw. Voor Freddie en Sander betekent dat maar één ding: de training gaat een nieuwe fase in. Markus kondigt aan dat ze zich gaan voorbereiden op hun eerste echte wedstrijd van het seizoen.
Vanaf dat moment verandert de sfeer. De trainingen worden strakker en serieuzer. Elke les in de ochtend beginnen ze met techniek: achteruit skiën, scherpe bochtjes en gecontroleerde landingen. Markus let op elk detail, Berend corrigeert hun houding en Toni neemt de sprongen op, met de camera op zijn telefoon. Karel is er nu niet bij, hij vliegt deze week naar New York en terug.
Sander blijkt vooral sterk in het achteruit skiën. Hij glijdt soepel over de piste en houdt zijn balans, zelfs wanneer de helling steiler wordt. Freddie moet harder werken, maar zijn sprongen worden elke dag beter. Hij durft steeds iets hoger te springen en landt steeds stabieler.
Op een middag wordt er voor het eerst een klein parcours uitgezet. Een paar poortjes, een korte schans en een laatste bocht naar de finish. De jongens mogen één voor één starten, alsof het al een echte wedstrijd is. Terwijl Freddie bovenaan staat te wachten, kijkt hij even naar het Eetcafé beneden. Hij ziet zijn ouders buiten staan en voelt hoe zijn hart sneller klopt.
Wanneer het startsein klinkt, zet hij zich af. De wind suist langs zijn oren. Hij maakt zijn bochten, springt over het kleine schansje en landt precies zoals hij het heeft geoefend. Onderaan wacht Sander hem op met een brede glimlach.
‘Wauw, dat ging goed hè,’ zegt hij tegen zijn vriend.  
De volgende afdaling verrast Freddie iedereen weer met een perfecte sprong. Markus knikt goedkeurend. ‘Zo,’ zegt hij, ‘jullie zijn er bijna.’ 
De laatste training voor de wedstrijd sluiten ze af in stilte. De jongens weten dat het nu om vertrouwen gaat. Ze hebben geleerd hoe ze moeten sturen, springen en landen. Maar vooral hebben ze geleerd om in zichzelf te geloven.
Het winterseizoen is begonnen. Ook Joke op haar werkplek op de Weisstannebühl merkt al een verandering in de gasten bij haar in het eetcafé. Ze lacht wanneer ze Freddie en Sander binnen ziet komen.
‘Ha jongens, gezellig! Zijn jullie klaar met de skitraining vandaag? Zin in een lekkere warme chocolademelk?’
Beiden knikken meteen. ‘Ja, lekker, graag, Joke.’ Ze schuiven naast elkaar op de grote krukken aan de bar.
‘Oh, ik zag mijn ouders net op het terras staan kijken. Die zijn nu zeker weer terug naar het hotel?’
‘Ja, dat klopt, jongen,’ zegt Joke. ‘Je vader is hier even geweest om wat bestellingen langs te brengen die bij jullie in het hotel waren afgeleverd. Onder andere weer frituurvet voor Bjorn in de keuken, want dat was bijna op.’
‘Oké, we lopen dus straks naar huis,’ knikt Sander, al snoepend van de slagroom op zijn chocolademelk.
Freddie zwijgt even en kijkt door het raam naar buiten. De sneeuw dwarrelt zacht en de lampen langs de weg geven het dal een warme gloed. Hij voelt nog steeds de spanning van de sprongen in zijn benen.’
Joke zet een schaal met kleine koekjes voor hen neer.  
Buiten klinkt een windvlaag tegen de ramen. In het café is het warm, er hangt de geur van soep. Freddie neemt nog een slok en voelt de zoete warmte tot in zijn buik.
‘We lopen straks samen naar huis,’ zegt hij.
Sander knikt langzaam. ‘Samen,’ herhaalt hij. ‘Wat hebben we het goed geleerd. Sturen, springen, landen… Wat is het toch onwijs leuk dat wij naast elkaar wonen. Dat jullie uit Nederland hier naar Leufeld zijn verhuisd.’
Freddie kijkt zijn vriend glimlachend aan. ‘Ja zeker, ik ben hier ook zo blij.’
Joke hoort het ze zeggen. Ook zij is zo gelukkig dat ze nu uit Nederland vertrokken is en terug is bij haar geliefde man en zoon. Chris is nu wel naar college en Karel ergens in de lucht. Maar ze genieten er alle drie heel erg van. Maar het gemis van Cato blijft nog wel altijd in hun hart gloeien.
Even later skiën de jongens de berghelling af,  bergen de ski’s beneden op in de opbergplaats van de skischool en lopen door naar huis. Bij Joke hoefden ze niets te betalen. Het bergcafeetje is immers van Freddies vader.

(Morgen komt het vervolg!) Noah naar Mathias

                                                                                                                                  Noah naar Mathias

Noah en Matthias zijn langzaam maar zeker echte vrienden geworden. Noah is inmiddels helemaal op de hoogte over wie de biologische vader van zijn nichtje Hannah is.  De juridische vader is de wettelijke vader,  Henri dus. Beide, zowel hij als Matthias hebben immers via Nora over elkaars leven gehoord. Hij zal het zeker niet tegen Hannah zeggen. Maar als Matthias het ooit toch wil vertellen, tja, dan zal hij hem daarin steunen. 
Het langlauf pad rond Ranitz is inmiddels alweer helemaal ingewerkt. Heerlijk om daar te langlaufen.
De hondentrainingen vinden nog steeds wel plaats. Ook al ligt er in de hondenwei al een flinke laag sneeuw. De St. Bernards van Heidi en Jane krijgen nog steeds training. Nu heel belangrijk in de besneeuwde wei. Ze leren ruiken, snuffelen en graven. Bob van Minke komt ook altijd mee. Hij is erg goed in het opzoeken en opgraven van diverse verstopte zaken in de sneeuw.
De lucht hangt zwaar en stil boven Ranitz, alsof de sneeuw elk geluid dempt. Noah staat met zijn handen diep in zijn jaszakken langs de rand van de wei en kijkt hoe de honden zich door de dikke laag sneeuw werkten.  
‘Goed zo, Joris… rustig… volg,’ roept Heidi, tegen haar St. Bernard. Bob is aan het snuffelen, even later begint hij stevig te graven. Sneeuw vliegt alle kanten op.
‘Bob vindt iets,’ zegt Matthias. Noah is toevallig net aangekomen. En terwijl hij zijn auto parkeerde, zag hij de vrouwen uit Leufeld met hun honden.
Noah knikt.  ‘Ja, ze doen het steeds beter, vooral Bob van Minke en René, poeh dat is echt een toppertje.’  Een schelle blaf klinkt verderop. Bob heeft iets gevonden en springt enthousiast op en neer, zijn staart zwiept wild heen en weer. Minke lacht en loopt naar hem toe. Ze pakt hem vast en knuffelt hem. ‘Ja hoor, jij weer. Wat ben je toch een kanjer.’
Even is er alleen het geluid van blaffende honden en het zachte schrapen van poten door sneeuw. De pups van Heidi en Jane, moeten hun vrouwtje netjes volgen. En dan weer een stukje naast lopen. Ze hebben inmiddels al leren zitten op commando en liggen doen ze ook als dat hun gezegd wordt. De vrouwen voelen zich heel thuis bij Matthias in de hondenwei. Noah kijkt opzij naar Matthias. Hij lijkt afwezig, zijn blik gericht op niets in het bijzonder.
‘Denk je aan je dochter?’ zegt Noah zacht.  Matthias haalde zijn schouders op, maar zijn ademhaling verraadt hem.
‘Tja, ik zie haar zo graag. Maar het voelt alsof ik iets verberg wat eigenlijk voor haar bekend moet zijn.’ 
Noah zegt even niets. Hij ziet vaak in het weekeinde zijn nichtje, Matthias’ dochter. Ze studeert inmiddels nog, maar soms helpt ze Henri en hem in de grote winkel. Als ze geen skiles hoeft te geven. Hij kijkt naar de honden, naar Heidi die Joris beloont met een aai en een brokje. Alles lijkt zo eenvoudig daar in de sneeuw.
‘Je hoeft niets te forceren,’ zegt hij uiteindelijk. ‘Maar als je het ooit wilt zeggen… dan sta ik naast je. Dat weet je. Immers mijn levensgeschiedenis heeft na het overlijden van mijn moeder ook zo’n draai gekregen. Eindelijk gehoord wie mijn vader is geweest. Die vieze oude boer. Jakob Holzer.’ 
Matthias knikt langzaam. ‘Ja. Wat een ellende heeft die vent toch verspreid.’
Op hetzelfde moment klinkt er een vrouwenstem vanaf het pad. ‘Hé! Daar zijn jullie!’
Beide mannen draaiden zich om. Een meisje in een dikke winterjas komt hun kant opgelopen, haar laarzen zakken diep weg in de sneeuw.
‘Hannah,’ mompelt Matthias verbaasd.
Ze zwaait uitbundig. ‘Ha heren, Anton, mijn vriend zei dat zijn moeder en Minke en Heidi hondentraining zouden krijgen vandaag. En ik moet zo naar de hotelschool, maar ik rijd dan altijd langs Ranitz. Ben daarom even gestopt.’
Noah glimlachte en stak zijn hand op. ‘Ha nichtje, gezellig. Kijk daar loopt je toekomstige schoonmoeder.’
Matthias blijft stil staan. Zijn blik verzacht als hij haar ziet naderen, haar wangen rood van de kou, haar ogen helder en nieuwsgierig.
De honden beginnen meteen ook enthousiast te reageren op de nieuwe komst. Bob, die haar al zolang kent, rent op haar af, dwars door de sneeuw.
Hannah lachte hardop. ‘Bob! Rustig joh!’
‘Hee, ha meisje,’ roepen Minke en Jane tegelijk.  Heidi knielt net in de sneeuw en slaat haar armen Joris heen, die haar gezicht probeert te likken. Dan kijkt ze op. ‘Hee, ha Hannah.’
‘Zullen we even koffiedrinken binnen?’ stelt Matthias voor. Ze kijken hem alle vijf enthousiast aan. Even later zitten ze gezellig binnen. Met de drie honden aan hun voeten.
‘Wat gezellig Noah, dat jij sinds je hier bij ons in Leufeld woont, zo’n leuke vriend hebt gekregen.’  ‘En zo heerlijk voor onze honden,’ zegt Jane. Er valt een korte stilte.
‘Ja…,’ zegt Mathias vervolgens., zijn stem iets onzeker als hij naar Hannah kijkt, ‘wij leren de honden om mensen te vinden. In de sneeuw. Als iemand verdwaald is. Of onder een lawine terecht is gekomen.’
Minkes ogen worden groot. ‘Ja, het is echt superbelangrijk. Net zoals Bob toen ook de opa van Chris en Cato, de vader van Jane, onder aan de trap van ons hotel heeft gevonden.’
Een kleine glimlach verscheen op Matthias’ gezicht. ‘Ja,’ zei hij zacht. ‘Dat is heel goed.’
Terwijl de sneeuw zachtjes blijft vallen, gaan ze na de koffie weer met de honden aan het werk. Matthias volgt zijn dochter, die langzaam door de sneeuw terugloopt naar haar auto. In hem lijkt het een fractie lichter te worden, alsof niet alleen de honden leren zoeken, maar hijzelf langzaam ook de weg begint te vinden.
Het voelt goed dat zijn dochter, zonder het te weten, in haar vaders huis is geweest. Peinzend kijkt hij haar na. Hoe moet hij haar dat ooit vertellen? Hij schudt zijn hoofd en loopt naar het midden van de hondenwei.
De puppy’s werken aan luisteren naar commando’s als volgen, zitten en liggen. Maar Bob is daar natuurlijk allang klaar voor.
Hij heeft Minke voorgesteld om hem ook voor lawinetraining in te zetten. Het is een complex proces: leren een geur te herkennen en die vast te houden tijdens het zoeken.
Minke vindt het fantastisch dat Bob de komende weken bij Matthias getraind zal worden. Hij zal zijn reukvermogen goed leren gebruiken.
De kou bijt licht in zijn wangen terwijl hij zijn handen in zijn jaszakken steekt. De puppy’s drentelen onrustig door elkaar. Eén van hen struikelt over een hoopje sneeuw en krabbelt meteen weer overeind. Matthias fluit zacht. ‘Kom eens hier.’
Onhandig, maar enthousiast, komen ze op hem af. Hij hurkt en commandeert ze alle drie te gaan zitten. Hij recht zijn rug en kijkt naar de rand van de wei. In de verte is de auto van zijn dochter inmiddels verdwenen. Alleen de sporen in de sneeuw zijn nog zichtbaar, twee parallelle lijnen die langzaam vervagen onder de vallende vlokken.
Hij pakt een klein doekje uit zijn jaszak, houdt het even vast en knijpt het tussen zijn vingers. Een geurdrager. De eerste stap. Bob kijkt hem nieuwsgierig aan, zijn kop scheef. ‘Dit is waar het begint,’ zegt hij zacht, hij laat Bob flink aan het doekje snuffelen.
Hij legt het doekje een heel stuk verderop in de sneeuw, naast een klein rotsje. De pups volgen Bob aarzelend, die snuffelend richting van het rotsje loopt. De vrouwen en Noah kijken naar deze gebeurtenis. 
Bob loopt snuffelend over de grond en raakt dan het doekje met zijn neus aan. Meteen volgt de stem van zijn vrouwtje,  warm en bemoedigend. ‘Goed zo. Dat is het. Onthoud dat, Bobbie.’
Matthias kijkt nog één keer naar de plek waar de auto met Hannah verdwenen is. Misschien, denkt hij, hoeft hij haar niet alles in één keer te vertellen. Misschien is het genoeg om haar eerst iets te laten vinden. Wellicht kan Noah hem hierbij helpen.
Minke kijkt op haar horloge. ‘Oh, het is bijna lunchtijd. Ik moet gaan. Gaan jullie mee meiden?’ Heidi en Jane knikken meteen en roepen allebei hun pup. Even later zijn ze op weg naar Leufeld. Matthias en Noah lopen samen naar binnen, waar de twee labradors rustig liggen te wachten tot ze weer lekker buiten kunnen spelen zonder dat er honden cursisten zijn. De mannen drinken samen nog een kop koffie.
‘Weet je,’ zegt Noah, ‘als je het Hannah ooit wil vertellen en ik je daarbij moet helpen, kun je me altijd gebruiken hoor.
Matthias knikt glimlachend. ‘Ja, weet je, wat zal die meid schrikken als ze dit hoort. En dan die vader, Henri. Wel heel verdrietig ook voor die man. Maar ik ga er eens goed over nadenken. Als ik je nodig heb, dan zal ik het je zeker vragen.’
Ze kletsen nog even verder en dan verdwijnt Noah ook naar Leufeld. Hij moet aan het werk. Vanmiddag is hij de verkoper in de winkel. Henri werkt over het algemeen op het kantoor, achter in de winkel.  Sinds zijn moeder overleden is en hij nu hier in Leufeld woont, voelt hij zich steeds meer op zijn gemak. Hannah en haar vriendengroep vindt hij ook erg leuk. En … een paar weken geleden heeft hij een leuke man in Leufeld ontmoet. De jongste broer van Wendy. Even oud als hijzelf is. Haar oudste broer is met een vrouw getrouwd en heeft inmiddels twee kinderen. Een dochter en een zoon. Maar Bernie, haar jongste broer was nog steeds geen leuke partner tegengekomen. Totdat Noah ineens in Leufeld verscheen. In het begin waren het korte gesprekjes geweest, vaak toevallig, bij de bakker of op straat. Een grapje hier, een blik daar. Bernie had iets rustigs over zich, iets oprechts, en Noah merkte dat hij zich bij hem anders voelde dan bij anderen, meer zichzelf, minder op zijn hoede. De afgelopen weken waren ze elkaar vaker gaan opzoeken. Eerst een wandeling, daarna eens samen koken. En nu… nu voelde het alsof er iets groeide waar hij heel blij van werd. Die middag in de winkel betrapt Noah zichzelf erop dat hij af en toe glimlacht zonder reden. Hij denkt aan Bernie.  ‘Je lijkt wel ergens anders met je gedachten,’ merkt Henri op vanuit de deuropening van zijn kantoor. 
Noah schrikt een beetje op. ‘Oh, ha, ha, ja, gewoon… goede zin vandaag.’
Henri knikt begrijpend. ‘Dat mag ook wel eens. Het is hier het laatste jaar zwaar genoeg geweest.’ Even valt er een stilte. Noah denkt aan Hannah. Aan wat Matthias hem verteld heeft. Aan het geheim dat nog als een soort spanning in de lucht hangt
Noah ademt diep in. Dit wordt nog ingewikkeld, denkt hij. Maar misschien… misschien komt alles uiteindelijk wel uit. Hoe vreselijk zal dat dan voor Henri moeten zijn. Enfin, hij weet er verder niets van. Zal er nooit iets over zeggen.  Vanavond ziet hij Bernie weer. Alleen al die gedachte maakt hem nog opgewekter.
De middag in de winkel vliegt voorbij. Er komen meer klanten dan verwacht, vrouwen die alvast vooruitdenken aan de winter en op zoek zijn naar nieuwe skikleding, zorgvuldig stoffen voelend en kleuren vergelijkend. Even later staan er twee mannen bij de brillenwand, broers zo blijkt, druk pratend over hun geplande reis naar de Dolomieten met een vriendengroep. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk.  Noah helpt, adviseert, rekent af. Het is een goede middag, niet alleen qua omzet. Henri is al naar huis gegaan.
Wanneer Noah uiteindelijk de deur achter zich sluit, hangt de stilte van de avond al in de straat. Hij fietst terug naar zijn huis in Leufeld, de koele lucht langs zijn gezicht, zijn gedachten steeds weer afdwalen naar wat er komen gaat.  Rond zeven uur hoort hij het bekende geluid van Bernie ’s auto. Bernie glimlacht bij binnenkomst, ze omhelzen elkaar zacht.
Ze laten de auto op de oprit staan en lopen samen de straat in. De straatjes zijn rustig, hier en daar brandt warm licht achter de ramen. Vlak achter de grote kerk ligt het restaurant, gezellig en altijd vol leven.
Binnen worden ze omarmd door warmte en zachte stemmen. Ze krijgen een tafel bij het raam. Buiten valt de avond langzaam over het plein. Ze praten makkelijk. Over de winkels, grappig dat ze allebei in een grote sportwinkel bezig zijn.  De wijn die ze kiezen is vol en rond, en blijft nog even hangen.  Op een gegeven moment lachen ze om niets bijzonders. Het soort lachen dat iets langer doorgaat dan nodig is. Na het eten blijven ze nog zitten, hoewel de borden al lang zijn afgeruimd. De glazen zijn halfleeg.
Zullen we teruglopen?’ stelt Bernie voor. Noah knikt. Steekt zijn hand op om de rekening op te vragen. Buiten is het dorp bijna stilgevallen. De kerk torent donker boven hen uit, de contouren scherp tegen de nachtelijke lucht. Ze lopen zonder haast, hun passen vanzelf op elkaar afgestemd.
‘Fijne avond, zo samen,’ zegt Noah na een tijdje, alsof hij iets te zeggen moet hebben. Bernie kijkt hem even aan. ‘Ja,’ zegt hij zacht. ‘Super dat we elkaar hebben leren kennen.’
Ze blijven staan, midden op het lege pleintje. Even lijkt het alsof de wereld kleiner wordt, stiller. Noah voelt zijn hart sneller kloppen, zonder precies te weten waarom. Of misschien weet hij het wel. Bernie doet een halve stap dichterbij. Twijfelt niet echt, maar neemt de tijd alsof het moment erom vraagt.  ‘Is dit oké?’ vraagt hij, bijna fluisterend.
Noah antwoordt niet maar kijkt hem met een warme liefdevolle blik aan.  Wanneer Bernie hem kust, is het voorzichtig. Alsof ze allebei nog moeten wennen aan het idee dat dit echt gebeurt. Maar ze trekken zich niet terug.

(Morgen komt het vervolg!) Bezoek in het Boshuis

                                                                                                                       Bezoek in het Boshuis

Karin komt net op Black Pearl, met Paco naast haar, het bos uit, op weg naar haar huis. Ze hebben even naar het meertje gereden. Een prachtige omgeving, waar ’s winters weleens geschaatst wordt. Ze krijgt aan het eind van de middag weer gasten.  Anna en Nico komen met Pepper. Ze hopen waarschijnlijk dat ze Black Pearl voor een ritje mogen lenen. Dat vindt Karin prima. Elisa, moeder van Anna,  past op de kinderen. Ze is tegenwoordig samen met Eduard, de broer van overleden Boudewijn. Natuurlijk hebben beide veel verdriet gehad, net als Joke, Chris en Karel. Ook Minke en René, de Nederlandse eigenaren van Hotel Golf am See,  zijn zeer geschokt geweest door het bizarre overlijden van Boudewijn. Hij was al vanaf het begin dat ze zich daar gesetteld hadden, een veel terugkomende gast geweest.
Hannah,  is nog altijd zwaar onder de indruk van wat haar moeder heeft uitgehaald. Dat hebben ze aan Joke in het bergcafé laten zien. De telefonische klap voor het overlijden van oude Boudewijn.

‘Wat is er aan de hand?’ vraagt Bjorn zacht.
Anton drukt het nummer dat op naam van Boudewijn Broeks staat.
Joke knippert even, haar handen beginnen licht te trillen. Ze leest vol schrik wat er allemaal verstuurd is. Het zijn berichten naar haar vaders mobiel geweest. Joke bevriest. Bjorn loopt meteen om de bar heen en legt zijn hand stevig op haar schouder.’ 
Heel voorzichtig drukt Joke op de eerste spraakmemo.
Een krakerige stem, duidelijk Nora’s, vult de stilte in de Berghut.
“Jij stomme oude vent! Jouw schuld dat er bij de brand zoveel verdriet is ontstaan. Nu achtervolgt iedereen mij. Rotvent!”
Hannah slaat haar handen voor haar mond. Joke krijgt nauwelijks lucht.
Anton zet de memo stop. ‘Joke… dit is pas het begin. Er staan nog drie berichten op. En één foto…’ Hij schuift met zijn vinger de appjes naar beneden. Dan opeens zien ze de foto van het brandende Haus Gröfeld, gevolgd door het gerenoveerde huis.
Joke schudt geschokt haar hoofd, maar haar ogen blijven aan het scherm gekluisterd.
Bjorn kijkt Anton strak aan.
‘Jij laat alleen verder iets horen als Joke dat wil. Is dat duidelijk?’
Joke ademt diep in, haar stem zacht maar vastberaden.
‘Laat het me horen. Alles.’
Anton klikt op het volgende bericht.
Weer die krakende stem: “Met die verwaande kleindochter van je. Ja, ja. Omdat zij zo goed kon skiën en Nederlands kon spreken met de kleine kinderen, daarom zou mijn dochter Klara niet tot de skileraressen groep gevraagd worden.”

Dat vreselijke geschreeuw op de mobiel, heeft het overlijden van Boudewijn aanzet gegeven. Die toen de partner van Elisa, de moeder van Anna was.
Even later, draven Black Pearl en Paco, ja en Karin dus, het tuinpad op. Uit zichzelf loopt BP meteen naar zijn stal. Karin glimlacht erom. Ze springt eraf en ontzadeld haar lieve paard.
‘Kom schat, je kunt nog lekker even in de wei lopen. Straks krijg je weer een vriendin naast je in de stal staan.
Als ze haar paard rijlaarzen uitgetrokken heeft en zich verkleed heeft, loopt ze met een kopje thee in haar hand, de trap af naar haar kantoor. Paco volgt en strekt zich uit op het grote kussen dat er voor hem in het kantoor ligt.  De B&B heeft ze vanochtend al klaar gemaakt. Met een fles alcoholvrije wijn in de koelkast, want ze weet dat Anna momenteel geen alcohol mag drinken. Ze is in verwachting van haar derde kind. Voor haar man liggen er wel biertjes bij.
Karin opent haar wijnschakelwebsite. Ze heeft net nieuws van "Wijn en Wijngaard" ontvangen, dat is altijd goed voor haar. Haar eigen wijngaard ligt er, mede dankzij Bert, perfect bij.
Bert en zij zijn aan het eind van de zomer, begin september, met Paco nog een paar dagen naar de prachtige B&B in Limburg geweest. Waar ze ook van die fantastische wijngaarden hebben liggen, waar je langs kunt wandelen. In het heerlijke dorpje waar Barbara, de vriendin van Joke, nu de eigenaresse is van het eetcafeetje waar ze ooit met Greet heerlijk heeft geluncht en Boudewijn ontmoet heeft en broer Eduard.
In een omgeving met glooiende heuvels, een kerktoren die boven de daken uitsteekt, en een web van smalle straatjes met kinderkopjes. Hier, in het uiterste puntje van Nederland, hadden ze toen besloten een wijnweekend te beleven. Geen grote wijngaarden, maar kleinschalig, met rijen pinot blanc, pinot gris en auxerrois die tot aan de horizon lijken te reiken.
Bert vond het ook fantastisch daar. Ze hebben er heerlijk met Paco naar het drielandenpunt gewandeld.
Ze werkt nu verder aan de eerstvolgende Wijnspijs avond. Bij Ruud van Westen. Ze organiseert deze samen met Janey, zijn sommelier. Deze avond zal ze ook eens alcoholvrije wijnen presenteren. Zoals onder andere de bubbel van Ilja Gort. De Gogo Zero Rose. Heerlijke droge bubbel gemaakt van de sappigste Grenache en Syrah druiven.  
Een uurtje verder, ziet ze Paco opeens overeind schieten en de trap oprennen. Ze luistert en hoort autodeuren dicht slaan. Ah, denkt ze, dat zullen Anna en Nico zijn.  En ja, daar komen ze aan.  Nico begeleidt Pepper al uit de grote aanhangwagen. Op weg naar de stal. Het is leuk   om te zien hoe goed ze zich hier thuis voelen. Immers nu al drie keer met paard en al geweest.
‘Hallo, wat gezellig dat jullie er zijn. Ja, zet Pepper maar in de stal hoor. Alles heb ik daar voor haar in orde gemaakt. Of…trouwens,  ze kan ook het weiland in, bij haar vriendje Black Pearl.’
Karin weet dat ze morgen een tochtje willen maken, maar gaat ervan uit dat de rit niet te lang zal zijn, immers als je zwanger bent, kun je niet uren paardrijden.
‘Hoe is het met je moeder, Anna? Past ze nu op je kinderen?’
‘Ja, ze is nu bij ons thuis. Het gaat weer goed met haar hoor. Beetje gek, maar dankzij het feit dat Boudewijn, haar partner, tweelingbroer Eduard heeft, gaat het partnerschap nu met hem gewoon verder.
Karin kijkt haar glimlachend aan. Ze denkt plotseling aan de dag dat Greet en zij, inderdaad dachten dat Boudewijn Eduard was, en even later, in het eetcafeetje, dat Eduard Boudewijn was.

“‘Hee, kijk eens wie daar binnenkomt, de winkelier van het dorpswinkeltje,’ zegt Greet terwijl ze naar de deur wijst waar een oud stel naar binnen wandelt.
De oude man loopt langs hun tafeltje, maar gunt ze geen blik waardig. Hij zakt onderuit op de stoel aan het tafeltje naast hen en zegt niets.  De vrouw loopt naar de uitgiftebalie om wat te bestellen.
‘Dag mijnheer, herkent u ons niet?’ vraagt Karin, en haar stem klinkt bijna vriendelijk, maar ook nieuwsgierig. ‘Van de ansichtkaarten en het ganzenbordspel. We waren gisteren in uw winkeltje
.’ De man fronst zijn wenkbrauwen en mompelt iets onduidelijks. ‘Ganzenbord?’ fluistert hij zacht, zijn stem schor. Dan draait hij zich langzaam om, met zijn stoel en al, zonder nog iets te zeggen.
Greet en Karin kijken elkaar verwonderd aan. De man die hen gisteren nog zo vriendelijk en opgewekt begroette, lijkt nu niet eens te beseffen wie ze zijn. Hij reageert niet op hun aanwezigheid, volledig in zichzelf gekeerd.
Als ze het dorpscafé binnenstappen, zijn ze stomverbaasd de winkelier van het dorpswinkeltje aan de bar te zien staan. De vrouw is er niet bij, en hij lijkt hen niet te zien.
‘Goedendag,’ zegt Karin, ietwat nieuwsgierig. ‘Gekke vraag misschien, maar hoe heet die mijnheer die net wegloopt? Dat is toch de eigenaar van dat dorpswinkeltje verder op?’ 
‘Ja, zeker, dat is de oude Broeks’ zegt de jongeman met een glimlach. ‘Die zit hier op zondagochtend altijd lekker zijn krantje te lezen. Hij is maar alleen. Hij vindt het gezellig om dan bij ons te zijn.’
Greet en Karin kijken elkaar vol verbazing aan. Hebben ze zich dan zo vergist? Dat kan toch niet waar zijn. ‘Nog een vraagje,’ zegt Greet, haar twijfel nog niet onderdrukkend. ‘Wij dronken vanochtend een kopje koffie in het restaurant onder aan de Wilhelminatoren. En naast ons, zat deze mijnheer Broeks, die we herkenden van het dorpswinkeltje. Gisteren hebben we nog ansichtkaarten en een bordspel gekocht bij hem. Hij was toen heel vriendelijk. Maar nu negeerde hij ons helemaal. En jij zegt dat hij de hele ochtend hier bij jou in het café zit?’
De jongeman begint hardop te lachen. ‘Ha, ha, dat zal zijn tweelingbroer geweest zijn. Dat is mijn opa.’
‘Je opa? Oh, wat grappig. Maar die woont hier dan ook in de buurt?’ vraagt Karin verbaasd.
‘Nee, mijn opa woont in Teisze,’ antwoordt hij. ‘Dat is een stadje in het midden van ons land, tussen Utrecht en Amsterdam.’

En zo vernamen Greet en Karin voor het eerst dat Boudewijn en Eduard een tweeling waren. Ze schiet in de lach en vertelt Anna heel samenvattend hoe ze dat toen in Limburg meegemaakt hadden.  Nico loopt terug uit de wei naar de auto. Paco volgt hem op de voet. Hij haalt uit de achterbak twee grote tassen.
‘Ah, jullie weten de weg. De sleutels liggen al in jullie appartementje en de buitendeur is open. Veel plezier en geniet van jullie dagen hier.’
‘Dank je wel, Karin. En… eh… mogen wij misschien morgenochtend voor een klein ritje jouw mooie hengst lenen? Anna en ik willen graag samen een stukje rijden. Niet te ver en zeker niet te hard, anders krijgen we een bevalling midden in het bos.’ Anna lacht haar man toe en legt haar handen op haar buik.
‘Ja hoor, prima. Ach, wanneer verwacht je je kindje eigenlijk?’
‘Hm, over maximaal een maand. Ben nu ruim acht maanden onder weg.’
‘Oh jee, durf je dan wel paard te rijden?’
‘Jawel,’ knikt Nico. ‘We gaan niet galopperen, maar stappen en heel licht draven misschien.’
De volgende ochtend even voor negen uur zet Karin het ontbijt klaar in de hal beneden. Heerlijk met versgebakken croissants, gekookte eitjes en versgeperst sinaasappelsap. Als ze haar voet op de onderste tree zet om weer naar boven te lopen, trekt Nico net de deur van hun appartementje open. ‘Goedemorgen, Karin. Oh wat een lekker ontbijt. Dank je wel.’
Karin kijkt hem vriendelijk glimlachend aan. ‘Lekker geslapen?’
‘Ja zeker, je hebt het hier zo onwijs goed voor elkaar gemaakt. We gaan zo even het bos in op de paarden. Is goed hè?’
Karin knikt bevestigend. ‘Ja hoor prima, Black Pearl vindt het altijd gezellig met jouw paard op stap te zijn. Als je me nog ergens voor nodig hebt, roep je me maar. Ik ben boven of misschien dan net al in de wijngaard achter het huis.’
Nico knikt haar vriendelijk toe. ‘Dank en ja, als we je nodig hebben, zoeken we je wel op.’
Een klein uurtje later lopen Anna en Nico naar boven en zadelen Black Pearl en Pepper op.
Karin komt net bij het kippenhok vandaan, waar ze eieren geraapt heeft. Ze ziet de beide paarden voor de stal staan. Nico neemt haar paard, zodat Anna voorzichtig op hun eigen paard kan gaan zitten. Rustig stappend vertrekken ze de oprit af, linksaf het bos in.
Paco kijkt vragend naar zijn baasje. Karin streelt hem liefdevol over zijn kop. ‘Ja schatje, nu kunnen wij niet hè. Maar morgen wel weer hoor,’ fluistert ze zacht. Samen lopen ze naar binnen. Greet rijdt op hetzelfde moment achterom.
Samen schuiven ze aan de eettafel in de grote woonkeuken. Beide met een lekkere cappuccino voor zich. Greet had thuis appeltaart gebakken en heeft twee stukjes meegenomen. Ze genieten er beide van.
‘Hee, waar is Black Pearl? Ik zag hem niet in de wei en niet in zijn stal staan.’
‘Anna, de dochter van Elisa logeert hier met haar man en hun paard. Had ik dat niet verteld? Anna is zwanger dus ze maken nu een rustig paardentochtje door het bos. Nico op Black Pearl en Anna op hun eigen paard. Ze waren net weg, toen jij achterom kwam.’
Plotseling springt Paco blaffend op en rent naar de voordeur. Greet en Karin kijken elkaar aan. ‘He, hoor je dat? Een galopperend paard.’
Beide staan op en lopen naar de voordeur, waar Paco kwispelend naar zijn grote vriend staat te kijken. Black Pearl staat met Nico voor de deur. En naast hun staat Pepper maar zonder Anna.
Greet trekt haar wenkbrauwen op en Karin voelt haar hartslag meteen versnellen.
‘Waar is Anna?’ vraagt ze scherp, terwijl ze al naar buiten stapt.
Nico springt van Black Pearl af, zichtbaar gespannen. Zijn adem gaat snel en hij strijkt even door zijn haar voordat hij antwoord geeft.
‘Ze… ze is eraf gevallen,’ zegt hij. ‘Niet hard, denk ik… maar ze kreeg pijn en ik vertrouwde het niet.’  Karin slaat meteen een hand voor haar mond. ‘Waar is ze nu?’
‘In het bos, bij dat open stuk achter het klooster.  Ze kon nog praten, maar ik wilde geen risico nemen. Ik ben zo snel mogelijk hierheen gereden.’
Greet is al bezig haar jas te pakken. ‘We gaan meteen  daarheen,’ zegt ze kordaat. ‘Karin, bel de dokter. Of nee, beter meteen een ambulance, voor de zekerheid.’
Karin knikt, haar handen licht trillend terwijl ze haar telefoon pakt. Paco piept onrustig en blijft dicht tegen haar aan staan.
Greet heeft Pepper aangepakt en brengt hem naar de stal waar ze hem afzadelt.
Karin heeft de ambulance gebeld en die zal zo bij het Boshuis verschijnen. Nico heeft Black Pearl snel afgezadeld en brengt hem naar het weiland.
De spanning hangt zwaar in de lucht als ze de oprit met de auto afgaan, terug het bos in, op weg naar Anna. Ze willen haar daar ophalen, zodat daarna de ambulance bij Karins huis, haar over kan nemen.
Ze ligt op nog geen kilometer afstand van het Boshuis op de grond. Het is lastig om daar met de auto te komen, maar Karin rijdt gewoon over het grove zandpad naar haar toe.
De auto schokt over het hobbelige pad, takken strijken langs de zijkanten en krassen zacht over de lak. Niemand zegt iets. Alleen het nerveuze ademhalen van Karin en het zachte gejank van Paco doorbreken de stilte.
‘Daar, stop!’ roept Nico plots.
Karin trapt op de rem. Half in het gras en half op het zandpad, ligt Anna precies zoals Nico haar had achtergelaten. Haar ogen zijn gesloten, haar gezicht bleek tegen de donkere ondergrond.
Ze stappen direct alle drie uit.  Karin knielt direct naast Anna en legt voorzichtig haar hand tegen haar hals. ‘Ze heeft nog een pols,’ zegt ze, kalm maar strak. ‘Anna? Kun je me horen?’
Een zachte kreun. Anna’s ogen openen zich een fractie.
‘Karin…’ fluistert ze hees.
‘Oh, Anna, hou vol,  de ambulance is onderweg. We zullen je voorzichtig even optillen en achter in deze auto leggen.’
Anna probeert iets te zeggen, maar haar adem stokt. Ze heeft haar beide handen om haar buik heen gelegd. Greet legt voorzichtig een hand op haar schouder.
‘Niet praten. Gewoon rustig blijven.’ Nico tilt met hulp van de vrouwen Anna voorzichtig op en legt haar op de achterbank van de auto. Paco springt voor in bij Greet die daar gaat zitten. Nico voorzichtig achterin bij zijn vrouw met haar hoofd op zijn schoot.
In de verte klinkt dan al het geluid waar ze op wachten, een sirene, nog zwak maar snel dichterbij komend. Nico kijkt om zich heen, zichtbaar opgelucht maar nog steeds gespannen. 
Voorzichtig rijdt Karin terug haar erf op. Nog geen minuut later gevolgd door de ambulance.
De hulp stapt eruit. Anna ligt zacht te kreunen. Haar handen laat ze op haar buik liggen. Plotseling gilt ze. ‘Help, help, mijn kindje wordt eruit geperst.’
De verpleegkundige die haar snel met haar collega op een brancard heeft gelegd, schuift haar voorzichtig de ambulance in. Daar trekt ze voorzichtig Anna’s wijde broek van haar heupen af. De paard rijlaarzen heeft Nico zijn vrouw al uitgedaan.
De ambulance deuren slaan dicht en meteen klinkt het gedempte geluid van de sirene die aanspringt. Binnen heerst plots een gespannen rust, alsof iedereen precies weet wat er moet gebeuren, behalve Anna zelf.
‘Rustig ademen, mevrouw. Kijk mij aan,’ zegt de verpleegkundige terwijl ze snel handschoenen aantrekt. Ze werpt een korte blik naar haar collega en knikt. ‘We hebben haast.’
Anna grijpt de rand van de brancard zo stevig vast dat haar knokkels wit kleuren. Een nieuwe wee overvalt haar en ze kromt haar rug. ‘Ik kan niet meer… het doet zo’n pijn.’
‘Ik weet het,’ antwoordt de verpleegkundige kalm. ‘Maar je doet het goed. Probeer niet tegen te werken.’
Voor in de ambulance zit Nico verstijfd naast de chauffeur. Af en toe draait hij zich half om, hopend iets te zien, maar het gordijn achter hem schermt het grootste deel af. Alleen Anna’s kreunen en korte instructies bereiken hem.
Dan verandert de sfeer plotseling. De verpleegkundige kijkt op. ‘Ik zie het hoofdje al.’
Anna slaat haar ogen wijd open. ‘Nu al?’
‘Ja. Bij de volgende perswee moet je meewerken.’
Ze knikt zwak, haalt schokkerig adem en verzamelt haar laatste krachten. Buiten schieten de straatlantaarns als vage strepen langs de ramen terwijl de ambulance snelheid maakt richting ziekenhuis. Binnen telt de verpleegkundige rustig tussen de weeën door. Dan komt er nog een.
Anna perst met een schorre kreet, haar vingers verkrampt om de rand van de brancard. Een seconde lijkt alles stil te vallen, alleen het bonzen van de motor en haar hijgende adem blijven over. Dan klinkt plots een scherp, huilend geluid door de ambulance.
‘Daar is hij,’ zegt de verpleegkundige opgelucht terwijl ze het glibberige baby’tje opvangt.
Precies op dat moment draait de ambulance het terrein van het ziekenhuis op en stopt met een schok voor de noodingang achterom. De deuren vliegen open.
Nico springt uit de wagen, zichtbaar trillend van spanning en opluchting. Even later loopt hij haastig achter de brancard aan naar binnen, waar zijn uitgeputte vrouw ligt met hun pasgeboren zoontje dicht tegen zich aan gedrukt. Het kindje huilt zachtjes verder, terwijl Anna met halfgesloten ogen voor het eerst glimlacht.
Even later gaat Nico’s telefoon. Hij loopt even de kamer, waar Anna met hun zoontje ligt, uit. De gang op. Het is Karin die hem belt. Ze is totaal verrast en superblij. Ze biedt hem aan dat Greet hem komt ophalen als hij naar huis wil komen. Ze spreken later in de middag af. Hij weet dat Anna morgen weer naar huis mag.

(Morgen komt het vervolg!) Noah neergeschoten

                                                                                                                           Noah neergeschoten

Hannah staat na haar terugreis naar Leufeld, vanuit school, naast haar auto, tegen Matthias aangeleund. Een man, de oude vriend van haar neef Noah, die haar net aanviel, is in de richting van het bos gerend. Beide mannen, Matthias en Henri, kijken haar bezorgd aan.
‘Wat bedoelde hij, waar is mijn vriend?’ zegt ze zacht. ‘Waarom vroeg hij dat?’ Alsof hij al lange tijd naar hem op zoek was.
Een ijzige rilling trekt door haar heen. Ze ziet opnieuw het gezicht van de man voor zich. Niet alleen de paniek in zijn ogen, maar ook de woede.
Immers, Noah en hij hadden ooit een relatie, maar die is uitgegaan en Noah is nu heel gelukkig met Bernie, de broer van Wendy.
‘Hannah, lieverd,’ zegt Matthias voorzichtig, ‘kende jij hem?’ Ze knikte langzaam.
‘Ik heb hem vorig jaar een paar keer gezien. Hij heeft een relatie met Noah gehad.
In München. Waar beide toen nog woonden.  
Opeens gaat Hannahs telefoon af.
Ze schrikt zo hevig dat ze bijna het toestel laat vallen. Op het scherm verschijnt een bekende naam:  Noah.
Met trillende vingers neemt ze op. ‘Noah, ja, wat is er lieve neef? Oh, ik ben net aangevallen door die vriend die je in München had. Toevallig kwam Matthias er net aan, hij heeft me gered.’
Zijn stem klinkt gespannen. ‘Luister goed. Ik weet niet hoe ik dit moet uitleggen, maar als je zojuist de man hebt gezien die vroeger met mij samen was..., wat wilde hij dan van jou weten?’  Hannah voelde haar hart sneller kloppen.
‘Hij wilde weten waar jij bent.’  Maar gelukkig schrok hij en rende hij weg, toen hij Matthias hoorde roepen.'
‘Oh jee, dan moet ik toch weten waarom hij nu weer naar mij zoekt?’
‘Waarom? Het is toch uit tussen jullie.’ Aan de andere kant van de lijn valt een korte stilte.
‘Ja, maar weet je, we waren toen zelfs even van plan om te trouwen en een gezinnetje op te bouwen.’
‘Oh, Noah, maar moet jij nu niet uitkijken? Misschien zoekt hij jou en valt hij je dan aan?’
Matthias houdt haar nog steeds in zijn armen. Henri kijkt hem nu toch wat verbaasd aan.
Even later is Hannah weer bij Anton. Ze logeren dit keer samen in een appartementje achter het grote huis van Antons ouders. Haus Gröfeld.

 Skileraressen

De vier vriendinnen die elk jaar weer als skilerares werken,  Sofie, Caren, Hannah en Rosalie, maken zich alweer klaar voor het komende seizoen. Soms draaien ze een hele week mee op de piste, maar zolang het nog schooltijd is, beperken de diensten zich tot de weekenden.
Voor Hannah betekent dat telkens heen en weer rijden. Nog één jaar moet ze volhouden, dan zal ze afstuderen aan de hotelschool in Tegernsee.
Toch klaagt ze daar nooit over. Integendeel: ze geniet van haar opleiding. Vooral de momenten waarop ze vanuit school moeten assisteren bij chique diners in München, vindt ze geweldig. De elegantie, de gasten, het perfect opgediende eten.  Hannah voelde zich helemaal thuis in die wereld.
Anton vindt het soms jammer dat zijn vriendin zo ver weg zit, maar hun gesprekken gaan wel steeds vaker over later. Over een gezamenlijke toekomst. Ze dromen ervan ooit samen een klein hotel of pension te runnen. Iets gezelligs, warm en gastvrij, waar mensen zich meteen welkom zullen voelen.
Als hun ouders hen daarbij ooit willen helpen, voor Hannah alleen haar vader Henri, dan zal die droom misschien echt werkelijkheid kunnen worden.
Laatst toen Hannah bij Matthias langs was gegaan, om naar de kleine puppy’s te kijken, toen heeft ze in Ranitz een mooi hotelletje zien staan. Oh, dat leek haar wel heel interessant.
Het gebouw had iets bijzonders: houten balkons vol bloemen, een diepe veranda en uitzicht op de heuvels achter het dorp. Misschien is het niet groot of luxe, maar in Hannahs ogen heeft het precies de sfeer waar zij en Hannah altijd over spreken. “Dáár zou ik later best willen werken,” had ze gedacht.
Als Sofie thuis de keuken in komt, zit Freddie aan de ontbijttafel. Max schijnt al gegeten te hebben. Ze zien dat zijn vaste plek aan tafel al is afgeruimd. Doordeweeks verblijft hij in Wenen, waar hij tegenwoordig studeert, maar nu zal hij wel al onderweg zijn naar de berghut waar hij ieder weekend Joke helpt. Als ze samen zijn, spreken ze graag in hun oude taal uit het land waar ze geboren zijn. Maar zodra Bjorn erbij is, spreken ze uitsluitend Duits. Hun vriend David verkleedt zich in het weekend, wanneer zijn vriendin Sofie skilerares is, in de berghut altijd als Bolke de Beer om de kleine kinderen op de piste te kunnen helpen. De vier meiden hebben vandaag weer hun eerste skilesje te doen.  Eerst gaan ze kijken hoever de groepjes inmiddels gevorderd zijn. Waarschijnlijk zijn ze al goed genoeg om vanmiddag een keer met de skibus naar de piste achter Haus Gröfeld te gaan.
Vanuit het raam van de keuken ziet Sofie hoe de eerste sneeuwvlokken opnieuw beginnen te vallen. Niet hard, maar dicht genoeg om de contouren van het dal langzaam wazig te maken. Freddie schenkt nog wat thee in terwijl buiten ergens een motor aanslaat.
‘Dat zal de skibus wel zijn,’ zegt hij.  
Sofie kijkt op.
‘Veel te vroeg hoor.’
David komt net binnen, voor de deur heeft hij de sneeuw al van zijn schoenen gestampt.  Hij kust zijn vriendin liefdevol gedag.
‘De bus staat nog beneden bij het dorpsplein,’ vertelt hij ze.
‘Maar de chauffeur zegt dat de weg naar Haus Gröfeld vannacht even afgesloten is geweest.’
‘Hoezo dat?’ vraagt Freddie meteen. Sofie kijkt ook geschrokken. Op hetzelfde moment komen ook haar ouders binnen. René is wel bezig met het ontbijt voor de hotelgasten, maar zij hebben ook net gehoord dat de weg afgesloten is. Wilden dat net aan Sofie komen vertellen.
David haalt net zijn schouders op.
‘Niemand weet het precies. Er is iemand die kwijt is, die daar ergens heeft rondgelopen.’  
‘Ha, David, heb jij dat ook al gehoord, zegt Minke verrast. Ze haalt haar handen door haar haar.
Op dat moment gaat de telefoon op het aanrecht. Minke loopt erheen en neemt hem op. Eerst zegt ze niets. Dan verandert haar gezicht.
‘Wat?’ fluisterde ze, ze kijkt René geschokt aan.
David en Sofie zien er allebei geschrokken uit. René kijkt zijn vrouw vragend aan.
‘Is dat Max?’ Ze knikt bevestigend.  Buiten jaagt de wind ineens harder langs het huis.
‘Hij is net bij de Berghut aangekomen.’
Een paar tellen blijft het stil in de keuken. Zelfs David zegt niets meer. Alleen de klok boven de deur tikte hoorbaar verder.
‘Joke was er ook al, maar Bjorn nog niet. Caren en hij schijnen vannacht samen geslapen te hebben in een appartementje van Jane. En de weg voor Haus Gröfeld is afgesloten.   Dus onze zoon is nu al in de keuken bezig met mise en place voor de lunch van vanmiddag.  En ik denk dus dat jullie met de skigroepjes niet naar de Gröfeld piste kunnen gaan.
‘Ah, maar Bjorn en Caren kunnen toch binnendoor, langs het bos deze richting opkomen? En dan kan Bjorn verder naar de Berghut lopen, en Hannah naar de skipiste. Oh, en Caren ook. Anders hebben wij straks wel een skiles probleempje.’
Minke en René vertrekken weer naar het hotel gedeelte om verder te werken.
Plotseling wordt er op de keukendeur geklopt. Nog voor iemand iets kan zeggen, stappen Bjorn, Anton, Hannah en Caren naar binnen.
‘De weg bij Haus Gröfeld is helemaal afgesloten,’ zegt Hannah terwijl ze haar handschoenen uittrekt. ‘Er staat een groot hek voor. En twee politieauto’s staan erbij.’
‘Maar binnendoor kon ook niet echt,’ gaat Bjorn verder. ‘Het pad langs het bos is ook afgesloten. Daar lopen politieagenten te zoeken. 
Daarom moesten we een heel stuk omgelopen. Maar gelukkig heeft Caren en Antons vader ons even om het meer heengereden.’
‘En ondertussen hebben wij hier zitten puzzelen hoe we de skigroepjes moesten verdelen,’ zegt David.
‘Skigroepjes verdelen?’ vraagt Hannah.
‘Ja,’ zegt Sofie. ‘Als jullie niet op tijd waren geweest, hadden we een probleem gehad met de lessen van vanmiddag. Rosalie zal er wel op tijd zijn.’
Anton kijkt naar Hannah, zijn geliefde vriendin.
‘Dus eigenlijk zijn we net op tijd binnengewandeld om als helden ontvangen te worden?’
‘Zo ver zou ik niet gaan,’ zegt David. ‘Max is op dit moment in de Berghut bezig op jouw plaats, om Joke te helpen.’
Iedereen lacht. De spanning die even boven de tafel hing, lijkt langzaam weg te zakken.
Dan kijkt Caren naar buiten, door het kleine keukenraam.
‘Eh, kijk daar…’ zegt ze zacht.
‘Wat?’ vraagt Hannah.
‘Volgens mij komt er nog iemand aan.’
Buiten beweegt een donker figuur langzaam door de vallende sneeuw, richting het hotel. Een lange jas. Een rugzak. En iets aan de manier van lopen maakt dat het ineens weer stil wordt in de keuken.
De man loopt naar binnen. Opeens horen ze Minke gillen. Sofie en Teddie rennen met Bob en hun vrienden de gang in naar de hal van het hotel. Daar staat de man met een pistool op hun moeder gericht. Op hetzelfde moment komt René het restaurant uit rennen.
Hannah verstijfd helemaal. Hij kijkt haar woedend aan, maar houdt het pistool op Minke gericht.
Bob, spitst zijn oren en dan… rent en springt keihard tegen de man met het pistool aan. Het pistool vliegt uit zijn hand. René springt boven op hem en David en Bjorn helpen hem meteen.
René houdt de man stevig tegen de grond gedrukt. David grijpt zijn arm vast, terwijl Bjorn het pistool opraapt en achter de balie bij Minke neerlegt.
‘Niet bewegen!’ roept René buiten adem.
De man spartelt nog even tegen, maar Bob staat vlak voor hem, grommend, zijn poten stevig op de vloer. Zijn donkere ogen wijken geen seconde van de onbekende af.
Minke staat trillend tegen de muur. Sofie heeft haar arm om haar moeder heen geslagen. Freddie kijkt ongerust naar de man op de grond.
Caren heeft met haar mobiel inmiddels de politie al gebeld.
‘Mam… gaat het?’ vraagt Sofie zacht. Minke knikt langzaam. ‘Ja… volgens mij wel.’
David staart naar de man op de grond. Wie is dat in hemelsnaam. Allemaal kennen ze deze niet. Hannah trilt van angst en verdriet.
Enkele minuten later stopt de politie voor de deur en komen drie agenten naar binnen.
‘Oh, kijk, daar is hij, de rotzak,’ zegt een van drie tegen zijn collega.
‘Fantastisch dat jullie deze man hebben kunnen overrompelen voordat hij nog meer ernstige fouten gemaakt zou hebben.’
Ze tillen de man van de vloer en binden zijn armen vast met handboeien. Twee van de agenten trekken de man naar buiten. Bob volgt ze grommend.
De andere agent vraagt of ze deze man kennen?
‘Nee,’ zegt David direct. ‘We hebben hem nog nooit gezien.’
De agent kijkt even op van zijn notitieblok. ‘Jullie weten dus niet waarom hij hier was?’
‘Nee,’ zegt Sofie. ‘Hij stond ineens binnen. Onze hond Bob sprong ertussen voordat hij…’ Haar stem breekt even. Ze kijkt met tranen in haar ogen naar haar moeder.
De agent knikt begrijpend en schrijft iets op.
‘Heeft hij iets gezegd?’ vraagt hij.
Minke schudt langzaam haar hoofd. ‘Niet veel… Ik… ik weet het niet meer precies.’
‘Dat is niet erg,’ zegt de agent rustig. ‘Jullie hebben een flinke schrik gehad.’
Bob staat nog altijd bij de voordeur. Zijn oren staan strak naar voren. Af en toe laat hij een lage grom horen.
‘Die hond heeft waarschijnlijk het ergste voorkomen,’ zegt de agent terwijl hij even naar Bob kijkt.
Sofie glimlacht zwakjes. ‘Dat deed hij zeker.’ Ze slaat haar handen om Bob heen, die naast haar is komen staan.
Buiten klinkt het dichtslaan van een portier. Even later komt een van de andere agenten terug naar binnen. Hij kijkt naar zijn collega.
‘We hebben hem in de wagen,’ zegt hij. ‘En… wat bijzonder dat hij van zijn misdaad op de Gröfeld weg, hier heen is gelopen. Door het bos heen.’
‘Oh, was daarom de weg afgesloten?’ vraagt Bjorn.
‘Ja, dat klopt. Deze man heeft iemand neergeschoten. Hij was met die man aan het vechten. De eigenaar van Haus Gröfeld heeft het zien gebeuren en heeft ons direct gebeld.’
‘Hè?’ onderbreekt Caren de agent. ‘Dat was dus mijn vader die u gewaarschuwd heeft. Daar weet ik helemaal niets van. Hm, papa kwam waarschijnlijk net terug van de bakker toen hij het zag gebeuren.’
‘Wie is er neergeschoten?’
‘Die man ligt inmiddels in het ziekenhuis. Hij is niet dodelijk geraakt. Hij heeft ons gevraagd contact op te nemen met zijn familie, met meneer Bauers of diens dochter. Door het bloedverlies was hij er slecht aan toe.’  Tranen lopen over Hannahs wangen.
Opeens knikt Minke. Ze leunt tegen René aan.
‘Ik weet weer waarom hij hier binnenkwam. Hij had gezien dat ik buiten iets uit mijn auto pakte. Ik liep net naar de auto om onze winterjassen te halen, die ik gisteren bij de stomerij had opgehaald, maar achterin had laten liggen.
Hij kwam uit de richting van het bos en sloop achter me aan naar binnen. Daar richtte hij zijn pistool op me. Hij zei: “geef die me die autosleutels”.’
‘De autosleutels?’ vraagt de agent.
Minke knikt. ‘Ja. Eerst dacht ik dat hij een grap maakte. Maar toen zag ik dat pistool. Hij bleef het op me gericht houden.’
‘Heeft hij iets gezegd?’
‘Niet veel. Alleen dat ik de sleutels moest geven. Meteen. Hij klonk gehaast, alsof hij ergens voor op de vlucht was.’
De agent maakt een paar aantekeningen.
‘En wat deed u toen?’
‘Ik bevroor. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik gilde. En toen kwam mijn man, de kinderen en Bob.’
René slaat een arm om haar schouders.
Plotseling gaat Hannahs mobiel. Ze pakt hem uit haar zak en ziet een onbekend nummer.
Ze neemt op. ‘Hallo?’
Het is een telefoontje uit het ziekenhuis. Geschokt luistert ze naar de vrouw die haar over haar neef vertelt.
Dan kijkt ze de politieagenten aan. ‘Oh!’ Hannah slaat haar handen voor haar gezicht. Hannah slikt. Snikkend zegt ze plotseling: ‘Ja, ik weet wie het is. Noah is aangevallen door zijn oude vriend uit Duitsland.’
De politie kijkt haar aan. ‘Ah, Noah is dus familie van jou. Weet je ook hoe die man heette, die zijn oude vriend is geweest?’
Wendy, die net binnen is komen lopen, pakt haar telefoon en belt broer Bernie. Ze vertelt hem snel wat er met zijn grote vriend is gebeurd en waar Noah, nu is.
Hannah knikt. ‘Die man, die u nu in de politieauto heeft gezet, dat is Jonas Müller. Hij en Noah hadden tot ruim een jaar geleden samen een relatie.’
Wendy kijkt Hannah aan. ‘Hannah, Bernie gaat naar het ziekenhuis. Hij komt jou even halen. Dan kunnen jullie samen Noah opzoeken.’
Op hetzelfde moment komt Bernie al aanrijden met zijn auto. Even later zijn ze onderweg naar Noah.
Sofie en Caren bespreken samen hoe ze dat met het skilesgroepje van Rosalie en Hannah zullen opvangen. Freddy hoort ze daarover spreken. Biedt aan om vandaag tot Hannah terugkomt Rosalie met haar skigroepje te helpen.

(Morgen komt het vervolg!)    Hannah en Bernie bij Noah

                                                                                                                           Hannah en Bernie bij Noah

Hannah heeft haar vader Henri al gebeld om door te geven wat er met Noah gebeurd is en hij dus vandaag niet zal kunnen werken. Ze vertelt hem dat ze met de broer van Wendy, nu op weg zijn naar het ziekenhuis in Ranitz.
De weg die ze moeten rijden gaat langs het grote huis van Matthias, die daar toevallig in de wei loopt met zijn grote honden, richting het bos.
Bernie stopt even op verzoek van Hannah, omdat ze dit even aan Matthias wil vertellen. Het is heel vreemd, maar sinds ze hem kent, voelt ze altijd een bijzonder gevoel als ze hem ziet.
‘Matthias!’
Hij kijkt op. ‘Hee, schatje, kom je bij je vader even een koffietje drinken.’ Oeps, hij schrikt van zijn opmerking en gelukkig hoort hij haar vragen wat hij zei.  Ze kijkt hem aan en vertelt:
‘Matthias, Bernie en ik zijn onderweg naar het ziekenhuis in Ranitz. Mijn neef Noah is aangevallen door zijn vroegere relatie uit München. En ligt nu in het ziekenhuis hier.’
‘Oh, meisje toch, wat vreselijk. Heel veel sterkte, lieverd.’ Hij buigt zich voorover en geeft haar een kus op haar voorhoofd. Ze kijkt hem aan met tranen in haar ogen. Bernie roept haar.  Ze loopt snel terug naar de auto en stapt in.
Matthias roept zijn honden en brengt ze terug naar huis. Dan pakt hij zijn autosleutels en rijdt ook naar de parkeerplaats van het ziekenhuis.
Hannah ziet hem uitstappen en even later lopen ze met z’n drieën het ziekenhuis in.
Even later zijn ze bij Noah. Het schot dat Jonas heeft afgevuurd op zijn oude vriend, heeft hem aan de zijkant van zijn buik geraakt. Gelukkig is de kogel erlangs geschoten en is er geen inwendige schade.  Alleen de groot bloedende wond moest gehecht worden.
De arts heeft hen gesproken en verteld dat ze Noah een paar daagjes in het ziekenhuis willen houden en dat hij dan, als het goed gaat over een paar dagen wel naar huis zal kunnen.
Bernie en Hannah blijven nog even in de gang staan voordat ze samen naar Noah ‘s kamer lopen. De spanning van de afgelopen uren hangt nog zwaar in de lucht, maar de woorden van de arts hebben hen in ieder geval een beetje gerustgesteld.
Als ze de kamer binnenkomen, ligt Noah bleek maar wakker in bed. Zijn ogen vinden direct die van Bernie. ‘Daar ben je eindelijk,’ zegt hij met een flauwe glimlach.
Bernie voelt hoe de opluchting hem overspoelt. Hij loopt naar het bed en pakt voorzichtig Noah ‘s hand vast. Hij kust hem zacht.
‘Je hebt ons behoorlijk laten schrikken, weet je dat?’
Noah knikte langzaam. ‘ Tja, dat was natuurlijk niet de bedoeling.’ Hij glimlacht naar zijn nichtje, die aan de andere kant van het bed gaat staan.
Bernie schuift een stoel dichterbij en gaat zitten. ‘Kun je je herinneren wat er precies gebeurd is?’
Noah sluit even zijn ogen. De herinnering kwam onmiddellijk terug. Jonas, zijn oude relatie uit München met woede in zijn ogen, het geschreeuw en daarna de knal. Een rilling trekt door hem heen.
‘Genoeg om te weten dat ik hem nooit meer in mijn leven wil zien,’ antwoordt hij zacht.
Hannah knijpt bemoedigend in zijn hand. ‘Dat hoeft ook niet. Hij is inmiddels door de politie opgepakt. Ongelooflijk. Wij waren bij Sofie in huis, je weet wel, dat een onderdeel is links, van Hotel Golf am See.’ Noah knikt.
‘Nou, vreselijk, echt, die Jonas wilde de auto van Minke stelen en richtte zijn pistool op haar.
Noah schrikt zich rot. ‘Oh nee, is op haar ook geschoten?’
‘Nee, God zij dank niet, wij hoorden haar schreeuwen en renden vanuit hun woning de hal in, met Bob, de hond. Die sprong keihard tegen Jonas aan. Het pistool vloog uit zijn hand en René, samen met Anton heeft hem tegen de grond geduwd tot de politie kwam. Die hebben hem vastgebonden en meegenomen naar het politiebureau.
Voor het eerst sinds hij het telefoontje heeft gekregen, verschijnt er een glimlach op Bernies gezicht. Noah leeft, hij zal herstellen en dan zullen ze samen gaan wonen.
Buiten begint de middag langzaam te vallen, terwijl in de ziekenhuiskamer de rust voorzichtig terugkeert.
Hannah buigt zich voorover naar haar neef. ‘Lieverd, ik moet weer weg, want mijn skiklasje is al begonnen. Freddie, de broer van Sofie valt nu even voor mij in, is samen met Rosalie aan het lesgeven. Mijn vader Henri weet al dat jij vanmiddag niet kan komen en hij wenst je veel beterschap.
Matthias pakt haar vast. ‘Kom maar, ik zal je wel even terugbrengen naar huis, dan kun je je skispullen halen en zet ik je bij je skigroepje af.
Hannah neemt afscheid van Bernie en Noah en samen met Matthias, die ook afscheid heeft genomen, rijden ze even later terug naar Leufeld, waar ze snel haar skispullen  oppakt, die bij de skischool heeft staan.
Matthias stopt en kijkt zijn dochter vol liefde aan. ‘Nou, meisje, veel plezier met je skigroep. Je vriendin Rosalie zal wel heel blij zijn, dat je er bent. Ook heel lief van Freddie, de zoon van de hoteleigenaar, dat hij even voor je heeft ingevallen.’
‘Ah, Matthias, zo fijn dat je mij terug hebt gebracht en zo gelukkig dat het met Noah reuze meevalt, na dat hij neergeschoten is. Jemig mina. Wat een vreselijke gebeurtenis.’
Matthias knikt en trekt haar even tegen zich aan. Dan nemen ze afscheid en tien minuten later staat Hannah als skilerares onder aan de Weisstannebühl. Matthias zelf rijdt even naar boven en zit even later bij Joke in de Berghut een biertje te drinken.
Hij vertelt Max en Joke hoe het nu met Noah gaat en dat hij Hannah mee teruggenomen heeft uit Ranitz. Dat ze nu alweer bij haar skigroepje met Rosalie is.
Terwijl ze kletsen, stapt Freddie binnen. Klaar met het invallen als skileraar.
‘Ha broertje,’ roept Max, die net een paar bestelde tosti’s achter de bar neerzet. Het is het laatste wat hij heeft hoeven doen, want Bjorn is inmiddels ook weer in de keuken aanwezig. Dat komt Max goed uit, want Toni en hij zouden vandaag gaan snowboarden.
‘Schat, ben je klaar?’
Max kijkt op. Daar staat Toni bij de bar. Net binnengekomen. Hij loopt meteen naar zijn vriend en valt hem in zijn armen. ‘Ja, ik ben klaar. Want Bjorn is net aangekomen. Dus kan ik nu met jou mee. Weet je eigenlijk wat er gebeurd is bij mijn ouders in het hotel?’
Max was er natuurlijk niet bij geweest, maar zijn zus Sofie, die met Freddie samen, voordat ze hun skiklasje gingen ophalen, hebben het meegemaakt en voordat ze beneden naar de skiklas zijn gegaan hebben ze het hier even aan Joke en Max verteld.
Max zuchtte diep en sloeg een arm om zijn vriend heen. ‘Noah, de neef van Hannah is vanmorgen neergeschoten. Gelukkig niet levensgevaarlijk, maar iedereen was behoorlijk geschrokken. ’Toni's ogen werden groot. ‘Wat? Neergeschoten? Hier?’
‘Niet hier bij de Berghut, vlak voor Haus Gröfeld.  Er is van alles gebeurd. In ons hotel heeft de schutter mijn moeder bedreigd met een pistool. Maar gelukkig, dankzij Bob, onze grote stoere hond, is hij overmeesterd. De politie heeft hem inmiddels opgepakt.
Hannah zat er middenin. Bjorn, Anton en Caren en zij waren bij Sofie en Freddie in onze huiskeuken.  Ze is vervolgens met Bernie naar Noah in het ziekenhuis gegaan.  
Matthias heeft haar uiteindelijk weer teruggebracht zodat ze les kon geven. Noah maakt het naar omstandigheden goed, maar het had veel erger kunnen aflopen. Freddie heeft Hannah even vervangen, zodat Sofie en hij al met het klasje konden starten. Je vader heeft dat geweten.’
Freddie is inmiddels bij hen komen staan en knikt ernstig.
‘Toen ik het hoorde, dacht ik echt dat het een vergissing moest zijn. Zoiets verwacht je toch niet in een dorp als dit.’
Joke zet drie glazen op de bar en kijkt hen bezorgd aan. ‘Iedereen praat erover. Maar voorlopig moeten we vooral blij zijn dat Noah er nog is.’
Even valt er een stilte.
Daarna klapt Toni in zijn handen. ‘Nou, dan lijkt het me juist een goed idee om even de bergen in te gaan. Frisse lucht, sneeuw en een paar mooie afdalingen. Anders blijven we hier de hele middag somber zitten.’
Max glimlacht. ‘Dat klinkt eigenlijk helemaal niet verkeerd.’
Hij heeft goed meegewerkt met Joke. Volgend weekend werkt hij twee dagen als gastheer, omdat Joke en Karel, haar man even een weekeinde naar Londen vliegen. Dan kan hij even voor haar invallen.
‘Zie je wel,’ zei Toni tevreden. ‘Pak je spullen. Voor we het weten, zijn alle mooie stukken op de piste vol.’
Freddie lachte. ‘Jullie hebben groot gelijk. Ik zou zelf ook nog wel een paar afdalingen willen maken, maar ik moet straks weer terug naar ons huis. Vanmiddag gaan Sander en ik skispringen oefenen.’
Tien minuten later staan Max en Toni buiten. De winterzon breekt voorzichtig door het wolkendek heen en laat de sneeuw fonkelen. Beneden in het dal klinkt het geroezemoes van toeristen en skiërs, terwijl boven hen de liften onverstoorbaar hun rondjes draaiden.
‘Klaar voor ons middag avontuur?’ Max kijkt naar de helderwitte hellingen en voelt hoe de spanning van de ochtend langzaam van hem afglijdt.
‘Meer dan klaar. Samen lopen ze naar de auto van Toni, zodat ze even bij Max thuis zijn snowboard kunnen ophalen en dan doorrijden naar de mooie snowboardpiste aan de andere kant van het dorp. Toni’s snowboard ligt al in de auto.

(Morgen komt het vervolg!)  Greet gaat Nico ophalen in het ziekenhuis.

 

                                                                                                                            Greet gaat Nico ophalen in het ziekenhuis.

Karin en Greet zitten samen op het terras een kopje thee te drinken. Ze zien Black Pearl en Pepper gezellig samen in de wei lopen.  Karin heeft Nico net gesproken en beloofd hem zo meteen op te halen. Hij wil daarna met zijn eigen auto terugrijden naar zijn vrouw en zoontje in het ziekenhuis.
‘Wat is dat toch bijzonder goed afgelopen met die vrouw.’ Karin knikt en kijkt Greet glimlachend aan.
‘Ha, ja, onze zonen zijn wel op een iets andere manier geboren.’
Beide lachen ze.
‘Tja, en jouw mooie dochter ook.’
Plotseling gaat er een mobiel af. Van Karin. Ze pakt hem op. ‘Ha, schatje,’
Greet kijkt haar vragend aan. ‘Bert?’ fluistert ze vragend? Karin knikt bevestigend.
‘Lieverd, wanneer gaan we ook alweer precies naar Leufeld, deze winter?’
‘We gaan dit keer toch voor Kerstmis? En  ook Oud&Nieuw vieren daar?’
‘Ja, zeker schat, ik wist dat wel, maar mijn broer Henk en zijn man vonden het zo leuk klinken, dat zij nu ook willen gaan. Ik wist het niet zeker meer. Maar nu, ja, natuurlijk je hebt helemaal gelijk. We gaan vrijdag voor kerst daar heen hè?
‘Ja, precies. Vrijdag de 19de. Wij hebben dan de appartementen bij Haus Gröfeld gehuurd en je broer moet dan kijken of er nog kamers vrij zijn in Hotel Golf am See. Greet en haar man en de zonen zijn daar ook.’
‘Ah, okay schat. Ik ga het met Henk bespreken. Dag lieverd, tot overmorgen.’ Bert zoent door de telefoon heen.
‘Dag schat,’ zegt Karin zacht terwijl ze de verbinding verbreekt.
Greet grinnikt. ‘Nog steeds zeer verliefd, hè?’
‘Na al die jaren nog steeds,’ antwoordt Karin. ‘En ik geloof dat het alleen maar heftiger wordt.’
‘Dat is een luxeprobleem.’
Ze nemen allebei nog een slok van hun inmiddels lauwe thee. In de wei steken Black Pearl en Pepper nieuwsgierig hun neuzen tegen elkaar aan. Een zacht briesje laat het gras golven als een groene zee.
‘Leuk dat Henk en zijn man misschien ook meegaan,’ zegt Greet.
‘Ja. Het gebeurt niet vaak dat we met zó veel familie tegelijk weg zijn. Bert verheugt zich er enorm op. Ik hoop dat ze nog een kamer beschikbaar hebben in Golf am See. Anders moeten ze maar Hotel Post of zo bellen.’
‘Mijn jongens verheugen zich ook zo op de vakantie. Al verheugen ze zich volgens mij vooral op de sneeuw en het eten. En het skiën met jouw kinderen.’
Karin lacht. ‘Dat klinkt bekend.’
Even valt er een aangename stilte tussen hen. Beiden kijken uit over de wei. Dan zet Karin haar lege kopje neer en kijkt op haar horloge.
‘Oei. Ik moet weg. Ik heb Ruud van Westen beloofd dat ik er over een kwartiertje ben. Om even de nieuwe wijnbestelling daar te bekijken, zodat ik wat informatie voor hem kan gaan beschrijven.’
‘Dan moet je niet langer blijven zitten kletsen met mij. Oh, en dan zal ik nu Nico op gaan halen in het ziekenhuis.’
Ze staan op. Greet geeft haar vriendin een korte omhelzing.
‘Doe Ruud de groeten.’
‘Zal ik doen.’
Greet loopt naar haar auto en zwaait nog een keer voordat ze instapt. Even later rijdt ze het erf af, de provinciale weg op richting het ziekenhuis.
Het verkeer is rustig. Terwijl ze rijdt, denkt ze terug aan het gesprek met Karin. Aan alles wat er het afgelopen jaar was gebeurd. De zorgen, de onverwachte wendingen, maar ook de wonderlijke momenten waarop alles toch weer op zijn plaats leek te vallen.
Twintig minuten later draait ze het terrein van het ziekenhuis op. Nico staat al buiten bij de hoofdingang. Zodra hij haar auto ziet, steekt hij zijn hand op. Greet parkeert vlak voor hem.
‘Fantastisch dat jullie ons zo geholpen hebben.’ zegt Nico terwijl hij instapt.’
‘Natuurlijk, dat doen we graag. Zeg, gaan jullie deze winter met je schoonmoeder en de kinderen nog naar Leufeld? Of is dat nu lastig met de kleine baby?’
‘Nee hoor, helemaal niet. Moeder  Elisa en Eduard zullen met plezier op de kleine passen terwijl wij gaan skiën. Onze twee andere kinderen gaan ook weer op skiles.’
‘Wat gezellig! Wij gaan ook, met ons gezin. Karin en Bert komen ook met de kinderen mee. Wij zijn er met Kerstmis.’
Nico sluit het portier en kijkt nog even naar het ziekenhuis achter hen. Op zijn gezicht verschijnt een mengeling van opluchting en vermoeidheid.
‘Gaat alles goed met Anna en je zoontje?’ vraagt Greet terwijl ze de auto weer in beweging brengt.
‘Ja hoor,’ antwoordt hij. ‘Zelfs beter dan goed. De artsen zijn tevreden en ik heb eindelijk het gevoel dat we weer vooruit kunnen kijken. Anna voelt zich helemaal goed. Ze heeft haar moeder ook al gebeld.’
Greet glimlacht. ‘Dat is fijn om te horen. Haar moeder was vast erg geschrokken.’
Nico knikt en kijkt uit het raam.
‘Ja, ze was inderdaad geschrokken. Maar nu is ze ervan overtuigd dat alles goed is gekomen en is ze blij met haar nieuwe kleinzoon.’
Greet stuurt de auto de weg op en kijkt Nico even aan. ‘O ja, hoe heet jullie lieve kleine zoon eigenlijk?’
‘We hadden al namen bedacht voor zowel een meisje als een jongen toen Anna nog zwanger was. En nu het een jongetje is geworden: hij heet Patrick Dominique.’
‘Mooie namen. Dat klinkt prachtig.’
‘Dank je,’ zegt Nico met een glimlach. ‘Anna vond Dominique meteen mooi. En Patrick was een naam die we allebei  vonden.’
‘Dat is dan duidelijk een weloverwogen keuze geweest,’ lacht Greet.
Even valt er een aangename stilte in de auto. Buiten glijden de kale bomen en natte velden voorbij. De winterlucht hangt grijs boven het landschap, maar voor Nico lijkt alles vandaag lichter dan anders.
‘De kinderen zijn vast ontzettend nieuwsgierig naar hun broertje.’ Mompelt Greet.
‘Dat kun je wel zeggen,’ antwoordt Nico. ‘Wanneer Anna en ik morgen thuiskomen, zullen ze hem best eventjes vast mogen houden.
Ja. En Tom heeft al besloten dat hij zijn broertje later gaat leren skiën.’
Greet schiet in de lach. ‘Wat zal Anna blij zijn als jullie straks weer thuis zijn.’
Nico knikt langzaam.
‘Dat denk ik ook. Het zijn best zware weken voor haar geweest.
Ik verheug me al op de wintersport in Leufeld met Anna’s moeder en haar nieuwe partner Eduard, de tweelingbroer van de overleden Boudewijn.’  Hij haalt diep adem en glimlacht.
‘En met Kerstmis zal Patrick dan zijn eerste reis naar Leufeld maken.’
‘Daar zal hij wel door de hele familie verwend worden.’
Ze lachen allebei terwijl de auto verder rijdt, richting het Boshuis, waar Nico morgen zal vertrekken en met Anna vanuit het ziekenhuis met zoontje Patrick naar hun eigen huis rijden, waar een nieuw begin op hen wacht. Pepper willen ze nog even bij het Boshuis laten wat Karin prima vindt.
(Morgen komt het vervolg!) Joke en Karel even naar Londen

                                                                                                               Joke en Karel even naar Londen

‘Schatje, morgenavond rond een uur of tien zullen we weer thuis zijn.’ Karel trekt zijn vrouw dicht tegen zich aan. Ze zijn net wakker, zullen over een paar uur naar Londen vliegen. Ze vinden het tegenwoordig heerlijk om samen af en toe een stadje in Europa te bezoeken. Zo zijn ze in Utrecht geweest, in Rome en nu dan naar Londen. Ze vermoeden dat Toni vannacht wel bij Chris zal komen slapen. Dan voelen die twee ook alvast hoe het zal zijn als ze ooit definitief samenwonen. Net als Bernie en Noah dat vast zullen doen, als Noah weer genezen is.
In het ziekenhuis is alles heel voorspoedig gelopen met Noah.  Hij kon weer naar huis.
Tegen de middag wandelen ze langs de Theems. Het is droog, al hangen er donkere wolken boven de stad. Ze genieten van de drukte, de rode dubbeldekkers en de vele talen die ze om zich heen hoorden. Na een bezoek aan een museum vinden ze een klein restaurantje waar ze uitgebreid lunchen.
Ondertussen zit Chris inderdaad niet alleen thuis. Toni was tegen de avond langsgekomen met een tas vol boodschappen.
‘Je ouders zijn nog niet eens weg of wij spelen al huisje-boompje-beestje,’ lacht hij.
Chris geeft hem een speelse duw. Ze vinden het heerlijk samen.   Het voelt vertrouwd om samen te koken, samen op de bank te zitten en plannen te maken voor de toekomst. Net als Bernie en Noah zijn ze een heel gezellig stel.
Noah herstelt goed, maar zijn energie is nog niet helemaal terug. De artsen zijn tevreden over zijn vooruitgang, al moet hij nog voorzichtig zijn.
Zijn ex-partner die hem heeft aangevallen en zelfs Hannah bijna in elkaar sloeg, zit vast in de gevangenis in de grote stad, nadat hij in Hotel Golf am See overmeesterd is.
‘Nog even geduld,’ zegt Bernie lachend, terwijl hij naast zijn vriend op het terras in de tuin zit. ‘Voor je het weet, klaag je dat ik te veel ruimte in het huis inneem.’
Noah glimlacht. ‘Dat risico neem ik graag. Ik zie er enorm naar uit dat we samen gaan wonen. Dat kan toch perfect in dit huisje?’
In Londen loopt een heel gelukkig stel door de straten. Terwijl de lichtjes van Londen weerspiegelen in het donkere water van de Theems, houdt Karel zijn arm om Joke heen. Ze voelen zich allebei zo gelukkig.
‘Eigenlijk maakt het niet uit waar we zijn,’ zegt hij zacht. ‘Als we maar samen zijn. Zo fantastisch dat het toch allemaal weer goed gekomen is tussen ons.’  Joke kijkt hem vol liefde aan. Terwijl ze samen verder lopen, pakt ze zijn hand iets steviger vast.
‘Karel, het is een beetje gek, ik ben een beetje misselijk. Niet erg hoor. Maar zo’n zeurend gevoel.'
‘Oh, misschien door het vliegen gekomen?’
‘Nou, weet je, ik heb het eigenlijk al een paar dagen. En…’ Ze stopt.
Karel kijkt haar vragend aan. ‘Nee, dat meen je niet, oh wat zou dat bijzonder zijn.’
Joke glimlacht nerveus en kijkt even naar de grond.
‘Ik weet het natuurlijk niet zeker,’ zegt ze. ‘Misschien verbeeld ik het me wel. Maar mijn menstruatie is inmiddels al  een paar dagen te laat.’
Even lijkt het alsof het geluid van de stad wegvalt. Het verkeer, de stemmen van voorbijgangers, zelfs het zachte klotsen van het water tegen de kade. Karel blijft stilstaan.
‘Dus je denkt dat je misschien…?’
Joke haalt haar schouders op, terwijl er een voorzichtige lach op haar gezicht verschijnt.
‘Ja, misschien, maar totaal onverwacht. Dit heb ik op mijn leeftijd niet verwacht.’
Karel kijkt haar een paar seconden sprakeloos aan. Dan begint hij breed te glimlachen.
‘Joke… als dat waar is…, krijgen we Cato dan terug?’
 Ze schieten allebei in de lach. Niet omdat het grappig is, maar omdat het idee zo onverwacht en overweldigend voelt.
‘Heb je al een test gedaan?’ vraagt Karel.
‘Nee. Ik wilde eerst zeker weten dat ik niet gewoon van alles aan het verzinnen was.’
Karel slaat zijn arm opnieuw om haar heen.
‘Dan gaan we morgen een test halen.’
‘Morgen?’ plaagt Joke. ‘Je kunt blijkbaar toch nog ongeduldig zijn.’
‘Morgen is al verschrikkelijk lang wachten.’
Samen lopen ze verder langs de rivier. Voor hen schitteren de lichtjes van de stad als duizenden kleine sterren. Joke leunt haar hoofd tegen Karels schouder.
Wat de uitslag ook zal zijn, beseffen ze allebei, dit moment nemen ze niemand meer af. Na alles wat ze hebben meegemaakt, voelen ze zich eindelijk weer samen sterk genoeg om de toekomst tegemoet te gaan. Stel dat er echt weer een dochter geboren zal worden.
En terwijl Londen om hen heen bruist, lopen ze hand in hand verder, met een klein, voorzichtig geheim dat hun avond nog mooier maakt dan hij al was.
’s Nachts slapen ze heerlijk tegen elkaar aan, in het grote hotel waar ze verblijven in Londen. Sofitel Londen St James. Het luxe 5 sterrenhotel bevindt zich in hartje Londen. Dus dat komt ze heel goed uit voor hun korte verblijf in de stad. Immers, morgenavond vliegen ze weer terug. Om dat Karel piloot is, kan hij bij zijn maatschappij altijd met zijn vrouw of zijn zoon ergens gratis naar toe vliegen.
De volgende ochtend worden ze pas wakker wanneer het zachte daglicht tussen de gordijnen door naar binnen valt. Voor het eerst in lange tijd heeft Karel de hele nacht doorgeslapen. Geen nare dromen, geen onrust. Alleen Joke die nog steeds dicht tegen hem aan ligt.
Hij strijkt voorzichtig een lok haar uit haar gezicht.
‘Goedemorgen,’ fluistert hij.
Joke opent langzaam haar ogen en glimlacht. ‘Ik heb heerlijk geslapen.’
‘Ik ook.’ Even blijven ze zwijgend liggen. Dan kijken ze elkaar aan en moeten allebei lachen.
‘Vandaag is het zover,’ zegt Karel. Joke knikt. ‘Ja. Geen uitstel meer.’
Na een uitgebreid ontbijt verlaten ze het hotel. Londen is al volop in beweging. Dubbeldekkers rijden af en aan, taxi's banen zich een weg door het drukke verkeer en op de trottoirs haasten mensen zich naar hun werk.
Ze lopen naar een apotheek, waar Joke even later met een klein papieren tasje weer naar buiten komt. ‘Gelukt?’ vraagt Karel. Ze houdt het tasje omhoog.
‘Ja. Nu kunnen we alleen nog maar afwachten.’
Terug in het hotel verdwijnen de zenuwen langzaam weer naar de voorgrond. Joke leest aandachtig de Engelse gebruiksaanwijzing, terwijl Karel onrustig voor het raam staat en uitkijkt over de straten van Westminster. ‘Ik ben bijna nog nooit zo zenuwachtig geweest,’ bekent hij.
Joke glimlacht.  ‘Dat zegt de man die zonder blikken of blozen een vliegtuig met honderden passagiers aan boord door zwaar onweer vliegt.’
‘Dat is iets heel anders.’
Ze verdwijnt met de test naar de badkamer. Zodra de deur achter haar dichtvalt, lijkt de tijd stil te staan.  Karel kijkt op zijn horloge. Hij hoort de badkamerdeur opengaan.
Langzaam komt Joke naar buiten. In haar hand houdt ze de test vast. Haar ogen zoeken die van Karel.  Hij ziet meteen dat ze vochtig zijn.
‘Schat…?’
Ze kan niets zeggen. Alleen maar glimlachen terwijl er tranen uit haar ogen stromen.
Ze draait de test om, zodat hij het schermpje kan zien. Karel staart er een paar seconden zwijgend naar. Dan slaat hij zijn handen voor zijn gezicht.
‘Nee...’   Zijn stem breekt. ‘Is het echt waar?’
Joke knikt, terwijl ze inmiddels verder huilt. ‘Ja, Karel... We krijgen weer een kindje.’ Hij neemt haar in zijn armen en houdt haar stevig vast. Minutenlang zeggen ze niets. Woorden zijn overbodig. Buiten dendert het verkeer onverstoorbaar door de straten van Londen.    
Maar in hun hotelkamer lijkt de wereld even stil te staan.
Voor Karel en Joke begint op dat moment misschien wel het mooiste hoofdstuk van hun huidige leven. Chris zal weer een zusje of een broertje krijgen. Ze zijn totaal geschokt en blij. Dit is zo bijzonder, nooit meer verwacht.
Beide denken aan hun ongelooflijke lieve dochter Cato, die door psychische omstandigheden hopelijk naar de hemel is gegaan.
Cato die jaren geleden verdronken is in de Leusee.

Een smal pad slingert tussen de hoge dennenbomen door. Een meisje in een donkerrood skipak trekt een slee achter zich aan. Het lijkt precies op de skipakken die skileraressen in deze omgeving dragen. Ook de zware skischoenen aan haar voeten hebben dezelfde kleur als het rode pak. Ze trekt een grote houten rodelslee achter zich aan. Als ze boven op het eerste plateau van de berg is aangekomen, loopt ze een klein stukje naar rechts, dwars door een met sneeuw bezaaid veld. Zo komt ze op de top van de helling.   Ze kijkt om zich heen. Links, rechts. Niemand. Alleen de schaduw van de bomen en de eindeloze duisternis omringen haar.  Hier, op deze plek, zal nu haar rust beginnen.  Stilte, behalve krakende sneeuw. Dat is goed. Het einde. Ja, hier zal het eindigen. Ze pakt de slee en gaat erop zitten. Met haar handen in skihandschoenen gestopt, pakt ze de slee vast.
Ze heft haar gezicht op naar de hemel en slaat een kruis.
‘Dag papa, dag Chris, dag Opa, dag Anton,’ fluistert ze zacht. Tranen lopen over haar wangen. Ze gaat vervolgens op haar buik op de slee liggen.  Met haar handen duwt ze zich af op de grond, zodat de slee langzaam gaat glijden. De helling wordt steiler en steiler. Ze glijdt in volle vaart naar beneden, recht op het donkere meer af.
Langzaam wist het koude water haar tranen uit. **

** Het geheim van Leufeld

(Morgen komt het vervolg!)Joke en Karel naar huis

                                                                                                                                     Joke en Karel naar huis

Als ze met het vliegtuig in Innsbruck zijn aangekomen, stappen Joke en Karel snel in hun auto, die al die tijd op de parkeerplaats heeft gestaan. Onderweg naar huis legt Joke glimlachend haar handen op haar buik. Karel rijdt voorzichtig het laatste stuk naar hun huis, waar de vers gevallen sneeuw de weg al een beetje glad heeft gemaakt.

 
‘Hé, mam en pap!’ roept Chris vanuit de keuken zodra hij zijn ouders binnen hoort komen. Toni heeft gezellig bij hem gelogeerd en is nog maar net naar huis vertrokken.
Karel pakt de reistassen uit de auto en loopt ermee de trap op. Joke stapt de keuken binnen en knuffelt direct haar grote zoon.
‘Hé lieverd, heb je het gezellig gehad met Toni?’
‘Ja hoor, mam, zeker. En hebben jullie het leuk gehad in Londen?’
Op dat moment komt Karel lachend de keuken binnen.
‘Zeker weten. En we hebben zelfs een heel bijzonder nieuwtje voor je.’
Chris kijkt zijn ouders nieuwsgierig aan, zijn wenkbrauwen vragend opgetrokken. ‘Ha, pap.’ Ook zijn vader geeft hem een stevige omhelzing.
Joke opent de koelkast, pakt voor de mannen twee biertjes en schenkt voor zichzelf een glas mineraalwater in. Daarna kijkt ze Karel even glimlachend aan. Ze weten allebei dat Chris geen idee heeft wat hem zo meteen te horen staat.
Chris neemt een slok van zijn bier en kijkt afwisselend naar zijn ouders.
'Nou, kom op,' zegt hij lachend. 'Jullie maken me nieuwsgierig. Wat is bijzondere nieuws?'   
Karel kijkt even naar Joke. 'Wil jij het vertellen?'  Joke knikt. Ze voelt haar hart iets sneller kloppen.  'Chris...'
Hij zet zijn glas neer. 'Ja mam?'
'Je wordt weer grote broer.'
Een paar tellen blijft het stil. Chris knippert met zijn ogen en kijkt zijn moeder ongelovig aan.
'Wacht eens... meen je dat?'
Joke glimlacht en knikt. 'Ja, echt waar.'
'Je bent weer in verwachting van een baby’tje?'
'Ja, schat, je krijgt misschien weer een zusje, komt onze geliefde Cato terug.'
Langzaam verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. Hij schiet overeind en slaat zijn armen eerst om zijn moeder en daarna om zijn vader. 'Wat ontzettend gaaf! Gefeliciteerd!' Karel lacht hardop. 'Dank je, jongen.'
'Dit hadden we toch nooit verwacht,' zegt Chris terwijl hij zijn hoofd schudt. 'Wat een verrassing.'
'Dat is het voor ons ook,' antwoordt Joke. ‘We zijn er ontzettend blij mee.'
Chris kijkt naar de buik van zijn moeder en grinnikt. 'En daarom drink jij dus water in plaats van wat je normaal doet, een lekker glas Grüner Veltliner.'
'Precies,' zegt Joke lachend. 'Ik dacht al dat dat je zou opvallen.'
'Nou, achteraf gezien wel.' Chris neemt zijn glas weer in zijn hand. 'Wanneer is het zover?'
'Als alles goed blijft gaan, over ongeveer acht maanden,' antwoordt Karel. 'Het is nog heel pril, dus we willen het eerst even laten bezinken. Houden het stil naar de buitenwereld. Ah, maar Toni mag het wel weten hoor.'
Chris knikt begrijpend.
'Ik vind het echt geweldig voor jullie. En ik ga mijn best doen om de leukste grote en beschermende broer in het Leufeld gebergte te worden.'
'Daar twijfelen wij geen moment aan,' zegt Joke ontroerd. Ze denken nu alle drie aan Cato.
Buiten dwarrelen de sneeuwvlokken langzaam verder omlaag, terwijl binnen de warmte van hun huis wordt aangevuld met het vooruitzicht van een nieuw leven.
‘Maar mam, kun je dan wel blijven werken op de Weisstannebühl?’
Karel kijkt zijn vrouw aan. Joke knikt bevestigend.
‘Ja hoor, dat is geen probleem. Natuurlijk de paar weken voor de geboorte, zal ik wat minder hard willen werken, maar voorlopig is het totaal geen last voor mij om er mee te werken. Oh, ja en je vader en ik willen het dus voorlopig even stil houden. Ik zal het alleen in vertrouwen met Minke en René bespreken. En jouw partner, Toni, mag het dus ook wel weten. Maar papa en ik willen er eerst helemaal zeker van zijn dat het goed gaat met ons nieuwe kindje in mijn buik.’
Chris knikt langzaam. Hoewel hij nog steeds moet wennen aan het idee dat hij weer de grote broer wordt, voelt hij vooral blijdschap. De spanning die hij de afgelopen minuten had gevoeld, maakt plaats voor een lieve glimlach.
‘Dat begrijp ik wel,’ zegt hij. ‘Het is jullie nieuws. Dan moet je het vertellen wanneer het goed voelt.’  Joke glimlacht dankbaar.
‘Precies. We willen eerst genieten van dit bijzondere geheim. En als alles goed blijft gaan, vertellen we het aan de rest van onze vrienden.’
‘Dat lijkt ons verstandig,’ zegt Karel.
Even valt er een aangename stilte. Alleen het knappen van het haardvuur en het zachte tikken van de sneeuw tegen de ramen is hoorbaar.
‘Weet je,’ zegt Chris na een poosje, ‘ik heb Cato nog altijd vaak in mijn gedachten. Ik denk dat zij dit prachtig had gevonden.’
Joke slikt even en pakt de hand van haar zoon vast.
‘Dat geloof ik ook,’ zegt ze zacht. ‘Ze zou zich nu al met alles hebben bemoeid. Met namen, kleertjes... en waarschijnlijk had ze zichzelf meteen tot oppas benoemd.’
Ook Karel moet glimlachen. Voor het eerst sinds lange tijd voelt de herinnering aan haar niet alleen verdrietig. Alsof haar aanwezigheid nog steeds een plek heeft aan hun tafel, verweven met hun herinneringen en hun toekomst.
‘Dit kindje zal haar nooit leren kennen,’ zegt Joke zacht, terwijl ze beschermend haar hand op haar buik legt. ‘Maar het zal wel opgroeien met verhalen over wie ze was.’
‘Daar zorg ik ook wel voor,’ antwoordt Chris. ‘Ik vertel hoe dapper ze was, hoe lief...  hoe goed ze als skilerares was. Hoe verliefd Anton op haar was.’
Joke knikt ontroerd.
‘Dan krijgt dit kleintje de allerbeste grote broer die het zich maar kan wensen.’ zegt zijn vader. Buiten blijft de sneeuw rustig vallen en legde een frisse, witte deken over het Leufeldgebergte.  
                                                                  
(Morgen komt het vervolg!) Joke terug op de Weisstannebühl

                                                                                                            Joke terug op de Weisstannebühl

De volgende dag staan ze vroeg op. Chris moet naar de universiteit voor zijn studie en Karel vliegt vandaag weer eens naar de andere kant van de wereld. Naar Kaapstad dit keer.
Chris zet zijn moeder Joke op haar werkplek op de Weisstannebühl af bij haar Bergcafeetje de Berghut.
Rustig opent ze de achterdeur, waarvan alleen zij, Bjorn en natuurlijk de eigenaren van Hotel Golf am See een sleutel hebben. Ze voelt zich prima. Geen misselijkheid meer. Ze geniet van de gedachte dat ze straks misschien weer een dochtertje zullen hebben. Achter de bar begint ze met de mise-en-place voor alles wat ze vandaag moet doen.
Even later komt haar collega, kok Bjorn, binnen.
‘Ha, Joke hallo! Leuk weekend in Londen gehad?’
Joke knikt glimlachend.
‘Caren heeft dit weekend voor mij ingevallen, toch? Dat vond jij vast heel gezellig, zo samen met je vriendinnetje werken.’
‘O ja, zeker. Maar het is duidelijk het begin van het nieuwe winterseizoen. Er waren al behoorlijk wat toeristen. Caren heeft trouwens niet dit weekend niet helemaal voor je ingevallen; ze heeft namelijk samen met Sofie inmiddels ook alweer skilessen gegeven.’
Joke kijkt hem aan. Onwillekeurig denkt ze aan het moment waarop er over acht maanden voor háár zal moeten worden ingevallen.  ‘Ach ja, natuurlijk. Dan heeft Minke zeker met jou samengewerkt. Dat was ik even vergeten.’ Bjorn grijnst.
‘Geeft niks. Het was eigenlijk best druk genoeg om samen met de eigenaresse te werken. Straks met Kerst en Nieuwjaar wordt het helemaal aanpoten.’
‘Daar twijfel ik niet aan,’ antwoordt Joke terwijl ze een schaal met glazen op het rek zet.
Bjorn werpt haar een onderzoekende blik toe.
‘En? Hoe gaat het met je?’   Joke voelt een glimlach opkomen.
‘Ik voel me uitstekend hoor.’
Meer zegt ze niet. Het nieuws is nog pril en ze zal , zoals ze met Karel heft afgesproken, eerst de volgende controle afwachten. Toch kan ze niet voorkomen dat haar hand even beschermend naar haar buik glijdt.
Maar dat merkt Bjorn niet op. Hij trekt zijn koksbuis recht en begint de voorraadlijst te controleren.
‘Mooi zo. We kunnen weer heerlijk samen werken!’
Vanuit achter in de keuken, klinkt het geluid van de deur die daar opengaat. Even later verschijnt Minke met rode wangen van de kou. Ze draagt een grote doos.
‘Goedemorgen,’ antwoorden Joke en Bjorn bijna tegelijk. Minke zet de doos neer en loopt naar de koffiemachine. Ze drukt een knopje voor een cappuccino in.
‘En Jook, hoe was jullie reis naar Londen? Oh en in de doos, zitten weer stapels servetten, want ik zag gisteren dat we er hier bijna door heen waren.’
‘Nou, onze Londen reisje was verrukkelijk. Het is zo’n mooie stad. En ja, altijd fijn dat we dankzij Karels pilotensysteem zo maar gratis mee mogen vliegen. Gisterenavond thuisgekomen en lekker met Chris even zitten borrelen.’ Ze denkt glimlachend aan haar eigen glaasje water.
‘Hee, en er ligt alweer sneeuw op alle bergtoppen,’ zegt ze enthousiast. ‘Als het zo doorgaat, kunnen de eerste gasten volgende week overal gaan skiën. Niet alleen hier op de Weisstannebühl.’
‘Dat zullen Markus en Toni graag horen, dan gaan ook de grote liften naar de toppen weer aan de gang.’ merkt Bjorn op.
 Joke glimlacht.
‘Waar zit jij met je gedachten?’ vraagt Minke nieuwsgierig.
Joke schrikt op.
‘Nergens. Gewoon... ik heb een goed weekend gehad.’
Minke lacht. ‘Dat zie ik. Je straalt helemaal.’ Ze drinkt haar koffie op en staat weer op.
‘Nou lieverds, ik ga weer terug naar het hotel. Fijne werkdag.’ 
‘Jij ook, Mink, en dank voor de servetten.’
Joke voelt haar wangen warm worden. Nog even, denkt ze. Nog een paar weken. Dan mogen familie, vrienden en collega's het weten.
En als alles goed blijft gaan, zal volgend jaar rond deze tijd niet alleen het winterseizoen begonnen zijn, maar ook een heel nieuw hoofdstuk in haar leven.
(Morgen komt het vervolg!) In Hotel Golf am See

                                                                                                                   In Hotel Golf am See

Minke is, na haar bezoek aan hun Berghutcafé, weer terug in haar eigen hotel. In het kleine kantoortje achter de receptiebalie buigt ze zich over de reserveringen voor Kerst en Oud & Nieuw.
Met een glimlach bekijkt ze de boekingen. Het hotel is volledig volgeboekt. Geen enkele kamer is nog beschikbaar.
Dat worden drukke weken. Niet alleen voor haarzelf, maar ook voor Wendy in de housekeeping. Voor René, Sepp en Sepps broer Moritz in het restaurant. En natuurlijk ook voor Joke en Bjorn in hun gezellige Berghutcafé.
Ze leunt even achterover in haar stoel en glimlacht. Wat komen er toch ongelooflijk veel Nederlandse families ieder jaar naar hun hotel. Gezinnen die inmiddels bijna vaste gasten zijn geworden.  Er is al een echtpaar dat een eer vermelding met ticket heeft gekregen van de gemeente. Ze verheugt zich nu al op de gezellige drukte, de blije kinderen die straks weer met rode wangen uit de sneeuw binnenkomen.
Wat hebben zij destijds toch een fantastische beslissing genomen door dit hotel te kopen. Soms voelt het nog steeds als een klein wonder. Plotseling klinkt het bekende piepje van de voordeur.
Minke staat direct op, loopt om haar bureau heen en verschijnt met een warme glimlach achter de receptiebalie.  'Hé, Heidi! Wat gezellig. Kom je een kopje koffiedrinken?'
'Graag,' antwoordt Heidi lachend. 'Ik heb net langs het meer gewandeld.' Ze heeft een spijkerbroek aan en stevige wandelschoenen.
Naast haar voeten trippelt kleine Joris enthousiast mee. De jonge pup snuffelt nieuwsgierig over de houten vloer, terwijl zijn staartje onafgebroken heen en weer kwispelt. Hij ruikt duidelijk de grote Bob.
Even later zitten de twee vrouwen met dampende mokken koffie aan een tafeltje in het rustige gedeelte vóór het restaurant. Joris heeft zich tevreden aan Heidi's voeten neergevlijd, al kijkt hij af en toe nieuwsgierig om zich heen, alsof hij bang is Bob te missen.
'En?' vraagt Heidi terwijl ze haar handen om de warme mok vouwt. 'Al een beetje zenuwachtig voor de feestdagen?' Minke schudt lachend haar hoofd.
'Zenuwachtig niet, maar ik weet wel dat het weer flink aanpoten wordt. Ik heb net alle reserveringen bekeken. We zitten helemaal vol.'
'Dat is toch geweldig?'
'Absoluut. Daar ben ik ook ontzettend blij mee. Maar het betekent wel dat iedereen straks alle zeilen moet bijzetten.'
Heidi knikt begrijpend. 'Gelukkig hebben jullie een goed team. En we starten binnenkort weer met de skischoolvergaderingen hè.
'Dat is waar.' Minke glimlacht. 'Wendy draait haar hand niet om voor een paar extra kamers. René en Sepp werken samen heerlijk. En Moritz is er deze winter natuurlijk achter de bar ook weer bij. Dat scheelt enorm.'
'En Joke en Bjorn trekken de dagen wel weer gezellig recht in de Berghut.'
'Dat weet ik wel zeker.' Minke lacht. 'Ik denk dat het daar tijdens Kerst geen moment stil zal zijn. Misschien zal Max in het weekeinde wel mee gaan helpen bij Joke.'
Op dat moment spitst Joris zijn oren. Zijn kopje schiet omhoog en hij kijkt aandachtig richting de entree.  Vrijwel direct klinkt opnieuw het piepje van de voordeur.
'Dat zal de post zijn,' zegt Minke terwijl ze opstaat.
Ze loopt naar de receptiebalie en ziet inderdaad de vaste postbezorger binnenkomen, met een stapeltje enveloppen en een paar kleine pakketjes onder zijn arm.
'Goedemorgen, mevrouw.'
'Goedemorgen, postbode.'
Ze neemt de post aan, bedankt hem vriendelijk en legt alles op de balie. Tussen de enveloppen valt één dikke, crèmekleurige envelop direct op. Er staat geen afzender op, alleen de naam van het hotel, geschreven in een sierlijk handschrift. En ze ziet een Nederlandse postzegel.
'Bijzonder,' mompelt ze.   Met de envelop in haar hand loopt ze terug naar Heidi.
'Kijk eens.'   Heidi bekijkt het handschrift nieuwsgierig.
'Dat ziet eruit alsof iemand er veel aandacht aan heeft besteed.'
'Dat dacht ik ook.'
Voorzichtig maakt Minke de envelop open. Er schuift een gevouwen brief uit, met daarop een oude foto die op stevig papier is afgedrukt.  De twee vrouwen kijken elkaar vragend aan.
'Nou,' zegt Heidi glimlachend, 'ik geloof dat jouw rustige koffiepauze zojuist een stuk interessanter is geworden.' Zij herkent de foto niet.
Minke aarzelt. Wat is dit toch? Waarom is dit naar ons gestuurd? Ze voelt haar maag samenknijpen. Geschrokken staart ze naar het vel papier in haar handen.
Net op dat moment loopt René langs hun tafeltje. Zijn armen zijn vol  met servetten die hij zojuist uit de waskelder heeft gehaald. Voor de lunch wil hij het restaurant gaan opdekken. Zodra hij het bleke, geschrokken gezicht van zijn vrouw ziet, zet hij de stapel neer.  'Lieverd, wat is er, schat? Je kijkt zo bezorgd.'
Minke kijkt hem aan en steekt het papier naar hem uit.
'Kijk eens... Hoe en waarom is dit naar ons gestuurd?'
René pakt het vel aan en staart naar de afgedrukte foto. Onder de afbeelding staan in grote blokletters de woorden:   "NU ZAL HIJ AAN DE BEURT ZIJN."
'Hè? Nee hè... Wat is dit voor idioterie?' fluistert hij. Verslagen kijkt hij zijn vrouw aan.
Heidi kijkt hen vragend aan.  'Wat is er dan? Herkennen jullie iets?'
Ook Joris kijkt nieuwsgierig van de een naar de ander. Zelfs de kleine hond voelt dat er iets ernstigs aan de hand is.
Minke kijkt René aan. Zal ze het vertellen? René knikt langzaam.
'Heidi... deze foto is jaren geleden in Nederland gemaakt. Max en Sofie zaten toen nog op de basisschool en Freddie zat op de kleuterschool.
Het was in december, vlak voor de kerstvakantie. Tijdens de ochtendpauze speelde de klas van Sofie buiten op het schoolplein. Een jongen uit haar klas werd uitgescholden door een andere leerling, die jaloers op hem was, omdat hij het vriendje van Sofie was. De woorden werden steeds gemener, totdat er een vechtpartij ontstond.  Een paar leerkrachten zagen het gebeuren, maar grepen niet meteen in.
Sofie kon het niet aanzien. Ze rende naar de twee jongens toe en pakte de aanvaller bij zijn arm om hem weg te trekken. De jongen draaide zich woedend om en trapte haar keihard tegen haar buik.
Niet ver daarvandaan liep Max met een paar vrienden over het schoolplein. Toen hij zag dat zijn zus werd geschopt, rende hij zonder na denken naar haar toe. Zijn vrienden volgden hem. Samen stortten ze zich op de jongen die Sofie had aangevallen.’
Minke trekt haar hand door haar haar op het hoofd. En vervolgt de gebeurde geschiedenis.
‘Pas toen de vechtpartij volledig uit de hand liep, kwamen de leerkrachten in actie. Op datzelfde moment maakte één van de kinderen een foto van de chaos op het schoolplein. Terwijl de kinderen elkaar nog duwden en sloegen, verloor de jongen die Sofie had geschopt zijn evenwicht. Hij viel achterover en sloeg met zijn hoofd hard tegen een stenen paaltje.
Dat was de foto die nu, zoveel jaren later, ineens anoniem naar ons is opgestuurd.’
Er valt een ijzige stilte.
Heidi kijkt beurtelings naar Minke, René en de foto op tafel. Haar mond valt een stukje open.
'Wacht eens...' zegt ze zacht. 'Die jongen... die op de grond ligt... is dat dan degene die Sofie schopte?'
Minke knikt langzaam. 'Ja.'
'En de tekst...' fluistert Heidi. ‘Nu zal hij aan de beurt zijn.’ Betekent dat in het Duits: “Nun ist er an der Reihe.”  Minke knikt bevestigend.
Dat betekent dus dat iemand haar of Max iets wil aandoen?'
'Dat is precies waar wij bang voor zijn,' antwoordt René somber.
Joris kruipt onder de stoel van zijn vrouwtje. Ze kijkt ze geschrokken aan.
'Maar wie zou na al die jaren nog met zoiets bezig zijn? Dat is toch niet normaal?'
René schudt zijn hoofd.
'Nee. En juist daarom vertrouw ik het niet. Iemand heeft die oude foto moeten hebben. Die heeft niet in de krant gestaan hoor. Hij zat alleen in het dossier dat destijds door de politie is aangelegd. Hebben ze toen van een van die scholieren gekregen.'
'De politie?' vraagt Heidi verbaasd.
Minke knikt.
'De jongen bleek een zware hersenschudding te hebben. Zijn ouders beschuldigden Max ervan dat hij hem bijna had doodgeslagen. Er kwam een uitgebreid onderzoek. Alle kinderen, leerkrachten en ouders zijn verhoord.'
'Maar Max was zelf nog maar een kind en kwam voor zijn zusje op,' zegt Heidi.
'Precies,' antwoordt René. 'Hij handelde uit paniek omdat hij zijn zus zag liggen. Uiteindelijk concludeerde de politie dat meerdere kinderen zich in de vechtpartij hadden gemengd en dat niemand kon zeggen waardoor die jongen precies achterover was gevallen. Dat hij zijn evenwicht had verloren. Dus eigen schuld. En dat de vechtpartij door de gevallen jongen zelf was ontstaan nadat hij Sofie in haar buik had getrapt. De zaak werd gesloten. En de ouders van de jongen werden wel bestraft voor hem, omdat hij zelf die hele vechtpartij had aangezet.'
'En daarna?' vraagt Heidi
'Toen verhuisde de familie van die jongen kort daarna naar een andere plaats. We hebben er nooit meer iets van gehoord. Wel weten we dat de jongen  al snel helemaal opgeknapt was. De zomer daarop hebben wij toen ons hotel in Leufeld gekocht en zijn we met de kinderen, zoals je weet, hier naast jou komen wonen.’
Minke wrijft zenuwachtig met haar duim over de rand van haar koffiekopje. Ze kijkt opnieuw naar de foto. Haar blik blijft hangen op de dreigende woorden.
"NU ZAL HIJ AAN DE BEURT ZIJN."
'Ik heb het gevoel,' zegt ze zacht, 'dat iemand ons wil laten weten dat dit na al die jaren nog niet voorbij is. Jeetje, moet je nagaan, Max studeert al medicijnen inmiddels.'
René streelt zijn vrouw over haar hoofd. ‘Laat het maar los schat. Het is afschuwelijk, maar wij zijn hier zo gelukkig terecht gekomen. Laten we gewoon blijven genieten.’
Heidi knikt ook en trekt Joris onder de tafel vandaan. Hij springt op haar schoot.  

(Morgen komt het vervolg!)Nieuwe gasten in het Boshuis

                                                                                                            Nieuwe gasten in het Boshuis

Bert en Karin liggen heerlijk te ontbijten in bed. Paco ligt aan het voeteneinde op de grond. Ze vinden het altijd fijn om als ze samen zijn, de dag rustig te beginnen. Op het bijzondere bed tafeltje, dat Bert ooit zelf heeft gemaakt en helemaal over hen heen past, staan versgebakken croissantjes die Karin zojuist uit de oven heeft gehaald, een zachtgekookt eitje en een kopje thee. Ze zitten rechtop tegen de kussens.
Karin lacht. ‘Ha, ha, vroeger ontbeten Carl en ik nooit in bed. Voordat we opstonden, rookten we eerst allebei een sigaretje in bed.’
Bert kijkt haar glimlachend aan. ‘Ha, ha, bij mij op de lagere school rookte de meester gewoon voor de klas. Wat was dat eigenlijk vreemd, hè, dat onderwijzers gewoon in de klas mochten roken.’
Karin knikt. ‘Ja, echt idioot. Fijn dat wij allebei niet meer roken. Dat is toch een stuk beter voor onze gezondheid.’ Opeens springt Paco overeind en rent blaffend naar de trap.
‘Volgens mij rijdt er een auto achterom. Hebben we dit weekend boshuisgasten?’
‘Ja, maar als ze er nu al zijn, zijn ze wel vroeger dan we hadden afgesproken. Aan de andere kant, het is inmiddels wel al tien uur. Ik zal even gaan kijken.’
Paco staat nog steeds blaffend voor de deur.
Karin trekt snel haar ochtendjas aan en loopt naar beneden.
‘O,’ roept ze naar boven. ‘Het is een paardentrailer. Ze komen vast Pepper ophalen. Bert schuift het bed tafeltje voorzichtig opzij en stapt uit bed.
‘Dan zal ik me ook maar eens aankleden,’ zegt hij. ‘Misschien willen ze nog even een kop koffie voordat ze vertrekken.’
Beneden is Paco inmiddels helemaal uitgelaten. Kwispelend loopt hij om de paardentrailer heen en snuffelt nieuwsgierig aan de banden. Een grote jonge man van een jaar of twintig stapt uit de cabine.
‘Goedemorgen,’ zegt hij. ‘Ik kom Pepper ophalen. We hadden rond tien uur afgesproken met de eigenaar.’
‘Oh, nou dat wist ik niet, maar prima hoor,’ antwoordt Karin glimlachend. ‘Je bent mooi op tijd. Zal ik eerst even een kop koffiezetten?’
‘Graag, als dat uitkomt.’
‘Natuurlijk. Kom maar binnen.’ Even later zitten ze met z'n drieën aan de keukentafel. Bert heeft zich inmiddels al gedoucht en aangekleed en schenkt de koffie in. Paco heeft zijn nieuwsgierigheid verloren en ligt tevreden voor de open haard op de grond.
‘Heeft Pepper een beetje een rustige reis voor de boeg?’ vraagt Bert.
‘Ongeveer een uurtje rijden,’ antwoordt de jongen. ‘Hij gaat dus terug naar Nico en Anna. Die achter hun huis de stal hebben.
Karin glimlacht, maar voelt tegelijkertijd een steek van weemoed. Anna die in het bos haar derde kindje kreeg. Hoe bijzonder was dat toch geweest.
‘Oh, heeft u voor mij misschien een visitekaartje? Ik zou hier wel eens willen komen logeren.’
Karin pakt een folder van het stapeltje naast de open haard.  ‘Alsjeblieft. Hier staan het e-mailadres en de website op. Kijk maar eens of het je leuk lijkt. Je bent altijd welkom als je een keer zin hebt om langs te komen.’ Ze kijkt hem aan en ziet opeens een groot litteken aan de zijkant van zijn voorhoofd.
Na de koffie lopen ze met z'n drieën naar de stal. Zodra Pepper hen ziet aankomen, heft hij zijn hoofd op. Karin steekt haar hand uit en aait hem over zijn hals.
‘Goedemorgen, vrouwtje,’ fluistert ze. ‘Vandaag ga je weer heerlijk terug naar je eigen baasjes.’
Pepper blaast zacht door haar neus en duwt haar warme hoofd even tegen Karins schouder. Bert kijkt zwijgend toe. Hij staat bij Black Pearl en aait hem zacht over zijn neus.
‘Kom,’ zegt de jongeman. ‘Laten we er samen voor zorgen dat hij rustig de trailer in loopt.’ 
Pepper volgt hen gewillig, alsof hij aanvoelt dat dit geen gewone ochtend is.
Even later rijdt Paul, zoals de jongeman heet, het erf af met Pepper. Bert brengt ondertussen Black Pearl naar de wei, terwijl Karin samen met Paco naar het kippenhok loopt.
De B&B onder het huis is al helemaal gereed voor de nieuwe gasten, die vanmiddag arriveren. Daarom kan Karin eerst rustig douchen en zich aankleden. Bert zit op bank en bladert door het fotoalbum van de wintersport in Leufeld in het vorige jaar. Hij heeft in de zomer ook met Karin enorm genoten in dat prachtige berggebied. Maar daar toen wel het vreselijke drama van de val van Nora Bauer meegemaakt.
Als Karin even later beneden komt, ziet ze dat Bert het ontbijt al heeft opgeruimd. Ze glimlacht. Wat is ze blij met hun inmiddels vaste Latrelatie.
‘Zullen we met Paco een stukje het bos in gaan?’ vraagt Bert.
‘Heerlijk,’ antwoordt Karin.
Even later wandelen ze samen over het bospad. Paco rent vrolijk voor hen uit, snuffelt aan boomstronken en schiet af en toe achter een fladderende vogel aan. Karin haakt haar arm door die van Bert. Ze ademt diep de frisse boslucht in en voelt een weldadige rust over zich heen komen.
‘Nog maar een paar weken,’ zegt Bert glimlachend.
‘Tot Leufeld,’ vult Karin aan.
Hij knikt. ‘Ik heb er nu al zo’n zin in.’
Ook Karin kijkt ernaar uit. De herinneringen aan de wintersportvakantie van vorig jaar zijn nog levendig. Straks mogen ze die opnieuw samen beleven. Maar niet alles. Niet zoals het drama ontknoopt werd van de brand van het Gröfeld Haus.
Op de terugweg lopen ze nog even het terras van Ruud van Westen op om heerlijk te lunchen. Ze kiezen voor gebakken paddenstoelen, bedekt met gesmolten kaas, met daarbij een heerlijk glas witte wijn. Een mooie Auxerrois van Weingut Ch.W. Bernhard uit Frei-Laubersheim. De wijn heeft een intense, romige smaak en past perfect bij het warme paddenstoelengerecht.
Ruud vindt het altijd gezellig als Karin en Bert komen lunchen of dineren. Hij kent Karin al zo lang.
Wanneer ze uiteindelijk samen met Paco weer thuiskomen, rijdt er vrijwel direct achter hen een auto de oprit op. Dat zijn de nieuwe gasten van het Boshuis: de familie Van Vliet. Ze zijn hier voor het eerst.
‘Ha, familie, welkom in ons Boshuis. Ik ben Karin van Barneveld en dit is mijn partner Bert.’
De man en de vrouw stappen uit en schudden Karin en Bert de hand.
‘Wat fijn dat we deze tip van Peter Molinga hebben gekregen. Wij zijn de ouders van de vriendin van uw nichtje Madeleine. Die wonen samen in Amsterdam. Ik ben Ans en dit is mijn man Joop.’ De vrouw tikt haar man lachend op zijn kale hoofd.
‘O, dan bent u de ouders van Rosa,’ zegt Karin. ‘Wat vreselijk wat haar destijds is overkomen, toen het huis naast hun studentenwoning in brand vloog door oververhitte elektrische apparatuur die werd gebruikt voor een wietkwekerij.’
De vrouw knikt.
‘Gelukkig is Rosa helemaal hersteld,’ zegt Joop. ‘Ze woont inmiddels weer samen met uw nichtje in het studentenhuis.’
Bert kijkt hem aan.
‘U weet dat de man die dat allemaal heeft veroorzaakt inmiddels is overleden?’
‘Ja, zeker,’ antwoordt Joop. ‘Peter en Hans hebben ons daar uitgebreid van op de hoogte gehouden. Ook hoe vreselijk die vrouw van die vent u met een pistool bedreigd heeft.’
‘Dat was een verschrikkelijke tijd,’ zegt Ans zacht. ‘Maar gelukkig hebben de meisjes elkaar erdoorheen gesleept. Madeleine is een geweldige vriendin voor Rosa geweest. En haar broer, uw neef Mark,  heeft verkering met Rosa. Hij is toen even uit Lausanne, waar hij op de hotelschool zit, naar Nederland teruggekomen, om bij zijn vriendin te kunnen zijn.’
‘Andersom ook hoor,’ antwoordt Karin glimlachend. ‘Madeleine heeft veel aan Rosa gehad. Juist in zo'n periode leer je wie je echte vrienden zijn.’
‘Dat is helemaal waar,’ zegt Joop. ‘We zijn blij dat ze allebei hun leven weer hebben opgepakt.’
Paco heeft de nieuwkomers inmiddels nieuwsgierig besnuffeld en kwispelt tevreden met zijn staart. Ans bukt zich en aait hem over zijn kop.
‘Wat een lieve hond is dit.’
‘Dat is Paco,’ zegt Bert. ‘Hij past altijd op zijn vrouwtje.’
Karin pakt de sleutelbos uit haar jaszak.
‘Zullen we even naar uw appartement lopen.’
‘Graag,’ antwoordt Ans.
Ze lopen achter elkaar over het trappetje naar het Boshuis. - appartement. Bert en Paco gaan boven al naar binnen.  
‘Wat is het hier mooi,’ zegt Ans bewonderend terwijl ze langzaam om zich heen kijkt. ‘Op de foto's van Hans en Peter zag het er al prachtig uit, maar in het echt is het nog veel sfeervoller.’
‘Dat horen we gelukkig vaker,’ zegt Karin. ‘We vinden het belangrijk dat onze gasten zich hier meteen thuis voelen.’
Joop zet de koffer naast het bankje dat in het televisiehoekje staat.
‘En zo’n heerlijk terrasje ook nog. . Je hoort hier al de vogels.’
Karin wijst de gasten de weg in het appartement.
‘Hier vinden jullie het kleine keukentje. In de kast staat koffie voor in de koffiepot, en zakjes thee met een snelkoker. Mochten jullie iets missen, laat het gerust weten. Wij wonen natuurlijk boven u. En in de koelkast vinden jullie een heerlijke Duitse witte wijn uit Frei Laubersheim.’
‘Dat is ontzettend vriendelijk,’ zegt Ans. ‘We voelen ons helemaal welkom.’
‘Dat is precies de bedoeling,’ antwoordt Karin. ‘Maak het jezelf gemakkelijk en geniet vooral van de rust. Daar komen de meeste mensen uiteindelijk voor.’  Joop steekt zijn hand opnieuw uit.
‘Dank jullie wel voor de hartelijke ontvangst. We hebben het gevoel dat dit een heerlijk weekend gaat worden.’
 ‘Dat hopen wij ook,’ zegt Bert, die net uit de sauna komt, waar hij handdoeken voor de gasten heeft neergelegd.
‘En wie weet zien we elkaar later in het weekeinde nog voor een kop koffie of een goed glas wijn.’ Karin kijkt hem glimlachend aan.  Samen lopen ze de trap naar boven waar Paco op ze ligt te wachten.
Plotseling gaat Karins mobiel af. Ze trekt hem uit haar achterzak en kijkt of ze ziet wie belt.
Onbekend nummer.
Ze neemt op. ‘Hallo?’
‘Dag mevrouw Barneveld. Ik ben het, Paul. Ik wilde u vragen of uw Boshuis B&B volgend weekeinde toevallig nog vrij is. Mijn vriend en ik willen graag eens naar een weekeinde in het bos logeren. Een nachtje maar hoor, van zaterdag op zondag. Kan dat?’
‘Eh, ik moet even kijken of het appartement vrij is. Ik loop even naar mijn computer.’
Bert kijkt haar vragend aan. Opent haar laptop die op de eettafel in de woonkeuken staat. Karin kijkt hem dankbaar aan.
‘Oh, ja ik zie dat het goed is. Je hebt mijn e-mailadres. Stuur me maar even een verzoekje, dan zal ik je een bevestiging sturen.’
‘Nou schat, ik ga zo terug naar huis. Maar volgende week kom ik op vrijdag weer bij jou. En dan blijf ik het hele weekend.’ Karin zucht en kijkt haar partner verdrietig aan. Maar ze weet dat Bert thuis in zijn wijngaarden aan het werk moet.
Ze omhelzen elkaar liefdevol en een kwartiertje later rijdt Bert de oprijlaan af.
(Morgen komt het vervolg!Noah uit het ziekenhuis

                                                                                                                            Noah uit het ziekenhuis

Henri staat nog steeds alleen in de grote sportzaak. Hannah kan hem niet helpen, want doordeweeks zit ze nog altijd op de hotelschool in Duitsland.
Gelukkig heeft hij inmiddels goed nieuws gekregen. Toen hij Noah in het ziekenhuis bezocht, vertelde die dat hij de volgende dag naar huis mocht. Hij voelt zich weer goed en de schotwond is volledig hersteld.
"Ik ben snel weer terug in de winkel," had Noah gezegd. "De winkel die ooit van mijn zus was..." Hij verslikte zich even en verbeterde zichzelf haastig. "Eh... ik bedoel natuurlijk mijn nicht."  Henri had er niets van gezegd, maar de verspreking bleef wel even door zijn hoofd spelen.
Vandaag gaat Bernie hem ophalen. Eigenlijk is dat best bijzonder, bedenkt Henri. Bernie en de oudste broer van Wendy hebben namelijk allebei een grote sportzaak in het centrum van Leufeld. In feite zijn ze dus concurrenten, terwijl Bernie tegelijkertijd de partner van Noah is. Henri glimlacht om die gedachte.
Precies om tien uur rijdt Bernie door Ranitz. Onderweg passeert hij het huis van Matthias, waarna hij zijn weg vervolgt naar het ziekenhuis waar Noah op hem wacht.
Twee uur later komen ze aan bij het huis van Noah in Leufeld. Vanaf vandaag zullen ze daar samenwonen. Voor Noah voelt het eindelijk alsof hij weer aan een nieuw hoofdstuk kan beginnen.  Bernie zet de auto stil op de oprit en kijkt Noah even aan.
‘Thuis,’ zegt hij met een glimlach.
Noah knikt. ‘Ja, gelukkig.’
Voorzichtig stapt hij uit. Zijn lichaam voelt nog wat stijf, maar de pijn is vrijwel verdwenen. Hij haalt diep adem. De vertrouwde geur van de tuin, het huis en de frisse buitenlucht doen hem goed. Dit heeft hij gemist.
Bernie pakt de weekendtas uit de kofferbak, terwijl Noah langzaam naar de voordeur loopt. Zodra de deur opengaat, blijft hij even stilstaan. Alles ziet er nog precies zo uit als voordat hij neergeschoten was en naar het ziekenhuis was gebracht.
‘Ik heb geprobeerd er niet al te veel aan te veranderen,’ zegt Bernie rustig, terwijl hij de tas neerzet. ‘Ik wil dat het nog steeds als jouw huis zal voelen.’
Noah draaide zich naar hem om. ‘Ons huis,’ verbetert hij zacht. Bernie glimlacht en slaat een arm om zijn schouders.
Even staan ze in de hal. Ze zijn allebei zo opgelucht dat de nachtmerrie eindelijk achter hen ligt. Dat Noah helemaal genezen is. Ze liggen in elkaars armen.
Niet veel later gaat de deurbel. Ze zitten inmiddels al in de kamer aan de koffie.
‘Zal ik de deur even opendoen?’ Noah knikt bevestigend.
Als Bernie de deur opendoet, staat Henri daar met een brede glimlach op de stoep.
‘Kijk eens aan,’ zegt hij. ‘De patiënt is weer thuis.’ 
Samen lopen ze naar binnen.
‘Ha, Henri, kom je gezellig even koffiedrinken? Heb je de winkel gesloten dan?’
‘Ja, ik wilde weten hoe het met je is, dus ik heb even het sluitingsbord opgehangen. Ga natuurlijk zo weer terug. Ik ben zo blij dat je weer terug kan komen, want Hannah is natuurlijk op school in Duitsland.’
‘Dat weet ik,’ zegt Noah. ‘Maar nu ben ik er weer. En ik zal echt snel weer komen werken.’
‘Daar ben ik wel heel blij om,’ zegt Henri. Maar natuurlijk vooral blij dat je die idioot die je heeft neergeschoten, overleefd hebt.
Bernie komt met koffie voor Henri uit de keuken.
‘Geef hem nog een paar dagen om op krachten te komen, dan kan hij weer.’ Noah kijkt hem glimlachend aan. ‘Ja, je hebt gelijk Bern.’
Bernie kijkt naar de twee mannen en voelt een gevoel van rust over zich heen komen. Voor het eerst sinds lange tijd lijkt alles weer de goede kant op te gaan.
Na de koffie vertrekt Henri snel terug naar hun grote sportzaak in Möbach. Noah gaat even op bed liggen en Bernie gaat naar zijn eigen sportzaak hier in Leufeld.
Een uurtje later staat Noah weer op en loopt voorzichtig de trap af. Ha, halverwege wordt er opeens aangebeld. Hij neemt voorzichtig de laatste treetjes en doet de deur open.
‘Hee, Matthias, wat gezellig.’
‘Ha Noah, ik wilde even op ziekenbezoek bij mijn grote vriend. Hoe is het met je?’
‘Kom binnen vent, gezellig. Ja, het gaat heel goed hoor. Even nog twee dagen rust en dan ga ik weer gewoon aan het werk.’ Ze stappen samen de woonkamer in.
‘Wil je wat drinken?’
‘Oh, ja een glaasje water of zo. Zal ik het even pakken.’ Noah knikt.
‘Geef mij ook maar een glas water. Lekker die mineraalwater uit de koelkast.’
Matthias schenkt het in en gaat bij Noah aan de eettafel zitten. Die heerlijke typische Oostenrijkse tafel met een ronde bank eromheen.
‘Je weet dat Hannah ook aangevallen is door die idioot uit Duitsland hè.’
 Noah knikt. 'Ja. Ze heeft het me verteld toen zij en Henri op ziekenbezoek kwamen in het ziekenhuis.'  Even blijft het stil.
'Henri keek trouwens nogal verbaasd toen ze het vertelde. Hij zei dat jij vast smoorverliefd was op zijn dochter.'  Matthias glimlacht flauwtjes, maar zegt niets.
'Hij weet natuurlijk niet dat de werkelijkheid heel anders ligt... dat jij Hannahs biologische vader bent.'
Matthias zucht diep en staart even zwijgend in zijn glas. 'Nee,' zegt hij zacht. 'En voorlopig hoeft hij dat ook niet te weten.'
Noah knikt begrijpend. 'Dat lijkt me ook het verstandigst. Henri houdt zielsveel van Hannah. Voor hem is zij gewoon zijn dochter.'
'Dat is ze ook,' antwoordt Matthias meteen. 'Ik heb haar verwekt, maar Henri heeft haar opgevoed. Hij heeft haar leren fietsen, haar getroost met het verdriet om haar overleden moeder, haar zien opgroeien. Dat ze skileraresje is geworden. Dat pakt niemand hem ooit af.'
Noah glimlacht. 'Dat siert je.'
'Het doet soms pijn,' geeft Matthias eerlijk toe. 'Zeker nu we steeds vaker met elkaar optrekken. Er zijn momenten waarop ik haar iets wil vertellen, of gewoon wil zeggen hoe trots ik op haar ben. Maar dan besef ik weer dat ik mijn plaats moet kennen.'
Noah neemt een slok water.  'Ze lijkt trouwens steeds meer op jou. En natuurlijk ook op mijn zuster.'
Matthias schiet in de lach. 'Dat heeft Hannah mij ook eens gezegd. Niet dat ze op mij lijkt hoor, maar heel erg op haar moeder. Qua uiterlijk, zei ze. Niet qua karakter.'
'Dat is ze zeker niet qua karakter. Gelukkig, tja ondanks dat wij dezelfde vader hebben, Nora en ik, ben ik wel heel blij dat ze qua karakter totaal niet op haar moeder lijkt. Wel op haar biologische vader,' lacht Noah.
‘Daar ben ik dankbaar voor,' zegt Matthias oprecht.  Er valt een comfortabele stilte. Buiten fluit een merel in de tuin.  Na een paar tellen kijkt Matthias Noah onderzoekend aan.
'Maar genoeg over mij. Vertel eens eerlijk... hoe voel je je echt? Want ik geloof nooit dat je na zo'n aanval alweer helemaal de oude bent.'  Noah haalt zijn schouders op.
'Lichamelijk gaat het verrassend goed. Af en toe voel ik het nog als ik te snel beweeg. Maar mentaal... dat is een ander verhaal. Voor Bernie en mij een vreselijke schok geweest.'
‘Slaap je wel goed?’  Noah knikt langzaam.
'Soms word ik midden in de nacht wakker. Dan zie ik mijn oude partner weer voor me. Zijn blik... alsof hij nergens meer om geeft op dat moment.’   
Matthias legt even een hand op zijn schouder.
'Dat slijt hopelijk, vriend. Geef jezelf de tijd. Je hoeft niet meteen weer de sterke Noah te zijn. ‘En die oude partner van je is inmiddels overgebracht naar Duitsland, waar hij in de gevangenis is opgenomen.’
Noah glimlacht dankbaar. ‘Fijn dat je even bent langsgekomen. Wat hebben wij allebei toch bijzondere dingen in ons leven meegemaakt.’
Matthias glimlacht ook. ‘Jazeker. Ik ga nu even naar Minke om Bob op te halen. Ik heb met haar afgesproken dat ik hem ga leren lawines te onderzoeken, zodat hij met zijn neus bedolven mensen kan vinden.’
Noah knikt instemmend. ‘Dat is mooi werk. Ik weet zeker dat Bob daar goed in zal zijn. Hij heeft een scherpe neus toch, ooit de vader van Joke onder aan de trap in het hotel gevonden.’
‘Ja, dat was ook bijzonder goed,’ antwoordt Matthias. ‘En wie weet redt hij nog ooit iemands leven. Alleen al die gedachte maakt alle trainingen de moeite waard.’
Noah steekt zijn hand uit. Matthias pakt hem stevig vast. Beiden zeggen niets meer; woorden zijn op dat moment overbodig. Ze weten hoeveel beide hebben meegemaakt en hoeveel er in hun leven is veranderd.
‘Zorg goed voor jezelf, Noah, groetjes aan Bernie,’ zegt Matthias terwijl hij naar de deur loopt.
‘Jij ook. En doe Minke en René de groeten.’
Matthias knikt nog één keer en verlaat de kamer. Buiten ademt hij de frisse lucht diep in. Voor het eerst in lange tijd voelt de toekomst niet als een last, maar als een nieuwe kans.
Even later rijdt hij naar Hotel Golf am See. Zodra Bob hem het hotel in ziet komen, rent de hond enthousiast kwispelend op hem af. Matthias hurkt neer en aait hem over zijn kop.
‘Ben je er klaar voor, jongen?’ vraagt hij glimlachend. ‘Vanaf vandaag begint jouw opleiding. Samen gaan we mensen redden.’
Bob blaft vrolijk, alsof hij precies begrijpt wat Matthias bedoelt.
Minke loopt naar hem toe van achter haar bureau in de front office. ‘Zo fijn en spannend dat je dit gaat doen Matthias. Veel succes. Zal ik hem vanmiddag zelf ophalen?’
‘Prima hoor, kijk maar wanneer je tijd hebt. Aan het eind van de middag dan okay?’
Samen lopen ze naar de auto. Bob zetten ze op de achterbank. Dan rijdt hij met hem weg,  op weg naar een nieuw avontuur dat hun levens opnieuw voorgoed zou veranderen.

(Morgen komt het vervolg!) Hannah en Sofie komen Bob halen.

                                                                                                          Hannah en Sofie komen Bob halen.

Bob, de Sint-bernard van Minke en René, staat bekend als een rustige, zachtaardige reus. Achter zijn vriendelijke uitstraling schuilt een hond met een groot hart, die alles over heeft voor zijn gezin. Toen zijn vrouwtje hulp nodig had, aarzelde hij geen moment. Zijn enorme liefde, waakzaamheid en beschermende karakter maakten dat hij haar wist te redden.
Nu begint voor Bob een nieuw avontuur. Hij gaat leren zoeken in lawines. De training begint spelenderwijs, waarbij de nadruk ligt op het herkennen van menselijke geur onder een dikke laag sneeuw. Zo leert hij zijn indrukwekkende reukvermogen steeds beter in te zetten.
Matthias begeleidt hem tijdens de trainingen. Eerst laat hij Bob rustig wennen aan een speciaal harnas. Door het harnas tijdens het oefenen te dragen, leert Bob dat dit iets vertrouwds is. Als hij later ooit echt wordt ingezet bij een lawine, zal hij zich daar volledig op kunnen richten.
In het weiland achter het huis van Matthias ligt inmiddels genoeg sneeuw. Samen met de buurjongen heeft hij er een grote sneeuwhoop gemaakt. Diep onder de sneeuw ligt een vrouwtjespop verborgen, met een T-shirt van Matthias zelf aan, zodat Bob kan oefenen met het opsporen van menselijke geur.
Wanneer Bob binnenkomt, wordt hij enthousiast begroet door de twee labradors van Matthias. Zij zijn inmiddels al ervaren lawinehonden en weten precies wat er van hen verwacht wordt. Met hun vrolijke energie en ervaring helpen zij Bob zich snel thuis te voelen.
Voor Bob is alles nog nieuw, maar zijn nieuwsgierigheid, zijn uitzonderlijke neus en zijn grote liefde voor mensen vormen de perfecte basis.
Stap voor stap groeit deze vriendelijke Sint-bernard uit tot een hond die, als het ooit nodig is, levens kan helpen redden onder de sneeuwlaag.
Als Matthias samen met zijn buurjongen al een paar uur met de drie honden bezig is, komt er een kleine auto aangereden.
Hannah en Sofie stappen uit. Het is allemaal heel toevallig zo gelopen. Hannah was net teruggekomen van haar school in Duitsland en was onderweg naar huis langs Hotel Golf am See gereden. Ze was daar even gestopt omdat ze graag wilde weten hoe de skilessen voor het komende weekend waren ingedeeld. Moesten zij en Rosalie ook een groepje begeleiden? Sofie zou haar dat vast kunnen vertellen.
Toen Hannah naar binnen liep, zaten Minke, Sofie en Freddie toevallig samen aan de eettafel in de grote woonkeuken. Ze werd hartelijk begroet.
Ondanks haar bizarre moeder, die zoveel ellende had veroorzaakt, en haar afschuwelijke zus Klara, die verantwoordelijk was voor de dood van Cato, de dochter van Joke en Karel, werd Hannah door iedereen altijd met warmte en vriendelijkheid ontvangen. Haar vader en zij waren immers net zo geschokt geweest als alle andere mensen uit het gebied in en rond Leufeld.
Onder het genot van een kop thee hadden ze gezellig bijgepraat en samen de skilessen voor het komende weekend doorgenomen. Tijdens het gesprek merkte Hannah op dat ze Bob miste. Ze vroeg waar hun grote, lieve hond was.
Minke vertelde dat Bob bij Matthias was om te trainen en dat ze hem straks zou gaan ophalen.
Hannah voelde dat haar band met Matthias, de jeugdvriend van haar moeder, de laatste tijd steeds sterker was geworden. Zeker nadat hij haar had opgevangen toen de voormalige partner van Noah haar had bedreigd.
Vrolijk stelde ze voor om Bob alvast voor hen op te halen. Samen met Sofie was ze op weg gegaan. Dat kwam Minke uitstekend uit, want zij moest in de kelder nog de was uit de droogtrommels halen en opvouwen.
Matthias is verbaasd, maar het voelt wel heel goed, dat zijn biologische dochter nu met haar vriendin er aan komt.
Als ze uitstappen, stormt Bob luid blaffend op de auto af. Zijn staart zwiept vrolijk heen en weer.
'Kijk nou eens,' lachte Sofie. ‘Hij weet precies dat ik het ben.'
Bob springt vrolijk tegen haar op. Lachend slaat ze haar armen om zijn brede hals.
'Rustig, grote knuffelbeer,' zegt ze terwijl ze hem over zijn kop aait.
Matthias komt met een glimlach uit de weide gelopen. Zijn T-shirt plakt aan zijn rug en zijn handen zitten onder het zand van de training. De buurjongen komt met de pop die Bob opgegraven heeft, aangelopen.
'Hoi,' zegt Matthias.
'Hoi,' antwoordt Hannah, terwijl ze hem even vrolijk aankijkt. Ze merkt opnieuw hoe gemakkelijk ze zich voelt als hij in de buurt is.
'Bob heeft het geweldig gedaan,' vertelt Matthias terwijl hij de hond liefdevol over zijn rug aait. 'Hij leert ontzettend snel. Nog een paar trainingen en hij kent alle basiscommando's perfect.'
'Dat verbaast me niets,' zegt Sofie glimlachend. 'Hij doet thuis ook altijd heel goed zijn best.’
 'Zullen we anders eerst even wat drinken?' stelt Matthias voor. 'Ik heb net koffiegezet. Of thee, als jullie dat liever hebben.'
'Dat klinkt heerlijk,' antwoordde Sofie direct.
Samen lopen ze naar het terras achter de woning. De honden draven vrolijk met hen mee. Bob blijft dicht bij Sofie. De buurjongen zegt gedag en loopt terug naar zijn ouderlijk huis.
Terwijl Matthias voor zichzelf koffie inschenkt en voor Sofie en Hannah een kop thee zet, betrapt hij zichzelf erop dat zijn blik steeds weer naar zijn dochter afdwaalt. Er straalt iets van haar af wat hem intens gelukkig maakt.
Hannah merkt zijn blik op en glimlacht zacht.
‘Matthias, het is eigenlijk wel bijzonder dat je voor Bob hebt gekozen. Sint-bernards worden tegenwoordig toch bijna nooit meer ingezet?’
‘Nee, je hebt gelijk, Sofie,’ antwoordt Matthias. ‘Sint-bernards zijn tegenwoordig simpelweg te groot en te zwaar. Bij lawinegevaar worden ze al jaren nauwelijks nog ingezet. Ze zijn grotendeels vervangen door lichtere en snellere rassen, zoals Duitse herders en labradors. Toch vind ik het belangrijk om Bob daarvoor te blijven trainen. Het is een stukje traditie, maar ook een manier om zijn natuurlijke kwaliteiten te behouden. Mijn labradors zijn trouwens ook  getraind voor zoek- en reddingswerk in de sneeuw.’
Hij neemt een slok van zijn koffie en kijkt naar Bob, die rustig naast Sofie is gaan liggen.
‘Weet je,’ zegt Matthias bedachtzaam, ‘een reddingshond leert veel meer dan alleen iemand opsporen. Hij leert vertrouwen, geduld en doorzettingsvermogen. Dat zijn eigenschappen die niet alleen in de bergen van pas komen, maar overal in het leven. En eerlijk gezegd, heeft Bob dat allang.’
Bob heft zijn kop op zodra hij zijn naam hoort en kwispelt even, alsof hij begrijpt dat het gesprek over hem gaat.
Hannah glimlacht. ‘Dat zie je ook aan hem. Hij kijkt voortdurend naar jou en naar Sofie, alsof hij precies wil weten wat jullie van hem verwachten.’
‘Dat is wederzijds,’ antwoordt Matthias. ‘Een goede reddingshond werkt niet vóór zijn begeleider, maar mét hem. Er moet een band zijn die onvoorwaardelijk is. Zonder vertrouwen bereik je niets. Daarom als hij ooit ingezet zou moeten worden, is het heel belangrijk dat een Barneveld  erbij is.’
Sofie lacht. ‘Een Barneveld. Je bedoelt dus papa, mama, Max, Freddie of ik.’
Even valt er een aangename stilte. Alleen het zachte geritsel van de bladeren en het vrolijke gefluit van een merel doorbreken de rust.
Sofie neemt een slok van haar thee en kijkt van Matthias naar Hannah. Er hangt iets tussen hen wat ze moeilijk onder woorden kan brengen. Zou Matthias verliefd zijn op Hannah?  Nou, hij is veel te oud voor haar en Hannah heeft allang verkering met Anton.
Voor een ogenblik zegt niemand iets. De stilte voelt niet ongemakkelijk, maar juist warm en vertrouwd. Alsof ze elkaar, zonder het uit te spreken, steeds een beetje beter leren kennen. Immers Matthias hebben ze pas na het overlijden van de moeder van Hannah leren kennen.
Na het drinken stappen Hannah, Sofie en Bob op. Hannah brengt eerst Sofie en Bob naar huis. Daarna is ze van plan door te rijden naar haar vader in Möbach.
Wanneer ze Sofie en Bob heeft afgezet, krijgt ze ineens een ingeving. Voordat ze naar haar vader gaat, besluit ze eerst nog even langs haar oudoom Noah te rijden.
Onderweg stopt ze bij de grote wijnhandel, midden in het dorp. Daar koopt ze een heerlijke fles Oostenrijkse Sekt: een mousserende wijn met een zuiver karakter, frisse zuren en een elegante mousse. De wijn is gemaakt van onder meer chardonnay en grüner veltliner, precies de druivenrassen waarvan ze weet dat Noah ze kan waarderen.
Even later parkeert ze voor zijn huis. Noah doet zelf open. Bernie is nog aan het werk.
Zijn gezicht licht meteen op wanneer hij zijn nichtje ziet. Ze omhelzen elkaar hartelijk. Beiden voelen opluchting en dankbaarheid nu Jonas Müller in Duitsland vastzit. Nadat hij had geprobeerd zijn ex-partner dood te schieten, is hij gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf. Het besef dat hij voorlopig niemand meer kwaad kan doen, geeft hun eindelijk een beetje rust.  Noah laat Hannah glimlachend binnen en sluit de voordeur achter haar dicht.
‘Wat een verrassing,’ zegt hij. ‘Ik had je niet verwacht. Dacht dat je nog op school zou zitten’
‘Kijk eens,’ antwoordt Hannah terwijl ze hem de fles sekt overhandigt. ‘Ik zag hem staan en moest meteen aan jou denken.’
Noah draait de fles bewonderend in zijn handen en knikt goedkeurend.
Ze nemen plaats aan de grote eikenhouten tafel in de woonkamer.  
‘Hoe gaat het nu echt met je?’  Vraagt Hannah terwijl ze een slokje van haar glas met water neemt.
‘Steeds een beetje beter. Het is alsof er eindelijk een last van mijn schouders is gevallen.’  
‘Fijn dat je even gekomen bent,’ zegt Noah   
 Op dat moment horen ze een sleutel in het slot. De voordeur gaat open. Bernie komt thuis van zijn werk. Zodra hij Hannah ziet, verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht.
‘Kijk nou eens aan,’ zegt hij terwijl hij zijn jas uittrekt. ‘Wat gezellig.’
Hannah staat op om ook hem een warme omhelzing te geven.  
Het voelt goed aan even bij haar familie te zijn. Ze kletsen gezellig en na een half uurtje vertrekt ze dan eindelijk naar huis.

(Morgen komt het vervolg!) Paul in het Boshuis.

                                                                                                                              Paul in het Boshuis.

Karin wandelt samen met Paco naar het kippenhok. Even een paar verse eieren rapen. Inmiddels is Bert er ook weer. Hij loopt nog een rondje door de wijngaard, waar de wijnranken gesnoeid moeten worden voordat de winter zijn intrede doet.
Ze genieten allebei van deze heerlijke momenten samen. Het blijft bijzonder dat ze elkaar hebben ontmoet nadat ze allebei hun geliefde hadden verloren. Langzaam maar zeker is er tussen hen een liefdevolle relatie ontstaan, waarin ze opnieuw geluk en geborgenheid hebben gevonden.
Morgen verwachten ze nieuwe gasten voor twee dagen. Het is Paul Dijkstra, de jongeman die een tijdje geleden Pepper, het paard van Anna en Nico, hier heeft opgehaald. Hij komt samen met een vriend logeren.
Wanneer ze weer binnen zijn, nemen ze plaats aan de grote eettafel in de gezellige woonkeuken. Op een groot schaakbord, met de oude schaakstukken die ooit van Karins vader waren, beginnen ze aan een potje schaak. Ze vinden het allebei heerlijk om te spelen. De ene keer wint Karin, de andere keer Bert.
'Oeps, daar gaat je koningin,' zegt Bert met een glimlach terwijl hij zijn partner aankijkt.
'Ja? Kijk dan eens goed... schaak!' antwoordt Karin lachend.
Ze spelen ontspannen verder. De spanning blijft tot het einde, maar uiteindelijk eindigt de partij in remise. Geen van beiden weet vandaag de overwinning te pakken.
Karin kijkt op de klok en glimlacht.
'Oh, schat, het is al laat. Zullen we naar ons favoriete restaurant gaan? Ik heb gisteren een tafeltje voor ons gereserveerd. Natuurlijk is Paco ook welkom.'
Bert staat op, geeft Karin een liefdevolle kus en pakt de riem van Paco. Hij mag gewoon loslopen, maar in het restaurant binden ze hem altijd vast. En kruipt hij onder de tafel.
'Kom, jongen,' zegt Karin tegen hem. 'Vanavond gaan we weer heerlijk genieten.'
Paco loopt kwispelend naar de voordeur, alsof hij precies weet waar ze naartoe gaan. Bert pakte de voordeursleutels van het haakje, terwijl Karin haar jas aantrekt.  
De avondlucht is zacht. De laatste kleuren van de ondergaande zon verdwijnen langzaam achter de bomen, terwijl de eerste sterren zich voorzichtig aan de hemel lieten zien. Tijdens de korte wandeling genieten ze van de stilte.  
Bij hun favoriete restaurant worden ze hartelijk begroet.
'Goedenavond, Karin, Bert. Fijn dat jullie er zijn,' zegt Ruud van Westen. 'En natuurlijk jij ook welkom, Paco.'
Hij gaat ze voor naar hun vaste tafeltje voor een van de ramen, waar Paco tevreden onder kruipt. Een bak vers water staat voor hem daar al klaar.
'Ze kennen hem inmiddels net zo goed als ons,' zei Karin lachend.
Ze bladeren rustig door de kaart, al weten ze eigenlijk allebei al wat ze willen bestellen. Terwijl Janey, de kelnerin,  hun wijnen brengt, kijkt Karin haar liefdevol aan. Ze heeft al zolang een geweldig contact met deze dame. ‘Proost meis,’ zegt ze haar glas opheffend.
Bert glimlacht. 'Weet je,' zegt hij dan zacht, 'ik had nooit gedacht dat ik na alles wat er in Nietsum met Vera gebeurd is, nog zo ongelooflijk gelukkig kon zijn.'
Karin legt haar hand op de zijne.
'Dat dacht ik ook niet. Maar in ons beide leven, terwijl we dat nooit verwacht hadden, hebben we een nieuwe geliefde, iemand die je hart weer laat kloppen, ontmoet.' Bert legt zacht zijn hand op die van haar.  Ze glimlachen naar elkaar. Woorden waren niet meer nodig.
Even later wordt de maaltijd geserveerd.  Ze genieten van het heerlijke eten en praten samen over de gasten die morgen zullen arriveren, over plannen voor de wijngaard en over hun reis naar Leufeld. Waar ze allebei met heel veel plezier naar uitkijken. Ook Paco die mee mag.
'Ik ben benieuwd hoe die Paul het maakt,' zei Karin. 'Het is alweer een tijd geleden dat hij Pepper kwam ophalen. Misschien horen we ook hoe het met het kleine baby’tje van Anna en Nico is. Ik ben daar altijd nieuwsgierig naar gebleven. Als ze ooit weer met Pepper komen logeren, krijgt haar moeder Elisa, het druk met oppassen op de drie kleintjes dan.’
Na het dessert blijven ze nog even zitten. Genieten van de koffie met een glaasje limoncello.
Als ze naar huis gaan, kijkt Karin omhoog naar de heldere sterrenhemel, waar ze altijd met onze heilige Vader praat in haar hoofd, waarvan ze zeker weet dat hij daar woont.
'Wat is het leven toch bijzonder,' fluistert ze.  Bert slaat een arm om haar heen.
Hand in hand lopen ze terug door het weiland, waar Paco vrolijk voor hen uit rent,  naar zijn grote vriend Black Pearl, die ze meteen meenemen naar de stal.
                                                                                                                       *****
De volgende ochtend, na een heerlijk gezamenlijk ontbijt op bed, rijdt Bert op BP het bos in. Karin zit even op haar kantoor. Dan hoort ze plotseling Paco blaffen, die bij haar thuisgebleven is. Ze loopt de trap op en ziet dat Paul en een vriend uit een auto stappen.
‘Ha Paul, gezellig dat je er bent. Dag…’ Ze kijkt de andere jongen aan. Hij geeft haar een hand. ‘Ik ben Jan, een studiegenoot van Paul.’
‘Welkom. Leuk dat jullie er zijn. Kom maar, ik zal jullie even de weg wijzen.’
Karin loopt naar beneden over de buitentrap, naar het Boshuis appartement. De jongens achter haar aan. Paco blijft netjes boven staan.
Ze laat alles zien, geeft ze de sleutel van het appartement en vertelt waar en wat ze allemaal kunnen vinden. Ook de sauna wijst ze aan, voor als de jongemannen daar gebruik van willen maken.
‘Nou, wat leuk is het hier. Wat mooi. Wij gaan vanmiddag naar Utrecht, waar we met andere studiegenoten gezellig gaan golven. Zullen na het eten terugkomen. En u weet, morgen gaan we weer weg.’
‘Prima,’ zegt Karin glimlachend. ‘Maak er een gezellige dag van. En als jullie vanavond nog iets nodig hebben, laat het gerust weten.’
‘Dat zullen we doen,’ antwoordt Paul. ‘Bedankt voor de hartelijke ontvangst.’
De jongens zetten hun tassen in het appartement en vertrekken niet veel later weer richting Utrecht.
Karin kijkt hen vanaf boven na. Fijn dat ze het hier prima vinden, denkt ze.  Paco, die kwispelend om haar heen draait, ziet opeens Black Pearl aan komen draven.
‘Ja hoor, jij hebt alles goed in de gaten gehouden,’ zegt ze lachend, terwijl ze hem over zijn kop aait.
‘Ging het lekker?’
‘Jazeker, BP heeft het geweldig naar zijn zin. We hebben een flink stuk door het bos gereden. Die gasten reden net weg hè?’
‘Ja klopt,’ antwoordt Karin. ‘Paul en zijn studievriend zijn veilig aangekomen. Ze zijn nu naar Utrecht om te gaan golfen. Vanavond zijn ze weer terug.’
Ze zet een kop koffie voor hun beide en gaat nog even naar beneden achter haar bureau zitten. Er wachten nog een paar e-mails en enkele reserveringen die bevestigd moeten worden.  
Even later is ze klaar. Bert heeft Black Pearl weer in de wei gezet en zelf snel even gedoucht.
Nu zullen ze samen even naar de supermarkt gaan om een lijstje met boodschappen af te werken.
Na het avondeten zitten ze ontspannen op de bank, bij de open haard. Plotseling schiet Paco overeind. Hij rent naar de voordeur en begint te blaffen. Bert staat op om te kijken wie er aankomt. Voor de deur staan de jongens die het appartement hebben gehuurd. Ze zwaaien naar hem.
Hij opent de deur en Paco rent enthousiast naar buiten.
‘Dag meneer. Mogen we u iets vragen?’
‘Natuurlijk. Kom maar binnen.’
De jongens lopen de woonkamer in. Bert en Paco volgen hen.
‘Zo jongens, hebben jullie het naar je zin gehad?’
‘Zeker. Het was geweldig, samen met onze vrienden. Kijk maar.’
Paul pakt zijn telefoon en laat Karin een kort filmpje zien waarop hij een golfbal wegslaat.
Dan valt zijn oog op een groot fotoalbum dat op tafel ligt. Op de kaft staat: Bert en Karin in de zomer in Leufeld
‘Leufeld? Kent u dat?’
‘Jazeker. We komen daar al een paar jaar. En met Kerst gaan we er weer naartoe, samen met onze kinderen.’
Jan kijkt Paul verrast aan. ‘Nou, wat toevallig. Wij zijn daar met Kerst ook. We logeren dan in Hotel Golf am See.’
‘O ja, dat mooie hotel van de Nederlandse familie Bergsma. Daar hebben we al vaak gegeten. Wij verblijven altijd iets verderop, onder aan een grote piste, in fijne appartementen van Haus Gröfeld..’
Bert kijkt verbaasd naar Paul. Zijn gezicht kleurt vuurrood. Het lijkt alsof de jongen ineens helemaal niet meer uitkijkt naar de vakantie.  Jan geeft Paul een por tegen zijn arm.
‘Zeg nou wat je wilde vragen.’
‘Eh... ja. We wilden vragen hoe laat we morgen kunnen ontbijten, mevrouw.’
‘Dat mogen jullie zelf bepalen. Het kan vanaf zeven uur.’
‘Haha, nee, dat is wel erg vroeg. Negen uur zou fijn zijn.’
‘Prima. Dan staat het ontbijt om negen uur in de hal, op het ronde tafeltje voor jullie appartement. Met croissantjes, eitjes en verse jus d'orange.’
‘Dank u wel.’
‘Kom maar mee,’ zegt Bert. Hij opent de deur naar de hal, waarna de jongens via de binnentrap naar hun appartement beneden lopen.
Als de deur achter de jongens dichtvalt, blijft Bert nog even in de hal staan. Hij luistert hoe hun stemmen langzaam wegsterven op de trap.
Even later komt hij de woonkamer weer binnen. Karin legt het fotoalbum terug op de kast.
‘Vond jij dat ook zo vreemd?’ vraagt ze.
‘Wat bedoel je?’
‘Die Paul. Zodra we over Leufeld begonnen, leek het alsof hij een geest zag.’
Bert knikt langzaam.  ‘Dat viel mij ook op. Eerst was hij nog enthousiast met dat filmpje en ineens sloeg zijn stemming helemaal om. Ik hoorde hem net op de trap dit tegen Jan zeggen: ‘Die stomme Max en trut Sofie, die zal ik daar treiteren.’
Karin haalt haar schouders op.  ‘ Wat raar. Het zijn zulke lieve kinderen, Max en Sofie.
Misschien kent hij ze van vroeger toen ze nog in Nederland woonden.’
Nou,’ zegt Bert, ‘zo groot is Leufeld niet. De kans bestaat best dat we elkaar daar nog eens tegen het lijf lopen.’
‘Misschien wel tijdens het kerstdiner bij Hotel Golf am See. Of op de piste. Al hoop ik dat zij wat beter skiën dan golfen.’ Karin schiet in de lach.
‘Dat filmpje zag er inderdaad niet erg professioneel uit.’
Paco komt tevreden de woonkamer binnen gelopen en ploft met een diepe zucht voor de open haard neer.
‘Kom,’ zegt Karin terwijl ze opstaat. ‘We gaan ook maar naar bed. Morgen hebben we weer een gezellig dag, met de kinderen die allemaal thuiskomen.’
Bert knikt. Hij werpt nog één blik op het fotoalbum dat op de kast ligt.
Toch vreemd, denkt hij. Alleen de naam Leufeld was genoeg om die jongen zo van streek te maken.
Hij doet het licht uit. Buiten is het stil. Alleen het zachte knisperen van de open haard is nog hoorbaar.

(Morgen komt het vervolg!) Matthias twijfelt

                                                                                                                                         Matthias twijfelt

Joke is druk aan het werk in de Berghut. Max komt haar deze zaterdag helpen in de bediening. Zijn zus en zijn vriendin moeten kleine kinderen skiles geven. Rosalie samen met Hannah en Sofie samen met Caren. Rosalie en Hannah hebben de beginnertjes en Sofie en Caren de gevorderden. De kinderen zijn ingedeeld op leeftijd en vaardigheid. Hannah en Rosalie geven les op de Weisstannebühl en Sofie en Caren zijn op de Gröfeld piste, de grote piste die eindigt bij het huis de ouders van Caren, en waar je boven ook de andere kant op kan skiën naar Broland. Iedere maand worden de groepjes ingedeeld tijdens de vergadering van de vrouwen die dit allemaal voor Markus zijn skischool regelen.  Voor het niveau van de groepjes bepalen ze dan welke skileraressen aan de beurt zijn.
David de vriend van Sofie is als Bolke de Beer aan het werk. Als assistent bij het team van Sofie en Caren. Anton is de Bolke op de Weisstannebühl. Ze geven daar les aan een groepje hele jonge kinderen. Het lesprogramma voor de kinderen bouwt zich op, over de verschillende pistes.
Ze beginnen altijd op de Weisstannebühl, dan daarna les op de andere kant van deze piste. De Eichen piste.
Matthias heeft met Minke afgesproken dat hij met Bob de Weisstannebühl op zal lopen. Om verder te oefenen met zijn speurtocht tijdens lawines.
Hij is vanaf de andere kant gekomen, over de Eichen piste naar boven gelopen. Waar hij onderaan zijn auto geparkeerd heeft. Langzaam loopt hij door het dal tussen de pistes in.
Bob loopt vlak naast hem. Opeens zien ze een hele skigroep aankomen. En hij ziet zijn dochter voor de groep uit skiën als lerares.
Ook Hannah ziet plotseling Matthias en zwaait vanaf haar skigroepje, waar ze nu voorstaat naar hem. Rosalie ziet hem ook en glimlacht. ‘Zo, hee, wat heeft die man een eind omhooggelopen.’
‘Ja, inderdaad, hij zal wel met Bob weer moeten oefenen op “snuffelen in de sneeuw”.’
‘Kinderen, luister goed, hier gaan jullie naar beneden skiën. Skistokken onder jullie armen en goed door de knieën buigen. Dan glijden jullie aan de overkant heel hard omhoog, en hoeven we maar een klein stukje te klimmen.
De kinderen knikken aandachtig. Hannah kijkt nog één keer kort naar Matthias. Hij steekt zijn hand op en glimlacht bemoedigend terug. Daarna richt ze haar aandacht weer volledig op haar groep. Rosalie zal als eerste vertrekken, de leerlingen erachter aan en Hannah sluit het groepje.
‘Klaar? Achter elkaar vertrekken. Houd voldoende afstand en kijk goed naar degene voor je.’
Het eerste kind zet af achter Rosalie aan, gevolgd door de rest van de groep. In een keurige rij slingeren ze de helling af. De ski's glijden goed recht over de sneeuw. De kinderen buigen diep door hun knieën. Precies zoals Hannah heeft uitgelegd. Ze schieten met vaart de overkant weer omhoog. Lachend komen ze slechts een paar meter onder de plek, waar de helling het laatste stukje omhoogloopt, tot stilstand
‘Heel netjes!’ roept Hannah tevreden. ‘Dat scheelt jullie een flinke klim.’
Matthias kijkt het tafereel van bovenaf aan na. Wat geven die meiden toch fantastisch les.
Ze houden de hele groep goed in de gaten, geven duidelijke aanwijzingen en hebben ook altijd nog plezier in Bolke de Beer die op afstand skiet om op de kinderen te letten en in te kunnen grijpen als er iets echt misgaat.
Bob blijft ondertussen keurig naast hem lopen. Zijn neus gaat af en toe even omhoog, alsof hij de geuren van de passerende kinderen en de ski's in zich opneemt, maar op een zacht woord van Matthias loopt hij weer rustig verder.
Als de laatste leerling veilig is aangekomen, kijkt Hannah nog even naar boven. Ze zwaait naar Matthias. ‘Veel succes met Bob!’ roept ze.
‘Dank je!’ antwoordt Matthias. ‘En jullie een fijne les!’
Matthias kijkt haar even na. Hij voelt zich trots. Dan geeft hij Bob een opdracht. Hij laat hem ruiken aan een halve zakdoek. De grote pop heeft hij vanochtend vroeg boven aan de zijkant van deze piste verstopt, met de andere helft van de zakdoek erbij.
Vervolgens is hij met de auto naar de berghut gereden en met de pop nog een stuk verder omhoog gelopen, naar een plekje net buiten de piste. Daar heeft hij de pop onder een dikke laag sneeuw verstopt.
'Kom maar, jongen. Wij hebben ook nog genoeg werk te doen.'
Met rustige passen vervolgen ze hun weg door de sneeuw, langs de piste omhoog.
Plotseling rent Bob een klein stukje vooruit en duwt zijn neus in de sneeuw.
Even later begint hij te blaffen en krabt hij met zijn voorpoten de sneeuw weg. Matthias loopt naar hem toe en helpt voorzichtig de sneeuw verder te verwijderen.
Samen zien ze de pop tevoorschijn komen. Matthias tilt hem op en beloont Bob uitbundig. Vol blijdschap beseft hij dat het hem is gelukt Bob dit te leren.
Bob kwispelt uitbundig terwijl hij de beloning aanneemt. Zijn ogen blijven op Matthias gericht, alsof hij wacht op de volgende opdracht.
'Goed gedaan, jongen,' zegt Matthias terwijl hij hem een aai over zijn kop geeft. 'Precies zoals we geoefend hebben.'
Hij begraaft de pop opnieuw onder de sneeuw, dit keer iets dieper en op een andere plek. Bob kijkt aandachtig toe, maar moet daarna een eindje verder meelopen voordat Matthias hem laat omkeren. Zo kan hij niet alleen op zijn geheugen afgaan, maar moet hij zijn neus gebruiken.
'Zoek!'
Bob rent terug. Zijn neus glijdt vlak boven de sneeuw, van links naar rechts. Af en toe stopt hij even, snuift diep en vervolgt zijn weg. Matthias volgt op een afstand en grijpt niet in. Bob moet het zelf oplossen.
Na enkele minuten verandert zijn houding. Zijn staart komt omhoog en hij versnelt. Vastberaden loopt hij naar een kleine sneeuwheuvel aan de rand van de piste. Hij snuffelt kort, blaft één keer en begint fanatiek weer te graven.
Nog voordat Matthias hem bereikt, steekt een stukje stof door de sneeuw. Lachend helpt hij de laatste laag weg te scheppen. Daar ligt de pop opnieuw.
'Geweldig, Bob.'
Hij knielt neer, beloont hem uitgebreid en laat hem even spelen. Daarna kijkt Matthias omhoog naar de besneeuwde hellingen. Elke oefening brengt Bob dichter bij het echte werk. En als die dag ooit komt, zal elke minuut die ze samen hebben getraind van onschatbare waarde zijn.
(vervolg van dit hoofdstuk)

Nu lopen ze door naar de berghut, waar Matthias eerst even wil lunchen. Daarna moeten hij en Bob helemaal teruglopen. Eerst omhoog, vervolgens door het dal tussen de Weisstannebühl en de Eichenbühl. Boven op de Eichenbühl heeft Matthias iets verstopt in een enorme sneeuwhoop. Straks zal Bob ernaar moeten zoeken.
Bob is blij dat hij de goede snowboots heeft aangetrokken die hij achter in zijn auto had gelegd. Ook zijn ski-jack bewijst vandaag, hoog in de bergen, weer zijn waarde.
Wanneer hij de berghut binnenloopt, ziet hij dat Hannah en Rosalie met hun skiklasje ook aan een tafel zitten. Max is heel even bij zijn vriendin gaan zitten.
Joke steekt glimlachend haar hand op zodra ze Matthias ziet binnenkomen. Bijna automatisch glijdt haar blik naar Hannah, om te zien of zij hem ook heeft opgemerkt.
De gedachte schiet opnieuw door haar hoofd. Matthias en Hannah hebben dezelfde haarkleur. En hoe langer ze kijkt, hoe meer gelijkenissen ze ziet. Zou dat zijn wat die oude vrouw, die een paar weken geleden hier was, had bedoeld? Dat Matthias misschien de biologische vader van Hannah is?
Joke schudt de gedachte van zich af. Ze kent Matthias eigenlijk nog niet echt goed. Immers toen zij nog in Nederland woonde, met Karel en Chris, zou Nora Bauer in verwachting van haar eerste dochter zijn geworden.  Karel en zij waren destijds nog niet gescheiden. Chris was al geboren en zijzelf was toen in verwachting van Cato.
Het is toch onmogelijk om op basis van een paar uiterlijke kenmerken zulke conclusies te trekken. En toch... die opmerking van de oude vrouw blijft aan haar knagen.
Hannah kijkt op als Matthias langs haar tafel liep. Heel even kruisten hun blikken elkaar.
‘Goedemiddag meisje’,  zegt Matthias vriendelijk.
‘Ja, hallo Matthias,’ antwoordt Hannah met een glimlach.
 Bob drinkt even uit een bakje achter de bar en kruipt dan bij Matthias onder de tafel.
‘Ik denk dat je niet te lang wilt blijven zitten,’ zegt Max die weer bij zijn vriendinnetje weggegaan is om verder te werken. ‘Je hebt nog een flink stuk terug te lopen toch.’
Matthias knikt. ‘Ja inderdaad en Bob moet straks nog iets uit die sneeuwhoop zien te halen."
Max glimlacht. ‘Dat heb je zeker weer goed verstopt?’
‘Ja zeker. Dat is om hem goed te laten oefenen. Hij doet het echt heel goed hoor.’
Joke loopt naar de bar. Met haar hand even op haar buik. Denkend aan haar toekomstige kindje. Bjorn komt net de keuken uit met het kopje soep dat Matthias besteld heeft.
Hij kijkt naar vragend naar Joke. ‘Is deze voor Matthias?’ Ze knikt bevestigend. Hij loopt even naar zijn tafeltje. Zet de soep neer waar twee kaasstengeltjes bij liggen en streelt Bob snel over zijn hoofd. ‘Wat heerlijk dat jij zo met Bob bezig bent.’
Als hij terug naar de keuken loopt, stopt hij even bij de eettafel van de skileraressen.
‘Ha meiden, gezellig dat jullie hier zijn, met Bolke.’ Hij knipoogt naar Anton. ‘Maar waar zijn Sofie en Caren eigenlijk?’
Max die net langs loopt. Draait zich om. ‘Oh, die zijn met hun groep van het hogere niveau boven op de piste bij het Gröfeld Haus bezig.’
‘We moeten toch weer eens met onze hele vriendengroep een middag samen skiën,’ zegt hij.
Bjorn,  Anton, Rosalie en Hannah knikken instemmend.
‘Jazeker,’ zegt Rosalie. "Laten we aan het eind van de middag, als we straks met z'n allen in de Weinstube wat drinken, meteen een afspraak maken. Oeps, Bjorn, dat wordt dan wel lastig voor jou. Of kun je een keertje vrij krijgen?’
Joke, die net toevallig langsloopt, vangt het laatste deel van het gesprek op.
Ze glimlacht meteen. ‘Ach, natuurlijk kan dat wel. Bjorn kan heus wel eens een middag vrij zijn, als Minke dan tijd heeft om in te vallen.’
Matthias, die het gesprek heeft opgevangen, voelt een vleugje trots. Zijn dochter skiet inmiddels zo goed dat ze zelfs skilessen aan kinderen mag geven.
Hij en Bob moeten zo weer aan het werk. Zijn soep is inmiddels op. Met zijn elleboog op tafel en zijn hoofd steunend op zijn hand kijkt hij peinzend naar Hannah.
Zal ik het nu eindelijk eens zeggen...?
Joke loopt naar hem toe om zijn soepkom mee te nemen.
‘Gaat het wel, Matthias?’
Hij kijkt haar aan en zucht zacht.
‘Ja, hoor... op zich wel. Alleen...’ Hij laat zijn blik even afdwalen naar Hannah. ‘Er is iets wat ik Hannah al een tijd wil zeggen. Maar ik weet niet of ik dat wel moet doen. Immers ik kan daar iemand anders heel erg mee kwetsen.’
Joke kijkt hem onderzoekend aan.  ‘Waarom zou je het niet moeten zeggen?’ vraagt ze zacht.
Matthias haalt zijn schouders op. ‘Omdat ik niet weet hoe ze het opvat. Misschien maak ik het alleen maar ingewikkeld.’ Joke zet de soepkom op haar dienblad, ze is eerlijk gezegd nieuwsgierig.  ‘Is het iets waar ze verdrietig van wordt?’
‘Nee... dat denk ik niet. Maar ze zal toch wel  heel verbaasd zijn en geschokt over wat haar moeder heeft uitgehaald.’
Kwets je er iemand mee?’
Matthias aarzelt. Dan schudt hij zijn hoofd. Streelt Bob zacht, die zijn kop op zijn schoot heeft gelegd.
‘Ben je bang voor haar reactie.’
Matthias glimlacht flauwtjes. ‘Waarschijnlijk heb je daar wel gelijk in. Maar niet alleen die van haar, maar ja, ook van …. eh.’
‘Waar gaat het eigenlijk over? Ligt de waarheid in het het feit haar biologische vader  te zijn?  Vraagt Joke.
Matthias zwijgt. Hij kijkt haar verbouwereerd aan. Maar geeft geen antwoord. Slaat zijn hand voor zijn mond.
Joke klopt hem zacht vriendelijk op zijn schouder. Dan loopt ze met de soepkom naar de  keuken.
Op dat moment loopt Hannah langs zijn tafel.
‘Gaan Bob en jij zo weer naar buiten, verder met het zoek trainen?’ Vraagt ze opgewekt.
Bob springt overeind. Tegen haar aan. De kinderen van de skiklas kijken allemaal vrolijk naar de grote hond.
Ja inderdaad, we lopen zo terug naar boven en daar heb ik nog iets liggen dat Bob in een sneeuwhoop zal moeten zoeken.
Hannah glimlacht, ze wil verder lopen, naar Rosalie en haar skiklasje,  maar Matthias houdt haar even tegen.
'Hannah...’
Ze kijkt hem aan. ‘Ja?’
Hij voelt zijn hart sneller kloppen. Nu ze hem zo aankijkt, lijkt alles wat hij had willen zeggen ineens verdwenen.
‘Laat maar,’ zegt hij met een kleine glimlach. ‘Dat komt nog wel een keer.’
Hannah kijkt hem nieuwsgierig aan, maar glimlacht vervolgens terug.’
‘Goed. Dan hoor ik het wel als je eraan toe bent.’
Ze loopt terug en met haar klasje naar buiten.
Joke kijkt Matthias met opgetrokken wenkbrauwen aan.
‘Zie je wel? De moeilijkste stap heb je zojuist alweer uitgesteld.’
Matthias lacht beschaamd.
‘Ik weet het...’
Terwijl hij opstaat om weer met Bob naar buiten te gaan, neemt hij zich voor dat hij de volgende keer zijn moed niet meer zal verliezen.
Bob en hij lopen terug naar de Eichenbühl en daar in de buurt laat Matthias Bob weer aan iets wat hij in zijn rugzak had gestopt snuffelen.
De gedachte aan Hannah wordt door de kracht en snelheid van Bob in een keer weggemaaid uit zijn hoofd.
‘Onvoorstelbaar Bob, wat heb je dat fantastisch gedaan.’
Bob heeft de andere pop gevonden en legt hem aan de voeten van Matthias neer. Hij omhelst de hond en beloont hem met een lekker hondenbrokjes.
Dan lopen ze samen naar beneden, naar de daar geparkeerde auto.
Een half uur later rijdt Matthias bij Hotel Golf am See de parkeerplaats op, brengt Bob naar binnen en vertelt Minke en René wat hun hond een super kanjer is.
‘Wat heerlijk om te horen. Hoeveel moeten we nu met je afrekenen?’
‘Oh, ik stuur je de factuur morgen wel op. Overmorgen kom jij, Minke, weer met de je vriendinnen en hun puppy’s toch?’
Minke knikt glimlachend. Ze nemen afscheid en Matthias rijdt terug naar Ranitz.
(Morgen komt het vervolg!) In de Weinstube

                                                                                                                               In de Weinstube

De middag schiet voorbij en even na vijf uur is de hele vriendengroep in de Weinstube.
Ze staan gezellig bij de bar, als Chris en Toni als laatste binnenkomen. Zij hebben de grote kabelbaan bij de Eberhütte piste van zo’n 2600 meter hoogte bediend.
Markus, de vader van Toni is erg trots op zijn enorme skischool en de skiliften in Leufeld.
Chris studeert doordeweeks, maar helpt in de weekenden en tijdens de vakanties altijd zijn partner Toni. Daarnaast heeft Markus nog meer personeel in dienst. Zijn vrouw Wendy verzorgt de volledige administratie, naast haar housekeeping-uren bij Minke in het hotel.
‘Ha vrienden, wat een gezelligheid. Leuk om weer eens een gezamenlijke  skitocht af te spreken.’
‘Ja, zeker Chris,’ zegt Max. ‘Maar we moeten dat wel voor de Kerstvakantie doen. Maar jij,  David, Anton, Hannah en ik zitten dan natuurlijk nog midden in onze studie.'
‘Ja, klopt,’ zegt Hannah, ‘maar ik wil wel een vrijdag vrij nemen. Dan kom ik donderdag weer naar huis.’
‘Oh, dat zou perfect zijn,’ zegt David. ‘Ik kan dat ook wel doen en jij Max?’
‘Ja hoor, dat vind ik prima. Maar Sofie, mogen jullie op school zomaar een vrijdag vrij nemen?’
‘Jawel. Rosalie, Caren en ik hebben de vrijdag voordat de kerstvakantie begint toch al vrij. Als we juist die dag kiezen, zou dat heerlijk zijn. Daarna heeft niemand meer tijd, want Markus zal ons twee weken lang wel vol plannen met skilessen.’
Toni schiet in de lach.
‘Vol plannen? Haha! Nou, reken daar maar op. Jullie zullen allemaal worden ingepland. Chris en ik ook, net als de twee Bolken. En Bjorn, kun jij een vrijdag vrij nemen?’
Bjorn knikt.
‘Dat moet wel lukken. Ik heb nog een paar vrije dagen staan. Als ik het op tijd aanvraag, doet jullie vader, Sofie en Max, daar vast niet moeilijk over.’
‘Mooi,’ zegt Anton tevreden. ‘Dan hoeven we nu alleen nog de juiste vrijdag te prikken.’
David neemt een slok van zijn drankje en kijkt de kring rond.
‘De vrijdag vóór de kerstvakantie toch? Dan kunnen de meesten vrij nemen en hebben Sofie, Rosalie en Caren al vakantie.’
‘Dat lijkt mij de beste optie,’ zegt Anton. ‘Dan zijn de pistes nog net niet overvol.’
‘Precies,’ vult Toni aan. ‘In de kerstvakantie is het hier altijd ontzettend druk. Dan staan de liften de hele dag vol met toeristen. En zijn wij eigenlijk bijna allemaal aan het werk toch.’
‘Inderdaad, dan moeten wij juist werken,’ zegt Toni lachend. ‘Dus daarna hoeven we echt niet meer op een gezamenlijke skitocht te rekenen.’
Iedereen knikt instemmend. En ze heffen hun glas omhoog. Proostend op hun toekomstige tocht.
‘Hee kijk, wat grappig, daar komen Bernie en Noah.’  De mannen die net binnen komen zwaaien naar het vriendengroepje en nemen plaats aan de bar.
‘Waar gaan we eigenlijk naartoe?’ vraagt Rosalie. ‘Blijven we in Leufeld of pakken we een ander skigebied?’
‘Ik zou willen dat we eens een keer naar de Zugspitze gaan. Dat is natuurlijk wel supergaaf, maar dan zouden we daar eigenlijk twee dagen naar toe moeten gaan, misschien in Ehrwald of zo overnachten. Wij kunnen daar de zwarte afdalingen nemen, maar ja, dat is nu natuurlijk niet handig om te doen.’
‘Ja David, dat is wel een super idee, maar misschien kunnen we dat eind februari of begin maart eens doen. Laten we hier maar de Eberhütte pakken’ Iedereen knikt tevreden.
‘Nu krijg ik honger,’ grinnikt Caren. ‘Zullen we wat bitterballen bestellen?’
Even later pakken ze allemaal een van de bitterballen die dampend op de bar bij hun in de buurt worden gezet.
‘Perfecte timing,’ zegt Max terwijl hij zijn glas leegdrinkt.  ‘Ik zal ons plan straks wel even in ons vriendenappje zetten.’
‘Hee Hannah, wat heb jij rare blauwe plekken op je arm. Ben je gevallen met skiën vanmiddag?’ vraagt Anton aan zijn vriendin.
‘Eh, ja, gek eigenlijk,’ zegt David ook die het opeens bekijkt. David, die samen met Anton geneeskunde studeert, kijkt aandachtig naar haar arm. Terwijl hij de plekken bekijkt, schiet hem ineens iets te binnen.
‘Meisje, voel je verder wel goed?’
'Ja hoor,  ik voel me wel goed hoor,’
Rosalie staart haar aan. ‘Oh, en tijdens de lunch zei je dat je buikpijn had toch?’
Hannah krijgt een blozend gezicht. ‘Ja, maar hoe dat kwam,  dat weet jij wel.' 
Anton en David kijken elkaar aan.  Ze wisselen een veelbetekenende blik. De blauwe plekken die zonder duidelijke oorzaak waren ontstaan, misschien ook wel eens een  bloedneus en nu ook buikpijn... afzonderlijk hoefde het niets te betekenen, maar samen vormen deze klachten een patroon dat hen allebei ongerust maakt.
‘Hannah,’ zegt David voorzichtig. ‘Mag ik je iets vragen? Krijg je die blauwe plekken vaker? Ook als je je niet hebt gestoten?’
Ze haalt haar schouders op. ‘Volgens mij wel. Ik dacht eigenlijk dat het door het skiën kwam.’
‘En je zei mij vorige week toch dat je op school een bloedneus had gehad?’ vraagt Anton.
‘Heb je verder koorts gehad? Of ben je de laatste tijd erg moe?’ vraagt David.
Hannah denkt even na. ‘Nu je het zegt... ik ben de afgelopen weken wel sneller moe dan normaal. Maar ja, ik heb het druk gehad op school en nu de hele dag op de piste...’
Anton leunt iets naar voren. ‘Het kan heel goed iets onschuldigs zijn. Een virus bijvoorbeeld. Maar die blauwe plekken en bloedneus samen vinden wij niet iets om zomaar te negeren.’ Hij denkt wel te begrijpen waar die buikpijn waarschijnlijk van is.
In de vriendengroep voor de bar valt stilte.
‘Moet ik me nu zorgen maken?’ vraagt Hannah zacht.
‘Nee,’ antwoordt David meteen. ‘Probeer niet direct aan het ergste te denken. Er zijn verschillende verklaringen mogelijk. Maar ik zou wel graag willen dat je je bloed laat controleren bij mijn vader. Eigenlijk liever nog vandaag of morgenochtend.’
‘Bloed controleren?’ vraagt Caren.
‘Ja,’ zegt Anton. ‘Met een eenvoudig bloedonderzoek kunnen artsen vaak al zien of er bijvoorbeeld een tekort aan bloedplaatjes is, of dat er iets anders speelt waardoor iemand sneller bloedt of blauwe plekken krijgt. Zonder onderzoek kun je daar niets zinnigs over zeggen.’
Hannah kijkt onzeker naar haar arm. Nu pas lijken die paar donkere plekken haar echt op te vallen.
‘Ik dacht dat ik me gewoon had gestoten.’
‘Dat kan natuurlijk nog steeds,’ zegt David. ‘Maar wij vinden het verstandig om het  even te laten onderzoeken.
Rosalie legt haar hand op Hannahs arm.
‘Kun jij je vader even bellen, David of Hannah nu of morgenochtend langs kan komen?’ zegt ze vastberaden. David knikt en pakt zijn mobiel uit zijn broekzak. Hij loopt naar een stil plekje en belt zijn vader even.
Hannah glimlacht zwakjes.  ‘Jullie maken me nu wel een beetje zenuwachtig.’
‘Dat is niet de bedoeling, schat,’ zegt Anton rustig. ‘De bedoeling is juist dat je het laat nakijken. Meestal blijkt er uiteindelijk iets goed behandelbaar aan de hand te zijn. Maar als het wél iets ernstiger is, dan is vroeg onderzoek altijd beter dan afwachten.’
David komt terug en vertelt dat hij nu meteen met Hannah naar haar vader kan gaan. Ze maken een einde aan hun borrel.
Max zegt nog even dat hij de skidag in de groepsapp zal zetten.
Noah hoort dat David Hannah meeneemt naar de dokter voor bloedonderzoek
(Morgen komt het vervolg!)

Hij loopt direct naar hen toe. De vriendengroep loopt naar buiten, maar Noah kan nog net Anton aanspreken.
‘Anton, wat is er met Hannah aan de hand? Waarom gaat ze nu met David naar de dokter?’
Anton beseft dat Noah als oom ongerust moet zijn en legt het kort uit.
‘Je weet dat David en ik allebei geneeskunde studeren. Door die vreemde klachten die Hannah heeft, denken we ook aan een ernstige bloedziekte, misschien zelfs leukemie. Als dat zo is, kan een stamceltransplantatie nodig zijn. Daarbij wordt haar zieke beenmerg vervangen door gezonde stamcellen van een haar vader.   
Noah voelt het bloed uit zijn gezicht wegtrekken. Niemand behalve hij weet dat Henri helemaal niet Hannahs biologische vader is. Als Henri geen match blijkt te zijn, zal onvermijdelijk de vraag rijzen waarom.  Hij draait zich geschokt naar zijn partner.
‘Hemel... moet ik Matthias nu bellen?’
Anton die hem dit hoort zeggen, kijkt Noah vragend aan.
‘Waarom Matthias?’ vraagt hij zacht.  
Bernie slaat zijn arm om zijn partner. Noah opent zijn mond, maar krijgt geen woord over zijn lippen. Zijn hart bonst in zijn borst. Als de arts inderdaad aan leukemie denkt, zullen ze vroeg of laat een donoronderzoek doen. En dan... Dan komt de waarheid vanzelf boven tafel.
Hij kijkt Bernie aan en schudt langzaam zijn hoofd. ‘Ik... ik weet niet wat ik moet doen.’
Noah sluit zijn ogen. Altijd heeft hij gezwegen. Niet voor zichzelf, maar om Henri, Matthias en vooral Hannah te beschermen. Tenminste, dat had hij zichzelf altijd voorgehouden. Nu voelde dat zwijgen ineens als een tikkende tijdbom.
Als Henri geen match is...’fluistert hij.
‘Dan,’ valt Bernie snel in, ‘kan jij misschien als oom een match zijn.
Anton fronst. ‘Dat hoeft niets te betekenen. Een ouder is niet altijd een geschikte donor.’
Plotseling gaat zijn telefoon. Hij kijkt en ziet dat David hem belt.
Hij loopt naar buiten. ‘Wat, oh er is niets aan de hand. Jemig wat een geluk. Het is gewoon een allergische reactie geweest, zegt je vader. Wat een geluk.’
‘Nee,’ zegt Noah schor tegen zijn partner. ‘Maar als uit het DNA-onderzoek blijkt dat hij niet eens haar vader is... dan stort alles in.’  Hijkijkt zijn partner  aan. Hij beseft dat hij de woorden niet meer kan inslikken.
‘Tja, ik zal Matthias maar even bellen.’
Bernie laat zich weer op de barkruk zakken en staart voor zich uit. ‘Als David straks een stamceltypering aanvraagt...’
‘Dan komt de waarheid waarschijnlijk vanzelf boven water,’ mompelt Noah.
Opnieuw valt er een stilte.
‘Ja, je moet Matthias bellen,’ zegt Bernie uiteindelijk. ‘Niet omdat hij dit zou kunnen voorkomen, maar omdat hij het recht heeft om te weten wat er met Hannah aan de hand is.’
Noah haalt zijn telefoon uit zijn zak. Zijn duim blijft even boven Matthias' naam hangen voordat hij op het scherm tikt. De telefoon gaat over.
‘Noah, hallo,’ klinkt Matthias' stem.
Noah haalt diep adem en vertelt in een paar zinnen wat er met Hannah is gebeurd en dat ze inmiddels in de Weinstube in Leufeld is. Aan de andere kant van de lijn blijft het even stil.
‘Nee...’ zegt Matthias geschrokken. ‘Wat afschuwelijk voor dat meisje. Moet ze nu naar het ziekenhuis?’
Op datzelfde moment komt Anton weer naar binnen gelopen.
‘Alles is in orde met Hannah,’ roept hij opgelucht naar Bernie en Noah.
Noah houdt zijn hand voor de telefoon.
‘Wacht even, Matthias. Anton komt net terug. We zijn in de Weinstube in Leufeld en hij zegt dat alles goed is met je dochter.’
Bernie richt zich tot Anton.
‘Wat is er precies aan de hand met je vriendin?’
‘De buikpijn bleek gewoon door haar menstruatie te komen,’ legt Anton uit. ‘En die blauwe plekken op haar arm zijn geen kneuzingen, maar een allergische reactie. Waarschijnlijk op een insectenbeet.’
Noah geeft de informatie direct door aan Matthias.
Aan de andere kant van de lijn klinkt een diepe zucht van opluchting.
‘Godzijdank...’ Even blijft het stil.
‘Noah,’ zegt Matthias dan zacht. ‘Ik denk dat het moment is gekomen om Henri de waarheid te vertellen. Dat Hannah mijn biologische dochter is.’
Hij slikt hoorbaar.
‘Maar ik zie er zo tegenop. Henri is al die jaren getrouwd geweest met Nora Bauer... en uiteindelijk heeft hij nooit een eigen kind met haar gekregen.’
Noah leunt met zijn schouder tegen de bar aan en sluit heel even zijn ogen.
‘Misschien heb je gelijk,’ zegt hij. ‘Na vandaag besef ik hoe snel alles anders kan zijn. Stel dat het wél ernstig was geweest... Dan zou Hannah eindelijk weten wie haar echte vader is.’ Aan de andere kant van de lijn blijft het een paar tellen stil.
‘Daar ben ik ook bang voor,’ antwoordt Matthias. ‘Ik heb mezelf jarenlang voorgehouden dat ik haar beschermde. En Henri ook. Maar eigenlijk beschermde ik vooral mezelf.’
‘Henri verdient de waarheid,’ zegt Noah voorzichtig. ‘En Hannah ook.’
‘Ik weet het. Ik wil alleen niet degene zijn die Henri's wereld instort. Hij heeft Hannah opgevoed. Hij is degene die haar leerde fietsen, haar troostte als ze verdriet had en haar hielp met haar huiswerk. Voor haar ís hij haar vader.’  Matthias slaakt een diepe zucht.
‘Ik ken Henri. Hij zal zich verraden voelen. Door Nora... en door mij.’
Noah knikt, ook al kan Matthias hem niet zien.
‘Wanneer ga je het hem vertellen?’
‘Zo snel mogelijk. Ik wil alleen eerst met Hannah praten. Zij moet het van mij horen voordat het via iemand anders bij haar terechtkomt.’
‘Dat lijkt me verstandig.’
Op de achtergrond hoort Noah stemmen. Bernie is met Anton in gesprek en lacht opgelucht. De spanning van de afgelopen minuten lijkt langzaam uit de ruimte weg te trekken.
‘Ik ga ophangen vriend,’ zegt Noah.  
‘Bedankt dat je me meteen hebt gebeld.’
Ze verbreken de verbinding. Even blijft Matthias naar het donkere scherm van zijn telefoon kijken. Hij weet dat dit gesprek niet het einde van de onrust betekent. Het is pas begin van een hele nieuwe situatie. Hij besluit om morgenvroeg   Hannah even te bellen om samen een afspraak te maken.
(Morgen komt het vervolg!)Afspraak met Hannah

                                                                                                                           Afspraak met Hannah

Na het gesprek met Noah loopt Matthias met zijn twee hondenvrienden de tuin in. Hij verlaat het erf met de honden naast zich. Zonder aarzelen lopen ze de tuin uit en het besneeuwde weiland in.  Op weg naar het smalle bergpad dat langzaam omhoog slingert.
Jip en Job zijn altijd razend enthousiast.  Het is behoorlijk besneeuwd. Ze rennen voor hem uit, springen door de sneeuw en kijken af en toe even om, alsof ze willen controleren of hun baasje hen wel volgt.
Peinzend over hoe hij nu toch Hannah moet vertellen dat hij haar echte vader is, loopt hij achter de honden aan.  Zijn gedachten draaien maar om één ding. “Hoe moet hij Hannah vertellen dat hij haar echte vader is? Hoe breng je zo'n waarheid onder woorden zonder haar wereld volledig op zijn kop te zetten?” Plotseling wordt zijn gepeins ruw onderbroken.
Hij schrikt op door heftig geblaf van de honden. Ze staan ietsjes verderop naast het pad stil en blaffen roepend hun baasje. Fel, aanhoudend geblaf galmt tussen de besneeuwde hellingen.
Als hij vlak bij ze is, ziet hij iets liggen waarvoor ze staan.  Oh hemel. Daar ligt een oude vrouw.  
Hij rent de laatste meters, laat zich op zijn knieën vallen en draait haar voorzichtig op haar rug. Op hetzelfde moment verstijft hij.
‘Nee moeder..., lieve moeder wat doe jij hier.’  Hij schreeuwt ontzet en zakt op zijn knieën naast de oude vrouw, die zijn moeder blijkt te zijn. Hij pakt haar koude hand vast en voelt hoe de paniek door zijn lichaam schiet.
Een rauwe kreet ontsnapt aan zijn keel terwijl hij zich over haar heen buigt.
Met tranen in zijn ogen blijft hij naast haar op zijn knieën zitten, niet wetend of hij hier nu nog op tijd is. Met bevende vingers voelt Matthias aan haar hals.  Een zwakke polsslag. Hij sluit zijn ogen van opluchting.
Zijn moeder ademt oppervlakkig. Haar gezicht is bleek en haar grijze haren liggen in de sneeuw. ‘Oh, ze leeft nog ... Godzijdank.’
‘Mama, kunt u mij horen?’ Matthias is stomverbaasd dat zij hier ligt. Ze woont ver weg van hem, in de hoofdstad van Oostenrijk. Het prachtige Wenen. Zijn vader is lang geleden overleden. Daarna is zijn moeder terug verhuisd naar de stad waar ze geboren is.  Waar haar broer ook nog woont.
Met zijn moeder heeft hij sindsdien  al jaren niet echt meer een goed contact. Hij gaat heel af en toe bij haar op bezoek en zij komt hoogstens twee keer per jaar bij hem langs.  Dat ze nu hier ligt, verbaasd hem ontzettend.
Heel even bewegen haar oogleden. ‘Matthias...’ Zijn naam klinkt zacht.
‘Mama, ja, ik ben hier. Wat is er met je gebeurd? Wat doe je hier? Ik wist helemaal niet dat je langs zou komen.’
Zijn honden zijn inmiddels stil geworden. Ze zitten dicht tegen de oude vrouw aan, om haar met hun eigen warmte te beschermen.
Matthias trekt voorzichtig zijn dikke jas uit en legt die over haar heen. Daarna haalt hij zijn telefoon tevoorschijn. Hij belt de alarmcentrale. Er wordt snel opgenomen. Hij legt snel uit wat en waar er iets gebeurd is.
‘Mijn moeder ligt bewusteloos op het bergpad boven het oude weiland hier in Ranitz. Ze ademt nog, maar ze is onderkoeld. Stuur alstublieft zo snel mogelijk een ambulance.’
Terwijl hij exacte locatie doorgeeft, houdt hij haar hand vast. Als hij heeft opgehangen, kijkt hij opnieuw naar haar.
Haar ogen gaan langzaam open.
‘Waarom... ben je hier, mama?’ vraagt hij zacht.
Ze kijkt hem aan, alsof ze moeite moet doen hem te herkennen.
‘Ik wilde je gewoon verrassen.’ Ze valt weer stil en haar ogen sluiten. Op hetzelfde moment blaffen Jip en Job, zijn labradors, ze zien namelijk iets aankomen.
De ambulance neemt haar mee naar het ziekenhuis. Matthias brengt Jip en Job terug naar huis en rijdt vervolgens zelf ook naar het ziekenhuis.
In het ziekenhuis is zijn moeder al onderzocht. Het zal wel goed komen met haar. Ze is waarschijnlijk gestruikeld en gevallen, waarbij ze meteen bewusteloos is geraakt. Ze heeft wel kneuzingen, maar de dokter zegt dat ze het even zullen aanzien, maar dat ze zeer waarschijnlijk morgen of overmorgen wel weer naar huis gehaald kan worden.
Ze slaapt.  Matthias rijdt terug naar huis. Als hij de auto in zijn garage zet, ziet hij opeens iets wat hij eerder niet gezien heeft. Een kleine tas waar wat spulletjes van zijn moeder in zitten. Hij is nog steeds een beetje in de war door alles wat hem vandaag is overkomen.
Hij besluit Hannah direct te bellen om een afspraak te maken. Nadat hij voor zichzelf een omelet met knoflook en uitjes heeft gebakken, schenkt hij een kop koffie in.
Hij gaat op de bank zitten. Jip en Jop liggen rustig in hun mand. Hij pakt zijn telefoon, drukt op het nummer achter Hannahs naam en krijgt haar al snel aan de lijn.
‘Ha, meisje, hoe is het met jou? Ik hoorde van Noah dat je onverwacht bloedonderzoek hebt gehad. Is alles goed afgelopen?’
‘Ha, Matthias, wat lief dat je me daarover belt. Ja hoor, alles is gelukkig in orde. De vader van David heeft me onderzocht en ontdekt wat er precies mis was. Daar heb ik nu medicijnen voor gekregen. Maar oh wat lief dat je me belt.’

(Morgen komt het vervolg!  

‘Ja, Hannah, luister… Ik wil graag een afspraak met je maken. Ik wil iets met je bespreken.’
Even blijft het stil aan de andere kant van de lijn.
‘Eh… tja… Ik ben nog tot dinsdag thuis in Möbach. Maandag zijn we vrij van de hotelschool, dus dinsdagochtend rijd ik weer vroeg terug.’
‘Och, meisje toch. Wanneer zouden we dan kunnen afspreken? Morgen moeten jullie vast nog skilessen geven. Zou morgenavond lukken? Of anders maandagochtend?’
‘Morgenavond is prima. Kan ik samen met Anton komen?’
Matthias valt even stil. Wat nu? Ach, denkt hij, laat maar. Misschien is dat juist wel goed.
‘Oké, komen jullie morgenavond maar gezellig koffiedrinken, lieverd.’
‘Dat doen we. Tot morgenavond dan.’
‘Tot morgenavond.’
Nadat hij heeft opgehangen, blijft Matthias nog even met zijn telefoon in zijn hand zitten. Morgen zal hij eindelijk vertellen wat hem al die tijd heeft beziggehouden. Alleen al de gedachte eraan bezorgt hem opnieuw een knoop in zijn maag.
De volgende ochtend rijdt hij vroeg naar het ziekenhuis waar zijn moeder ligt. Als hij binnenkomt, is ze net door de dokter onderzocht. Hij spreekt de arts aan in de gang, vlak voor de kamer van zijn moeder.
‘Goedemorgen, meneer Gruber. Uw moeder is stabiel, maar voor de zekerheid willen we haar in ieder geval tot morgen hier houden. We gaan cardiologisch onderzoek doen, omdat we vermoeden dat er sprake is van hartproblemen. Mogelijk heeft dat ertoe geleid dat ze gisteren is gevallen. We zullen daarom een aantal onderzoeken uitvoeren. Het bloed voor bloedonderzoek is inmiddels afgenomen.’
‘De eerste resultaten daarvan verwachten we later vandaag of morgenochtend. Pas daarna kunnen we met meer zekerheid zeggen wat er precies aan de hand is.’
Matthias knikt. ‘Begrijpelijk. Ze maakt dus  wel een goede indruk.’
‘Dat doet ze inderdaad,’ antwoordt de arts met een geruststellende glimlach. ‘Ze is goed aanspreekbaar en haar toestand is op dit moment stabiel. Dat is positief. Maar gezien haar leeftijd willen we geen enkel risico nemen.’
‘Nee, natuurlijk niet. Dank u wel, dokter.’
De arts steekt zijn hand op ten afscheid en loopt de gang door. Matthias kijkt hem nog even na, haalt diep adem en opent vervolgens de deur van de kamer.
Zijn moeder zit rechtop in bed met haar leesbril op het puntje van haar neus. Een tijdschrift ligt opengeslagen op haar schoot, maar zodra ze hem ziet verschijnen, legt ze het weg.
‘Daar is mijn grote zoon,’ zegt ze glimlachend. ‘Je bent vroeg.’
‘Ik wilde eerst even horen hoe het met je gaat.’
‘Ach jongen, ik mankeer vast niets.  Ze maken zich hier wel druk om het te onderzoeken. Ik ben gewoon ongelukkig terechtgekomen.’ Ze zucht. ‘Ik heb wel soms pijnstoten in mijn borst.’
Matthias trekt een stoel naast haar bed en gaat zitten.
‘De dokter vertelde me net dat ze toch denken dat er misschien iets met je hart aan de hand is. Juist daarom willen ze het onderzoeken,’ zegt Matthias rustig. ‘Soms merk je er zelf weinig van.’
Ze haalt haar schouders op.  ‘Als zij dat nodig vinden, moeten ze dat maar doen. Ik wil alleen zo snel mogelijk weer naar huis.’
‘Waarschijnlijk mag je morgen al naar huis, als alles onderzocht is en als ze weten wat ze voor je kunnen doen.’
‘Dat hoop ik maar.’
‘Ja, als het in orde is, dan zal ik je terugbrengen je huis in onze grote stad.’
Even valt er een stilte. In de gang rijdt een verpleegkundige met een medicijnkar voorbij.  Achter haar aan een medewerkster met een kar waarop koffie, thee en drankjes staan. Deze vrouw komt even de kamer in. ‘Wilt u wat drinken mevrouw Gruber?’
‘Ik zou wel een glaasje thee lusten. Mijn zoon, mag hij een kopje koffie van u hebben?’
De medewerkster schenkt het voor ze in.
‘En hoe is het met jou?’ vraagt zijn moeder ineens. ‘Je kijkt alsof je al dagen niet goed hebt geslapen.’  Matthias glimlacht flauwtjes.
‘Zo erg is het niet. Maar ik was natuurlijk wel heel erg geschrokken gisteren toen ik jou gevonden heb.’ 
Ze kijkt hem onderzoekend aan. ‘Dat maak je mij niet wijs. Er zit je nog iets dwars.’
Hij laat zijn blik even naar het raam dwalen. Ze kent hem veel te goed.
‘Vanavond komt een meisje uit Möbach met haar vriendje,  Hannah en Anton, even koffiedrinken bij mij. Ze hebben een hond die getraind moet worden.’ Hij verzint het laatste snel.’
‘Oh, Hannah. Die naam ik toch weleens eerder gehoord. Is dat niet de dochter van die Nora? Die vrouw waar je vroeger als een verkering mee hebt gehad?’
‘Ja mam, dat is zij.’
Als de koffie en thee even later op is, vertrekt Matthias terug naar huis.
Hij zal die middag door het ziekenhuis worden gebeld met de uitslag van het onderzoek van zijn moeder. Ondertussen maakt hij zich zorgen over hoe hij Hannah moest vertellen wat hij voor haar betekent.
Rond vijf uur, terwijl hij met een biertje voetbalwedstrijden op televisie zit te kijken, gaat zijn telefoon. Het is Jane Zauner, de moeder van Caren en Anton. Ze heeft net van Anton gehoord dat hij straks met zijn vriendin naar Matthias zal gaan. Ze vraagt of Siera vanaf vanavond een paar dagen bij hem kan verblijven.
De reden van haar verzoek is dat zij en haar man Bernhard de komende twee dagen druk bezig zijn met de uitbreiding van hun appartementencomplex. Naast het bestaande gebouw worden nog twee appartementen aangebouwd. Omdat Caren op school zit en Anton op de universiteit is, leek het haar een goed idee om Siera tijdelijk ergens anders onder te brengen.
De oude schuur naast de stal, waarin enkele jaren eerder al appartementen waren gerealiseerd, wordt nu verder verbouwd. De vraag naar overnachtingsmogelijkheden was de afgelopen jaren zo groot geworden dat ze uiteindelijk hebben besloten ook de rest van de schuur om te bouwen tot extra appartementen.
In het grote woonhuis hebben ze immers ruimte genoeg om fietsen en ski's op te bergen. Hun eigen materiaal. De ski’s van de gasten kunnen in een warmhoudruimte bij de appartementen geplaatst worden.
Snel geeft hij Jane positief antwoord. Het is prima om Siera bij hem onder te brengen.
'Natuurlijk,' antwoordde hij. 'Laat Anton Siera maar meebrengen. Ze is hier van harte welkom. Ik zal ook nog met haar wat oefenen.’
Jane slaakte hoorbaar een zucht van verlichting.
'Wat fijn. Bernhard en ik waren al aan het bedenken wie we anders zouden kunnen vragen.'
Ze hangen op.  Hij kijkt op de klok. Het is inmiddels tien over vijf. Het ziekenhuis zal toch niet vergeten zijn te bellen?

(Morgen komt het vervolg!)Hannah en  Anton naar Ranitz

                                                                                                                   Hannah en Anton naar Ranitz

Rond half acht die avond gaat de telefoon. Het is de arts uit het ziekenhuis. Hij vertelt over de onderzoeksresultaten van zijn moeder. Ze hebben ontdekt dat de oude dame een pacemaker nodig heeft. De vraag is of hij wil dat de ingreep hier plaatsvindt of in de woonplaats van zijn moeder. Hij antwoordt dat het het beste is als de pacemaker hier wordt geplaatst. Zodra ze weer naar huis mag, zal hij haar zelf terugbrengen. Ze spreken af dat hij de volgende dag weer bij zijn moeder op bezoek komt. Even twijfelt hij of hij oom Hartmut, de broer van zijn moeder, zal bellen om hem op de hoogte te brengen.
Maar dan gaat de deurbel. Hij staat op en loopt naar de voordeur.
‘Ha, Anton en Hannah,’ zegt hij glimlachend. Naast hen staat Siera, vrolijk met haar staart te kwispelen.
‘Kom binnen,’ zegt hij terwijl hij de deur verder opendoet.
Siera glipt als eerste naar binnen. Meteen snuffelt ze nieuwsgierig in de hal en loopt daarna kwispelend naar de woonkamer, alsof ze precies weet waar ze moet zijn. Daar vangen Jip en Job haar meteen op.
‘Hoe is het met je moeder? Wij hoorden van Antons moeder dat je moeder op het bergpad gevallen is en nu in het ziekenhuis ligt.’ vraagt Hannah zodra ze haar jas heeft uitgetrokken. Aan haar stem hoort hij dat ze zich oprecht zorgen maakt. Jouw oma dus, denkt hij plotseling.
Hij zucht even voordat hij antwoord geeft.
‘De arts uit het ziekenhuis belde net. Ze hebben ontdekt dat ze een pacemaker nodig heeft.’
Anton knikt bedachtzaam. ‘Dat is schrikken.’
Ja,’ knikt hij. ‘Maar aan de andere kant is het ook een opluchting dat ze weten wat er aan de hand is. Ze willen de pacemaker hier plaatsen. Dat leek mij het verstandigst. Als ze daarna weer naar huis mag, breng ik haar zelf terug.’
‘Dat klinkt als een goed besluit,’ zegt Hannah.
‘Precies. Morgen ga ik weer bij haar langs. Ik wilde eigenlijk net haar broer, mijn oom Hartmut bellen om hem in te lichten.’
Vanuit de woonkamer geblaf van de honden. Siera heeft een favoriet speeltje ontdekt en komt trots aanlopen. Met de bal in haar bek kijkt ze het gezelschap vragend aan. Even moet iedereen lachen. Job en Jip lopen achter haar aan. Spelen gezellig verder met haar.
Voor het eerst die dag voelt de spanning iets minder zwaar. Het bezoek van Anton en Hannah doet hem goed. Voor een paar momenten verdwijnen de zorgen naar de achtergrond.
Maar nu, nu moet hij het Hannah toch vertellen. Het is eigenlijk wel goed dat Anton erbij is. Als ze in paniek raakt, kan haar vriend haar helpen en troosten.
Even later zitten ze met z’n drieën in de woonkamer aan de koffie. Op tafel heeft Matthias een schaal met lekkere cakeplakjes gezet. De honden zijn erbij gaan liggen. Siera ligt tussen hen in.
‘Matthias, vertel eens. Waarom wilde je zo graag eens met mij praten. Je zei me dat je iets met mij wilde bespreken.’
Hij staart haar aan. Het lijkt alsof Job zijn baasje gestrest vindt raken. Hij staat op en legt zijn kop op de knieën van Matthias, die diep zucht.
‘Hannah, lieve Hannah, ik weet gewoon niet hoe ik je dit moet vertellen.’ Hij kijkt haar zwaar verdrietig aan.  Anton en zij schrikken er beide van.
Zuchtend start hij dan toch. ‘Eh... we gaan even ver terug in de tijd. Je weet van je zus Klara dat je oma steeds maar beweerde, dat ik, die in die tijd gezellig verkering met Nora, je moeder had, dat ik de vader zou zijn van Klara.’
Hannah knikt bevestigend. ‘Ja, zeker, dat bleef ze maar volhouden Oma, terwijl ze wel wist dat opa zijn eigen dochter bereden had. En nota bene, niet alleen mijn moeder, maar ook de zuster van zijn eigen vrouw. De moeder van Noah, heeft hij zo behandeld.’
Anton slaat zijn arm om zijn vriendin heen. ‘Die tragische toestanden die hier door ontstaan zijn.’
Hannah buigt haar hoofd naar beneden.
‘Ja, ik weet dat hij ook de vader van Noah is geweest. Noah en ik zijn goede vrienden en weten alles van elkaar. Wat ik je nu ga zeggen weet je oom Noah ook.’
Matthias sluit zijn ogen en slaat zijn handen voor zijn gezicht.
‘Hannah, lieve meid. Je moeder en ik hebben tot haar overlijden aan toe altijd een relatie onderhouden. Niemand heeft dat natuurlijk geweten. Alleen Noah dus. Nora, je moeder was vaak bij mij in Ranitz. We gingen samen ook weleens naar Innsbruck op stap. Maar…’
Hannah en Anton kijken hem vol verbazing aan. ‘He? Had ze nog altijd verkering met jou, ondanks het feit dat ze met papa getrouwd is?’
‘Lieverd, ja. En ik moet je nu iets vertellen. Je hebt een geweldige vader Henri. Maar je biologische vader... dat ben ik. Jij bent mijn officiële dochter.’
‘Nee... O, mijn God...’ gilt Hannah verschrikt. Ze slaat een hand voor haar mond. ‘Het is zo gek, maar sinds ik je na mama's begrafenis heb ontmoet, voel ik iedere keer iets als ik je zie of spreek. Alsof er een onverklaarbare band tussen ons is. Dát is dus de reden.’
Even valt er een stilte.
Dan pakt Matthias de draad weer op. Hij vertelt hoe ze geboren werd en dat hij daarbij aanwezig was. Ook vertelt hij hoe hij schrok toen hij hoorde dat Paul – de vader van David en de huisarts wiens andere zoon, Koen, ooit omkwam bij de brand in het oude Gröfeld Haus – bij haar een bloedonderzoek heeft gedaan.
‘Noah heeft me gebeld en het me vertelt. We dachten meteen: als ze bloed of beenmerg nodig heeft, moet ik me direct melden. Gelukkig bleek er niets ernstigs aan de hand te zijn. Maar toen voelde het me aan dat ik je de waarheid niet langer kan onthouden.’
Opnieuw valt er een diepe stilte.
Matthias staat op en loopt naar de keuken om de koffiepot te halen. Wanneer hij terug de kamer in komt, staat Hannah al op. Zonder iets te zeggen loopt ze op hem af en slaat haar armen om hem heen. Snel zet hij de koffiepot op tafel en sluit haar stevig in zijn armen.
Ze blijven een tijdlang zwijgend staan.
Op dat moment voelt Matthias zich intens gelukkig. Zijn dochter houdt werkelijk van hem.
Ze zijn alle drie diep onder de indruk van de waarheid die nu aan het licht is gekomen.
Anton kijkt vol verbazing naar zijn vriendin en haar biologische vader.
‘Maar Matthias, weet je moeder dit ook? Zijn er nog meer mensen die dit weten?’
Matthias schudt zijn hoofd. ‘Nee, nee, Noah is de enige die het weet. Mijn moeder weet het ook niet hoor. Ik heb hier vannacht lang over na liggen denken. Ik zou het graag stil willen houden. Besloten onder ons. Ik wil Henri niet opnieuw kwetsen. De schok voor hem toen hij hoorde dat niet ik, maar Jakob Holzer, de vader van je moeder, de vader van Klara is geweest. En. Ja, ik ben blij dat jij het nu weet, en jij Anton, maar ik zou het hier graag bij laten. Dat moet toch kunnen? Net zoals dat Karel, de vader van Cato, ook niet weet dat wij, hij en ik, familie van elkaar zijn. Zijn vader was een neef van mijn vader. Ze kwamen allebei uit het Gruber geslacht. Dus zijn overleden dochtertje Cato, was een achternichtje van mij. '
Hannah en Anton kijken elkaar aan. Dan knikt Anton. ‘Ja, goed idee, om het verder niet rond te sprankelen. Immers Henri is altijd vanaf jongs af aan, altijd heel goed voor je geweest toch?”
Hannah knikt bevestigend.
‘Ja, maar toch, ik wil dan graag vaak bij jou komen, papa Matthias. Vanaf het eerste moment dat ik je ontmoet heb, heb ik dat bijzondere gevoel gekregen. Dus dit is daar dan de oplossing voor.’
‘Ja, schatje, intelligent dochtertje. Je bent hier altijd welkom alsof dit je huis is, ik zal je de sleutel geven, zodat je altijd wanneer je wilt hier kunt zijn. Boven is er nog een lege kamer. Die kan je voor je zelf inrichten. Maar laten we Henri toch niet zijn vaderschap afnemen.’ Anton en Hannah knikken vrolijk naar Matthias en laat op de avond vertrekken ze pas. Als ze weggaan kruipt Hannah nog een keer in haar vaders armen.

(Morgen komt het vervolg!)Vertrekken naar Leufeld

                                                                                                                Vertrekken naar Leufeld

Karin en Bert slapen lekker uit. Nog een dagje en dan vertrekken ze met het hele gezin,  alle kinderen van Karin. En met Paco naar Leufeld voor een heerlijke wintersportvakantie.
Mirte en Janneke zullen samen gedurende de wintersportvakantie  voor Black Pearl en de kippen zorgen. Dat vinden Bert en Karin hartstikke lief en zijn ze heel dankbaar voor.
Om 10.00 uur die ochtend zitten ze lekker aan de koffie met warme croissantjes in de keuken. Paco hebben ze al buiten rond het huis laten lopen. Straks maken ze nog een boswandeling met hem en zetten ze Black Pearl in de wei.
Na de wandeling rijdt Bert met Karins grote auto naar een garage in Teisze. Daar wordt een dakkoffer op de auto gemonteerd. Daarin kunnen straks de gehuurde ski's mee in Leufeld, maar op de heenreis is er alvast ruimte voor alle skischoenen, die ze al een paar jaar hebben en de helmen. Zonder de dakkoffer zou het allemaal niet in de achterbak passen.
Na het ontbijt ruimt Karin de tafel af.  De ontspannen sfeer in huis voelt heerlijk. Morgen zal het een stuk drukker zijn, met koffers, tassen en Lucas, Bram en Sara. Die brengen aan het eind van de middag al hun spullen en slapen dan de nacht ook bij hun moeder in hun oude woonhuis.
‘Hebben we alles nu wel zo’n beetje geregeld?’ zegt Bert terwijl hij een slok van zijn koffie neemt.
Karin glimlachte. 'Volgens mij wel. We hebben toch dat lijstje in de woonkamer liggen, wat we nog even kunnen controleren.'
Bert knikt tevreden. ‘Dan zal ik zo die dakkoffer op halen.’
Niet veel later stapt hij in de grote auto en rijdt naar Teisze. Het is rustig op de weg. Onderweg geniet hij van het winterse landschap.  .
Bij de garage staat de monteur hem op te wachten. Binnen een half uur is de dakkoffer stevig op het dak bevestigd. Samen controleren ze nog even of alles goed vastzit en of de koffer soepel open en dicht gaat.
‘Nu kunnen wij een hoop extra bagage meenemen,’ zegt Bert tevreden.
Als hij thuis het bospad op rijdt, ziet  hij Karin al op het erf staan. Paco rent enthousiast naar de auto en springt kwispelend om Bert heen zodra hij uitstapt. Zo grappig, zo goed Paco Bert nu helemaal kent en blij met hem is. Bert is de laatste tijd wel heel veel in het Boshuis.
‘Oh, het ziet er goed uit, dat grote bak op het dak,’ zegt Karin.
Bert kijkt tevreden omhoog naar de glanzende dakkoffer op het dak. ‘Zeker. Nu kunnen we morgen tenminste alles in laden.’
Samen lopen ze naar binnen. De rest van de middag verloopt rustig. Ze nemen nog een keer het lijstje door en weten dat alles echt goed geregeld is.
Later op de middag komen Mirte en Janneke nog even langs. Karin laat zien waar het voer voor de kippen staat en vertelt hoe ze Black Pearl iedere dag in de wei kunnen zetten. Als ze met hem in het bos willen gaan rijden, dan is dat natuurlijk perfect. Beide vriendinnen kunnen paardrijden.
'Maak je maar geen zorgen hoor’ zegt Mirte glimlachend. ‘Alles komt goed. Genieten jullie maar heerlijk van de vakantie. Zo gaaf dat jullie inmiddels volwassen kinderen gezellig meegaan.'
Het geeft Karin een gerust gevoel dat haar vriendinnen zo lief zijn hier bij het Boshuis alles te verzorgen.  Morgen kan het avontuur naar Leufeld eindelijk beginnen.
Net voor het avondeten komen Lucas, Bram en Sara thuis.
‘Ha, mama, ha Bert! We hebben zo’n zin in deze heerlijke wintersportvakantie in Leufeld. Net als vorig jaar! We gaan echt genieten.’
Bert en Karin kijken vrolijk op. ‘Ja, Lucas, inderdaad, wij hebben er ook enorme zin in.’
‘Ah Mam,’ zegt Sara, ‘ik zie dat je de kofferbak al hebt laten plaatsen op de auto.’
‘Ja, dat heeft Bert vanmiddag laten doen.’
De kinderen hebben alle drie hun koffer nog even in de eigen slaapkamer gezet. Daar hebben ze altijd nog wat wintersportkleding liggen, dus dat zullen ze straks na het eten, voor het slapen gaan nog even inpakken. Ze zullen allemaal op tijd naar bed gaan, want ze willen al rond half zeven vertrekken, om zes uur opstaan.
‘Ik ben zo benieuwd,’ zegt Bram, ‘of we die Max, Chris en Toni weer zullen zien. Net als vorig jaar.'

‘Ha, kijk daar eens, dat zijn ook gasten van ons,’ wijst Max naar de zonen van Greet en Sara en haar twee broers. ‘Het zijn ook Nederlanders. Net als de opa van Chris’. 
Michiel, de zoon van Greet ziet Max staan en steekt zijn skistok omhoog. Hij groet terug met een zwaai. Toni en Max glijden met hun snowboard naar het groepje toe.  ‘Hallo, zeg wat leuk om jullie hier te ontmoeten. Logeren jullie allemaal bij ons in het hotel?’
‘Nee, wij drieën logeren in een appartement in Haus Gröfeld met onze moeder,’ zegt Sara wijzend op Bram en Lucas. ‘Maar ik geloof dat we vanavond wel met z’n allen, bij jullie dineren.’
'
Ah, gezellig. Lukt het skiën een beetje?’  Alle jongens knikken.
Sara lacht. ‘Ja zeker. Het is hier heerlijk. Zo’n fijne rode afdaling. Ja, mijn broers en vrienden willen ook wel een zwarte doen, maar daar heb ik geen zin in.’
Nu valt Toni in. ‘Oh, leuk, ik ben Toni. Mijn vader is de eigenaar van de alle skiliften en de skischool. Zijn jullie hier nog lang? Ik wil jullie wel een mooie zwarte afdaling laten zien. We zouden morgen z’n allen kunnen skiën met. Ja toch Max?’ Max knikt instemmend.
Toni spreekt natuurlijk Duits. Sara verstaat alles en vertaalt het snel voor de jongens.
‘Jongens, dit is Toni. Hij wil morgen wel met jullie een zwarte afdaling doen. Zijn vader is de baas van de skischool en van de skiliften.’
‘Oh, wat gaaf! Nou dat doen we heel graag. Waar zullen we afspreken?’ Max vertaalt het snel voor Toni.
‘Ik stel voor om ze mee te nemen naar de Eberhütte. Dan kan die vrouw,’ hij kijkt naar Sara, ‘lekker in de ligstoel zonnen boven op de piste en pakken wij de cabine naar de bovenste afdaling.’
Sara lacht, ‘dan kan die vrouw zonnen.’ Ze verstaat en vertaalt alles. ‘Goed plan zeg. Ik zal het ze even voorstellen. Rond tien uur morgenochtend daar verzamelen?’
‘Ja, prima.’

‘Ja, lacht Sara, toen zijn we de die zwarte piste opgegaan. Jullie geskied daar en ik lekker in zo’n terrasstoel in de zon gezeten.’
Bert lacht ook. ‘Nou, het klinkt allemaal heerlijk. Nou zijn je moeder en ik wel deze zomer in Leufeld** geweest maar nu kijk ik echt uit naar de wintersport!’
Ze schuiven even aan de tafel en Bram schenkt iedereen een glaasje wijn in. Als sommelier vindt hij dat altijd heerlijk om te doen. Deze wijn, daar zijn ze allemaal gek op, komt uit Frei Laubersheim, van de druiven van de wijngaard van de familie Bernhard.
Wijn en mousserende wijn zijn de grote passie van deze familie.  De wijngaarden hun wijnhuis behoren tot de beste locaties in West-Rheinhessen, aan de zuidelijke rand van de Nahe. Hier verbouwden de Romeinen 1800 jaar geleden al vijgen, amandelen, kastanjes en vooral druiven voor de wijnbouw.Ze drinken nu de Cuvee Bjorn, kwaliteitswijn, de nieuwste creatie van zoon Justus, een aromatische en elegante wijn met verfrissende zuren. Bram is hier pas weer op bezoek geweest. Bert en Karin kijken er alweer naar uit om in het voorjaar weer die kant op te gaan.
Terwijl iedereen geniet van de wijn, staan Sara en Lucas op om de tafel te dekken. In de woonkeuken legt Karin de laatste hand aan het diner. Alleen de rijst moet nog gekookt te worden. Ze heeft de kipfilet in blokjes gesneden en goudbruin gebakken. Daarna heeft ze de kip toegevoegd aan de pan waarin ze eerder ui, paprika en bleekselderij zacht heeft gebakken. En gevuld met kerrie saus potten. De geuren vullen de keuken en verheugen iedereen naar wat er straks op tafel zal verschijnen. Ze weten precies wat hun moeder kookt.
Even later genieten ze van de heerlijke maaltijd. Karin had die middag ook nog zelf appelmoes gekookt. Ze gebruikt altijd wel tien appels en kookt ze dan in kleine stukjes met een schepje suiker en een scheutje citroensap.
‘Oh, schat, wat is het toch weer heerlijk deze maaltijd,’ zegt Bert.
‘Ja mam, het is absoluut verrukkelijk. Altijd heerlijk vind ik dit. Ook de pasta Bolognese die je vaak maakt, ook zo lekker.’ Karin kijkt haar dochter liefdevol aan.
‘Ja,’ schiet Bram in de lach. ‘Daar hoort natuurlijk die verrukkelijke Italiaanse wijn uit Piëmont bij.’
Even later ruimen ze af en Bert ruimt snel de afwasmachine in. Hij wil hem aanzetten, zodat hij uit kan als ze morgenvroeg wegrijden. Karin loopt met Sara even naar buiten om Black Pearl op de stal te zetten. Als ze morgenvroeg weggaan, zullen ze hem op de stal laten. Want Mirte en Janneke zullen in de loop van de ochtend voor hem komen zorgen.
Paco loopt gezellig met zijn grote paardenvriend mee naar de stal. Hij zal hem vast missen als ze in Leufeld zijn.
Binnen zitten Bert en  de jongens  inmiddels al te genieten van een lekker magnum ijsje, koffie nemen ze nu vanavond niet, want ze willen op tijd naar bed, zodat ze goed kunnen slapen voor de reis.
Sara pakt voor haarzelf en voor haar moeder ook een ijsje.
‘Oh mam wat is het toch heerlijk om met z’n allen naar Leufeld te gaan.’ Bert knikt bevestigend.  Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik heb er ontzettend veel zin in.’

** Terug naar Leufeld

(Morgen komt het vervolg!)

De volgende ochtend om zes uur gaat overal de wekker op de telefoons van de kinderen af. Karin is al beneden en Bert staat al onder de douche in de badkamer bij hun slaapkamer. De kinderen delen met ze drieën de andere badkamer. Sara heeft gisterenavond voor het slapengaan nog even gedoucht. Even voor half zeven lopen ze naar buiten om de auto in te ruimen. Karin gaat nog even bij Black Pearl kijken. Ze aait hem zachtjes over zijn hals en kust hem op zijn neus. Bert sluit intussen het huis af en precies om half zeven rijden ze het dorp uit in de richting van de snelweg.
Het is nog rustig op de weg. De eerste zonnestralen kleuren de horizon zacht oranje terwijl een dunne nevel boven de weilanden hangt. Karin heeft een thermoskan koffie tussen de voorstoelen gezet en kijkt glimlachend naar buiten. Ze deelt broodjes uit en schenkt voor iedereen een kopje koffie in. 
‘Wat is het heerlijk om zo vroeg op pad te zijn,’ zegt ze. ‘Het voelt dat de vakantie nu echt begonnen is.’
Bert knikt terwijl hij de auto soepel de snelweg op stuurt. ‘Als het zo rustig blijft, zijn we mooi op tijd.’
Achter in de auto is het een stuk stiller. Sara heeft haar hoofd al tegen het raam gelegd en kijkt dromerig naar het landschap dat langzaam voorbij glijdt. Haar broers zijn druk bezig met hun telefoons, al duurt het niet lang voordat ook zij zich verliezen in de stilte van de vroege ochtend. Paco ligt  deels op de grond en met zijn kop Karins schoot.
Na ruim drie en een half uur rijden besluiten ze de eerste pauze te nemen. Langs de snelweg stopt Bert  de auto bij een tankstation met café. Zodra iedereen is uitgestapt, strekt hij zich eens uitgebreid uit.
Binnen drinken ze alle vijf een kop koffie en voor Paco heeft het café een bakje water staan.
‘Nog misschien zes of zeven uurtjes,’ zegt Sara opgewekt, ‘en dan zijn we weer in Leufeld.’
Na de korte pauze stappen ze weer in. Bert start de motor en voegt rustig in op de snelweg. Kilometer na kilometer laten ze Nederland achter zich, terwijl het landschap langzaam verandert en de bergen in de verte steeds duidelijker zichtbaar worden.
Net voor de grens van Oostenrijk stoppen ze nog een keer in een klein dorpje. Paco springt vrolijk de auto uit. Hij plast meteen tegen de eerste de beste boom, voordat ze over een terras naar binnen lopen.
‘Nee, toch, wat een toeval , dat is, dat is toch…’ Lucas kijkt zijn broer aan.
‘Wie bedoel je? Oh, dat meisje daar. Ja ik weet wie het is. Dat is Hannah. De dochter van die dramatische vrouw die we vorig jaar winter in het hotel gezien hebben.’
‘Nora Bauer, bedoel je,’ zegt Karin.
‘Hè, die vrouw die afgelopen zomer van die berg afgevallen is.’ mompelt Bert.
Hannah loopt hier stage. Samen met haar vriendinnen van de hotelschool is ze tijdelijk geplaatst in dit restaurant om praktijkervaring op te doen. Zij ziet ineens de Nederlandse familie en herkent het meisje en de jongens met wie ze vorig jaar op de piste bij de Eberhütte zo'n gave afdaling hebben gedaan.
Even aarzelt Hannah. Zal ze naar hen toe lopen? Vorig jaar hadden ze elkaar maar één middag gezien, maar toch voelt het alsof ze bekenden zijn. Ze glimlacht en groet ze.
‘Goedemiddag,’ zegt ze zodra ze bij hun tafel staat. ‘Hebben jullie weer een plekje uitgezocht?’
Lucas kijkt op. Eerst ziet hij alleen het schort en het dienblad. Dan herkent hij haar gezicht.
‘Hannah!’
Ze schiet in de lach. ‘Dus je weet nog wie ik ben.’
‘Natuurlijk,’ zegt Lucas. ‘Zo'n zwarte afdaling vergeet je niet zomaar.’
Bram knikt instemmend. ‘En al helemaal niet omdat jij ons daarna de kortste weg terug naar het hotel wees.’
‘Dat was achteraf misschien niet de slimste route,’ zegt Hannah lachend. ‘Jullie waren helemaal buiten adem.’
‘Vooral zij,’ zegt Karin, terwijl ze met haar duim naar Sara wijst.
Paco, die onder de tafel is gaan liggen, spitst zijn oren zodra Hannah door haar knieën zakt.
‘Dag, hondje,’ zegt ze zacht.
Paco staat meteen op, kwispelt uitbundig en duwt zijn neus tegen haar hand.
‘Zijn jullie op reis naar Leufeld?’ vraagt ze vervolgens.
‘Ja,’ antwoordt Karin. ‘We logeren in de appartementen van Haus Gröfeld.’
‘Dan hebben jullie een goede plek uitgekozen. Dat is van de ouders van Anton, mijn vriend.'
Hannah knikt. ‘Ik weet zeker dat jullie er geen spijt van krijgen.’
‘Nee meisje, wij hebben daar al meer keren gelogeerd.’
Oh, opeens schiet het Hannah door haar hoofd, dat dit oudere stel in de zomer bij de ongelukkige val van haar moeder aanwezig was.
Ze aarzelt. Vraagt dan maar snel wat ze willen drinken.
Terwijl ze terugloopt naar de bar, kijkt ze nog één keer om. Wat bijzonder dat ze elkaar juist hier weer tegenkomen, honderden kilometers van huis. Soms lijkt het alsof de bergen mensen steeds weer bij elkaar brengen.
‘Nou, wat een toeval zeg. Dat we hier iemand uit het Leufeld ontmoeten,’ zegt Sara. Haar moeder knikt bevestigend.
Als ze  weggaan zwaaien ze naar Hannah die achter de bar staat en even later rijden ze de grens over. Dan op weg door de Oostenrijkse dorpjes  naar het Leufeldgebied.
(Morgen komt het vervolg!Aankomst in Leufeld

                                                                                                                     Aankomst in Leufeld

Om vijf uur rijden ze Leufeld binnen. Bert weet de weg naar Haus Gröfeld moeiteloos te vinden. Ze passeren Hotel Golf am See, waar Greet en Bas met hun zonen morgenmiddag zullen aankomen.  ‘Oh, wat gaaf zoveel sneeuw. Dat wordt heerlijk skiën,’ roept Bram.
Als ze achter het huis, bij het appartementengebouw, parkeren, stapt Jane, de eigenaresse,  vanuit het grote huis naar buiten.
‘Ha, Nederlandse familie! Wat gezellig dat jullie onze appartementen weer komen bewonen.’ Karin heeft er drie gehuurd: één voor de jongens, één voor Sara en één voor haarzelf en Bert. En voor de gezelligheid slaapt Paco ’s nachts bij Sara.
De koffers verdwijnen al snel in de juiste appartementen. De jongens slepen zonder morren hun koffers naar binnen, terwijl Paco achter zijn vrouwtje Karin aan loopt. Bert opent ondertussen het appartement voor hem en Karin en zet de boodschappentassen op het aanrecht.  Dan loopt hij terug naar de auto en pakt daar de laatste koffers. Karin ruimt snel de boodschappentas op. Boter, kaas , chocoladepasta en koffie cups, suiker en koffiemelk. Jane zal iedere ochtend broodjes aan de deur van het appartement in een tas hangen. Ontbijten zullen ze met z’n allen in het appartement van Karin en Bert doen, het grootste van de drie die ze hebben gehuurd. En waar ook de voedsel en water bakjes van Paco staan.
‘Hee Bert, kun jij de bak op de auto even openen. We moeten onze skischoenen er nog uithalen. De skiverhuur winkel is natuurlijk al dicht. Morgenochtend regelen we dat.’
‘Ja Lucas, we zullen ze er even uithalen. Anders worden ze vannacht veel te koud.’
De drie mannen lopen naar de auto en Lucas neemt ook de skischoenen van Sara mee naar binnen. Bert de langlaufschoenen van Karin en hem zelf.
Ze hebben van de zomer al gezocht naar de speciale langlauf paden waar honden op zijn toegestaan. Op reguliere loipes zijn honden vaak verboden omdat ze de sporen kapotmaken. Daarom gaan ze naar speciale Hunde-loipen. Die zijn achter het weiland bij het mooie chalet van Matthias in Ranitz. Waar Nora vroeger ook vaak met haar vriendje rond gleed op haar langlauf ski’s.
De jongens zullen lekker met Sara gaan skiën. En vanaf zondag met de zonen van Greet erbij. Greet en Bas zullen ook gaan langlaufen. Even later lopen ze met z’n vijven naar het centrum en duiken daar de Weinstube in. Het is een hond vriendelijk restaurant dus Paco mag mee naar binnen. Heerlijk, want behalve lekkere wijnen drinken, gaan ze hier ook even eten.
Ze kiezen voor het heerlijke traditionele Oostenrijkse gerecht: de Tiroler Gröstl. Lekkere gebakken aardappels, vlees (vaak spekjes) uien en een spiegelei. Karin bestelt daar een saladeschaal bij. Ze genieten van deze heerlijke start van hun wintersportvakantie. De mannen drinken een lekker biertje. Karin en Sara kiezen voor een heerlijke Oostenrijkse rode wijn. De Blauer Zweigelt van Domaine Wachau. Daar is Karin een jaar geleden met haar wijnvriendinnen ook op bezoek geweest. Het prachtige wijnhuis aan de Wachau. Ze geniet nog altijd van die schitterende wijnreizen. Ze waren hier geweest toen ze Wenen hadden bezocht.
‘Mama, Bert, wat is het toch geweldig dat we nog ieder jaar met jullie op wintersportvakantie gaan. Heel erg bedankt hoor.’
Bram knikt stralend bevestigend wat zijn broer zegt.
Na het diner wandelen ze rustig naar huis. ‘Welterusten allemaal, dag lieverd.’
Karin streelt Paco nog even over zijn kop en knuffelt hem, voordat hij bij Sara gaat slapen.
De volgende ochtend na lekker geslapen en ontbeten te hebben, lopen ze het centrum in. Eerst naar de skischool van Markus. Daar gaan ze de skipassen kopen.
‘Hee, Hollanders, wat gezellig dat jullie er zijn. Oh, wat een leuke hond.'
‘Ha mijnheer Berger,  hoe is het met u?’ zegt Bert. ‘Wij komen genieten van een heerlijke sneeuwvakantie. En nu even drie skipassen bij u bestellen.’
Markus kijkt ze tevreden aan. ‘Oh, hier gaat het prima hoor. Maar er heeft onlangs wel een griezelig incident plaats gevonden.’
Markus vertelt snel samenvattend het ongeval met Noah. Die gelukkig helemaal genezen is.
Bert kijkt hem schuddend geschrokken aan. Ook Karin en de kinderen luisteren zichtbaar onder de indruk naar deze gebeurtenis.
‘Wat een geluk dat het uiteindelijk goed is afgelopen,’ zegt Karin met een zucht van opluchting.
‘Dat kun je wel zeggen,’ antwoordt Markus. ‘We zijn allemaal enorm geschrokken. Sindsdien letten we nog beter op tijdens de lessen. Je weet nooit wat er kan gebeuren.’
‘Nee, dat is waar,’ zegt Bert. ‘Maar gelukkig is die Noah dan nu weer helemaal de oude.’
‘Ja,’ glimlacht Markus. ‘Hij werkt alweer vrolijk in de grote sportzaak in Möbach. Samen met Henri, de echtgenoot van de overleden Nora Bauer, waar jullie bij waren afgelopen zomer.'
Hij overhandigt de drie skipassen aan Bert.
‘Alsjeblieft. Ik wens jullie een fantastische week. De sneeuw is perfect en volgens de voorspellingen blijft het de komende dagen prachtig weer.’
‘Dat klinkt veelbelovend,’ zegt Bram enthousiast. 
‘Dan kunnen we straks meteen de piste op!’ vult Lucas lachend aan.
Karin rekent de skipassen af en geeft ze haar kinderen.
‘Bedankt, Markus. Fijn om je weer te zien. Zeg, met Karel en Joke, ook alles goed?’
‘Jazeker, ze wonen nu alweer een jaar samen. En Chris, hun zoon is de partner van Toni, mijn zoon.’
‘Oh, wat gelukkig voor ze.’
Ze nemen afscheid en lopen het gezellige centrum verder in. De terrassen liggen nog onder
een dun laagje sneeuw en uit een bakkerij komt de heerlijke geur van versgebakken brood en warme apfelstrudel. Toeristen slenteren langs de winkeltjes, terwijl kinderen uitgelaten sneeuwballen naar elkaar gooien.
‘Zullen we eerst nog even een warme chocolademelk drinken?’ vraagt Sara.
‘Goed idee,’ zegt Sara, ‘maar mam,  daarna gaan we de ski’s huren. Eerst dan even de skischoenen thuis ophalen.’
(Morgen komt het vervolg!)

Midden in het centrum nemen ze plaats op het terras van Hotel Post. Aan een andere tafel horen ze ook Nederlanders praten. Zo te zien een echtpaar met  twee jongelui. Als een van de jongen zich omdraait, roept Karin hem stomverbaasd toe:
‘Hee, Paul, wat een toeval dat jij hier ook op vakantie bent. Oh, en Jan, jij bent er ook bij.’
Het echtpaar kijkt Karin stomverbaasd aan. ‘Hè,’ zegt de moeder, ‘ken jij onze zoon en zijn vriend?’
‘Ja,’ antwoordt haar zoon bevestigend. ‘Jan en ik hebben een keer in het Boshuis van mevrouw gelogeerd. Dat was toen we met een stel studiegenoten in Utrecht  gingen golfen.’|
‘Oh ja,’ knikt zijn moeder, ‘dat was dat mooie appartement in dat Boshuis, waar je eens het paard van dat echtpaar verderop bij ons, hebt opgehaald.’
Paul knikt vrolijk. ‘Precies. Jan en ik hebben daar toen samen overnacht. Het was een heel gezellig weekend.’
‘Wat leuk om jullie hier tegen te komen,’ zegt Karin. ‘Hoe lang zijn jullie al in Leufeld?’
‘Sinds gisteren,’ antwoordt Paul. ‘We blijven een week. Vanmorgen hebben we de skipassen al gekocht en de ski’s gehuurd. We vinden de sneeuw  geweldig.’
‘Dat hebben wij ook gemerkt,’ zegt Sara enthousiast. ‘We kunnen haast niet wachten om vanmiddag weer de berg op te gaan.’
‘Zijn jullie hier voor het eerst?’ vraagt Jan.
‘Nee,’ antwoordt Karin. ‘We komen hier al jaren. Het voelt bijna als thuiskomen.’
‘Dat snap ik wel,’ zegt de moeder van Paul terwijl ze om zich heen kijkt. ‘Het is hier een prachtige omgeving.’
De ober zet de warme chocolademelk op tafel. Sara neemt meteen een slok en zucht tevreden.
‘Logeren jullie in Hotel Golf am See?’ vraagt de vader van Paul. Paul kijkt snel de andere kant op. ‘Bij de Nederlandse familie die vroeger vlak bij ons in de stad woonde.’
‘Nee, onze vrienden wel, maar wij logeren altijd in de appartementen bij Haus Gröfeld. Die liggen onder aan de grote piste. Waar je bovenaan verschillende kanten af kan skiën. Aan een kant is ooit de vorige eigenaar van Haus Gröfeld in een lawine terecht gekomen. Dat is de afdaling naast de gewone piste die hij toen met zijn vriend nam. Beide top skiërs, maar helaas brak een lawine uit. En is hij overleden.
Na nog wat te hebben bijgepraat, staan Karin, Bert en de kinderen op.
‘We moeten gaan weer verder. We hebben nog ski's te huren en moeten even de skischoenen thuis ophalen.’
‘Dan houden we jullie niet langer op,’ zegt de vader van Paul. ‘Wat een lieve hond is dit!’ Hij streelt Paco over zijn kop.
‘Misschien komen we elkaar deze week nog wel ergens op de piste tegen, zegt Paul en kijkt zijn vriend knipogend aan.
‘Dat zou leuk zijn,’ zegt Sara. ‘Veel plezier met skiën!’
Ze nemen afscheid en wensen elkaar een fijne vakantie. Terwijl Karin, Bert, Lucas, Sara en Bram met Paco richting hun appartement lopen om de skischoenen op te halen, kijkt Sara haar moeder glimlachend aan. Paco rent even voor ze uit. Genietend van de sneeuw waar ze doorheen lopen.
‘Wat is de wereld toch klein,’ zegt Sara.
Karin knikt. ‘Dat blijkt maar weer. Je verwacht elkaar in Nederland al nauwelijks tegen te komen, laat staan hier in Oostenrijk.’
Even later hebben ze de skischoenen opgehaald en lopen ze naar de skiverhuur, de grote zaak van de broers van Wendy. Bert en Karin huren mooie langlauf ski’s. Voor Bram, Lucas en Sara staan er, net als vorig jaar, weer perfect passende ski’s klaar. Zij besluiten die middag eerst een paar rustige afdalingen om er weer helemaal in te komen, op de Weisstannebühl doen.
Karin en Bert maken hun eerste skiwandeling vanuit huis richting Broland. Een langlauf loipe slingerend door een prachtig winterlandschap, waar Paco heel braaf vlak bij zijn vrouwtje blijft lopen. Karin weet dat hij officieel aan de riem gehouden moet worden, dus ze heeft hem een licht harnas met een lange lijn aangedaan.  
Zo kan hij heerlijk mee zonder andere langlaufers tot last te zijn.

(Morgen komt het vervolg!) Greet en Bas arriveren

                                                                                                                           Greet en Bas arriveren

De sneeuw kraakt zacht onder hun ski’s terwijl ze in een rustig tempo over de loipe glijden. De zon staat laag boven de besneeuwde bergtoppen en tovert duizenden fonkelingen op het witte landschap. Het is een heerlijke, heldere winterdag.
‘Wat is het hier toch prachtig,’ zegt Karin terwijl ze even stilhoudt om van het uitzicht te genieten.
‘Daarom komen we nu ieder jaar zomers en winters terug.'   Bert kijkt haar glimlachend aan.
‘Kunnen we heerlijk samen zijn!’ Karin blaast een zoen door de lucht naar hem.  
Paco kijkt nieuwsgierig om zich heen. Af en toe snuffelt hij aan een sneeuwhoop, maar zodra Karin weer verder glijdt, draaft hij onmiddellijk achter haar aan. Een paar tegemoetkomende langlaufers glimlachen als ze de enthousiaste hond zien. Omdat hij keurig naast Karin blijft lopen, levert hij niemand hinder op.
Na een klein uur bereiken ze een bankje aan de rand van het bos. Ze drinken wat water uit de thermosfles die Bert in zijn rugzak heeft meegenomen. De stilte is bijna tastbaar. Alleen het zachte geritsel van de bomen en het verre gelach van een groepje skiërs zijn hoorbaar.
Ondertussen vermaken Bram, Lucas en Sara zich uitstekend op de Weisstannebühl. In het begin zijn hun bewegingen nog wat onwennig, maar al snel hervinden ze het vertrouwde gevoel. Ze dagen elkaar uit om iets sneller de helling af te gaan en schieten lachend langs elkaar heen. Na een paar afdalingen voelt het weer sterk en zeker.
‘Zie je wel,’ roept Lucas enthousiast. ‘We zijn het helemaal niet verleerd!’
‘Dat zei ik toch,’ lacht Sara. ‘Morgen kunnen we zonder problemen een langere tocht maken.’
‘Laten we even bij de Berghut wat gaan drinken,’ stelt Bram voor. Zijn zus en broer knikken allebei bevestigend. Ze nemen nog een keer de lift naar boven en skiën dan rechtstreeks naar de Berghut waar Joke druk aan het werk is. Ze herkent haar landgenoten direct.
‘Ha, wat gezellig dat jullie er zijn. Vorig jaar nog met mijn zoon en zijn vriend geskied toch?’
‘Dag mevrouw Joke, ja zeker, we hebben zo’n heerlijke spannende afdaling gedaan. Waar onze zus,’ Lucas wijst naar Sara, ‘lekker in het zonnetje heeft gezeten. En nu, nu werkt u hier?’ Joke knikt met een blijde blik op haar gezicht.
‘Ha, ja, ik woon nu alweer een jaar hier. Bij mijn man Karel. Die kennen jullie toch nog wel? We hebben eens bij jullie moeder gelogeerd.’
‘Wat heerlijk voor jullie. En zoon Chris woont ook hier toch? Wij zouden heel graag nog eens met hem en Toni zijn vriend, een spannende afdaling willen doen. De vriendin van mijn moeder komt vanmiddag ook hier, met haar zonen en haar man. Zij logeren weer in Hotel Golf am See.’
Joke glimlachte. ‘Leuk, zeg. Ik zal Chris wel even een appje sturen dat jullie graag nog eens met hem en Toni willen skiën. Wat willen jullie drinken?’
Ze kiezen alle drie voor een biertje. Één biertje durven ze best te drinken als ze nog gaan skiën, maar daar blijft het dan ook bij.
Terwijl ze achter de bar de glazen vult, stuurt Joke snel een berichtje naar Chris. Vrijwel direct verschijnt zijn reactie. Hij is samen met Toni iets verderop op de piste bezig bij een skilift. Hij vraagt zijn moeder om het telefoonnummer van een van de Nederlanders die bij haar in de berghut zitten. Nog geen minuut later gaat Sara's telefoon.
‘Hé, Chris, wat lief dat je belt! Ja, we zitten nu bij je moeder in de Berghut. We vertelden haar net dat we heel graag, net als vorig jaar, nog eens zo'n spannende afdaling met jou, Toni en Max zouden willen maken.’
‘Dat moet geregeld kunnen worden,’ lacht Chris. ‘Maandag hebben we allemaal vrij. Dan kunnen we er een mooie skidag van maken.’
Ze spreken af om maandagochtend met z'n allen naar de top van de Gröfeld te gaan en vandaar de beroemde afdaling naar Ranitz te skiën. Daarna zullen ze met de bus terug moeten rijden naar Leufeld. Het is een lange, uitdagende route die vlak langs het chalet van Matthias loopt en bekend staat als een van de spannendste afdalingen van de omgeving.
Niet alleen Chris en Toni zullen meegaan. Ook Hannah, Max, Anton en Rosalie hebben vakantie en zullen meegaan. Dat belooft een gezellig én avontuurlijke dag op de piste te worden. De meiden hoeven die dag geen skilessen te geven.
‘Hee, Paul en Tom zitten hier ook.’ Ze zwaaien naar elkaar en even later schuiven Paul en Tom bij hen aan de tafel. ‘Heerlijk is het hier hè.’
‘Jazeker, maar maandag gaan wij de volgende stap zetten. Op een zwarte afdaling. Kennissen van ons die hier wonen, die wij vorig jaar ontmoet hebben, zoals de zoon van Joke en de zoon van de eigenaars van Hotel Golf am See, nemen ons mee naar een zwarte afdaling die start boven op de Gröfeld piste.’ Jan kijkt knikkend naar Paul met wenkbrauwen opgetrokken.
Lucas kijkt op zijn horloge. ‘Wij gaan weer jongens.’
Even later zeggen ze Joke gedag en skiën ze naar beneden. Vandaar uit lopen ze met de ski’s op hun schouder naar het appartement.
Karin en Bert zijn ook net thuisgekomen.
‘Hee, kids, hoe was het vandaag?’ Paco rent op ze af.
‘Heerlijk mam. We kwamen Joke tegen. Hebben in de Berghut wat gedronken en aan Joke gevraagd of we even met Chris een zwarte afdaling  kunnen doen.’
Lucas vervolgt zijn broer, ‘we hebben nu voor aanstaande maandag een mooie afspraak gemaakt. Dan gaan we hier met de gondel omhoog en skiën naar Ranitz.’
‘Leuk zeg, weer met de jongens van vorig jaar op pad dus. Maar kom, nu even snel omkleden, want Greet heeft me net gebeld dat ze aangekomen zijn. We hebben afgesproken met z’n allen bij hen in het hotel te eten.’
Een  half uurtje later lopen ze naar Hotel Golf am See. Minke zit daar achter de receptie.
‘Ha, volksgenoten, wat gezellig dat jullie weer in dit heerlijke dorp vakantie houden. Jullie logeren bij Jane hè?’
Bert knikt. ‘Ja, en we eten  gezellig bij jullie. Met onze vrienden die hier logeren.’ Op hetzelfde moment komen Greet en Bas de trap afgelopen. Ze omarmen elkaar vol vreugde.
De zonen zitten binnen aan de bar. Lucas heeft dat gezien en is al naar ze toegelopen.  Even later zitten ze op dezelfde plaats in de opkamer als vorig jaar toen Nora Bauer haar misdaad in het restaurant schreeuwde.

"Aan de bar is een heel heftig emotioneel tafereel aan de gang is. Daar zit Nora Bauer met gierende uithalen te huilen. De arm die Henri om haar heen wil slaan duwt ze driftig van zich af.  Ze zet haar ellenbogen op de bar en legt haar hoofd in haar handen. Hannah is allang weg. Die is direct na het diner met Toni naar Sofie en Max in de “Privat Wohnung” gegaan. Rosalie en David zijn ook gekomen en met z’n allen zitten ze gezellig in de grote woonkeuken te kletsen.
Met een heftige beweging grijpt Nora Bauer een wijnglas van de bar, draait zich om en werpt het met kracht op de grond. Het glas spat in talloze scherven uiteen, wat een scherpe stilte in het restaurant brengt. Alle gesprekken vallen weg; zelfs het gelach en gerol van dobbelstenen in de opkamer waar de zonen van Greet en Karin aan het pokeren zijn, stopt nu.  
Markus, Karel en Berend zijn net klaar met de vergadering en lopen juist het restaurant in om nog even bij de tafel van Joke te gaan zitten. Ze kijken vol verbazing naar het emotionele tranendal aan de bar. 
Dan gebeurt er iets heel vreemds! Nora Bauer staat op en begint huilend te schreeuwen.
‘Het is allemaal mijn schuld! Allemaal mijn schuld!  Mijn zus Klara heeft haar de heuvel opgedrongen!’ roept Nora met schorre stem, haar ogen wijd en gevuld met tranen."

(Morgen komt het vervolg!)  

Ze genieten samen van het heerlijke eten en de gezellige sfeer. Niemand wil terugdenken aan die vreselijke gebeurtenissen van vorig jaar. René schenkt de glazen nog eens vol met een heerlijke wijn.
Op dat moment zegt Lucas tegen Greet: ‘Vanmorgen gingen we bij toeval in het centrum, bij Hotel Post, een chocolademelk drinken. Op het terras, aan een tafeltje vlak naast ons, zaten ineens die twee jongens die een tijd geleden bij mama in het Boshuis hadden gelogeerd. Paul en Jan, samen met zijn ouders.’
René verstijft. ‘Hè… die twee jongens, Paul en Jan? Logeren die in Hotel Post?’
Karin kijkt hem verbaasd aan. ‘Ja. We kwamen ze daar echt toevallig tegen. Ze hebben een tijdje geleden bij mij in het Boshuis gelogeerd. Die Paul was trouwens al eerder bij mij geweest om een paard op te halen van Anna en Nico, die ook bij mij verbleven, samen met hun paard Pepper. Anna ken jij toch ook? De dochter van Elisa?’
‘Ja, natuurlijk,’ antwoordt René. ‘Die kennen we goed. Ze logeren hier regelmatig met hun kinderen. En ik heb gehoord dat hun jongste kind vlak bij jouw Boshuis is geboren, toch?’
Karin en Greet knikken allebei bevestigend.
‘Maar,’ vraagt Bas, ‘waarom wil je weten of die jongens in Hotel Post logeren?’
René haalt diep adem en vertelt in het kort hoe hij Paul en Jan al kent sinds de kinderen op de lagere school zaten. Daarna vertelt hij hoe Paul destijds Sofie hard tegen haar buik had getrapt. Hij eindigt met de woorden dat Max en zijn vrienden daarna hebben ingegrepen.
Er valt een even zware stilte aan tafel. Niemand zegt iets. Alleen het zachte getik van bestek tegen de borden en het gekraak van het haardvuur zijn nog hoorbaar. Bas schudt ongelovig zijn hoofd. ‘Dus dat zijn dezelfde jongens? Wat een toeval.’
‘Toeval?’ mompelt René. ‘Ik weet onderhand niet meer of ik nog in toeval geloof.’
Hoe zagen ze eruit?’ vraagt hij dan aan Lucas. ‘Normaal? Hebben ze jullie gezien?’
Lucas haalt zijn schouders op. ‘Ja hoor. En we kwamen ze toevallig vanmiddag nog een keer tegen toen we na het skiën op de Weisstannebühl in de Berghut bij Joke even een biertje gingen drinken.
Karin kijkt bezorgd naar René. Ze ziet hoe de spanning weer op zijn gezicht verschijnt.
‘René,’ zegt ze zacht, "je hoeft je er toch geen zorgen om te maken? Ze zijn hier met hun ouders. Lekker om hier te skiën.’
René knikt langzaam, maar zijn blik blijft ernstig.
‘Dat hoop ik,’ zegt hij. ‘Vooral voor mijn kinderen. Ze hebben zo hard gevochten om alles achter zich te laten. Ik wil niet dat ze opnieuw, nu jaren later, met die jongens worden geconfronteerd.’
‘Maar Sofie en Max weten toch helemaal niet dat ze hier zijn?" vraagt Bas.
‘Nee,’ antwoordt René. ‘En voorlopig houd ik dat liever zo. Alleen als het echt nodig is, vertel ik het ze.’
Vervolgens loopt hij het trapje van de opkamer af en gaat verder met de bediening van de andere gasten.
Aan het einde van de avond, als iedereen vertrokken is, Minke zit nog achter de receptie  te werken, loopt hij naar haar toe.
Moritz ruimt de bar op en gaat met zijn broer Sepp, de chef-kok, naar huis. Ze wonen vlakbij elkaar aan de rand van het dorp.
‘Schat, dit is ongelooflijk. Laat die brief nog eens zien, met die foto. René pakt het vel aan en staart naar de afgedrukte foto. Onder de afbeelding staan in grote blokletters de woorden:   "NU ZAL HIJ AAN DE BEURT ZIJN."
'
Onze Nederlandse gasten die op de opkamer hebben gegeten, hebben die jongens Paul en Jan vanochtend op het terras bij Hotel Post gezien.’ Minke kijkt hem stomverbaasd met een geschrokken open mond aan. ‘Nee, wat bizar.’
‘Ja, en vanmiddag zaten ze in onze Berghut wat te drinken. Daar kwamen ze weer die twee knullen tegen. Die waren ook aan het skiën.’
‘Oh hemel… Wat bedoelt die idioot met deze foto. Hij gaat Max toch niet slaan.’
René trekt zijn vrouw tegen zich aan. ‘Lieverd, het is idioot, maar we kunnen helaas geen maatregelen treffen. Ben jij ook klaar met werken?’
Minke knikt. Even later lopen ze samen hun eigen woningdeel in.
Binnen zitten Sofie en Max tv te kijken. Freddie is al naar bed.
Binnen is het behaaglijk warm. Minke laat zich met een diepe zucht op de bank zakken.
René schenkt twee glazen rode wijn in en geeft er één aan haar.
Een tijdje zitten ze zwijgend naast elkaar. Geen van beiden kreeg de dreigende woorden op de brief uit zijn hoofd.
Max kijkt ze verbaasd aan. ‘Wat is er? Is er weer iets gebeurd? Wat kijken jullie bezorgd.’ Sofie, zijn zus, knikt. René en Minke kijken elkaar aan.
‘Denk jij dat het echt over Max gaat?’ vraagt Minke zacht.
‘Mam, waar hebben jullie het over?’ vraagt Sofie.
René draait het glas tussen zijn handen en kijkt zijn grote kinderen aan.  ‘Ik weet het niet. Kijk, iemand heeft deze foto naar ons gestuurd. Hij wil vooral angst zaaien. En dat lukt hem aardig. Paul en zijn vriend Jan logeren op dit moment in Hotel Post.’
‘Nee, niet te geloven. En die gek heeft ons deze foto gestuurd. Belachelijk.’ Minke zucht en knikt bevestigend met een verdrietig gezicht.
‘We moeten de politie misschien dit vertellen,’ zegt Sofie.
‘Ach, schat,  wat kunnen ze doen?’ antwoordde René. ‘Ze hebben geen naam, geen gezicht en geen enkel aanknopingspunt.
Alleen een brief en een dreigement.’
‘Nou, wij kunnen toch vertellen wat er vroeger gebeurd is.’
Minke kijkt naar buiten. Het sneeuwt nog steeds, best behoorlijk hard. Het geeft een vredig gevoel, alsof er niets aan de hand is.  
‘Die jongens... Paul en Jan...’ mompelt ze. ‘Zou het toeval zijn als ze een van jullie  tegenkomen?
René haalde zijn schouders op. ‘Misschien wel. Het is hoogseizoen. Iedereen komt elkaar hier voortdurend tegen.
Maar eerlijk gezegd vertrouw ik  het niet  meer sinds die rare brief.’
'Nou, morgen gaan we met onze hele groep lekker skiën. Met onze Nederlandse vrienden, de jongens die hier in het hotel logeren, en die bij Haus Gröfeld logeren.'
‘Ha, ja, David en ik gaan dus ook mee, want Caren en ik hoeven morgen geen skiles te geven. Ik ga naar bed. Welterusten’
Een uurtje later is het helemaal stil in het hele hotel.

(Morgen komt het vervolg!)