Winter in Leufeld! Feuilleton: Het verhaal gaat verder

Welkom bij het spannende vervolg op de Leufeld-serie! Speciaal voor trouwe lezers die "Het Geheim van Leufeld" en "Terug naar Leufeld" hebben verslonden. Duik dagelijks mee in de voortdurende mysteriƫn en avonturen die wachten in de bergen.

Het derde deel van de Leufeld-serie

Dit is het langverwachte derde deel uit de geliefde Leufeld-serie! Speciaal geschreven als dankbetuiging aan onze toegewijde lezers die "Het Geheim van Leufeld" en "Terug naar Leufeld" al met veel plezier hebben gelezen. Bereid je voor op een dagelijks vervolgverhaal vol spanning en onverwachte wendingen, exclusief hier te lezen.

De spanning in Leufeld neemt weer extreem toe

Waarom zou je nu beginnen met "Winter in Leufeld! Feuilleton"? Omdat de spanning in Leufeld weer extreem toeneemt! Nieuwe geheimen en onverwachte gebeurtenissen staan klaar om de gemoederen te beroeren. Mis geen enkel moment van deze intensivering van het verhaal dat je al kent en liefhebt.

Drama en bijzondere gebeurtenissen in de bergen

Lezers kunnen een sfeer vol drama en bijzondere gebeurtenissen verwachten. Er vindt weer een drama plaats en er gebeuren opnieuw onverklaarbare dingen in de prachtige, maar soms gevaarlijke bergen rondom Leufeld. Bereid je voor op een emotionele achtbaan die je tot de laatste letter zal boeien.

                                                                                                                                                WINTER IN LEUFELD                                                                                     09-06-2026
Proloog

Hannah loopt vanuit haar kamer bij de hotelschool naar haar auto. Vandaag rijdt ze  heel vroeg terug naar Leufeld. Morgen hebben Anton en zij, en de vriendengroep weer afgesproken een stevige bergwandeling te maken. Daar genieten ze altijd zo ontzettend van, oh, na al die ellende die haar moeder ooit veroorzaakt heeft. Of, nee eigenlijk haar opa. Immers, na de verkrachting van zijn dochter, is haar zus, de hatelijke Klara geboren. Die Cato tot zelfmoord heeft gepest.
Terwijl ze de auto start, dwingt ze zichzelf deze gedachtes los te laten.  Een uurtje later rijdt ze de grens over, Oostenrijk in.
Plotseling, vlakbij huis, ziet ze de man rennen waarmee haar haar neef, Noah, ooit een relatie heeft gehad, toen hij nog in München bij zijn moeder woonde. De zus van haar oma.
Oh, schiet het door haar hoofd. Ook zijn moeder was ooit verkracht door haar opa. Dus ook zijn vader, net als hij de vader van haar moeder was.
Als ze de auto de oprit oprijdt, draait de vent zich om en kijkt haar aan. Ze weet dat hij haar nog wel zal kennen. 
Ze stapt uit en wil naar binnen lopen.  Opeens voelt ze een hand over haar mond gelegd worden. En een arm om haar heen geslagen.
‘Waar is mijn vriend?’ fluistert de vent in haar oor. Ze schiet in paniek. Immers, Noah heeft allang een andere vriend. De broer van Wendy.
Dan wordt er geschreeuwd. ‘Laat mijn dochter los.’
De vent, die haar vasthoudt, duwt haar tegen de auto en rent keihard weg.
Matthias die net de straat doorloopt, vangt Hannah op.
Ze kijkt hem aan met tranen stromend over haar wangen.
Matthias slaat een arm om haar schouders terwijl haar knieën dreigden weg te zakken.
‘Hannah, kijk me aan,’ zei hij rustig. ‘Ben je gewond, schatje?’
Ze schudt haar hoofd, maar de tranen blijven komen. Haar ademhaling gaat schokkerig en snel.
‘Ik... ik dacht...’ Haar stem breekt. ‘Hij greep me zomaar vast.’
Achter hen komt Henri aanrennen. Zijn gezicht is bleek van schrik en woede tegelijk.
‘Wat gebeurde daar nou, wat deed die vent?’ vraagt hij.
Matthias knikte. ‘Hij rende richting het bospad.’
Henri kijkt de straat af, alsof hij de man alsnog wilde achtervolgen.  

                                                                                                                  Wijnreis bedenken in het Boshuis

 De sfeer is als altijd opperbest. Karin geniet met volle teugen. Zo meteen is ze weer alleen, maar dat kan ze goed aan. Ze is nooit bang, ook al woont ze alleen aan de rand van het bos. Ze weet zeker dat Paco helemaal los zal gaan als iemand ongewenst probeert binnen te komen. Hij bewaakt haar leven, liggend onder aan de trap naar de slaapkamers. 
Het is fijn om haar wijnmaatjes hier te hebben, het is heerlijk als haar kinderen bij haar komen, maar ze is al zo lang alleen geweest, dat ze gewend is geraakt aan het geluid van de stilte in het bos. Sterker nog, ze is er enorm op gesteld. Ja, er is genoeg ellende in haar wijngaard gebeurd.
Maar dat is nu verleden tijd. Gelukkig is Bert er nu wel heel vaak. Haar fijne latrelatie.
Ze hebben deze avond stevige plannen gemaakt. Morgen zal zij hun volgende wijnreis, dit keer naar Californië verder uitwerken en rondsturen.
Ze hebben allemaal ontzettend veel zin in het Amerikaanse avontuur. Vliegen naar Los Angeles en dan met een auto naar de bijzondere wijngaarden van Californië. Het wordt de zoveelste gezamenlijke wijnreis die ze op touw gaan zetten. Maar Europa uit op wijnreis hebben ze slechts een keer eerder gedaan. Naar Zuid-Afrika.
Nadat de laatste glazen leeg zijn en het gelach langzaam wegebt, blijft de warmte van de avond nog even in de kamer hangen. Karin staat op, verzamelt de wijnglazen in één hand en glimlacht om het gemak waarmee ze dat nog altijd kan. De houten vloer kraakt zacht, alsof het Boshuis tevreden zucht na een avond vol stemmen.
Liefdevol omarmen ze elkaar en zwaait Karin tot de auto’s van de afrit af de bosweg op draaien, waarbij ze dan direct uit zicht te zijn. Terwijl ze binnen de boel aan kant maakt, het kristal afwast en de wasmachine inruimt, scharrelt Paco, haar geliefde zwarte herder, buiten in de grote tuin. Hij laat zichzelf altijd uit voor de nacht valt. Nooit zal hij weglopen, hij blijft altijd in haar buurt. Even later laat ze hem naar binnen. Hij gaat op zijn grote kussen voor de open haard liggen.
Heft zijn kop even, kijkt haar aan met halfgesloten ogen en legt dan zijn mooie kop terug op zijn poten. Alles is veilig. Alles is zoals het moet zijn.
Karin loopt naar het keukenraam en kijkt de inktzwarte nacht buiten in. In de verte, achter de bomen, ziet ze plotseling een rode gloed in de lucht. Ergens uit het dorp, denkt ze. Even later hoort ze de sirene van een brandweer. Ze trekt de gordijnen dicht en draait zich om. Paco kijkt op. Zijn oren staan gespannen, zijn borst beweegt snel. Karin blijft staan.
In haar borst rolt een oude herinnering omhoog, eentje waarvan ze dacht dat ze die allang had opgeborgen, diep onder de wortels van het bos. De brand van Haus Gröfeld in Leufeld.
Ze komt nog altijd met regelmaat in dat prachtige plaatsje aan de Leusee. Met Bert, met de kinderen. Met Greet en Bas. De volgende dag zal ze horen dat er aan de andere kant van het dorp in een van de huizen daar onverwacht een ontploffing heeft plaats gevonden.

(Morgen komt het vervolg!)

                                                                                                                                                                                                                                                                                           10-06-2026
Ze mijmert nog wat over de wijnreis, gezeten op de bank bij de open haard met de kaart van Californië wijd uitgespreid op haar schoot.    
Het vuur in de haard knettert zacht, alsof het haar gedachten wil nabootsen. Warmte trekt langzaam vanuit haar voeten omhoog.
Californië. Zonnige heuvels, eindeloze rijen wijnstokken, geur van druiven. Ze strijkt met haar vinger langs de kronkelende weg die ze al op de kaart heeft gekleurd.
Leufeld. Ze heeft het plaatsje nooit meer helemaal los kunnen laten sinds die dramatische avond. De ontluistering van het geheim, de brand op de zolder van Haus Gröfeld.
Paco slobbert in de keuken in zijn waterbak. Het geeft een zacht gerammel van het ijzeren bakje op de tegels. Alles is normaal.  Even later loopt ze naar boven naar haar slaapkamer.
De volgende ochtend is ze vroeg uit bed. De vogels zingen in de bomen, Caesar, de haan heeft net zijn eerste kraaitjes gegeven als ze met Paco de tuin in loopt. Vlot voeren ze hun ochtendritueel uit. Eerst de kippetjes voeren, Black Pearl hooi geven en dan het bos in. Ze speurt ondertussen de bosrand af of ze schade aan het hek ziet; of anderzijds iets eigenaardigs. Maar alles ziet er goed uit. Geen kapotte afrastering, geen spoor van vernieling. Dit is een dagelijkse controle routine geworden na de vernieling van haar wijngaard en het kippenhok.
Rond tien uur belt ze Greet, haar allerbeste vriendin. Ze babbelen even kort.
Dan moet Greet ophangen.  ‘Okay, ik kom straks uit mijn werk wel even langs, dan praten we verder. Ik heb zo een cliënt.’
‘Top, ik ben dan ergens in de wijngaard of in de tuin. Ciao’
Na het telefoontje bergt ze haar mobiel op in de zak van haar spijkerbroek en loopt naar de wijngaard.
Ze pakt de emmer met snoeischaar en binddraad en loopt richting de eerste rij van de druivenstokken. De zon staat inmiddels hoger en werpt lange schaduwen over de wijngaard. Het is stil, op het gezoem van insecten na. Terwijl ze een afgebroken rank verwijdert, dwalen haar gedachten toch weer af naar die nacht van de vernieling. Het blijft knagen. Alsof de rust hier sindsdien brozer is geworden.
Een zachte ritseling bij de bosrand doet haar even verstijven. Ze kijkt op, tuurt tussen de struiken door, maar ziet niets. Waarschijnlijk een konijn, houdt ze zichzelf voor. Toch voelt haar nek even warm worden.
Het werk in de grote tuin gaat altijd maar door. Nu geeft ze de aalbessen die in het voorjaar in de grond zijn gezet water. Ze is dolblij dat haar zonen zich om beurten melden om het grasmaaien voor hun rekening nemen, maar verder vindt ze het gerommel in de tuin hartstikke leuk.  Ze kijkt naar de wolken die alweer een donkere laag vormen, net als de dag ervoor. De zomer wordt langzaam ingehaald door de herfst. ’s Avonds buiten eten, zit er steeds minder vaak in, terwijl ze dat juist zo jofel vindt. Het regent veelvuldig,  toch is de grond van de bessentuin, verstopt onder de bomen, niet echt nat.
Hoe anders is het in de wijngaard, waar pal op de zon, met ongeveer twee meter afstand tussen de rijen, pinot blanc en auxerrois wijnstokken staan. Allemaal voor de hobby. Puur voor eigen plezier. De twee rassen hebben dezelfde onderstok: de Kober 125AA. Karin weet niet zeker of dat de goede zijn, maar Bert heeft het bedacht en hij heeft haar overtuigd dat het zeker zou moeten lukken. Ze hebben de bodem weer volgestopt met kalk, zodat de zuurgraad komend voorjaar optimaal zal zijn.
Voorlopig heeft ze niets te klagen. Het is ook heerlijk dat haar lieve Bert steeds helpt in de wijngaard. Zo ontzettend fijn na die vreselijke gebeurtenis in de wijngaard, met de dood van die hasj maker, ze denkt er met een flits aan terug:

"Ze zien Paco aan de overkant op het terras woest grommend, met haren overeind stil staan. Als ze de wijngaard zien, blijven ze abrupt stilstaan. Het is een chaos van verwoesting: wijnstokken liggen dwars door elkaar, aarde is omgespit, rook kringelt op, er springen vlammen doorheen.
Op de lage muur langs het terras boven de wijngaard staat een man. Lang donker haar valt over zijn gezicht, zwarte vegen tekenen zijn wangen. Zijn ogen glanzen wild, de snoeischaar in zijn handen glimt in het zwakke licht. Naast hem staat de grote schep uit de schuur. Paco gromt en zet zich schrap, zijn rug stijf, spieren gespannen als een veer.
‘Oh,’ gilt Karin, het is Tygo de Jong weer!’
Tygo probeert weg te rennen, maar struikelt over de schep. Zijn lichaam raakt de muur, hij rolt er schreeuwend van af en stort tussen de brandende wijnstokken neer. Het geluid van metaal tegen brons weerklinkt kort, hij is op het bronzen torenbeeld gevallen dat ooit door Carl als ornament in de wijngaard was geplaatst. De snoeischaar steekt in zijn zij."  ( "Drama in de woonboerderij")

Aan het eind van de middag klinkt een vrolijke toet op de oprit en parkeert Greet haar cabrio voor de garage, naast de paardenstal waar vroeger Niño huisde. Niño, de vurige zwarte ruin die zo ongelukkig ten val is gekomen. Nu is het al een paar jaar de stal van de lieve Black Pearl. En soms van zijn vriendin Girly. Het paard van Hans en Peter Molinga. Haar gasten uit Welsum, die met regelmaat komen logeren.
‘Kom, we gaan even bij ons kindje kijken,’ lacht Greet.
Karin kijkt haar lachend aan. Het “kindje” is de opnieuw aangelegde wijngaard, met hulp van Bert.
Karin steekt haar arm door die van Greet en met Paco achter zich aan lopen ze achter het huis, de schuine helling af, waar precies onder de keuken ter hoogte van haar werkkamer het perceel wijnstokken staat.  
‘Wat staan ze er goed bij hè,' zegt Greet, met een trotse blik in haar ogen.  
Karin kijkt haar lief aan en rent aan de andere kant van het kleine perceel snel naar boven. Paco blijft bij Greet rondlopen.
‘Wacht even,’ roept ze terwijl ze in de bijkeuken verdwijnt. Greet loopt tussen de stokken door en bestudeert de takken. De bloei is nog aanwezig. Het geurt. De stokken staan hier nu nieuw, dus de hoop is gevestigd op eindelijk een druivenopbrengst. Ze kan nu al genieten van de gloeiende verbazing, de afgunst wellicht als men hoort van hun excentrieke experiment!
Karin komt terug uit de bijkeuken met glazen wijn en een klein bordje met kaasballetjes. Samen gaan ze op het muurtje naast de wijngaard zitten.
‘Hoe gaat het met het uitwerken van onze reis naar Napa Valley en Sonoma County?’ vraagt Greet vol interesse.
‘Nou, ik ben al aardig aan het opschieten, ik stuur je morgen even mijn ideeën over de trip die we gaan maken.’
‘Perfect meid, dan kunnen we dat volgende week misschien met meiden doornemen. En kijken wanneer precies we gaan. Bert zal wel hier komen dan toch?’
Karin knikt bevestigend. ‘Oh, ja, maar hij zal het wel jammer vinden dat ik zover wegga.’
‘Ja, dat snap ik. Hij heeft natuurlijk liever zelf met jou deze reis gemaakt.’ 
Als Greet weggaat, pakt Karin haar fiets. Ze trapt snel even naar Ouwe Wip, van de boerderij aan de andere kant van het dorp, voor verse melk en kaas. Later op de avond verwacht ze gasten en de koelkast in de kelderwoning moet nog worden gevuld. Melk, roomboter, kaas, broodjes en wijn van Nederlandse bodem is de standaard waar de Bos&Bed woning onder het huis om bekend staat. Dit keer heeft ze gekozen voor de Pinot Blanc uit Zeeland. 
(Morgen komt het vervolg!)  Nora Bauers terug naar haar ouders.

                                                                                                                                                                                                                                                                                                      11-06-2026

                                                                                                                          Nora Bauers terug naar haar ouders.

De begraafplaats ligt er stil bij. Alleen het zachte knarsen van grind onder hun schoenen verraadt dat er mensen zijn. Henri staat naast het graf van Nora’s ouders, zijn handen diep in de zakken van zijn jas. Naast hem staat Hannah, zijn dochter. Ze kijkt naar de plek waar zo meteen de as van haar moeder zal worden bijgezet.
Een maand geleden waren ze hier ook al. Bij de crematie. Alleen zij drieën: Henri, Hannah en Noah, Nora’s neef uit München. Tenminste, zo kent iedereen hem. Dat hij in werkelijkheid `Nora’s halfbroer is, weet niemand. Niemand behalve Hannah. Haar moeder heeft het haar vlak na de dood van tante Jana verteld, omdat ze deze waarheid toch graag wilde delen, met haar eigen dochter.
Verder is er niemand. Niemand uit Möbach, niemand uit Broland, niemand uit Leufeld. Mensen die Nora jarenlang hebben gehaat. Houden zich afwezig.
De grafdelver knikt kort naar Henri. Het moment is daar. De asbus wordt langzaam neergelaten, naast het graf van haar ouders. Nora keert terug naar waar ze ooit vandaan kwam.
Hannah voelt hoe haar keel samentrekt. Dit is dus het einde, denkt ze. Of misschien juist een nieuw begin voor haar vader en voor haarzelf.
Als de asbus op zijn plek staat, staan ze doodstil. Zelfs de wind lijkt even de adem te hebben ingehouden.
Henri verbreekt de stilte. ‘Het is goed zo,’ zegt hij zacht, meer tegen zichzelf dan tegen Hannah. Zijn stem trilt. Hannah knikt, maar zegt niets. Haar blik blijft op het graf gericht, alsof ze verwacht dat er nog iets zal gebeuren.  
Aan de rand van de begraafplaats staat een man. Hij is haar eerst niet opgevallen. Lange jas, donkere sjaal, te netjes voor iemand die zomaar langsloopt. Zijn ogen zijn op haar gericht. Niet op haar vader. Niet op het graf. Op háár. Een koude rilling glijdt langs haar rug.
‘Papa,’ fluistert ze, ‘kennen wij die man?’
Henri draait zich om. Zijn gezicht verstrakt. ‘Nee,’ zegt hij snel. ‘Kom. We gaan.’
Terwijl ze weglopen, voelt Hannah de blik van de onbekende nog steeds in haar rug prikken. Haar geheim, het geheim over Noah en zijn moeder Jana, brandt ineens zwaarder dan ooit. Later die avond trilt haar telefoon. Een onbekend nummer. Een appje:
“Ik weet wie je moeder was. En wat gezegd werd over haar zwangerschap van dochter Klara.”
Hannah laat het toestel bijna uit haar handen glijden. In het appje wordt verder gezegd dat ze verwacht wordt in het café even verderop in hun straat.
De doden rusten misschien, denkt ze, maar het verleden nooit.  Hannahs hart bonst in haar keel. Ze twijfelt. Haar vader wil ze niets over het appje zeggen, het voelt verkeerd.
En gaan voelt gevaarlijk. Toch trekt ze haar jas aan en zegt haar vader dat ze even een afspraakje heeft bij het café op de hoek. Hier is het rustig. De man, het is de man die ze op de begraafplaats heeft gezien,  zit aan een tafeltje bij het raam.
Hij kijkt haar liefdevol aan en zegt: ‘Mooi, dat je gekomen bent, Hannah.’
 Ze verstijft. ‘U kent mijn naam.’
Hij knikt langzaam. ‘Ik kende je moeder al voordat je zus geboren werd.’  Hij schuift een vergeelde foto over tafel. Drie mensen staan erop: een jonge Nora, haar vader en de man zelf.  Veel jonger, maar onmiskenbaar dezelfde.
‘Wie bent u?’ vraagt Hannah schor.
‘Mijn naam is Matthias Gruber,’ zegt hij. ’Van mij werd gezegd dat ik de vader zou zijn van je zus Klara.’  De woorden slaan in als een mokerslag.
‘Maar dat was toch mijn…’ Hannah kan haar zin niet afmaken.
‘Ja,’ knikt Matthias bevestigend. ‘De man wiens daad jouw oma haar hele leven heeft verzwegen.’
Hannahs hoofd tolt. ‘Wat wilt u dan, waarom bent u hier?’
Matthias’ kaken spannen zich. Hij aarzelt. ‘Eh …omdat Nora dood is. Je moeder en ik hebben ons hele leven contact gehouden. Je vader weet dat niet. Maar Nora en ik zijn altijd van elkaar blijven houden.’ De lucht in het café lijkt zwaar te worden.
‘Ik weet dat je moeder heel veel ernstige zaken heeft aangericht. Ze heeft mij altijd van alles op de hoogte gehouden. Ook dat ze haar ouders haar hele leven heeft gehaat na het misbruik door haar vader.’
Hannah voelt hoe de waarheid, als ijswater, door haar heen spoelt.
‘Er waren natuurlijk velen die niet wilde dat Nora ooit had bestaan,’ zegt Matthias. ‘Maar ik heb mijn hele leven van haar gehouden. Ja, we hadden dus contact zonder dat jouw vader dat wist. Daarom heb ik jou een berichtje gestuurd. Niet je vader.’
‘Dus u weet van de brand van de koeienstal op de Weisstannebühl en die vreselijke brand in Haus Gröfeld.’
‘Ja, ik heb altijd alles geweten. Dat je moeder Henri in München ontmoet heeft, de branden die ze heeft aangestoken, het gepest en getreiter van je zus of moet ik zeggen, de dochter van je opa, waardoor een meisje in de Leusee is verdronken.’
Hannah slaat haar handen voor haar gezicht. De waarheid dendert meedogenloos door haar heen. Haar ademhaling schokt.
Opeens voelt ze een hand op haar schouder.  ‘Schatje... wat is er? Wat doe je hier?’
Anton staat naast haar. Zijn blik glijdt van Hannah naar Matthias. Wantrouwen flikkert in zijn ogen.
Hannah laat haar handen zakken. Haar gezicht is bleek. ‘Anton… dit is Matthias Gruber.’
‘Aangenaam,’ zegt Anton. ‘Ik ben de partner van Hannah.’
Hannah sluit even haar ogen.  ‘Anton,’ fluistert ze. ‘Hij vertelt net dat hij als de vader van Klara beschuldigd werd.’ Het is alsof de tijd even stilvalt.
Anton lacht kort, schamper. ‘Wat een gemene tijd is dat dan geweest.’
‘Nou,’ zegt Hannah hees. ‘Mam… heeft alles gedaan om dit verborgen te houden.’ Ze vertelt Anton snel wat Matthias haar net verteld heeft.
Anton, die toevallig bij zijn vriendin op bezoek ging, om haar te troosten na de begrafenis van de as van haar moeder, hoorde van Henri dat ze even naar dit cafeetje was gegaan.
‘Hoe wist u dan, mijnheer Gruber, dat Nora Bauer overleden was en vandaag haar as bij haar ouders zou worden geplaatst?’
Anton kijkt Matthias strak aan. De rits van zijn coltrui schuift hoorbaar een stukje omlaag, alsof hij lucht nodig heeft.
Matthias vouwt zijn handen om het kopje voor hem, alsof hij zich eraan moet vasthouden. Zijn knokkels zijn wit.
‘Ik heb het overlijdensbericht gelezen,’ zegt hij. ‘Ik had een afspraak met je moeder, ze kwam niet opdagen, heel vreemd. Maar toen las ik over haar dood in de krant.’ Tranen springen in zijn ogen.
Hannah slikt. De woorden blijven even in de ruimte hangen, zwaar, onuitgesproken. Buiten rijdt een bus voorbij. Het leven raast door.
‘Waarom bent u hier?’ vraagt ze zacht. ‘Waarom wilde u mij spreken?”
Matthias kijkt haar eindelijk echt aan. In zijn ogen ligt iets dat ze niet meteen thuis kan brengen. Spijt, angst, een geheim?
‘Omdat ik even in contact met het dichtstbijzijnde familielid van mijn vriendin wilde komen.
 Ik heb mezelf veel beschuldigd. Dat ik tijdens haar zwangerschap ben weggegaan. Dat ik me heb laten wegsturen.’
Hannah voelt een koude rilling langs haar rug trekken. ‘Weggestuurd… door wie?’
Zijn blik glijdt langs haar heen, naar het raam.  ‘Door Nora, je moeder. ’
Het woord valt zacht, maar het trilt.
‘Ze zei dat dat beter zou zijn voor mij. En toen ontmoette ze iemand anders. Iemand die zekerheid bood. Eh… Henri.’ Hij kijkt weer terug. ‘Die nooit geweten heeft dat jouw opa, de vader van het kind in Nora’s buik was.'
Anton balt zijn hand tot een vuist onder de tafel. ‘Klara.’
Matthias schudt langzaam zijn hoofd. ‘Ik wist zeker dat ze niet van mij was. Ze heeft het ook altijd ontkend. Immers Nora en ik hebben in die tijd nog geen seksueel contact gehad. Maar haar ouders beweerden dat het wel van mij zou zijn.’
Hannahs stem breekt. ‘Maar later wel dus.’
Matthias knikt. Een stilte valt.
Dan zegt Anton: ‘En nu staat u hier. Na haar dood. Waarom?’
Matthias ademt diep in.
‘Omdat leugens geen graf krijgen. Daarom wilde ik dit aan mijn … eh de dochter van mijn vriendin vertellen.’
Hannah voelt haar knieën week worden. Trekt haar wenkbrauwen verrast omhoog.
‘Klara is ook allang geleden overleden, bij de brand omgekomen,’ fluistert ze.
Matthias knikt. ‘Ook dat weet ik. Immers je moeder vertelde mij altijd alles.’
Anton kijkt van Matthias naar Hannah. Zijn blik verzacht een fractie. Er dringt een vergelijk tot hem door.
‘Goed, dan nemen we nu afscheid van u. Gecondoleerd met het verlies van uw vriendin.’
Hij staat op. ‘Kom schatje, ik breng je naar huis.’
Matthias staart Hannah aan. Tranen in zijn ogen.
Buiten is het donker. De straatlantaarns werpen doffe kringen op het natte asfalt. Hannah loopt zwijgend naast Anton, haar handen diep in haar jaszakken. Elk woord dat Matthias zojuist heeft uitgesproken echoot door haar hoofd.
‘Je hoeft er nu niks over te zeggen,’ zegt Anton zacht. ‘Maar als je wilt praten…’
Bij de voordeur blijft Hannah staan. Ze draait zich om.
‘Waarom zou hij nu toch gekomen zijn?’
Anton aarzelt even.
‘Misschien omdat deze dood wél dingen losmaakt die een leven lang zijn weggestopt.’
Ze zeggen elkaar knuffelend gedag.
Binnen laat Hannah haar jas van zich afglijden en zakt op de rand van de trap. Haar ademhaling trilt. Voor haar ogen schuift het beeld van haar moeder naar voren, haar lach, haar stiltes, haar starre blik wanneer Hannah naar het dagboekje van Klara had gevraagd.
‘Hij zei dat zij hem altijd alles vertelde,’ fluistert Hannah. ‘Maar ik wist bijna niks.’

(Morgen komt het vervolg!)  Wijnreis Californië voorbereiden

                                                                                                                                                                                                                                                                                                         12-06-2026
                                                                                                                                  Wijnreis Californië voorbereiden
Karin zit beneden in haar werkkamer aan de reis naar Amerika te werken. Ze zullen naar Los Angeles vliegen en daar een auto huren. Dat zal Janneke wel op zich nemen. Morgenavond komen haar vriendinnen om met elkaar de reis door te nemen, dus ze moet het nu vast goed voorbereiden.
Vanuit Los Angeles zullen ze in de richting van San Francisco rijden. En als ze daar kunnen overnachten zullen ze verder rijden naar Napa Valley. Hier kent Karin een grote wijngaard waar ze heel lang geleden eens met Carl geweest is. 
Diep in het hart van Napa Valley is deze wijngaard ooit aangericht door sir H.W. Crabb in de jaren 1860.  Het was zo rijk aan leven en overvloed dat Crabb de wijn die uit de wijngaard kwam nobel de Griekse naam "To Kalon" gaf, wat "hoogste schoonheid" betekent. Het werd de thuisbasis van Robert Mondavi in het hart van Napa Valley. In 2004 werd dit overgenomen door Constellation Brands.
Als ze die kant op rijden, trekken ze dwars door het wijngebied, waar de wijngaarden zich uitstrekken over de vlakte en tegen de glooiende heuvels opklimmen. Daarna gaan ze richting Santa Rosa. Karin denkt dat het heerlijk zou zijn om daar een paar dagen een knus B&B-huisje te huren. Van daaruit kunnen ze op hun gemak door Sonoma County rondtoeren, een streek met meer dan vijfhonderd wijnhuizen. De perfecte plek om even op adem te komen, te genieten van het landschap en het zachte klimaat.
Terwijl ze het hardop zegt, schiet haar ineens iets te binnen. Op de heuvels tussen Sonoma en Napa Valley zijn enorme bosbranden geweest. Ze voelt weer die beklemming van toen ze het nieuws zag. Net als de branden in Australië. Branden, pf!
Naast het grote verlies van mensenlevens, natuur en wijngaarden was er daar ook een sterke impact van de hevige rookontwikkeling over het land.  Hier ontstond het risico op asbakwijnen door de rookontwikkeling en de aantasting van de wijnvoorraad door de rookontwikkeling.
Ze werkt door en zoekt een aantal wijnhuizen die ze zeker moeten bezoeken.  Oei, ze komt zoveel tegen waar ze heen moet. Als ze dat allemaal uitgewerkt heeft, zijn ze minstens twee weken, misschien nog langer, op reis. Maar zolang wil Bert niet alleen blijven, denkt ze.
Ze komt veel wijnen tegen en de verschillende druiven die belangrijk zijn in Amerika. Zoals de “durif druif”.
Deze druif heeft een bijzondere geschiedenis. Aan het einde van de 19e eeuw, rond 1880, kruiste de Franse botanicus François Durif de syrah- en peloursin-druiven, mogelijk zelfs per ongeluk, maar zo ontstond de druif durif. Ondanks zijn Franse oorsprong is de druif daar nooit echt populair geworden. Tegenwoordig komt hij er vrijwel niet meer voor. In Californië daarentegen geniet de druif grote populariteit en heeft hij een trouwe schare fans. Dus daar gaan ze hem ook opzoeken.
O ja, en ze moet te zijner tijd ook nog een rondleiding boeken bij Bernardus Winery in de Carmel Valley. Ze is heel druk met deze reisvoorbereiding. Voor haar vriendinnen is het een groot voordeel dat Karin hier al eens eerder geweest is en bovendien jarenlang, toen Carl nog leefde, wijncursussen gaf. Cursussen die alle wijnlanden van de wereld omvatten. Dus ook Californië.
Ze vergelijkt routes, leest recensies, zoomt in op wijngaarden op Google Map alsof ze er zo al tussendoor kan wandelen. Af en toe maakt ze een aantekening in haar notitieboekje, met haar nette, ronde handschrift.
Bernardus staat al omcirkeld. ‘Die móét,’ mompelt ze zacht. Carmel Valley roept herinneringen op die ze niet helemaal durft toe te laten. Zonlicht door de heuvels, stoffige wegen, een terras in de schaduw. En Carl, altijd met dat rustige enthousiasme als hij over wijn sprak, alsof elke fles een verhaal was dat verteld moest worden.
Ze schuift de herinnering voorzichtig opzij en klikt weer verder. Paso Robles, Napa, Sonoma de namen rollen bijna vanzelf door haar gedachten. Deze reis wordt ook weer superleuk.  
Ze maakt vast een samenvatting van alles wat ze kunnen doen, zodat ze die morgen goed met haar vriendinnen kan bespreken.

                                                                                                                      Maria de vrouw van Tygo de Jong

Paco kijkt plotseling op. Zijn oren spitsen zich. Buiten, op de oprit, klinkt duidelijk een geluid. Zonder een seconde te aarzelen schiet hij overeind en rent de trap op. Karin verstijft.
‘Wat hoor je?’ roept ze en gaat hem achterna naar boven.
Nog voordat hij blaffend kan antwoorden, klinkt er opnieuw iets: het kraken van grind onder voetstappen. Niet snel, eerder bedachtzaam. Iemand die niet wil opvallen, maar zich ook niet echt probeert zich te verbergen.
Paco’s geblaf echoot boven door het huis. Niet uitbundig, maar laag en onheilspellend.
Hij gromt. Dus het is niet iemand die hij herkent.
‘Wie zou dat kunnen zijn?’ vraagt ze zacht.
Het geblaf van Paco wordt feller, agressiever. Zijn nagels tikken nerveus over de stenen tegels in de hal.  Karin loopt naar de voordeur. Ze houdt haar adem in terwijl het geluid buiten opnieuw klinkt, stappen, dichterbij nu. Iemand stopt voor de deur.
Deze opent Karin dan rustig. Hierachter in de hoek staat een golfstok die ze daar tegenwoordig voor de veiligheid heeft staan.
Ze staart recht in het gezicht van de vrouw van Tygo de Jong. Maria. Paco gaat tussen hen in staan en gromt hard. Karin zelf is geschrokken en verbaasd.
‘Dag Maria de Jong, wat kom jij hier doen?’ De vrouw kijkt haar woedend aan.
‘Jij, vals wijf, je hebt mijn man verraden. Hem de dood in gestort. Daarom kom ik nu je schuld verrekenen.’
‘Ben je gek geworden? Weet je niet wat je man hier allemaal heeft uitgespookt?’ In een flits gaat het drama van de avond door haar hoofd. De avond dat Karin met Bert, de kinderen, Greet en haar vaste gasten Hans en Peter Molinga uit eten was geweest en toen ze terugkwamen:

“Na een heerlijke maaltijd en een avond vol gelach en verhalen wandelen ze met z’n achten terug naar het Boshuis. Ruud van Westen krijgt uitvoerig dank voor het heerlijke diner en de warme sfeer van zijn restaurant. Het is een rustige, bijna vredige avond; de lucht ruikt naar herfst en nat gras, de donkerheid valt zacht over het weiland. Paco loopt lekker mee.
Op de oprijlaan klikt Greet haar autosleutel en de verlichting van haar voertuig flikkert even op. Hans en Peter krijgen een afscheidskus.  Ze stapt op Lucas af, maar dan… dan vliegt Paco plotseling woedend blaffend naar het terras achter het huis.
Keihard geschreeuw snijdt door de stilte, ijzingwekkend en wanhopig. Het komt van achter het huis, waar het wijnperceel zich uitstrekt tot aan Karins werkkamer. Het geluid bevriest iedereen. Voor een moment staan ze als versteend, slechts het zachte kraken van voetstappen op takken onderbreekt de spanning. Ze rennen naar achteren waar het geluid vandaan komt. Ze zien Paco aan de overkant op het terras woest grommend, met haren overeind stil staan. Als ze de wijngaard zien, blijven ze abrupt stilstaan. Het is een chaos van verwoesting: wijnstokken liggen dwars door elkaar, aarde is omgespit, rook kringelt op, er springen vlammen doorheen.
Op de lage muur langs het terras boven de wijngaard staat een man. Lang donker haar valt over zijn gezicht, zwarte vegen tekenen zijn wangen. Zijn ogen glanzen wild, de snoeischaar in zijn handen glimt in het zwakke licht. Naast hem staat de grote schep uit de schuur. Paco gromt en zet zich schrap, zijn rug stijf, spieren gespannen als elastiek.
‘Oh,’ gilt Karin, het is Tygo weer!’
Tygo probeert weg te rennen, maar struikelt over de schep. Zijn lichaam raakt de muur, hij rolt er schreeuwend van af en stort tussen de door hemzelf in brand gestoken  wijnstokken neer. Het geluid van metaal tegen brons weerklinkt kort, hij is op het bronzen torenbeeld gevallen dat ooit door Carl als ornament in de wijngaard was geplaatst. De snoeischaar steekt in zijn zij. 
Bram en Lucas, die het eerst bij hem zijn, voelen hun maag omslaan. Beide schreeuwen het uit. Dit doorbreekt de plotselinge stilte, naast het geknetter van de brand en gegrom van Paco.
Tygo beweegt niet. Zijn blik is leeg, het leven is verdwenen. De chaos van de wijngaard weerspiegelt de verbijstering en de angst die over de groep heen spoelt.
Iedereen staat verstijfd, de realiteit dringt langzaam door: dit ongeluk is gruwelijk.  Het is een drama dat hun avond van vrede totaal heeft verscheurd.
Bert belt direct het noodnummer. Even later razen een ambulance, een brandweerwagen en een politieauto met loeiende sirenes door het bos, op weg naar Karins Boshuis. De jongens staan versteend bij het lichaam dat half op de grond ligt. Bert voegt zich bij hen, terwijl Sara haar moeder en Greet stevig vasthoudt.
Hans en Peter praten met de agenten en vertellen wie daar ligt. De politie kijkt hen ongelovig aan: “hier ligt de man waar heel Nederland naar op zoek is”.
Hans geeft het telefoonnummer van Tygo’s vrouw aan een van de agenten, die het haastig noteert.
Het lichaam van Tygo wordt zorgvuldig op een brancard gelegd en afgevoerd naar een mortuarium. Ondertussen weet de brandweer de vlammen in de compleet verwoeste wijngaard onder controle te krijgen. Gelukkig zijn ze op tijd: het vuur is niet naar het Boshuis of het kippenhok overgeslagen.
Bert loopt naar de vrouwen toe.
‘Greet, durf jij nu wel alleen naar huis, of wil je dat ik je even wegbreng?’ vraagt hij zacht.
Karin kijkt hem met warme dankbaarheid aan.
‘Dat is ontzettend lief van je,’ antwoordt Greet, ‘maar het lukt me wel. Dank je, lieverd.’
Samen met Karin en Sara loopt Greet naar haar auto. Bert keert terug naar Hans en Peter.
Wanneer de hulpdiensten vertrokken zijn en de stilte langzaam terugkeert, gaan ze met z’n allen naar binnen, de woonkeuken van Karin in.
‘Hoe heeft dit vreselijke drama toch kunnen ontstaan? Wat een afschuwelijk einde voor die man.’ ***

Maria rommelt onrustig in de tas die ze vast heeft en haalt er plots een klein pistool uit. Karin schrikt zich kapot en slaat een hand voor haar mond. Maar Paco reageert meteen. Met een krachtige sprong werpt hij zich tegen Maria aan. Het wapen vliegt uit haar hand en schuift meters verder over de stoep.
Op hetzelfde moment rijdt er een auto de oprijlaan achterom. Het zijn gasten van het Boshuis: Hans en Peter Molinga. Ze komen in de B&B overnachten omdat vrienden van hen, die verderop in de buurt wonen, hen hebben uitgenodigd om morgen, zaterdag, samen te gaan golfen.
De auto komt piepend tot stilstand als Hans ziet wat er gaande is.
‘Wat is hier in godsnaam aan de hand?’ roept Peter terwijl hij het portier openslaat.
Paco houdt Maria grommend tegen de grond gedrukt. Ze spartelt nog even tegen, maar haar kracht is weg. Karin raapt inmiddels met trillende handen het pistool van de grond en houdt het zo ver mogelijk van zich vandaan.
‘Ze wilde schieten,’ zegt Karin met een brekende stem. ‘Op mij.’
Hans en Peter kijken elkaar geschrokken aan. Peter pakt direct zijn telefoon.
‘Ik bel de politie,’ zegt hij kort.
Maria begint ineens te lachen. Geen vrolijke lach, maar een rauwe, bijna wanhopige schater.
‘Jullie begrijpen er niets van,’ hijgt ze. ‘Dit was nog maar het begin.’
Die woorden bezorgen iedereen een koude rilling. Paco kijkt haar strak aan.
‘Wat bedoel je daarmee?’  Maar Maria zwijgt weer.
In de verte klinkt al het eerste geluid van een sirene. Even later rijdt een politiewagen het erf op. Karin levert direct het pistool in. Hans vertelt wat ze hebben gezien: dat Karin Barneveld door haar grote hond van de dood is gered.
Paco springt van Maria af. De agenten trekken haar overeind en besluiten haar direct aan te houden. Ze nemen haar mee naar het politiebureau om een proces-verbaal op te maken en een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Wat de straf zal zijn, daar kunnen ze zich nu nog niet over uitlaten. ‘Heeft u hulp nodig, mevrouw Barneveld?’ vraagt een van de agenten.
Peter antwoordt voordat Karin iets kan zeggen. ‘Wij blijven wel bij haar.’
De politiewagen verdwijnt met gierende banden van het erf.
Even blijft het stil, alsof niemand goed durft te ademen. Alleen zacht gejank van Paco doorbreekt de stilte.
Karin zakt langzaam door haar knieën en trekt hem tegen zich aan.
‘Het is voorbij,’ zegt Peter, al klinkt hij zelf allesbehalve zeker.
Hans wrijft met trillende handen over zijn gezicht.
‘Ze zei dat dit nog maar het begin was… Dat krijg ik niet meer uit mijn hoofd.’
‘Kom Hans, we gaan even relaxen in de sauna.  Kun je het aan Karin: alleen blijven?’
Ze knikt de mannen glimlachend toe. ‘Ik ga Bert nu bellen, om  te vertellen wat er gebeurd is.  En de kinderen. Voordat ze het op een andere manier horen.'
Bram en Lucas zijn met vrienden een paar dagen naar Madrid gegaan. Ze schrikken zich kapot als hun moeder het verhaal vertelt. Ze overtuigt ze dat ze niet terug hoeven komen, dat Hans en Peter Molinga er nu zijn en dat Bert morgen komt. Sara heeft nachtdienst deze week, dus zij zal nu nog slapen. Karin wil haar dochter niet wakker bellen en stuurt haar een appje met daarin de vraag of ze haar wil bellen als ze wakker is en tijd heeft.
Als ze aan tafel haar avondeten, een salade met tonijn, zit te eten, gaat haar telefoon. Een geschrokken Sara belt. Die heeft van Lucas al een berichtje gekregen over wat er vanmiddag bij hun moeder is gebeurd. Sara’s stem trilt aan de andere kant van de lijn.
‘Mam… wat is er gebeurd? Lucas stuurde iets over politie en een aanval. Ik schrok me dood.’
Karin schuift haar bord iets van zich af en slikt. Het is ineens moeilijker om het verhaal hardop te herhalen dan ze had gedacht.
‘Het viel mee, lieverd,’ zegt ze, al weet ze zelf hoe slecht dat klinkt. ‘Echt waar. Ik ben alleen flink geschrokken. Maria de Jong, de vrouw van die Tygo stond plotseling voor de voordeur. Paco heeft haar besprongen, ze had een pistool in haar hand. Hans en Peter kwamen toevallig op hetzelfde moment de oprit op. De politie is geweest. Het is nu rustig hoor, morgen komt Bert.’
‘Maar ben je gewond?’ vraagt Sara direct.  Karin schudt haar hoofd, ook al kan haar dochter dat niet zien.
‘Nee, schat en Paco ook niet.’ Aan de andere kant blijft het even stil. Karin hoort ademhaling, snel en onregelmatig.
Karin voelt hoe haar keel opnieuw dichtknijpt.
‘Ik wil niet dat jij je zorgen maakt midden in je nachtdiensten. Dat is alles.’
‘Dat is te laat,’ antwoordt Sara. ‘Ik maak me al zorgen. Is Bert al onderweg?’
‘Hij komt morgen. Hij moest vanavond eerst nog iets regelen.’
Sara zucht hoorbaar.
‘Mam, ik wil eigenlijk meteen komen.’
‘Dat hoeft echt niet,’ zegt Karin snel. ‘Het is veilig. Hans en Peter zijn in de B&B. Ik ben dus niet alleen.’  Dat stelt haar dochter zichtbaar een beetje gerust.
‘Beloof je me dat je meteen belt als er ook maar iets gebeurt?’
‘Dat beloof ik.’
Ze praten nog even over onbelangrijke dingen. Maar wanneer ze ophangen, voelt Karin juist hoe leeg de kamer plotseling wordt. Ze loopt naar het raam en kijkt het donkere erf op. Alles ligt er vredig bij. Black Pearl rustig in zijn mooie stal. Paco continu naast haar. Haar telefoon trilt opnieuw in haar hand. Een bericht van Bert:
“Ga lekker rustig slapen schatje, ik kom morgen zo snel mogelijk. Hou van je XXX”
Karin sluit even haar ogen. Voor het eerst sinds die middag voelt ze iets wat op opluchting lijkt. Ze pakt weer haar telefoon en belt Greet even om de geschiedenis van die middag te vertellen. Ook Greet is dodelijk geschrokken en vraagt of ze moet komen.
Karin zegt dat dat echt niet hoeft, dat de Molinga ‘s in de B&B logeren, dus dat ze niet alleen is.
***(Drama in de woonboerderij)

(Morgen komt het vervolg!)

In het studenten huis van Madeleine